zaterdag 20 oktober 2007

De Tijdmachine

Tijdmachines bestaan niet. Goedgelovige science fiction-adepten hebben nog steeds de hoop dat ze ooit uitgevonden worden, maar de 'bedenker' van de tijdmachine, H.G. Wells, is hier echt iets te optimistisch geweest. Maar als ze nu wel bestonden, wat dan? Om te beginnen hadden ze vast onderhoud nodig gehad, net als auto's. Het volgende tafereel had zich bijvoorbeeld af kunnen spelen in een Nederlandse onderhoudswerkplaats voor tijdmachines, in het jaar 2025.

- "Michiel, die tijdmachine van Romkes en Van Graft moet vandaag APK-gekeurd worden, regel jij dat even?"
- "Ik ben er een half uurtje geleden al aan begonnen. Eigenlijk is-ie al zo'n beetje klaar, ik moet 'm alleen nog even testen."
- "Oh, da's mooi. Paul komt straks terug uit 2170, dan kun je 'm direct even teleporteren om te zien of de boel werkt."
- "Hij is er al joh! Volgens mij staat-ie net wat pijtjes te gooien op de wereldkaart en de tijdlijn, dus ik reken erop dat hij zo klaar is."

Even later loopt Paul inderdaad de werkplaats in. "Hee kerel," groet Michiel joviaal, "waar gaat de reis naartoe?"
- "Het wordt Risør in Noorwegen, in 2007. Hoop dat het niet al te koud is daar. Vanochtend was ik in Canada, en in oktober 2170 is het daar behoorlijk fris. Met dat broeikaseffect is het nooit meer wat geworden, kan ik je vertellen."
- "Hmm. Hopelijk heb je nu meer mazzel. Nou, ga zitten, want ik moet vanmiddag nog drie andere keuringen afronden."
Paul stapt de tijdmachine in en neemt samen met Michiel de veiligheidsroutines door. Een minuut of vijf later zijn ze zover. Paul heeft inmiddels jaartal en coördinaten ingesteld en even later beweegt hij zich door tijd en ruimte. Net als Michiel koffie wil gaan drinken, gaat zijn tijdmobiel. Hee, dat is snel, denkt hij, ze hebben zeker eindelijk extra personeel aangenomen bij de datumcheck-centrale.

- "Met Michiel."
- "Ja Paul hier. Je hebt zitten slapen hoor. Het tijdrelais moet vuil zijn, want dit is echt 2007 niet. Ik sta hier in een huiskamer in dat Risør, en mijn betovergrootmoeder had niet eens zulke ouderwetse zooi in huis staan. Dit zijn meubels uit 1950 of 1960 of zo, allemaal ouwe troep. Heb net ook al een ander huis bekeken; precies hetzelfde daar."
- "Okee, kom maar, dan kijk ik er wel naar. Wel een beetje maf, want dat relais heb ik vorig jaar nog vervangen."
- "Zal best, maar ik zit fout hier."

- "Hè, hoe kan dat nou," mompelt Michiel enigszins geïrriteerd tegen zichzelf, "dat relais moet toch in orde zijn". Hij maakt de inbox vrij, geeft Paul het bekende signaal, en even later staat de tijdmachine weer op z'n plek. Als Paul uitstapt ziet hij het chagrijnige gezicht van Michiel. "Ja hallo, ik kan er ook niks aan doen, het klopte echt niet," zegt hij verdedigend.
- "Je hebt toch wel een datumcheck gedaan?, vraagt Michiel.
- "Nee joh, onzin, dan was ik weer tien minuten verder geweest. Je weet toch hoe streng ze tegenwoordig met dat protocol zijn. Ik zat zeker weten in 1960 of zo. In 2007 was ik vijftien; ik weet nog precies hoe een huiskamer er toen uitzag."
- "Je hebt geen datumcheck gedaan? Ik ga echt dat tijdrelais niet schoonmaken voor ik zeker weet dat er iets mis is! Weet je wel hoe lang dat duurt? Ik moet eerst de hele fotonenverstrooier demonteren voor ik erbij kan! Je gaat maar lekker terug om de datum te checken, ik ben gekke henkie niet. Ik vond het al zo raar dat je zo snel belde, maar ik had kunnen weten dat je je er weer met een jantje-van-leiden vanaf probeerde te maken." Michiel trekt zijn handschoenen uit en en smijt ze nijdig op tafel. Een papieren koffiebekertje rolt op de grond.
- "Zelf weten," zegt Paul, die nu ook uit zijn humeur begint te raken. "Schieten we lekker wat mee op. Voor ik terug ben zijn we weer een kwartier verder. Allemaal vergeefse moeite."
- "Stap nou maar in, want voor discussies heb ik al helemaal geen tijd. Gewoon melden, beschrijving geven, datumcheck doen. Netjes volgens het boekje. Als we een beetje tempo maken hoeven we de veiligheidsroutines niet opnieuw door te lopen."

