Eindelijk heeft heel Europa weer eens iets gemeenschappelijk: de aswolk. En voor de verandering kwam Noorwegen nu eens niet achteraan hobbelen in de ontwikkelingen, want wij hadden 'm zo'n beetje als eerste.
Toen ik woensdagavond las over de vulkaanuitbarsting, had ik -naïeve burger- nog geen flauw idee van de gevolgen. "Dat wolkje waait weel weer over", dacht ik, niet wetend dat die vulkaan nog lang niet uitgespuugd was. Maar het werd al gauw duidelijk dat die as ook bij ons roet in het eten zou gooien. Diana's vliegtuig kwam niet donderdagavond, en ook niet vrijdagmiddag, en niet zaterdagavond. En John loopt vandaag niet de Hilversum City Run, maar gewoon een trainingsrondje op de atletiekbaan in Larvik.
De creativiteit van de luchtvaartmaatschappijen in deze "crisissituatie" valt me een beetje tegen. Iedereen kent toch de tekst "De NS zet bussen in", lijkt me. Waarom worden er niet veel meer vervangende diensten ingezet? Hebben al die piloten die nu thuis zitten ook weer wat te doen.
Is die vulkaanas nou schadelijk voor de gezondheid of niet? De kranten staan vol met elkaar tegensprekende berichten, waardoor ik nog steeds niet weet of het beter is om binnen te blijven als het gaat regenen, en of de katten straks wel uit hun vertrouwde regenvijvertjes kunnen drinken.
Is de lucht schoner zonder vliegtuigen maar met vulkaanas of met vliegtuigen en zonder vulkaanas?
Voor onderzoekers in uiteenlopende vakgebieden zorgt de uitbarsting vast voor de nodige afwisseling. Echt natuurgeweld is toch iets anders dan een nagebootst vulkaantje in een laboratorium ergens negen-hoog in de grote stad.
IJsland mag dan een klein landje ergens midden in de oceaan zijn, het slaagt er toch maar weer in de gemoederen in Europa flink bezig te houden.
zondag 18 april 2010
zondag 11 april 2010
Bezoek van Jo en zonnig weekend
Pasen ligt achter ons, we zijn begonnen aan de etappe naar de zomervakantie. Het paasweekend was Jolanda over uit Nederland. We hadden er lang op moeten wachten, maar nu was het dan eindelijk zover!
Aanvankelijk was de weersvoorspelling zo slecht dat ik Jo mailde vooral haar regenjas en rubberlaarzen niet te vergeten, maar in de praktijk viel het allemaal erg mee. Twee van de drie dagen hadden we een lekker zonnetje en we zijn er gezellig op uit geweest. Eerste paasdag was er paasmarkt in Stavern. Daar was heel wat volk op de been. Zoals meestal bij de eerste zonnestralen, zaten de terrasjes stampvol. Omdat er een frisse bries stond, zijn wij als echte Hollandsen toch maar binnen gaan zitten.
Dinsdag ging Jo helaas alweer naar huis. De weergoden moesten er blijkbaar ook van huilen, want het regende behoorlijk die dag.
Inmiddels is de zon teruggekeerd. Tijd om eens wat in de tuin te gaan doen. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de straat. Overal wordt ijverig geharkt en geschept. Ook hebben we vandaag ons eerste rondje hier gefietst, "rondje Stavern". John moest natuurlijk zijn in de najaarsuitverkoop gekochte racefiets eens goed testen, dus die was binnen no time uit zicht. Gezellig hoor, dat samen fietsen......
Het is hier overigens goed fietsen. Natuurlijk wel wat heuveltjes, dus het is af en toe flink puffen geblazen.
We zijn klaar voor weer een nieuwe werkweek, en natuurlijk voor het bezoek van Diana die donderdagavond aankomt. Jaja, een Belg in Noorwegen! Dat levert vast wel weer een blogje op.
Aanvankelijk was de weersvoorspelling zo slecht dat ik Jo mailde vooral haar regenjas en rubberlaarzen niet te vergeten, maar in de praktijk viel het allemaal erg mee. Twee van de drie dagen hadden we een lekker zonnetje en we zijn er gezellig op uit geweest. Eerste paasdag was er paasmarkt in Stavern. Daar was heel wat volk op de been. Zoals meestal bij de eerste zonnestralen, zaten de terrasjes stampvol. Omdat er een frisse bries stond, zijn wij als echte Hollandsen toch maar binnen gaan zitten.
Dinsdag ging Jo helaas alweer naar huis. De weergoden moesten er blijkbaar ook van huilen, want het regende behoorlijk die dag.
Inmiddels is de zon teruggekeerd. Tijd om eens wat in de tuin te gaan doen. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de straat. Overal wordt ijverig geharkt en geschept. Ook hebben we vandaag ons eerste rondje hier gefietst, "rondje Stavern". John moest natuurlijk zijn in de najaarsuitverkoop gekochte racefiets eens goed testen, dus die was binnen no time uit zicht. Gezellig hoor, dat samen fietsen......
Het is hier overigens goed fietsen. Natuurlijk wel wat heuveltjes, dus het is af en toe flink puffen geblazen.
We zijn klaar voor weer een nieuwe werkweek, en natuurlijk voor het bezoek van Diana die donderdagavond aankomt. Jaja, een Belg in Noorwegen! Dat levert vast wel weer een blogje op.
dinsdag 30 maart 2010
Paasnoten
We hebben paasvakantie.
Voor John is het natuurlijk vertrouwd om de hele week voor Pasen vrij te hebben, voor mij niet zo. Bij mij op het werk zijn we verplicht vrij, een regeling die stamt uit de tijd dat we nog min of meer een productiebedrijf. Eigenlijk vind ik het een regeling uit het stenen tijdperk, maar nu ik eenmaal vrij heb, moet ik zeggen dat ik het ook wel lekker vind. En als we niet gesloten waren geweest, hadden de meeste collega's waarschijnlijk toch vrij genomen, aangezien één op de vier Østlanders met Pasen in zijn berghut bivakkeert.
Wij gebruiken de paasvakantie om een paar kleine klusjes te doen en hier en daar een stukje taart te eten. Afgelopen zaterdag zaten we in een cafeetje in Skien te genieten van een heerlijk kopje koffie terwijl onze tafelburen zich vermaakten met de påskenøtter oftewel de paasnoten. Met Pasen, en trouwens ook met Kerst, worden er in Noorwegen heel wat noten gekraakt. Die noten, dat zijn raadseltjes, quizjes, puzzeltjes etc. De buren hadden zich op de grote kaasquiz gestort. -"Ronde, Nederlandse kaas met rode was eromheen", -"Edammer", -"goed". -"Italiaanse kaas, veel gebruikt in pasta's", -"eh","?". "Is dat niet van die kaas die altijd in zo'n bakje op tafel staat, met een lepeltje er in?". Buurman twee maakt kaasschepbewegingen naar buurman één. "Hoe heet dat ook alweer?", zweet hij. "Begint met een P", komt buurman één te hulp. Het mag niet baten, buurman twee moet passen. Dat komt er nou van als je opgroeit met plakken geel rubber die als kaas verkocht worden.
