woensdag 21 mei 2008

Met mij gaat het goed


bericht van Pebbles

Beste bloglezers,

Dat was schrikken afgelopen zaterdag. Ik kan me niet meer herinneren wat er gebeurd is, maar opeens lag ik tussen de brandnetels en kon ik niet meer voor- of achteruit. Eerst dacht ik nog dat mijn nieuwe vriend, de grote rode kater, me wel snel zou komen redden, maar toen die niet op kwam dagen en het donker werd, begon ik het een beetje benauwd te krijgen.

John en Emmy hingen natuurlijk voor de tv samen met Nelson, die luie broer van me. Maar uiteindelijk kwamen ze toch naar buiten. Ik wist niet hoe hard ik moest mauwen om hun aandacht te trekken. Ik geloof dat ze nogal schrokken toen ze me zagen. Geen wonder want ik kon niet op mijn achterpoten staan en mijn staart deed het ook niet meer. En ik verrekte natuurlijk van de pijn.

Niet veel later lag ik op de behandeltafel van de dierenarts. Die wilde een foto van me maken. Nou vraag ik je! Ik bedoel, welke zichzelf respecterende poes wil er nou op de foto als ze net 2 uur in de brandnetels heeft gelegen? Gelukkig bleek het om een of andere saaie zwart wit foto van mijn binnenkant te gaan. Een hele meevaller! De dierenarts zei dat de foto er goed uitzag. Ik begreep eerlijk gezegd niet wat-ie er aan vond, maar OK. Smaken verschillen, zullen we maar zeggen.
Voordat ik weer naar huis mocht, kreeg ik nog twee spuiten in mijn nek. Alsof ik niet al genoeg pijn had...

De volgende dag kreeg ik door dat het ook zo z'n voordelen heeft om aan je mand gekluisterd te zijn. Er werd een apart hoekje voor me ingericht met mijn bak, eten en drinken, mijn mand dus en mijn favoriete slaapkleedje. Alles binnen pootbereik. Best lekker! Ik voelde me alweer wat beter en besloot het er goed van te nemen. Eten, drinken, slapen, wat wil een poes nog meer? Dit kon ik nog wel een tijdje volhouden.

Vanochtend werd ik tot mijn schrik opeens weer in de auto geladen. Ja hoor, naar de dierenarts natuurlijk. Uit pure stress ging ik wat heen en weer lopen door de behandelkamer. Hee, ik kon weer lopen. Het deed nog wel pijn, maar het ging! iedereen blij. Ik ook natuurlijk. Alhoewel... Nu beginnen John en Emmy opeens te praten over revalideren, etensbakje verder weg zetten en dat soort grappen. Ik geloof dat het over is met het luie leventje. Nou ja, als ik dan toch weer in beweging moet komen, hoop ik maar dat ik snel naar buiten mag. Kan ik mijn rode vriend opzoeken. Hij mist me vast.

zondag 18 mei 2008

17 mei



17 mei

Dag van de grondwet, grootste nationale feestdag in Noorwegen.

De afgelopen weken werd er onophoudelijk over gepraat door iedereen om ons heen, de laatste dagen niet in het minst vanwege het weerbericht dat de koudste 17 mei in 50 jaar voorspelde.

Wij wisten niet zo goed wat we van onze eerste 17 mei in Noorwegen moesten verwachten. OK, er was netjes een dagprogramma gepubliceerd op de website van de gemeente en collega’s informeerden ons welwillend: “nou, eerst heb je dus de optocht van 7 uur (‘s ochtends), die is nogal statig, meer een herdenkingsoptocht, dan heb je later op de dag de kinderoptocht en tot slot de burgeroptocht. En veel mensen hebben die dag hun bunad (klederdracht) aan.” “Oh, ehh, en is er verder nog iets?” informeerden wij voorzichtig, denkend aan markthandel in oude troep, eetkraampjes, loterijen en spelletjes. “O ja, jazeker`’, was het antwoord, “op 17 mei eet iedereen ijs”.
Wat betreft dat ijs eten vroegen we ons af wat het verschil kon zijn tussen 17 mei en een gewone dag, want in onze ogen eten Noren altijd ijs, zomer en winter, weer of geen weer. Maar goed, het was wel duidelijk dat 17 mei iets is wat je moet meemaken wil je het begrijpen.