Paul wacht het einde van de zin niet af, stapt de tijdmachine weer in en trekt de deur met een klap dicht. Even later is hij voor de tweede keer op weg naar Risør.

Na een paar minuten zoemt de tijdmobiel van Michiel opnieuw.
- "Yo."
- "Ja, met mij weer. Ik snap er geen ruk van. Sta hier in een school, en het lijkt inderdaad wel 2007. De tijdchecker geeft aan dat ik in hetzelfde jaartal zit als net. Echt maf. Ziet er trouwens wel een beetje erg modern uit voor 2007. Overal draadloos internet, beamer in elk lokaal, ik zag net een elektronisch schoolbord, dat soort werk. Lijkt me meer 2015 of zo."
- "Leuk dat je zo fijn aan het raden bent, maar we zitten hier niet bij de tijdquiz. Doe die datumcheck nou maar, want ik wil die machine gaan afmelden."

Tot zover ons verslag uit de werkplaats. De Noorwegenkenners onder u snappen al wat hier aan de hand was. Afhankelijk van de precieze plek waar je je in Noorwegen bevindt, kun je je in een willekeurig jaartal wanen in de periode 1950 - 2015. Jammer dat Michiel en Paul niet van deze Noorse eigenaardigheid op de hoogte waren, dat had onze helden zeker wat tijd bespaard. Maar wel fijn om alvast te weten dat onze tijdmachine over een slordige achttien jaar nog steeds naar behoren functioneert.

donderdag 11 oktober 2007

Bouwles

Toen we voor het eerst een offerte van een huizenbouwer bekeken, viel het ons op dat de genoemde prijs exclusief het leggen van een fundering was. Dat vonden wij op z'n zachtst gezegd een beetje vreemd. Wat is nu een huis zonder fundering? Het bleek inderdaad niet de bedoeling om zonder fundering te bouwen, alleen gaan de bouwers er bij de offerte vanuit dat de koper zelf de fundering legt. Dat vonden wij niet een beetje vreemd, dat vonden wij heel erg vreemd! Maar goed, je woont in een ander land en daar gelden andere gewoontes. Tot voor kort mocht de zelfbouwende Noor geheel op zijn eigen manier te werk gaan, maar daar is nu paal en perk aan gesteld. Wil je je eigen fundering bouwen, dan moet je daarvoor een certificaat halen. Om dit certificaat te halen moet je op cursus. Nu zien we onszelf niet direct een fundering + kelder enzovoort aanleggen, maar een garagevloertje, dat is misschien wel haalbaar. Dus wij op zoek naar cursusinformatie. Dat was simpel. De fabrikant van de bouwstenen biedt de cursus regelmatig aan op diverse plaatsen in het land en geheel gratis. En zo belandden we afgelopen dinsdagavond in een hotel in Arendal temidden van andere potentiële zelfbouwers. Een vrolijke docent wijdde ons in in de geheimen van het muren bouwen en vloeren leggen. Als bonus kregen we ook nog het aanleggen van kachelpijpen erbij. Zonder behoorlijke kachel kom je in Noorwegen tenslotte niet ver. Binnen 3 uur was het gepiept, we weten er nu alles van. Nou ja, alles? Het kan zijn dat we de handleiding er nog eens bij moeten pakken, maar die hebben we natuurlijk niet voor niets meegekregen. En de instructiefilmpjes op internet zijn vast ook heel handig. O, en we moeten nog examen doen, tenminste, als we door de gemeente erkend willen worden als zelfbouwer (je mag het certificaat alleen voor jezelf gebruiken, je kunt dus niet opeens een muurbedrijfje starten). Het examen bestaat uit 30 vragen waarvan je er 20 goed moet hebben. De vragenlijst kun je op internet invullen terwijl je het cursusmateriaal op schoot hebt. Je moet aan de curusavond hebben deelgenomen, dat dan weer wel...

vrijdag 5 oktober 2007

Donker

"Noorwegen, oooooh donker en koud!" Dat is wel ongeveer de standaard reactie die je krijgt als je vertelt dat je naar Noorwegen gaat verhuizen. Het valt niet te ontkennen: we wonen een stuk noordelijker dan Almere. Toch is het verschil in licht en temperatuur tussen Risør en Almere een stuk kleiner dan het verschil tussen Risør en Noord-Noorwegen om maar eens iets te noemen. Ongeveer 3 maanden per jaar hebben we hier korter daglicht dan in Nederland, maar de andere maanden is het juist langer licht! (OK, niet zo heel veel langer, maar toch....).
In veel kantoren hier hangen gordijnen voor de ramen, ook nog in de meest "vrolijke" motieven. "Waarom toch al die gordijnen", vroeg ik me af. Maar nu weet ik het: ze zijn tegen de zon! John is op herfstvakantie in Nederland en meldt elke dag bewolking en regen, terwijl we hier tegen een strakblauwe lucht met felle zon aankijken. Jahaaa, heel donker, Noorwegen.