Behalve op noten, stort Noorwegen zich met Pasen ook massaal op "krim". Dat zijn van die boeken die een jaar of tien geleden in Nederland verkocht werden onder het kopje misdaadroman, maar die sinds een tijdje "literaire thriller" heten. Krim schrijven kunnen ze hier in Scandinavië wel, dus logisch dat dit populaire kost is. Lekker een beetje spanning in je hut bij het haardvuur. Of thuis op de bank natuurlijk. Wie liever tv kijkt dan leest, komt niets tekort, want elke avond wordt er wel wat spannends uitgezonden: Amerikaans, Brits, Deens, Noors, en vooral Zweeds. Onze oosterburen produceren krim aan de lopende band, in alle soorten en maten. Mooi hoor, maar wij hebben de beste schrijver: Jo Nesbø. Lekker puh!
Voor John is het natuurlijk vertrouwd om de hele week voor Pasen vrij te hebben, voor mij niet zo. Bij mij op het werk zijn we verplicht vrij, een regeling die stamt uit de tijd dat we nog min of meer een productiebedrijf. Eigenlijk vind ik het een regeling uit het stenen tijdperk, maar nu ik eenmaal vrij heb, moet ik zeggen dat ik het ook wel lekker vind. En als we niet gesloten waren geweest, hadden de meeste collega's waarschijnlijk toch vrij genomen, aangezien één op de vier Østlanders met Pasen in zijn berghut bivakkeert.
Wij gebruiken de paasvakantie om een paar kleine klusjes te doen en hier en daar een stukje taart te eten. Afgelopen zaterdag zaten we in een cafeetje in Skien te genieten van een heerlijk kopje koffie terwijl onze tafelburen zich vermaakten met de påskenøtter oftewel de paasnoten. Met Pasen, en trouwens ook met Kerst, worden er in Noorwegen heel wat noten gekraakt. Die noten, dat zijn raadseltjes, quizjes, puzzeltjes etc. De buren hadden zich op de grote kaasquiz gestort. -"Ronde, Nederlandse kaas met rode was eromheen", -"Edammer", -"goed". -"Italiaanse kaas, veel gebruikt in pasta's", -"eh","?". "Is dat niet van die kaas die altijd in zo'n bakje op tafel staat, met een lepeltje er in?". Buurman twee maakt kaasschepbewegingen naar buurman één. "Hoe heet dat ook alweer?", zweet hij. "Begint met een P", komt buurman één te hulp. Het mag niet baten, buurman twee moet passen. Dat komt er nou van als je opgroeit met plakken geel rubber die als kaas verkocht worden.
Behalve op noten, stort Noorwegen zich met Pasen ook massaal op "krim". Dat zijn van die boeken die een jaar of tien geleden in Nederland verkocht werden onder het kopje misdaadroman, maar die sinds een tijdje "literaire thriller" heten. Krim schrijven kunnen ze hier in Scandinavië wel, dus logisch dat dit populaire kost is. Lekker een beetje spanning in je hut bij het haardvuur. Of thuis op de bank natuurlijk. Wie liever tv kijkt dan leest, komt niets tekort, want elke avond wordt er wel wat spannends uitgezonden: Amerikaans, Brits, Deens, Noors, en vooral Zweeds. Onze oosterburen produceren krim aan de lopende band, in alle soorten en maten. Mooi hoor, maar wij hebben de beste schrijver: Jo Nesbø. Lekker puh!
dinsdag 23 maart 2010
Gasten
Vorige week dinsdag was het dan zover: Benjamin en Michan kwamen aan in Larvik. John kon ze tussen de lessen door ophalen van het vliegveld. Handig toch, dat we nu zo dicht bij Torp wonen.
Toen ik thuis kwam uit mijn werk zaten de mannen aan tafel achter hun respectievelijke laptops en ik ging er natuurlijk gezellig bijzitten.

Op de dagen dat wij moesten werken, vermaakten de gasten zich met een tochtje naar Sandefjord, diverse rondjes hardlopen, slapen en knuffelen met de katten.

's Avonds was eten de belangrijkste bezigheid, nou ja, voor drie van ons dan. Benjamin wist ook overdag de weg naar de keukenkastjes goed te vinden. De omloopsnelheid van de zakken met noten bereikte een hoogtepunt. Koken deden onze gasten ook. We hebben heerlijk gesmuld. Weliswaar meestal nogal laat op de avond (gemiddeld 21.00 uur?) maar dat mocht de pret niet drukken.


De gezonde maaltijden en frisse fruitshake-toetjes moesten natuurlijk een beetje gecompenseerd worden. Daar hadden de broertjes Romkes wel een oplossing voor: slagroom!

Als je in de winter op vakantie gaat in Noorwegen, moet je ook een bezoek aan de skipiste brengen, toch? Michan had tenslotte niet voor niks zijn snowboard meegesleept. Dus togen John, Michan en ik zondag naar Svarstad. Zij met hun snowboard, ik met mijn ski's. Benjamin hield thuis de katten gezelschap.
Ik mocht getuige zijn van een paar fraaie snowboard-capriolen. De filmpjes daarvan plak ik hier niet in, maar laat ik het zo zeggen: Sotsji 2014 lijkt niet echt een haalbare zaak...
Dan maar een foto'tje van John en Michan in stilstand.

Intussen zijn de mannen weer in Nederland. Het is wel een beetje stil in huis. Al zal die stilte niet zo lang duren, want de logeerkamer is al aardig volgeboekt de komende maanden.
Toen ik thuis kwam uit mijn werk zaten de mannen aan tafel achter hun respectievelijke laptops en ik ging er natuurlijk gezellig bijzitten.
Op de dagen dat wij moesten werken, vermaakten de gasten zich met een tochtje naar Sandefjord, diverse rondjes hardlopen, slapen en knuffelen met de katten.
's Avonds was eten de belangrijkste bezigheid, nou ja, voor drie van ons dan. Benjamin wist ook overdag de weg naar de keukenkastjes goed te vinden. De omloopsnelheid van de zakken met noten bereikte een hoogtepunt. Koken deden onze gasten ook. We hebben heerlijk gesmuld. Weliswaar meestal nogal laat op de avond (gemiddeld 21.00 uur?) maar dat mocht de pret niet drukken.
De gezonde maaltijden en frisse fruitshake-toetjes moesten natuurlijk een beetje gecompenseerd worden. Daar hadden de broertjes Romkes wel een oplossing voor: slagroom!
Als je in de winter op vakantie gaat in Noorwegen, moet je ook een bezoek aan de skipiste brengen, toch? Michan had tenslotte niet voor niks zijn snowboard meegesleept. Dus togen John, Michan en ik zondag naar Svarstad. Zij met hun snowboard, ik met mijn ski's. Benjamin hield thuis de katten gezelschap.
Ik mocht getuige zijn van een paar fraaie snowboard-capriolen. De filmpjes daarvan plak ik hier niet in, maar laat ik het zo zeggen: Sotsji 2014 lijkt niet echt een haalbare zaak...
Dan maar een foto'tje van John en Michan in stilstand.
Intussen zijn de mannen weer in Nederland. Het is wel een beetje stil in huis. Al zal die stilte niet zo lang duren, want de logeerkamer is al aardig volgeboekt de komende maanden.
maandag 15 maart 2010
De zon, de verrekijker en de bank
De afgelopen weken heb ik een paar keer gedacht: "Zal ik weer eens een blogje schrijven?" Maar waarover dan? Zelfs in Noorwegen gebeurt er niet elke week iets spannends en dat het eindelijk lente aan het worden is, is nou ook niet echt wereldnieuws. Wel fijn hoor, daar niet van. De vogeltjes fluiten en de fiets is weer van stal gehaald.