06.45
John gelooft het wel met de optocht van 7 uur, maar ik wil zoveel mogelijk zien vandaag en wandel daarom richting dorp. Hier en daar kom ik al mensen in bunad tegen. Er hangt een donkere lucht boven zee.

07.00
Salut met kanonschoten, en daar komt de optocht aan. Ik herken een paar collega’s. Ik maak wat foto’s en volg de stoet naar Kastellet, een oud stukje verdedigingsgrond aan zee. Terwijl ik naar de vlaggenzee kijk, bedenk ik dat je 17 mei niet alleen als een leuke feestdag kunt opvatten, maar ook als een tamelijk fanatieke vorm van nationalisme. Het is maar hoe je het bekijkt. Het motregent.

07.10
De stoetgangers proberen een plekje te vinden op en rond Kastellet. De motregen wordt een fikse bui. Ik steek mijn paraplu op.

07.20
Het stortregent. De paraplu kan het niet aan. Tijd voor ontbijt. Ik ga naar huis.

10.00
Het is droog en begint voorzichtig op te klaren! Gestoken in nette en ook een beetje feestelijke kleding begeven we ons richting dorp om de kinderoptocht te bekijken. Hierin loopt alles wat iets met school te maken heeft, van de allerkleinsten in de kinderopvang (in buggy) tot Risør Videregående. “Sluit aan”, gebaart een collge van John enthousiast. John gebarentaalt beleefd terug dat zijn eerste 17e mei bestaat uit het maken van foto’s. Foto’s van leerlingen in bunad (meisjes) en in pak (jongens), foto’s van ijs etende leerlingen. We groeten bekenden hier en daar. Op zo’n dag is het knus om in een dorp te wonen. We proberen er aan te wennen dat iedereen elkaar “gratulerer med dagen” toeroept, een uitspraak die wij vooral associeren met verjaardagen. Bij de bakker genieten we van koffie met marsepeintaart. Voor ijs vinden we het een beetje te koud.

15.00
Na een pauze van een uur of twee daal ik weer af naar dorp, nu om de burgeroptocht bij te wonen. Hierin lopen alle verenigingen mee en tot slot iedereen die nergens bij hoort, maar toch mee wil doen. De stemming zit er nog steeds goed in, al meen ik bij een collega die voor de derde keer die dag de vlag van het muziekkorps draagt, wat sporen van slijtage te bespeuren.

17.30
We bellen aan bij het huis van Jon Olav en Else. Zij hebben ons en nog een paar mensen uitgenodigd op de koffie. Koffie om half zes? Ja, Noren gaan er van uit dat je dan al gegeten hebt. Heb je onverhoopt niet gegeten, dan hoef je geen honger te lijden, want bij zo’n koffieafspraak is er taart in overvloed. Het is gezellig en ongedwongen. Leuk om eens anderen te spreken.

23.00
We willen tevreden ons bed in rollen, maar bedenken opeens dat we Pebbles niet meer gezien hebben sinds we haar twee uur eerder naar buiten lieten. Het is niks voor haar om zo lang weg te blijven. Na lang zoeken en roepen vinden we haar uiteindelijk zielig mauwend in de tuin tussen de brandnetels. Ze kan niet meer op haar achterpoten staan. Paniek! De weekenddierenarts stelt voor het een nachtje aan te kijken. Als het echt niet gaat, kunnen we komen, maar dan moeten we wel naar Grimstad (ruim een uur rijden). We kijken elkaar aan en denken allebei hetzelfde: “kunnen we het maken?” “Ik ga kijken of er nog licht brandt bij Erik”, zegt John, en vertrekt.

00.00
Erik, onze eigen dierenarts, die twee minuten lopen bij ons vandaan woont en praktijk heeft, bekijkt de röntgenfoto’s van Pebbles. “ik zie geen breuk”, zegt hij, “kijk, het ziet er netjes uit. Dat is goed nieuws.” Maar ze heeft wel iets aan haar rug waardoor ze weinig kan met achterpoten en staart. Is ze aangereden, of van een rots gevallen? We weten het niet. Injecties, pillen voor de komende dagen, laten rusten, dinsdag nog even langs komen en kijken hoe het zich ontwikkelt. Het kan een paar weken duren, maar de kans is groot dat ze herstelt.