Misschien piepen we straks anders. Dan zal ik het ook eerlijk melden ;-)

vrijdag 21 september 2007

Bambi

Het is herfst. De zon schijnt nog steeds regelmatig en het zonlicht op de roodbruin kleurende bomen leidt tot prachtige beelden. In de auto naar mijn werk en terug vergaap ik me om de haverklap aan wéér een mooi uitzicht. Jammergenoeg zijn de wegen zodanig smal dat je niet al te uitgebreid naar de omgeving kunt kijken. Sinds een paar dagen ben ik me bovendien bewust van een ander gevaar: de hertachtigen in alle soorten en maten.
Het was woensdag en de stoel van mijn collega die altijd vroeg begint, bleef leeg. "Komt Margreta vandaag niet?", vroeg ik aan de receptioniste. "Eh jawel, die komt wat later, ze heeft een hert aangereden", was het antwoord. Inderdaad kwam Margreta en paar uur later binnenstappen. Nog steeds ontdaan van de aanrijding. Het hert had het niet overleefd en de auto had behoorlijke schade opgelopen.
Dit verhaal maakte onmiddellijk allerlei andere hertenverhalen los, zowel op mijn werk als bij John op school. Nu schijnt de tijd van het jaar te zijn om een bambi te ontmoeten en de kans dat die ontmoeting op de rijweg plaatsvindt, is behoorlijk groot. De keerzijde van het mooie najaar... En een hert is één ding, een eland is iets anders. 300 kilo beest op de motorkap is iets waar ik liever niet aan denk. Oppassen dus!

zondag 16 september 2007

Een immigrant op banenjacht

Met Johns baan bij de Risør Videregående Skole hadden we een mooie start in Noorwegen: een salaris om van te leven en alles wat je nodig hebt om de verblijfspapieren in orde te maken. Maar de vraag die door mijn hoofd speelde was wat ìk zou kunnen doen in Noorwegen. Mijn (inmiddels ex-)collega’s voorspelden het al: “Jij kunt vast niet lang achter de geraniums zitten.” Inderdaad sprak het idee van thuis zitten, elke ochtend “God morgen Norge” kijken, een tochtje naar de supermarkt maken, de katten knuffelen en dan maar weer een stukje lezen, me niet aan, althans niet voor langere tijd.
In Nederland was ik als re-integratiecoach al aardig vertrouwd geraakt met de hobbels die je als immigrant tegen kunt komen bij het zoeken naar een baan. Met een buitenlandse naam, onbekende opleidingen, onbekende werkgevers en een mogelijke taalbarrière kom je meestal niet bovenaan te liggen in de stapel sollicitanten. Omdat ik niet zo snel zag hoe ik “Emmy van Graft” op een legale manier kon omtoveren in Noorsere naamvariant, besloot ik maar te beginnen met datgene dat ik wèl kon beïnvloeden: de taal. Dus leerde ik zo goed mogelijk Noors, voor zover dat kan zolang je nog niet in het land woont, oefende een sollicitatie met juf Yvonne en liet de belangrijkste diploma’s vertalen. Een maand of twee voor vertrek begon ik de Noorse vacaturesites af te speuren en een lijstje te maken van mogelijk interessante contacten. Ik kwam er al snel achter dat solliciteren vanuit Nederland weinig zin had. Ze geloven eigenlijk niet dat je echt komt, ze weten niet wat ze met zo’n figuur uit het buitenland aanmoeten. Toch kwam er een serieuze reactie van een bureau uit Oslo dat wilde uitbreiden richting het zuiden. Dus toog ik drie dagen na aankomst in Noorwegen naar Oslo: 3 uur enkele reis. Na een leuk en zeer veelbelovend lijkend eerste gesprek, werd ik een week later uitgenodigd om met de eigenaar van het bureau te komen praten. Hij had wel wat bedenkingen, ik was namelijk niet Noors (verrassing!). Ik kreeg ook mijn bedenkingen toen hij een samenwerkingsconstructie voorlegde waarbij ik het eerste halfjaar onbetaald zou moeten werken. Iets zei me dat dit een onevenredig grote investering van mijn kant zou zijn. Jammer dus van twee lange reizen naar Oslo, maar dit werd het niet.
Hoe nu verder? Ik besloot er vol in te gaan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want alles gaat hier tergend langzaam. Bij de gemiddelde sollicitatie mag je blij zijn als je binnen 3 maanden een reactie krijgt, als je al iets hoort. Wel redelijk succesvol was het idee om alle (het zijn er niet zo veel) uitzend- en werving- en selectiebureaus in de regio te benaderen voor een oriënterend gesprek. Leuke gesprekken en ook nuttig. Zo kreeg ik de tip om altijd persoonlijk bij bedrijven langs te gaan, want “anders geloven ze nooit dat je zo goed Noors spreekt”. Ook vroeg iemand me of ik geen Noorse referenties had (ik had netjes twee Nederlandse vermeld op mijn cv, wetend dat Noren gek zijn op referenties). Waarschijnlijk was mijn blik bij deze vraag veelzeggend....Nou ja, iedereen had wel “ideetjes”, maar iets concreets kwam er niet uit. Intussen twijfelde ik wat ik moest doen: doorzoeken naar een baan in mijn eigen richting of voor een ander baantje gaan, waarschijnlijk makkelijker te krijgen, maar met het risico dat de overstap naar een “leukere” baan alleen maar moeilijker zou worden. Gelukkig werd ik uit mijn twijfel verlost door Adecco. De personeelsmanager van een snelgroeiend bedrijf in olieplatformen had hulp nodig om de boel te structureren. Sinds een paar dagen werk ik bij Sevan Marine in Arendal. Voorlopig is het voor een paar maanden, hoe het daarna gaat, weet ik nog niet. Omdat mijn “bazin” meteen een twee dagen op reis moest, gaf ze me een stapel dingen om door te nemen. Ik vond onder andere een bundeltje sollicitaties van....juni. 't Zou me niets verbazen als die mensen nooit iets gehoord hebben!