Op zonnige dagen wordt het zo warm in huis dat de verwarming nauwelijks nog aan hoeft. Tegelijkertijd wordt pijnlijk duidelijk dat de ramen nodig eens gelapt moeten worden.
Meteen maar gedaan. We waren toch in een opruimerige bui, omdat morgen ons eerste bezoek van 2010 op de stoep staat. Benjamin en Michan komen Larvik onveilig maken. Gezellig, het is al weer even geleden dat we logees hadden.
In een aanval van kluslust besloot John de drie nog ontbrekende plafondlampen in de benedenkamers te monteren. Om lampen te vinden, moest ik eerst een vijftiental dozen doorspitten, maar het resultaat mocht er zijn: een uitgebreid assortiment aan lampen en als bonus de verrekijker die we sinds Almere niet meer gezien hadden. Geen boot op de Larviksfjord zal nog veilig zijn voor onze spiedende blik.
Ook hebben we weer eens de jacht op een nieuwe bank geopend. Eens in de zoveel tijd zeggen we tegen elkaar dat we de Ikea-bank eens moeten vervangen door een exemplaar dat wèl lekker zit, maar veel verder dan dat zijn we nog niet gekomen. Intussen wordt de Ikea volop beslapen door de katten, die het duidelijk een prima ding vinden.
Dankzij de centrale ligging van Larvik (vergeleken met Risør) hoeven we nu niet meer een hele dag uit te trekken voor het bezichtigen van één bank die als het een beetje tegenzit ook nog eens niet in de winkel te bewonderen is, meestal van vanwege gebrek aan belangstelling voor het model in kwestie want "ja, de mensen willen toch het liefst Noors, hè, gewoon iets wat vertrouwd is."
Afgelopen zaterdag lukte het zelfs om op één en dezelfde dag te skiën en meubels te kijken zonder dat we daarvoor in het donker van huis moesten cq thuis kwamen.
De aanschaf van een bank lijkt nog ver weg, al hebben we nu wel een paar leuke modellen gezien (Deens en jawel....Noors). Helaas hebben we ons favoriete model nog niet in de winkel aangetroffen en om nou een bank te kopen zonder er ooit op gezeten te hebben, tja. Voorlopig hoeven de katten hun slaapplaats nog niet te missen, denk ik.
Op zonnige dagen wordt het zo warm in huis dat de verwarming nauwelijks nog aan hoeft. Tegelijkertijd wordt pijnlijk duidelijk dat de ramen nodig eens gelapt moeten worden.
Meteen maar gedaan. We waren toch in een opruimerige bui, omdat morgen ons eerste bezoek van 2010 op de stoep staat. Benjamin en Michan komen Larvik onveilig maken. Gezellig, het is al weer even geleden dat we logees hadden.
In een aanval van kluslust besloot John de drie nog ontbrekende plafondlampen in de benedenkamers te monteren. Om lampen te vinden, moest ik eerst een vijftiental dozen doorspitten, maar het resultaat mocht er zijn: een uitgebreid assortiment aan lampen en als bonus de verrekijker die we sinds Almere niet meer gezien hadden. Geen boot op de Larviksfjord zal nog veilig zijn voor onze spiedende blik.
Ook hebben we weer eens de jacht op een nieuwe bank geopend. Eens in de zoveel tijd zeggen we tegen elkaar dat we de Ikea-bank eens moeten vervangen door een exemplaar dat wèl lekker zit, maar veel verder dan dat zijn we nog niet gekomen. Intussen wordt de Ikea volop beslapen door de katten, die het duidelijk een prima ding vinden.
Dankzij de centrale ligging van Larvik (vergeleken met Risør) hoeven we nu niet meer een hele dag uit te trekken voor het bezichtigen van één bank die als het een beetje tegenzit ook nog eens niet in de winkel te bewonderen is, meestal van vanwege gebrek aan belangstelling voor het model in kwestie want "ja, de mensen willen toch het liefst Noors, hè, gewoon iets wat vertrouwd is."
Afgelopen zaterdag lukte het zelfs om op één en dezelfde dag te skiën en meubels te kijken zonder dat we daarvoor in het donker van huis moesten cq thuis kwamen.
De aanschaf van een bank lijkt nog ver weg, al hebben we nu wel een paar leuke modellen gezien (Deens en jawel....Noors). Helaas hebben we ons favoriete model nog niet in de winkel aangetroffen en om nou een bank te kopen zonder er ooit op gezeten te hebben, tja. Voorlopig hoeven de katten hun slaapplaats nog niet te missen, denk ik.
zaterdag 20 februari 2010
Sneeuwduinen
"Beetje tevreden met je leven als sneeuwpop?", vraagt John als ik doelloos voor me uit starend aan tafel zit. "Hmmm",mompel ik en kijk mismoedig naar buiten. Sneeuw, sneeuw, en nog eens sneeuw. Het houdt maar niet op. Omdat het ook nog eens hard waait, ziet de wereld om ons heen er uit als een enorme sneeuwwoestijn. Op het terras hebben zich fraaie sneeuwduinen van anderhalve meter hoog gevormd, terwijl bij de achterdeur nog gewoon de stenen te zien zijn.
Vandaag is het zaterdag en het is de hoogste tijd om boodschappen te doen, getuige de eenzame avocado die ons aanstaart vanaf de fruitschaal en de drie brokjes die nog in de zak met kattenvoer zitten. Om de auto op de weg te krijgen moet er echter eerst gewerkt worden. Aan de slag met de sneeuwschuiver dan maar weer. Waar zal ik de sneeuw nu weer eens laten? Zoveel plaats is er niet meer. En waar zijn eigenlijk de vuilnisbakken gebleven? Gisteren stonden ze toch echt daar. Daar staan ze nu waarschijnlijk nog steeds, maar dan volledig ingesneeuwd.
Na een half uurtje werken, kan John met de auto richting supermarkt en is het huis weer min of meer bereikbaar. Voor even dan, want voorlopig blijft het nog sneeuwen en waaien. Wij blijven de rest van het weekend lekker binnen. Met een gevulde voorraadkast en de olympische spelen op tv moet dat geen probleem zijn.
zaterdag 6 februari 2010
Sneeuwschuiver
Voor me op het parkeerterrein van de supermarkt liepen een man en een vrouw met hun zoontje van een jaar of vier. Dat wil zeggen: de man en de vrouw liepen, de koter hing huilend bij papa op de rug. Dikke tranen biggelden over zijn koterwangetjes. In zijn knuistjes had hij een knalblauw mini-sneeuwschuivertje.
Het was eigenlijk vooral dat sneeuwschuivertje dat mijn aandacht trok. Ik begon te filosoferen over de taferelen die mogelijk aan de aanschaf van het ding vooraf waren gegaan. Had kleine Lukas (ik neem voor het gemak maar de populairste Noorse jongensnaam van de afgelopen jaren) dagen lopen zeuren om een sneeuwschuiver en 'm nu eindelijk gekregen? Maar waarom huilde hij dan? Wilde hij soms geen blauwe?
Of was de aanschaf onderwerp geweest van een serieus gesprek tussen vader en moeder terwijl Lukas in zijn bedje lag? "Zou hij al aan zijn eerste sneeuwschuiver toe zijn, wat denk jij?" "Mwah, ik weet niet, hij is nog wel wat jong." "Ach, kom op, we doen het, met sneeuwschuiven kun je tenslotte niet vroeg genoeg beginnen."