00.45
We installeren Pebbles in de keuken en gaan eindelijk zelf ook slapen. 17 mei was een enerverende dag, in meerdere opzichten.

zondag 27 april 2008

Op de fiets

"Noren luiste Europeanen!" kopte een krant een week of twee geleden. "Ha, dat slaat zeker op onze arbeidsmoraal", grinnikte mijn collega, doelend op de korte werkdagen hier. Maar nee, dat was het niet. Het ging over een onderzoek dat had uitgewezen dat de Noor bedroevend weinig beweegt. "Waaat", zei diezelfde collega verontwaardigd, "dat kan toch niet? Wij zijn immers dol op wandelen in de vrije natuur. Lekker er op uit in het weekend, liefst met het hele gezin." Ja, en natuurlijk met een tas gevuld met grilworst en bier, dacht ik er achteraan, maar dat leek me niet zo'n wijze opmerking.

We lazen verder. Het weinige bewegen bleek niet op de weekenduitjes te slaan, maar op het woon-werk verkeer. Kort samengevat kwam het er op neer dat de Noor eens wat vaker op de fiets naar het werk zou moeten. Op de fiets! Nu ben ik als Nederlander misschien wel erg verwend met een riante hoeveelheid fietspaden, fietsstoplichten en fietsenstallingen, maar volgens mij kan ik veilig zeggen dat Noorwegen niet bepaald een fietsersvriendelijk land is. Niet bij ons in de omgeving in ieder geval. Om te beginnen fiets je bijna altijd op de autoweg. Een beetje eng, vind ik, en aanleiding om het beroemde gele hesje uit de kast te halen, zodat ik in elk geval goed zichtbaar ben. Daarnaast gaat het voortdurend op en af. Dat zou je natuurlijk als een uitdaging kunnen zien, of als een lekkere training. Maar voor een woon-werkritje vind ik het niks. Voor mij betekent het op de heenweg dat ik ga zitten en me naar beneden laat rollen tot voor de deur van het gemeentehuis en op de terugweg dat ik tegen de heuvel op moet zwoegen en tegen de tijd dat ik thuis ben meteen onder de douche kan. Andersom zou nog minder aantrekkelijk zijn, moet ik toegeven. Al hebben we op het gemeentehuis wel een douche.

Een paar dagen geleden ging ik dan toch een keer op de fiets. Ik moest namelijk midden op de dag naar de tandarts en op de fiets heen en weer naar het dorp gaat nu eenmaal sneller dan lopend. Eenzaam stond mijn fiets in het rek(je) bij het gemeentehuis, even eenzaam stond-ie op de stoep bij de tandarts voor de deur. Tijdens de lunch werd ik er wel een keer of zes over aangesproken: "je bent op de fiets he?", "ik zag je fietsen vanochtend!" De echte liefhebber informeert ook nog of het waar is dat Nederlanders zo veel fietsen en dat het in Nederland bijna overal vlak is. Ik ben de bezienswaardigheid van de dag.

Noren zo ver krijgen dat ze op de fiets naar het werk gaan. Het lijkt me een onmogelijke opgave.

zaterdag 12 april 2008

Ringveien 29 - deel 3: Het Strandhuis

Alweer een tijdje geleden verschenen de eerste twee delen van ons verhaal over Ringveien 29. Om het geheugen een beetje op te frissen: zelf een huis bouwen vonden we al met al toch wel erg duur worden, en van de vele bezichtigingen die we tot nu toe hadden gedaan werden we meestal niet erg vrolijk. Een uitzondering was het mooie, typisch Noorse huis bovenop een heuvel in een dorpje op een kwartier rijden van Risør. We waren die week nog in onderhandeling met de eigenaars nadat een eerder bod van ons was afgewezen. En toen kwam dus het open huis van Ringveien 29 in zicht. De buurman die op nummer 31 woont, was stomtoevallig een collega van mij op school. Hij had me verzekerd dat het huis de moeite waard was, en ook enkele andere collega's wisten direct over welk huis het ging en knikten bevestigend bij zijn aanbeveling. Op internet hadden we al wat foto's gezien, maar echt overtuigd waren we nog niet. Emmy vond een bezichtiging eigenlijk verspilde moeite gezien de torenhoge vraagprijs, en ook ik twijfelde. Maar het tijdstip van het open huis kwam me eigenlijk prima uit, net na werktijd, dus ach, niet geschoten is altijd mis, toch? Ik besloot dus om een kijkje te gaan nemen en daarna verslag aan Emmy uit te brengen.