vrijdag 31 augustus 2007

Genummerd

In een eerder stukje schreef ik al iets over het regelen van formaliteiten. Het invullen van de hele stapel overheidsformulieren heeft eigenlijk maar één doel: het verkrijgen van een fødselsnummer (letterlijk geboortenummer). Heb je eenmaal een fødselsnummer, dan gaan er vele deuren voor je open. Heb je het nog niet, dan loop je tegen allerlei beperkingen aan. Zo kun je bijvoorbeeld wel een bankrekening openen, maar geen gebruik maken van internetbankieren. Je kunt een prepaid telefoonnummer nemen, maar geen abonnement. Je belastingzaken kun je niet optimaal regelen. Enzovoort. Eigenlijk kun je stellen dat je met het fødselsnummer als burger promoveert van de tweede naar de eerste rang. Heb je eenmaal een nummer, dan blijft het van jou, ook al verhuis je (terug) naar een ander land.
Gisteren was het zover. In onze brievenbus lag een saai ogende overheidsenveloppe met daarin het felbegeerde nummer. Ik doe mee!
Vandaag meteen naar het dorp (o nee, de stad...) geweest om een aantal dingen te regelen. Mijn nieuwe status bleek ook wat nadelen met zich mee te brengen, zoals twee nieuwe bankpasjes met nieuwe pincodes, en een internetbankierapparaatje met ook weer een pincode. Maar ja, je moet er wat voor over hebben.
Het is nu 5 weken en 4 dagen geleden dat we in Noorwegen aankwamen en we kunnen wel vaststellen dat het met het regelen van de formaliteiten allemaal snel gegaan is. Hoe vlot het gaat, kan erg variëren per gemeente. We hebben ook verhalen gelezen van mensen bij wie het 6 tot 12 maanden duurde voordat alles rond was. Noorwegen is over het algemeen een nogal traag land, maar daarover een andere keer meer.

vrijdag 24 augustus 2007

Water

Na drie weken in ons schoolappartementje was het zover: we gingen verhuizen naar ons huurappartement op de camping. Verhuizen is natuurlijk niet onze favoriete bezigheid, maar we verwachtten niet al te veel werk. Ons nieuwe appartement is gemeubileerd (in, laten we zeggen, authentiek Noorse stijl...), dus we hoefden alleen een flink aantal dozen te verslepen. Dat mocht met onze fraaie nieuwe stationwagen plus geleende aanhanger toch geen probleem zijn.