Hoe dan ook, Lukas zal zich naar hartenlust kunnen uitleven met zijn sneeuwschuivertje. Het is hier namelijk nog steeds volop winter.
Toen ik afgelopen woensdag op was gestaan en Nelson naar buiten wilde laten, zag ik dat er weer een flink pak sneeuw was gevallen. Voor Nelson reden om bij de deur rechtsomkeert te maken, voor mij reden om de schep uit de schuur te halen en een pad van de voordeur naar de weg te gaan graven. De overbuurman was ook al uit de veren en ging de sneeuw op zijn oprit te lijf met zijn sneeuwfrees. Ik was klaar met het paadje en ging naar achteren om de sneeuw bij de bijkeukendeur weg te vegen. Konden de katten ook weer naar buiten. Nelson en Pebbles mogen dan Maine Coons zijn, er is bar weinig van te merken dat hun ras oorspronkelijk in een ruig gebied met koude winters leefde.
Toen ik terug kwam aan de voorkant van het huis, was de overbuurman ons wandelpaadje aan het omtoveren in een keurig schoon, breed pad. Aardig toch? Later op de dag freesde hij ook nog eens de rest van de oprit. Fluitje van een cent. Wij waren natuurlijk erg blij met de hulp. Aan de andere kant vroegen we ons later hardop af welke dugnad we hier in de toekomst nu eens tegenover moesten stellen. Dugnad is een begrip dat je eigenlijk niet letterlijk in het Nederlands kunt vertalen, maar je kunt het zien als een mix van burenhulp en vrijwilligerswerk. Garage bouwen, speeltuin opknappen? Dugnad. In kleinere plaatsen is het zelfs nog gebruikelijk dat inwoners via een A4-tje bij de supermarkt opgeroepen worden tot dugnad, als het om iets gaat dat voor algemeen gebruik is. In grotere plaatsen waar niet iedereen elkaar kent, ligt dat anders. Ik stel me zo voor dat de dugnad daar op z'n retour is. Even op internet kijken, hier is vast al eens onderzoek naar gedaan. Ja hoor, dugnad leeft het meest in kleine dorpen en ... in Oslo. Toch een beetje verrassend.
Wat onze buren-wederdienst wordt, zien we dan wel weer. Met een beetje geluk valt er zelfs over te bloggen.
Het was eigenlijk vooral dat sneeuwschuivertje dat mijn aandacht trok. Ik begon te filosoferen over de taferelen die mogelijk aan de aanschaf van het ding vooraf waren gegaan. Had kleine Lukas (ik neem voor het gemak maar de populairste Noorse jongensnaam van de afgelopen jaren) dagen lopen zeuren om een sneeuwschuiver en 'm nu eindelijk gekregen? Maar waarom huilde hij dan? Wilde hij soms geen blauwe?
Of was de aanschaf onderwerp geweest van een serieus gesprek tussen vader en moeder terwijl Lukas in zijn bedje lag? "Zou hij al aan zijn eerste sneeuwschuiver toe zijn, wat denk jij?" "Mwah, ik weet niet, hij is nog wel wat jong." "Ach, kom op, we doen het, met sneeuwschuiven kun je tenslotte niet vroeg genoeg beginnen."
Hoe dan ook, Lukas zal zich naar hartenlust kunnen uitleven met zijn sneeuwschuivertje. Het is hier namelijk nog steeds volop winter.
Toen ik afgelopen woensdag op was gestaan en Nelson naar buiten wilde laten, zag ik dat er weer een flink pak sneeuw was gevallen. Voor Nelson reden om bij de deur rechtsomkeert te maken, voor mij reden om de schep uit de schuur te halen en een pad van de voordeur naar de weg te gaan graven. De overbuurman was ook al uit de veren en ging de sneeuw op zijn oprit te lijf met zijn sneeuwfrees. Ik was klaar met het paadje en ging naar achteren om de sneeuw bij de bijkeukendeur weg te vegen. Konden de katten ook weer naar buiten. Nelson en Pebbles mogen dan Maine Coons zijn, er is bar weinig van te merken dat hun ras oorspronkelijk in een ruig gebied met koude winters leefde.
Toen ik terug kwam aan de voorkant van het huis, was de overbuurman ons wandelpaadje aan het omtoveren in een keurig schoon, breed pad. Aardig toch? Later op de dag freesde hij ook nog eens de rest van de oprit. Fluitje van een cent. Wij waren natuurlijk erg blij met de hulp. Aan de andere kant vroegen we ons later hardop af welke dugnad we hier in de toekomst nu eens tegenover moesten stellen. Dugnad is een begrip dat je eigenlijk niet letterlijk in het Nederlands kunt vertalen, maar je kunt het zien als een mix van burenhulp en vrijwilligerswerk. Garage bouwen, speeltuin opknappen? Dugnad. In kleinere plaatsen is het zelfs nog gebruikelijk dat inwoners via een A4-tje bij de supermarkt opgeroepen worden tot dugnad, als het om iets gaat dat voor algemeen gebruik is. In grotere plaatsen waar niet iedereen elkaar kent, ligt dat anders. Ik stel me zo voor dat de dugnad daar op z'n retour is. Even op internet kijken, hier is vast al eens onderzoek naar gedaan. Ja hoor, dugnad leeft het meest in kleine dorpen en ... in Oslo. Toch een beetje verrassend.
Wat onze buren-wederdienst wordt, zien we dan wel weer. Met een beetje geluk valt er zelfs over te bloggen.
zondag 24 januari 2010
Januari
Januari gaat tergend traag voorbij. Het is niet mijn maand. Dat was het niet in Nederland en dat is het hier ook niet. De dagen zijn nog steeds kort, hoewel ik 's middags op weg van mijn werk naar huis de reflectiebandjes al niet meer om hoef. Het gaat dus wel de goede kant op. En door de sneeuw lijkt het lichter dan het eigenlijk is, dat is toch ook een pluspuntje. Maar zon hebben we te weinig deze maand. Het is grijs wat de klok slaat: grijs met lichte sneeuwval, of grijs en droog. Zeg maar hoe je het hebben wilt. Koud is het niet echt meer, rond de -3, dan hebben we het wel gehad. Na de koude-periode van een paar weken geleden, voelt dit aan als een behaaglijke buitentemperatuur, al bijna warm genoeg om zonder handschoenen op pad te gaan. Geef ons nog een paar jaar in Noorwegen en we lopen bij +5 rond in een t-shirtje met korte mouwen.
Goed, het is zaterdag 23 januari en triest weer. Wat doe je dan als inwoner van de provincie Vestfold? Als je Noor bent, ga je waarschijnlijk naar het NK langlauf dat gehouden wordt in Stokke, een half uurtje bij ons vandaan. Voor ons geen Stokke. Wij vertrokken naar Kristiansand voor het NK indoor atletiek voor veteranen. Na een jaar met blessureleed, had John de laatste tijd eindelijk weer behoorlijk kunnen trainen en hij wilde eens kijken hoe hij er voor stond op de 800 meter.