Het huis bleek vrij dicht bij school te liggen, op een steenworp afstand van Risør centrum, boven op een heuvel. In de advertentie op internet werd geschermd met de zinsnede 'misschien wel het mooiste uitzicht in Risør', dus ik was benieuwd. Enkele weken eerder had ik een ander huis met zeeuitzicht bezichtigd dat vlakbij Ringveien 29 lag. Dat huis was op zich leuk en in goede staat, maar had niet al te veel ruimte (het was een bungalow met drie, vrij kleine slaapkamers). Desondanks was het binnen een week verkocht, terwijl de vraagprijs bepaald niet laag was geweest. Ook andere mensen hadden ons verzekerd dat voor zeeuitzicht fors in de buidel moest worden getast, zeker voor een huis dat ook nog eens dicht bij de oude dorpskern ligt.

Op het moment dat ik aankwam werden er al enkele belangstellenden rondgeleid door de makelaar. Ik trof Albert, de mannelijke helft van het Nederlandse(!) echtpaar Albert en Betty, de huidige eigenaars. Een sympathieke, nog niet zolang gepensioneerde zestiger, die me enthousiast het huis liet zien. Inderdaad, het uitzicht was adembenemend. Over steil naar beneden lopende rotsen, dicht beplant met berken en dennebomen, keek ik recht over zee uit op het in Risør bekende eilandje Stangholmen, waaraan het aldaar gelegen restaurant zijn naam ontleent. Vanuit de woonkamer stapte ik de zonovergoten veranda op. Daar trok ik een aangename conclusie: geen buren te zien. Het huis verschuilt zich in de luwte tussen twee rotsen, op een zodanige manier dat de twee buurhuizen geen zich hebben op de veranda of achtertuin. De architect had destijds slim tekenwerk verricht, zoveel was wel duidelijk. Een ander positief punt was dat de 'Noorse keuken- en badinrichting' hier ver te zoeken was. De keuken was splinternieuw, fris wit, en voorzien van luxe inbouwapparatuur. Heel wat anders dan de vele keukenrampen die we tot nu toe hadden gezien. De badkamer was klein, maar praktisch. En de wc, goed, die was minder, maar het vernieuwen van toiletblok en wastafel zou hier zeker wonderen doen. Ook de twee slaapkamers waren prima, dit was echt niet verkeerd, ik werd steeds enthousiaster! Maar toch: de huiskamer was weliswaar ruim, maar twee slaapkamers hield niet over natuurlijk. Albert had echter nog diverse verrassingen voor me in petto. Nadat hij eerst twee enorme bergzolders had laten zien, kondigde hij aan dat we nu nog even de onderverdieping zouden gaan bekijken. Eenmaal beneden aangekomen, bleek dat daar nog eens drie slaapkamers waren, een proviandkamer en nog een paar inbouwkasten. Niks klein huis, dit was ongelofelijk! Ik zag het direct voor me: als we de grootste twee slaapkamers zouden doorbreken en van de proviandkamer een badkamer zouden maken, konden we een schitterend gastenverblijf in de onderverdieping maken. De torenhoge vraagprijs vond ik nauwelijks een probleem meer. In Nederland woonden we toch al jarenlang duurder dan dit? Eenmaal thuis gekomen, wilde Emmy uiteraard weten hoe het geweest was. 'Vergeet de prijs,' zei ik. 'Fantastisch huis. Hier moeten we gewoon op bieden.'