De dag ervoor was de eerste echte regendag sinds onze aankomt in Risør. Onze dozen stonden netjes opgestapeld in een van de garages van de school, die onderaan een afritje ligt. Toen Emmy alvast wat dozen wilde gaan halen, was het eerste dat haar opviel dat de stapels plotseling zo scheef stonden. Vreemd. Een nadere inspectie vervulde haar met afgrijzen: de onderste doos van elke stapel was volledig doorweekt! Blijkbaar was het regenwater via de afrit de garage binnengelopen. Tijdens het inladen van de dozen in de auto namen we de schade op. Die viel gelukkig mee: alle echt waardevolle spullen waren ontsnapt aan de waterinvasie. De schade bleef beperkt tot wat boeken die we voor ons vertrek toch al in de rolemmer hadden moeten kieperen. Het vervelendste was eigenlijk dat we de inhoud van alle nat geworden dozen moesten overpakken in droge dozen, een klusje dat toch al gauw een uurtje vertraging opleverde. Een kleine tegenvaller, maar niet iets om lang bij stil te blijven staan, want er was nog veel werk aan de winkel, zoals het verhuizen van de wasmachine.

Tja, een wasmachine is natuurlijk zwaar. Het inladen ging nog net, al was dit voor Emmy uiteraard een geschikt moment om een hevige rugkwetsuur voor te wenden. Bij aankomst in ons nieuwe appartement moest het kreng echter een lastige ronde trap op. Emmy meldde zich af. Aangezien ik daar al op had gerekend, had ik een hulpje van de camping geregeld voor wat assistentie. Een paar minuten later stond de wasmachine gelukkig boven. En zowaar, de waterslang paste nog op de kraan ook! Enthousiast geworden door deze onverwachte meevaller deed ik direct een wasje. Tenminste, dat dacht ik te gaan doen, maar bij het opendraaien van de kraan bleek al snel dat ik wat te optimistisch was geweest over de aansluiting. Het water spoot alle kanten op, maar de enige juiste bestemming (de slang in dus), werd angstvallig gemeden. Balen.

Gelukkig logeert in het appartement onder ons de klusjesman van de camping, een oude baas die per jaar een maand of acht in Zuid-Amerika woont, en in de zomermaanden zijn pensioen fijn wat aanvult met hand- en spandiensten in het Noorse zonnetje. Ik meldde me spoorslags bij hem met onze klacht. Tot mijn verbazing stond hij twee minuten later al naast me. Hij mompelde iets over een pakking en verdween naar beneden. Toen ik 'm even later buiten tegenkwam, meldde hij tot mijn verbazing dat het klusje gefikst was. En inderdaad: toen ik de kraan naar de wasmachine weer opendraaide, leek alles in orde. Eindelijk kon ik mijn wasje draaien. Omdat ik toch wat voorzichtig was geworden, ging ik een half uurtje later kijken of alles naar wens verliep. Ik was net op tijd. De wasmachine ging juist over op het spoelprogramma en kotste het vuile water in de afvoerpijp. Deze laatste was daar echter niet van gediend, en kieperde de boel net zo snel weer op de badkamervloer. De afvoer was verstopt! Voordat ik tot mijn enkels in het water kwam te staan, stopte ik snel de wasmachine. Opa!, schreeuwde ik naar beneden, werk aan de winkel!

Ik ging er vanuit dat we onze dagelijkse portie wateroverlast nu toch wel gehad hadden. Emmy dacht daar echter anders over. Nadat de verhuizing eindelijk achter de rug was, dronken we moe maar tevreden een kopje koffie. Jammer genoeg missen we hier de luxe van een afwasmachine, maar Emmy had nog wel genoeg energie om die paar kopjes af te wassen. Hé, hoe kun je die spoelbak nu afsluiten? Deze knop misschien? Nee, deze dan? Ehhmmm, waar komt trouwens al dat water plotseling vandaan? Ja, okee, uit het gootsteenkastje, maar waarom zoveel, en erger nog, waarom valt deze zondvloed niet meer te stoppen? Om een lang verhaal kort te maken, één minuut later staat de complete keuken blank er roepen wij in koor: Opaaaaa!