Het NK werd gehouden in een groot uitgevallen sporthal waar een loopronde met de weinig courante afmeting van 166 meter was aangelegd. Als toeschouwer had ik natuurlijk ruim de tijd om het geheel uitgebreid te bekijken. Het deed mijn januari-humeur geen goed. Wat een triestheid. Trieste sporthallen vind je niet alleen in Noorwegen, dat weet ik ook wel. Ik hoef alleen maar terug te denken aan 15 jaar met competitie-badminton in Nederland: rommelige accommodaties variërend van uit de kluiten gewassen gymzalen waar je de shuttle tien keer per wedstrijd tegen de aan het plafond gemonteerde ringen sloeg tot grote hallen waar het zo koud was dat je aan het eind van de wedstrijd nog steeds stond te klappertanden. Ongezellige kantines met koffie die te lang op de warmhoudplaat had gestaan, wc's zonder papier, glibberige douches met kranen waar te koud/te heet/te weinig water uit kwam. Wie kent het niet? En in Noorwegen hebben ze dus ook van die sporthallen. Maakt de integratie weer wat makkelijker.
John werd Noors kampioen in de leeftijdsklasse 45-49. De andere deelnemer in die klasse won zilver......
In totaal verschenen er zeven "veteranen" aan de start van de 800 meter, verdeeld over verschillende leeftijdsklassen. John begon en eindigde eenzaam vooraan, hetgeen bij de toeschouwers tot groot enthousiasme leidde. Dat was dan wel weer leuk.
De winnaar zelf meldde na afloop dat het met de vorm nog zozo was en dat hij wel klaar was met de Noorse veteranen-atletiek: te weinig te beleven.
Dit illustreert mooi de vicieuze cirkel waar de volwassenen-sport hier in zit: weinig actieve sporters, voor velen grote reisafstanden naar evenementen, waardoor er droevig weinig deelnemers zijn, waardoor uiteindelijk de laatste deelnemers ook afhaken. Hoe kun je wedstrijdsport "in de breedte" levend houden in een land met zo weinig inwoners per vierkante meter en lange reistijden?
Ik geloof niet dat ik het antwoord op deze vraag ga vinden. Niet in januari in elk geval.
Goed, het is zaterdag 23 januari en triest weer. Wat doe je dan als inwoner van de provincie Vestfold? Als je Noor bent, ga je waarschijnlijk naar het NK langlauf dat gehouden wordt in Stokke, een half uurtje bij ons vandaan. Voor ons geen Stokke. Wij vertrokken naar Kristiansand voor het NK indoor atletiek voor veteranen. Na een jaar met blessureleed, had John de laatste tijd eindelijk weer behoorlijk kunnen trainen en hij wilde eens kijken hoe hij er voor stond op de 800 meter.
Het NK werd gehouden in een groot uitgevallen sporthal waar een loopronde met de weinig courante afmeting van 166 meter was aangelegd. Als toeschouwer had ik natuurlijk ruim de tijd om het geheel uitgebreid te bekijken. Het deed mijn januari-humeur geen goed. Wat een triestheid. Trieste sporthallen vind je niet alleen in Noorwegen, dat weet ik ook wel. Ik hoef alleen maar terug te denken aan 15 jaar met competitie-badminton in Nederland: rommelige accommodaties variërend van uit de kluiten gewassen gymzalen waar je de shuttle tien keer per wedstrijd tegen de aan het plafond gemonteerde ringen sloeg tot grote hallen waar het zo koud was dat je aan het eind van de wedstrijd nog steeds stond te klappertanden. Ongezellige kantines met koffie die te lang op de warmhoudplaat had gestaan, wc's zonder papier, glibberige douches met kranen waar te koud/te heet/te weinig water uit kwam. Wie kent het niet? En in Noorwegen hebben ze dus ook van die sporthallen. Maakt de integratie weer wat makkelijker.
John werd Noors kampioen in de leeftijdsklasse 45-49. De andere deelnemer in die klasse won zilver......
In totaal verschenen er zeven "veteranen" aan de start van de 800 meter, verdeeld over verschillende leeftijdsklassen. John begon en eindigde eenzaam vooraan, hetgeen bij de toeschouwers tot groot enthousiasme leidde. Dat was dan wel weer leuk.
De winnaar zelf meldde na afloop dat het met de vorm nog zozo was en dat hij wel klaar was met de Noorse veteranen-atletiek: te weinig te beleven.
Dit illustreert mooi de vicieuze cirkel waar de volwassenen-sport hier in zit: weinig actieve sporters, voor velen grote reisafstanden naar evenementen, waardoor er droevig weinig deelnemers zijn, waardoor uiteindelijk de laatste deelnemers ook afhaken. Hoe kun je wedstrijdsport "in de breedte" levend houden in een land met zo weinig inwoners per vierkante meter en lange reistijden?
Ik geloof niet dat ik het antwoord op deze vraag ga vinden. Niet in januari in elk geval.
maandag 11 januari 2010
Winterplaatjes
vrijdag 1 januari 2010
35 graden verschil
Wij wensen alle blogvolgers een mooi 2010!
Het nieuwe jaar begon voor ons in de auto. Na een weekje Egypte waren we op weg van Gardermoen naar huis.
Een week zon in de kerstvakantie was ons vorig jaar zo goed bevallen dat we dit jaar besloten op herhaling te gaan.
Op 24 december worden we om 7 uur 's ochtends verwacht op Gardermoen en de avond van de 23e liggen we goed op schema. Oppas voor de katten is geregeld, de koffers zijn gepakt, de weersverwachting is goed. Alhoewel..... Ik kijk uit het raam en zie dat het sneeuwt. Huh? Dat was niet voorspeld! Met veel moeite kan ik John overhalen de opsta- en vertrektijd een uur te vervroegen. Daar moet echter wel wat tegenover staan: 1 lunchtraktatie voor elke 10 minuten die we eerder dan 7 uur bij de incheckbalie staan. Omgekeerd krijg ik 1 lunch voor elke 10 minuten die we na zevenen aankomen. Afgesproken!
Als we vertrekken is het droog, maar na nog geen vijf minuten rijden begint het te sneeuwen: grote, natte vlokken die het zicht beperken en de weg moeilijk berijdbaar maken. Terwijl de sneeuw onverminderd met bakken uit de lucht komt, slakken we over de E18. Pas in de buurt van Oslo komt er wat meer verkeer en wordt het makkelijker rijden. Eindelijk zijn we dan op Gardermoen. We zetten de auto in de parkeergarage en lopen naar de incheckbalie. Het is 07:04, er gaat niet getrakteerd worden.
Op Gardermoen laten ze zich door een paar sneeuwbuien niet uit het veld slaan en even later zijn we onderweg naar Hurghada.
We zijn gewaarschuwd voor lange rijen voor de paspoortcontrole en het visumstempel-loket, maar alles gaat supersnel. We worden in razend tempo door alle controles gejaagd en racen van het ene mannetje met een "Apollo"-bordje (onze reisorganisatie) naar het volgende mannetje met zo'n zelfde bordje. Het is lang geleden dat we een "wij hebben alles voor u voorgekauwd" reis hebben gemaakt. Tjonge wat makkelijk is dat: achter de meute aanhobbelen zonder zelf ook maar iets te hoeven regelen. Eenmaal bij het hotel gaat het op dezelfde voet verder. Overal is een mannetje voor en elk mannetje hoopt op een fooi. Maar dat mag de pret niet drukken. Het doel van deze vakantie was tenslotte om weinig te doen en bij te komen van de drukke maanden met een verhuizing en nieuwe banen.
Dat weinig doen lukt uitstekend met elke dag zon en een temperatuur van rond de 25 graden. Dat er in de nabije omgeving voornamelijk zand, zand en zand is, helpt ook. Eén dag maken we een uitstapje: met een boot naar een eiland, snorkelen, en met de boot weer terug. Snorkelen hadden we nog nooit gedaan en we vonden het allebei erg leuk. Zelfs in het kleine gebiedje waar we waren, was al een hoop te zien. Zoveel verschillende gekleurde vissen, net of we in een aquarium zwommen.
Terug op de boot krijgen we een late lunch en genieten we van de middagzon. Met de haven al in zicht, gebeurt er iets onverwachts: boem-stop-ho, de boot is vastgelopen. Geen wonder want zo te zien is het hier niet veel dieper dan een meter. Wat nu? Met z'n allen naar de voorkant, boot in z'n achteruit....niets. Een collega-boot schiet te hulp. Sleepkabels aangekoppeld, met z'n allen naar de zijkant, motor starten....niets. Er komt nog een boot bij, kabels verdelen over de twee boten, starten en......ja, we zijn los. Ha, toch nog wat beleefd deze vakantie!
Uitgerust en gebruind laten we ons donderdagmiddag weer ophalen door het Apollobusje. Op het vliegveld ondergaan we de hele controleprocedure, maar dan in omgekeerde volgorde. Wat een heksenketel. Alles gaat weer snel, hup-hup-volgende, bam-bam-bam, stempels in je paspoort en doorlopen. Elke keer als er een gate opengaat voor het instappen, worden passagiers op luide en dwingende toon aangespoord on-mid-del-lijk in de rij te gaan staan. Even later zitten we in het vliegtuig en zetten we, met de zonsondergang aan onze linkerhand, koers richting Oslo.
De laatste keer dat we het weerbericht bekeken, werd er op Gardermoen aanhoudende koude met temperaturen tot -20 voorspeld. Het was dus even afwachten of de auto zou starten. Gelukkig doet-ie het meteen. Het is dan ook niet kouder dan -10. Slechts 35 graden verschil met Egypte. Terwijl om ons heen het nieuwe jaar wordt ingeluid, tuffen we naar Larvik. Net als op de heenweg, sneeuwt het, maar nu is het gelukkig veel kouder en is de sneeuw licht en droog.
De buren zijn zo aardig geweest een pad van de weg naar de voordeur uit te graven zodat we ook de laatste meters zonder problemen kunnen afleggen. Even de katten knuffelen en dan snel slapen.
Gelukkig nieuwjaar!
Het nieuwe jaar begon voor ons in de auto. Na een weekje Egypte waren we op weg van Gardermoen naar huis.
Een week zon in de kerstvakantie was ons vorig jaar zo goed bevallen dat we dit jaar besloten op herhaling te gaan.
Op 24 december worden we om 7 uur 's ochtends verwacht op Gardermoen en de avond van de 23e liggen we goed op schema. Oppas voor de katten is geregeld, de koffers zijn gepakt, de weersverwachting is goed. Alhoewel..... Ik kijk uit het raam en zie dat het sneeuwt. Huh? Dat was niet voorspeld! Met veel moeite kan ik John overhalen de opsta- en vertrektijd een uur te vervroegen. Daar moet echter wel wat tegenover staan: 1 lunchtraktatie voor elke 10 minuten die we eerder dan 7 uur bij de incheckbalie staan. Omgekeerd krijg ik 1 lunch voor elke 10 minuten die we na zevenen aankomen. Afgesproken!
Als we vertrekken is het droog, maar na nog geen vijf minuten rijden begint het te sneeuwen: grote, natte vlokken die het zicht beperken en de weg moeilijk berijdbaar maken. Terwijl de sneeuw onverminderd met bakken uit de lucht komt, slakken we over de E18. Pas in de buurt van Oslo komt er wat meer verkeer en wordt het makkelijker rijden. Eindelijk zijn we dan op Gardermoen. We zetten de auto in de parkeergarage en lopen naar de incheckbalie. Het is 07:04, er gaat niet getrakteerd worden.
Op Gardermoen laten ze zich door een paar sneeuwbuien niet uit het veld slaan en even later zijn we onderweg naar Hurghada.
We zijn gewaarschuwd voor lange rijen voor de paspoortcontrole en het visumstempel-loket, maar alles gaat supersnel. We worden in razend tempo door alle controles gejaagd en racen van het ene mannetje met een "Apollo"-bordje (onze reisorganisatie) naar het volgende mannetje met zo'n zelfde bordje. Het is lang geleden dat we een "wij hebben alles voor u voorgekauwd" reis hebben gemaakt. Tjonge wat makkelijk is dat: achter de meute aanhobbelen zonder zelf ook maar iets te hoeven regelen. Eenmaal bij het hotel gaat het op dezelfde voet verder. Overal is een mannetje voor en elk mannetje hoopt op een fooi. Maar dat mag de pret niet drukken. Het doel van deze vakantie was tenslotte om weinig te doen en bij te komen van de drukke maanden met een verhuizing en nieuwe banen.
Dat weinig doen lukt uitstekend met elke dag zon en een temperatuur van rond de 25 graden. Dat er in de nabije omgeving voornamelijk zand, zand en zand is, helpt ook. Eén dag maken we een uitstapje: met een boot naar een eiland, snorkelen, en met de boot weer terug. Snorkelen hadden we nog nooit gedaan en we vonden het allebei erg leuk. Zelfs in het kleine gebiedje waar we waren, was al een hoop te zien. Zoveel verschillende gekleurde vissen, net of we in een aquarium zwommen.
Terug op de boot krijgen we een late lunch en genieten we van de middagzon. Met de haven al in zicht, gebeurt er iets onverwachts: boem-stop-ho, de boot is vastgelopen. Geen wonder want zo te zien is het hier niet veel dieper dan een meter. Wat nu? Met z'n allen naar de voorkant, boot in z'n achteruit....niets. Een collega-boot schiet te hulp. Sleepkabels aangekoppeld, met z'n allen naar de zijkant, motor starten....niets. Er komt nog een boot bij, kabels verdelen over de twee boten, starten en......ja, we zijn los. Ha, toch nog wat beleefd deze vakantie!
Uitgerust en gebruind laten we ons donderdagmiddag weer ophalen door het Apollobusje. Op het vliegveld ondergaan we de hele controleprocedure, maar dan in omgekeerde volgorde. Wat een heksenketel. Alles gaat weer snel, hup-hup-volgende, bam-bam-bam, stempels in je paspoort en doorlopen. Elke keer als er een gate opengaat voor het instappen, worden passagiers op luide en dwingende toon aangespoord on-mid-del-lijk in de rij te gaan staan. Even later zitten we in het vliegtuig en zetten we, met de zonsondergang aan onze linkerhand, koers richting Oslo.
De laatste keer dat we het weerbericht bekeken, werd er op Gardermoen aanhoudende koude met temperaturen tot -20 voorspeld. Het was dus even afwachten of de auto zou starten. Gelukkig doet-ie het meteen. Het is dan ook niet kouder dan -10. Slechts 35 graden verschil met Egypte. Terwijl om ons heen het nieuwe jaar wordt ingeluid, tuffen we naar Larvik. Net als op de heenweg, sneeuwt het, maar nu is het gelukkig veel kouder en is de sneeuw licht en droog.
De buren zijn zo aardig geweest een pad van de weg naar de voordeur uit te graven zodat we ook de laatste meters zonder problemen kunnen afleggen. Even de katten knuffelen en dan snel slapen.
Gelukkig nieuwjaar!
dinsdag 22 december 2009
Koud hè?
Vanaf morgen heb ik anderhalve week vrij. Lekker even bijkomen van alle drukte van het afgelopen half jaar. Voor John begon de vakantie vrijdag al. Na een weekendje in de Nederlandse sneeuw is hij gisteravond, zij het met enige vertraging, weer thuis gekomen.