dinsdag 14 augustus 2007

Gezinshereniging

Motorgeraas in de lucht en een paar felle koplampen die koers zetten richting de landingsbaan van Kjevik, de luchthaven van Kristiansand. Even later staat het SAS-vliegtuig veilig aan de grond. Daar zitten ze in, Nelson en Pebbles!
Dat de katten met ons mee zouden verhuizen naar Noorwegen stond vast, dus begonnen we al ruim vantevoren met uitzoeken wat we moesten doen om ze legaal over de grens te krijgen. Eigenlijk was het heel simpel: een chip, een Europees paspoort, de jaarlijkse inentingen, een ontwormingskuur kort voor vertrek en een prik tegen hondsdolheid. Die hondsdolheidprik bleek in de praktijk nog een hoop gedoe, omdat er 4 maanden na de enting een bloedcontrole moet worden uitgevoerd, met andere woorden, je moet wel ruim voor vertrek met de hele procedure beginnen. Toen in maart ons huis definitief verkocht was, meldden we ons dan ook meteen bij de dierenarts. Het lukte echter niet om de hele procedure af te ronden voor ons eigen vertrek, daarom gingen de katten in pension. Ze werden ondergebracht in pension Van Graft, een 5-sterren onderkomen met doorlopend buffet, riante speeltuin en attent personeel. Hier hadden ze het prima naar hun zin totdat gisterochtend hun rust werd verstoord door een medewerker van DHL die zich met een reusachtige kennel bij de voordeur meldde. Daar gingen ze dan: in de auto naar Schiphol, met het vliegtuig naar Kopenhagen, overstappen en verder naar Kristiansand. Precies 12 uur nadat ze waren opgehaald in Sint-Pancras, landden ze op Kjevik.
Intussen hadden wij ons ruim op tijd gemeld bij het kantoortje van SAS-Cargo dat speciaal voor de aankomst van onze katten een uur langer open bleef. Ik was natuurlijk nogal nerveus, maar de SAS-man loodste ons en de katten rustig door de papierwinkel en de douanecoontrole. Om 22.30 uur reden we weg, kennel op de achterbank. Hoera!

vrijdag 3 augustus 2007

Spraakverwarring

Noors is nu eenmaal geen wereldtaal en de Noren zijn dan ook best bereid een mondje over de grens te spreken, vooral in toeristische gebieden. Net als in Nederland kun je op school de basisbeginselen van het Engels en Duits bijgebracht krijgen. Tijdens het Noors leren waren we er al achter gekomen dat Duits en Noors soms op elkaar lijken. Dit kan handig zijn, maar ook verwarrend! Zo heb ik tijdens tankstops op de autobahn meerdere keren de medewerkers van het tankstation vrolijk in het Noors begroet. Dat het bij Noren en Duitsers zelf ook tot spraakverwarring kan leiden, blijkt wel uit het volgende voorval.
Een paar dagen geleden gingen we naar de camping, ons toekomstige woonadres, om de post op te halen. De post wordt bewaard bij de receptie annex winkel en aangezien het hoogseizoen is, was het daar gezellig druk. Voor de deur stopte een Duits motorstel. De vrouw verdween richting de toiletruimtes, de man kwam de receptie binnen. “Hallo”, begroette hij monter de Noorse scholier aan de balie, “wij willen graag een huisje of een kamer huren”. Tot zover geen probleem. In een poging om aan de weet te komen of het stel ook behoefte had aan kookgelegenheid, vroeg de baliejongen: “Wollen Sie Kuchen?” Verwondering bij de Duitser. Ergens lijkt hij te begrijpen dat de jongen hem waarschijnlijk geen taart aan het aanbieden is, maar wat dan wel? “Koechen?” stamelt hij terwijl hij de jongen vragend aankijkt. “Ja ehhh”, de jongen wappert wat met zijn handen en krijgt dan een ingeving: "koehke" (koken), “Ahh”, zegt de Duitser, “gucken” (rondkijken). Nou graag, mijn vrouw komt er zo aan. Hij kijkt er tevreden bij. “Ja”, herhaalt de Noor, “koehke”. Ook hij is blij. Stralend kijken ze elkaar aan, ze hebben elkaar begrepen!

donderdag 2 augustus 2007

Het Definitieve Toverwoord

Toen we in een grijs verleden voor het eerst op zoek gingen naar een koopwoning, viel al snel het Eerste Toverwoord: 'vrijstaand'. Voor Emmy vooral belangrijk na in Amsterdam enkele jaren boven 'Bep en Toos' gewoond te hebben, een stel dat de gewoonte had om bij voorkeur midden in de nacht op zeer luide toon hun relatieproblemen te 'bespreken'. Zelf sliep ik altijd wel lekker door terwijl het servies onder ons door de keuken vloog, maar toch was ook voor mij een vrijstaande woning wel een ideaalbeeld. En inderdaad: we hadden het heerlijk in Hoorn, waar naast ons huis ook het uitzicht een gevoel van vrijheid gaf. Misschien speelde het contrast met ons oude uitzicht in de Oosterparkbuurt mee: aan de overkant huisde een dealertje waar de klanten door het raam naar binnen klommen, meestal onder het toeziend oog van Stofjas, een bejaarde baas die voor enige sociale controle zorgde, steevast voorzien van een sigaarstompje en immer gehuld in het grijsblauwe kledingstuk waar hij zijn naam aan te danken had.

Hoorn was dus een verademing, maar minder aangenaam waren onze eerste ervaringen met projectontwikkelaars. Elke wijziging die wij voor onze nieuwbouwwoning in gedachten had werd met gefronste blik begroet, en moest in ieder geval heel veel geld kosten, hoe minuscuul onze wensen ook waren. In die tijd viel voor het eerst het Defnitieve Toverwoord: de kavel. De plek waar we ons eigen huis konden bouwen, helemaal zoals wij het wilden.