Ik zat intussen ook in de sneeuw, maar zo spectaculair als in Nederland was het hier niet. Koud was het wel af en toe, vooral toen zondagmiddag de verwarming uitviel.
We hebben een oerhollandse centrale verwarming, enige verschil is dat we hier op olie stoken in plaats van op gas.
Ik zat lekker met een boek in een luie stoel, kaarsjes aan, toen ik opeens het gevoel kreeg dat het kouder werd in huis. De thermometer bevestigde mijn vermoedens en de radiatoren waren hooguit een beetje lauw. Op naar het stookhok dan maar en kijken of in de brander weer aan de praat kon krijgen. Deze sprong wel aan, maar ook meteen weer uit. Hmm, slecht teken. Dan maar ons kleine draagbare elektrische kacheltje van stal halen. Zal ik de loodgieter vandaag bellen of morgenochtend? Ik bel hem op en vraag of hij maandagochtend vroeg kan komen. Dat is goed. een uur later gaat de bel. Daar staat de loodgieter! "Ik dacht ik kom gelijk maar even". Hij neemt een kijkje in het stookhok en komt tot de conclusie dat de olie op is. Niet grappig! De vorige bewoners dachten dat we het tot februari zouden redden met de voorraad, maar dat was dus iets te optimistisch. Gelukkig bleek de olieboer een goede bekende van de loodgieter en even later was afgesproken dat de olie maandagochtend geleverd zou worden. Toen ik maandagmiddag thuis kwam uit mijn werk brandde de verwarming weer volop en was de temperatuur in de kamer stijgende. Ik geloof dat we erg geboft hebben met onze (gepensioneerde) loodgieter want om me heen klagen mijn collega's steen en been over de slechte service van loodgieters, schilders en andere klussers, en onze eigen eerdere ervaringen met de Noorse kluswereld waren ook niet bepaald om over naar huis te schrijven.
Dit weekend heb ik ook de ijsbaan uitgeprobeerd. Leuk om weer te schaatsen.
Op mijn noren had ik zoals gewoonlijk nogal wat bekijks, maar ik keek om mijn beurt mijn ogen uit toen ik een dreumes voorbij zag scheuren op klapschaatsen. Hij was amper twee turven hoog, maar ging als een dolle over het ijs. Met vallen en opstaan weliswaar, maar hard ging het. "Die heeft vast Nederlandse ouders", dacht ik, om meteen daarna vast te stellen dat dat een idiote gedachte was. Er zijn tenslotte ook Noren die kunnen schaatsen. Larvik organiseerde in 1977 zelfs het EK, waar de vier S-en genadeloos toesloegen. Slechts twee keer brons voor Nederland, zie ik in de statistieken. De lokale schaatsclub heeft ook enkele bekendheden voortgebracht waaronder Tom Erik Oxholm, tegenwoordig eigenaar van een grote fitnessclub hier in de stad. De laatste decennia lijkt Larvik echter niet meer zo mee te doen op het hoogste schaatsniveau.
Toen ik op het punt stond naar huis te gaan, werd ik aangesproken door twee kinderen die mijn schaatsen erg interessant vonden. Ik vroeg of ze de dreumes hadden zien rijden. Ja, dat hadden ze. En hij ging inderdaad hard, maar wat ze niet snapten was waarom hij op kapotte schaatsen reed, met van die ijzers die er half afhingen. Zo raar....
Ik zat intussen ook in de sneeuw, maar zo spectaculair als in Nederland was het hier niet. Koud was het wel af en toe, vooral toen zondagmiddag de verwarming uitviel.
We hebben een oerhollandse centrale verwarming, enige verschil is dat we hier op olie stoken in plaats van op gas.
Ik zat lekker met een boek in een luie stoel, kaarsjes aan, toen ik opeens het gevoel kreeg dat het kouder werd in huis. De thermometer bevestigde mijn vermoedens en de radiatoren waren hooguit een beetje lauw. Op naar het stookhok dan maar en kijken of in de brander weer aan de praat kon krijgen. Deze sprong wel aan, maar ook meteen weer uit. Hmm, slecht teken. Dan maar ons kleine draagbare elektrische kacheltje van stal halen. Zal ik de loodgieter vandaag bellen of morgenochtend? Ik bel hem op en vraag of hij maandagochtend vroeg kan komen. Dat is goed. een uur later gaat de bel. Daar staat de loodgieter! "Ik dacht ik kom gelijk maar even". Hij neemt een kijkje in het stookhok en komt tot de conclusie dat de olie op is. Niet grappig! De vorige bewoners dachten dat we het tot februari zouden redden met de voorraad, maar dat was dus iets te optimistisch. Gelukkig bleek de olieboer een goede bekende van de loodgieter en even later was afgesproken dat de olie maandagochtend geleverd zou worden. Toen ik maandagmiddag thuis kwam uit mijn werk brandde de verwarming weer volop en was de temperatuur in de kamer stijgende. Ik geloof dat we erg geboft hebben met onze (gepensioneerde) loodgieter want om me heen klagen mijn collega's steen en been over de slechte service van loodgieters, schilders en andere klussers, en onze eigen eerdere ervaringen met de Noorse kluswereld waren ook niet bepaald om over naar huis te schrijven.
Dit weekend heb ik ook de ijsbaan uitgeprobeerd. Leuk om weer te schaatsen.
Op mijn noren had ik zoals gewoonlijk nogal wat bekijks, maar ik keek om mijn beurt mijn ogen uit toen ik een dreumes voorbij zag scheuren op klapschaatsen. Hij was amper twee turven hoog, maar ging als een dolle over het ijs. Met vallen en opstaan weliswaar, maar hard ging het. "Die heeft vast Nederlandse ouders", dacht ik, om meteen daarna vast te stellen dat dat een idiote gedachte was. Er zijn tenslotte ook Noren die kunnen schaatsen. Larvik organiseerde in 1977 zelfs het EK, waar de vier S-en genadeloos toesloegen. Slechts twee keer brons voor Nederland, zie ik in de statistieken. De lokale schaatsclub heeft ook enkele bekendheden voortgebracht waaronder Tom Erik Oxholm, tegenwoordig eigenaar van een grote fitnessclub hier in de stad. De laatste decennia lijkt Larvik echter niet meer zo mee te doen op het hoogste schaatsniveau.
Toen ik op het punt stond naar huis te gaan, werd ik aangesproken door twee kinderen die mijn schaatsen erg interessant vonden. Ik vroeg of ze de dreumes hadden zien rijden. Ja, dat hadden ze. En hij ging inderdaad hard, maar wat ze niet snapten was waarom hij op kapotte schaatsen reed, met van die ijzers die er half afhingen. Zo raar....
maandag 14 december 2009
Vleesschotel in boshut
Zaterdagochtend werd ik wakker en het eerste wat ik dacht was: "Oef, dat hebben we ook weer gehad."
Bij de gemeente Risør hadden we een uiterst beperkt budget voor sociale activiteiten en dit jaar was de hele pot was besteed aan een zomerfeest (waar ik niet bij kon zijn, maar dat was niet zo heel erg aangezien het op de bewuste avond goot van de lucht waardoor het geen bruisend buitenfeest werd maar een slappe avond in een triest hotel met een enigszins depressieve aftandse zanger die voortijdig het toneel verliet).
Met een lege feestkas is het slecht feesten en dus was besloten dat er dit jaar geen kerstetentje zou komen. Ach, wat jammer nou......
Maar ja, toen kwam de verhuizing.
Op 5 oktober begon ik in mijn nieuwe baan. Op 8 oktober kwam er een mailtje: "Goedemorgen Emmy, op 11 december is het jaarlijkse julebord. We hopen dat je komt. Groetjes, de feestcommissie."
Tja, wat nu?
Eén van de hoofdpunten in mijn functieomschrijving is aandacht voor het werkklimaat, zowel het fysieke (voorkomen van muisarmen enzo) als het sociale. Mooie verhalen houden en dan vervolgens niet op komen dagen op het julebord, dat vind ik eigenlijk niet kunnen. Ik voel me moreel verplicht om er heen te gaan. En eerlijk gezegd was ik ook wel een klein beetje nieuwsgierig, want het zou geen standaard kerstetentje in een restaurant zijn, maar een koud buffet in een "hut" in het bos.
Ik begon tijdig met de voorbereidingen. Zoals ik vorig jaar al schreef, is kleding erg belangrijk tijdens het kerstgebeuren. Om stress te voorkomen, toog ik naar een winkel waar ze kleding verkochten die ik leuk vond. Ik sprak de woorden "julebord in boshut" en voilà, een uurtje later stond ik buiten met een volledige julebordgarderobe (ok, nog iets meer ook....). Tjonge, wat kan het leven soms toch eenvoudig zijn.
Naarmate de feestavond dichterbij kwam, kreeg ik steeds meer zin om me net zo hard af te melden als ik me had aangemeld. Matig eten, flauwe toespraken, dronken collega's, tja, ik weet niet, ik word er gewoon niet vrolijk van.
Maar op 11 december, om 18 uur, bevond ik me natuurlijk toch gewoon in de bus die ons naar de hut zou brengen.
De feestcommissie had hard gewerkt om er wat van te maken: knus gedekte tafels, een kerstboom, een brandende open haard. Eerlijk is eerlijk, het zag er leuk uit.
Hoewel de traditionele ribbe en pinnekjøtt me dit jaar bespaard bleven, was het eten weer niet om over naar huis te schrijven: spekemat, ook zoiets typisch Noors. Spekemat laat zich nog het beste vertalen als "vleesschotel". In de praktijk betekent het schalen met worst en vleeswaren, schalen met salades - liefst aardappelsalade in een vettige saus -, en brood. De feestcommissie had nog wel een gezonde twist aan het geheel gegeven door ook schalen met voorgesneden fruit op tafel te zetten. En er was natuurlijk taart en chocolade. Dat laatste in grote hoeveelheden ingeslagen in Zweden, samen met het bier en de vleeswaren. We wonen hier tenslotte vlak bij de boot naar Strömstad, dus een harrytur is een fluitje van een cent.
De avond zelf dan? Mwah, goed te doen, al is het voor mij toch meer overleven dan beleven. De persoonsverandering die sommige collega's ondergaan, is over het algemeen geen verandering "ten goede", maar die beelden zet ik in een hoekje ver weg in mijn geheugen. Helemaal wissen van de harde schijf, dat lukt nog niet. Misschien over een paar jaar. Noren zijn er in elk geval heel goed in, dat weet ik zeker. Op maandagochtend is er geen kip die nog met een woord rept over het julebord van vrijdagavond, behalve dan de mensen die er niet bij waren en die vragen hoe het was. De rest lijkt het volledig te zijn vergeten. Misschien maar beter ook...
Bij de gemeente Risør hadden we een uiterst beperkt budget voor sociale activiteiten en dit jaar was de hele pot was besteed aan een zomerfeest (waar ik niet bij kon zijn, maar dat was niet zo heel erg aangezien het op de bewuste avond goot van de lucht waardoor het geen bruisend buitenfeest werd maar een slappe avond in een triest hotel met een enigszins depressieve aftandse zanger die voortijdig het toneel verliet).
Met een lege feestkas is het slecht feesten en dus was besloten dat er dit jaar geen kerstetentje zou komen. Ach, wat jammer nou......
Maar ja, toen kwam de verhuizing.
Op 5 oktober begon ik in mijn nieuwe baan. Op 8 oktober kwam er een mailtje: "Goedemorgen Emmy, op 11 december is het jaarlijkse julebord. We hopen dat je komt. Groetjes, de feestcommissie."
Tja, wat nu?
Eén van de hoofdpunten in mijn functieomschrijving is aandacht voor het werkklimaat, zowel het fysieke (voorkomen van muisarmen enzo) als het sociale. Mooie verhalen houden en dan vervolgens niet op komen dagen op het julebord, dat vind ik eigenlijk niet kunnen. Ik voel me moreel verplicht om er heen te gaan. En eerlijk gezegd was ik ook wel een klein beetje nieuwsgierig, want het zou geen standaard kerstetentje in een restaurant zijn, maar een koud buffet in een "hut" in het bos.
Ik begon tijdig met de voorbereidingen. Zoals ik vorig jaar al schreef, is kleding erg belangrijk tijdens het kerstgebeuren. Om stress te voorkomen, toog ik naar een winkel waar ze kleding verkochten die ik leuk vond. Ik sprak de woorden "julebord in boshut" en voilà, een uurtje later stond ik buiten met een volledige julebordgarderobe (ok, nog iets meer ook....). Tjonge, wat kan het leven soms toch eenvoudig zijn.
Naarmate de feestavond dichterbij kwam, kreeg ik steeds meer zin om me net zo hard af te melden als ik me had aangemeld. Matig eten, flauwe toespraken, dronken collega's, tja, ik weet niet, ik word er gewoon niet vrolijk van.
Maar op 11 december, om 18 uur, bevond ik me natuurlijk toch gewoon in de bus die ons naar de hut zou brengen.
De feestcommissie had hard gewerkt om er wat van te maken: knus gedekte tafels, een kerstboom, een brandende open haard. Eerlijk is eerlijk, het zag er leuk uit.
Hoewel de traditionele ribbe en pinnekjøtt me dit jaar bespaard bleven, was het eten weer niet om over naar huis te schrijven: spekemat, ook zoiets typisch Noors. Spekemat laat zich nog het beste vertalen als "vleesschotel". In de praktijk betekent het schalen met worst en vleeswaren, schalen met salades - liefst aardappelsalade in een vettige saus -, en brood. De feestcommissie had nog wel een gezonde twist aan het geheel gegeven door ook schalen met voorgesneden fruit op tafel te zetten. En er was natuurlijk taart en chocolade. Dat laatste in grote hoeveelheden ingeslagen in Zweden, samen met het bier en de vleeswaren. We wonen hier tenslotte vlak bij de boot naar Strömstad, dus een harrytur is een fluitje van een cent.
De avond zelf dan? Mwah, goed te doen, al is het voor mij toch meer overleven dan beleven. De persoonsverandering die sommige collega's ondergaan, is over het algemeen geen verandering "ten goede", maar die beelden zet ik in een hoekje ver weg in mijn geheugen. Helemaal wissen van de harde schijf, dat lukt nog niet. Misschien over een paar jaar. Noren zijn er in elk geval heel goed in, dat weet ik zeker. Op maandagochtend is er geen kip die nog met een woord rept over het julebord van vrijdagavond, behalve dan de mensen die er niet bij waren en die vragen hoe het was. De rest lijkt het volledig te zijn vergeten. Misschien maar beter ook...
Abonneren op:
Posts (Atom)