Toen we na vijf jaar Hoorn wat centraler in het land wilden gaan wonen omdat we het gereis een beetje zat waren, kwam de kavel dan ook nadrukkelijk in beeld. Utrecht leek ons als woonplaats wel wat, en de gemeente bood ons dan ook met alle plezier de inschrijving op een kavel aan. Jammer alleen dat elke vierkante meter een slordige anderhalfduizend gulden moest kosten, en dat de minimumgrootte 700 vierkante meter was... Met andere woorden: voor er een paal de grond in ging, waren we al ruim een miljoen gulden kwijt. Na een spannende zoektocht in onze schoenendozen moesten we concluderen dat dit er niet in zat. Maar niet getreurd: de gemeente Almere bood voor een schappelijk bedrag kavels aan. Je moest wel wat goede wil tonen natuurlijk. Zoals: verplicht vijfduizend gulden borg storten bij inschrijving voor een kavelverloting, waarbij je ongeveer tien procent kans had om 'in de prijzen' te vallen; een verbod om de kavel door te verkopen; en tenslotte de verplichting om de kavel daadwerkelijk af te nemen en te bebouwen nadat je de borgsom had gestort (mits je zou worden ingeloot uiteraard). 'Spijtoptanten, daar doen we niet aan,' was het bondige commentaar van de betrokken ambtenaar. De borgsommen van de inschrijvers stortte de gemeente vervolgens op haar eigen spaarrekening, incasseerde gretig de rente, om ze na zes maanden terug te storten op de rekeningen van de negentig procent die was uitgeloot. Uiteraard zonder de eerder genoemde renteopbrengst.

De verloting van de kavels vond plaats in het plaatselijke theater(!), onder begeleiding van een batterij notarissen. Na urenlang vergeefs lottoballen te hebben zien langsrollen, verliet ik enigszins gefrustreerd het pand. De avond had overigens inderdaad wel wat weg van een theatervoorstelling. Tijdens de ietwat surrealistische bijeenkomst vielen 'kavelwinnaars' elkaar huilend in de armen, en beenden 'verliezers' woedend de zaal uit onder het roepen van kreten als 'vriendjespolitiek', 'zakkenvullers', en meer van dat soort fraais. Voor ons dus ook geen kavel, maar weer een 'gewone' vrijstaande woning in Almere. Prachtig gelegen, dat wel: het uitzicht was nog mooier dan in Hoorn, we zaten heerlijk aan het water en de Oostvaardersplassen waren letterlijk op een steenworp afstand.

Maar ja, na zes jaar Almere wilden we toch weer mooier, ruimer, rustiger, en nog meer natuur. Ik solliciteerde in het pittoreske Risør en werd aangenomen. Toen we ons gingen oriënteren op de plaatselijke woningmarkt bleek dat huren lastig was (te populair in het hoogseizoen, waardoor mensen in die periode niet willen verhuren aan 'gewone huurders'). Ook kopen had zijn nadelen: er zijn veel meer potentiële kopers dan verkopers. In het Noorse systeem kunnen kopers tegen elkaar opbieden, wat er vaak toe leidt dat er hoge prijzen voor woningen worden betaald in gebieden waar veel kapers op de kust zijn. En dus was het logisch dat bij onze verhuizing naar Risør toch weer voorzichtig over het Definitieve Toverwoord werd gesproken. We proberen het gewoon, dachten we, en meldden ons bij de gemeente. Een kavel? Maar natuurlijk, gaat u maar zitten, nee hoor, afspraak maken is niet nodig, ja, hij is even in vergadering, maar daar haal ik 'm wel uit, heeft iemand u trouwens al koffie aangeboden, gaat u toch zitten! Twintig minuten later stonden we weer buiten, met een overzicht van de beschikbare kavels in de gemeente. De volgende dagen gingen we op onderzoek uit. Het oogde eigenlijk allemaal zeer begerenswaardig, maar bij de kavels die direct beschikbaar waren sprong één plek er onmiddellijk uit: op een heuvel, direct aan de fjord, met een schitterend uitzicht. De prijs was nog geen tien procent van de kavelprijzen in Almere. Dit kon haast niet waar zijn...

De volgende dag meldden we ons weer bij de gemeente, voor wat meer informatie. Moesten we misschien loten? De meneer keek ons niet begrijpend aan. 'Welnee, de kavels zijn al tijdenlang te koop'. Oh. Okee, maar de inschrijvingsprocedure dan, borg betalen misschien? Dat laatste was complete onzin, meende de ambtenaar. 'Zolang u binnen zes maanden na inschrijving maar wat betaalt, is alles in orde.' Maar hoe zaten de formaliteiten verder dan, informeerden wij, op zoek naar addertjes onder het gras. 'Formaliteiten?', vroeg hij. 'Ehmm, nou, u moet natuurlijk wel even laten weten dat u echt een kavel wilt hebben. Oh, u hebt al besloten? Wacht, ik heb hier nog wel een blaadje liggen, schrijf daar uw naam maar even op, dan is het voor elkaar. Mocht u zich bedenken, dan kunt u er trouwens altijd nog van afzien hoor. Welke kavel heeft u ook alweer uitgekozen?'

We gaan eindelijk ons huis bouwen :-)

maandag 30 juli 2007

Bereikbaar!

Het einde van de Noorse zomervakantie komt langzaamaan in zicht en dat betekent dat er van tijd tot tijd medewerkers van de school opduiken om en in onze tijdelijke woning. Het hele weekend is een eenzame man op een hoogwerker bezig geweest de buitenmuren schoon te spuiten en vanmorgen om een uur of negen kwam iemand ons "appartement" binnenstappen met de vraag of het okee was als hij vandaag wat kasten ging verplaatsen. Hij was in gezelschap van een collega en dat was goed nieuws, want dat bleek de IT-baas te zijn. Na een uurtje creatief rommelen waren we aangesloten op het draadloze internet! We kunnen nu dus dag en nacht mailen en, vooral handig, skypen. Wil je zeker weten dat we er zijn als je belt, stuur dan even vantevoren een mailtje.

zaterdag 28 juli 2007

De eerste week

Zo, onze eerste week in Noorwegen zit er bijna op. Je kunt wel stellen dat het een hectisch weekje was. Het begon met een nogal vertraagde heenreis dankzij twee kapotte vliegtuigen, maar uiteindelijk kwamen we dan maandagavond aan bij ons tijdelijke verblijfadres: de school.
Wonen in een school klink misschien als niet al te aantrekkelijk, maar ik moet zeggen dat het tamelijk riant is. We zitten in een deel van de school dat gebruikt wordt voor onderwijs aan leerlingen met een handicap. Huishoudelijke activiteiten zijn een belangrijk onderdeel van het lesprogramma en daardoor is hier aan apparatuur zo’n beetje alles aanwezig wat je je maar kunt wensen, van staafmixer tot wasdroger. Dat wordt nog afzien straks in ons huurappartement. Ook qua ruimte hebben we niet te klagen. met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat we een zeskamerwoning tot onze beschikking hebben.
De eerste dagen zijn we weinig thuis geweest. Rugzakje op, paspoort mee, en op naar de bank, het bevolkingsregister, het politiebureau etc etc. Net als elke immigrant in welk land dan ook moeten we ons door een hele papierwinkel heenworstelen. Deze papierberg wordt gelukkig een beetje gecompenseerd door de veelal relaxte houding van de medewerkers van de diverse instanties. De commentaren gaan meestal niet veel verder dan: aha, ok, nou prima, dit even invullen, doe rustig aan hoor met die verblijfsvergunning, jullie komen uit een EU-land, dus je mag hier wel even zijn, ja, zo is het okee, nee hoor, paspoort hoeven we hiervoor niet te zien, etc..... Nummertjestrekapparaten heb ik hier nog niet kunnen ontdekken.

Onze eerste grote aanschaf hebben we ook al gedaan: een auto. Omdat het waanzinnig duur is om een auto in te voeren in Noorwegen, hebben we onze auto’s -bijna- verkocht en zijn we direct op jacht gegaan naar een tweedehands exemplaar hier. Door vanuit Nederland al afspraken te maken met verkopers, konden we onze fonkelnieuwe huurauto na twee dagen alweer inleveren op het vliegveld en naar huis tuffen in onze donkerauberginekleurige Honda Civic station uit 98. Tja, wat kleur betreft moet je niet al te kieskeurig zijn.

Nu is het weekend en zijn de meeste “nuttige” instanties gelukkig gesloten, zodat we zonder schuldgevoel een beetje kunnen luieren en de omgeving verder kunnen verkennen. En natuurlijk naar onze internetplek toe kunnen. Op school zijn de mogelijkheden beperkt, maar in het dorp zijn er voldoende alternatieven. Zo kun je bij de bibliotheek draadloos internetten met je eigen laptop. De bieb zelf is weliswaar gesloten, maar je gaat gewoon op een van de picknickbanken voor de deur zitten en het werkt! Mocht het gaan regenen dan kunnen we altijd nog naar het café, waar je volgens het zomerkrantje de beste koffie uit de omgeving kunt drinken.

Laatste nieuws: we zitten nu in bovengenoemd café en de koffie is werkelijk niet te drinken!