Hierna ging het snel. 's Avonds belden we Albert en Betty om een tweede bezichtiging af te spreken voor de volgende dag, nu met Emmy natuurlijk, die ook direct enthousiast was. Nog een dag later brachten we ons bod uit. We wisten dat we snel moesten handelen vanwege de aantrekkelijke ligging van het huis. In Noorwegen is een bod altijd aan een deadline gekoppeld: het is meestal slechts één of twee dagen geldig, dan moeten de verkopers beslissen. Doordat we ons bod op een vrijdag uitbrachten moesten we nog een spannend weekeinde wachten, en ondertussen hopen dat niemand anders zich met een serieus tegenbod in de strijd om het huis zou mengen. In Noorwegen wordt rustig met meerdere kopers tegelijk onderhandeld in een poging om de maximale opbrengst uit een pand te halen, en we wisten dat we maar heel weinig speelruimte hadden als er een andere bieder bij kwam. Wat wellicht in ons voordeel kon werken was dat Albert en Betty al een ander huis hadden gekocht en dus liefst zo snel mogelijk wilden verkopen. En ons bod was zeker niet verkeerd. Toch hadden we er een beetje een hard hoofd in: er zou vast nog een bieder bijkomen, met alle vervelende prijsgevolgen van dien. Maandagochtend kwam tot onze verbijstering echter het verlossende telefoontje: geen nieuwe bieders, en ons bod was geaccepteerd. Ringveien 29 was van ons!

vrijdag 4 april 2008

Zomertijd

De zomertijd is ingegaan! Niet alleen de bekende klok-een-uur-vooruit zomertijd, maar ook de gemeentelijke zomertijd. Sinds 1 april eindigt mijn werkdag niet meer om 4 uur, maar om 3 uur 's middags. Voor wie zich afvraagt of ze in Noorwegen ook aan 1 april grappen doen: zeker, volop, elke krant heeft op die datum wel een zogenaamd nieuwtje gepubliseerd dat achteraf een grap bleek. Maar die werktijden, dat is dus geen grap.
Ik moet toegeven, het was wel even wennen om zo vroeg naar huis te gaan. Vooral de eerste dag toen er nog grote hopen sneeuw langs de kant van de weg lagen, ik blij was dat ik mijn handschoenen aan had en eigenlijk ook wenste dat ik mijn muts mee had genomen. Maar nu heeft de natuur het dan eindelijk ook begrepen. De zon schijnt volop, we hebben alweer op ons terras gezeten en de verwarming kan uit. Nu nog even de spijkerbanden verwisselen voor zomerbanden voordat we tegen een bekeuring aan rijden.
Wij zijn klaar voor de zomer en Risør is dat ook: de bootjes worden van stal gehaald en er is weer schepijs te koop.
De zomer duurt hier tot 1 oktober...

donderdag 27 maart 2008

De Laatste Lift

Zoals Emmy in een eerder stukje al schreef: de belangrijkste reden dat we in de paasvakantie naar Røros gingen, was dat mijn ski's er nog lagen. Uitermate irritant natuurlijk, want als je dan toch in Noorwegen woont, wil je wel van tijd tot tijd op de lange latten staan. Omdat ik niet meteen bij Gørild - onze Noorse vriendin - terecht kon om mijn ski's op te halen, huurde ik de eerste paar dagen een snowboard. Het was alweer vier jaar geleden sinds ik daar voor het laatst op stond, en al te vaak heb ik het nog niet gedaan, dus ik was benieuwd. Het menselijk lichaam is een wonderlijk apparaat, zo bleek al snel. Na een paar bochtjes voelde het al weer enigszins vertrouwd, en een uurtje later draaide het alsof ik nooit anders gedaan had.

De laatste dag had ik echter voor het skiën bewaard. De omstandigheden waren schitterend: strakblauwe hemel, zonovergoten pistes en kakelverse poedersneeuw. Met een graadje of tien onder nul was het hooguit wat fris. In een van de weinige geslaagde liedjes die ik geschreven heb, komt dit zinnetje voor: The world, the past, the grief: we leave it all behind. Als dat voor mij ergens op van toepassing is, dan is het wel op skiën. Als ik op volle snelheid van de berg afsuis, de kanten van mijn ski's scherp de sneeuw in stuur en in een wervelend spel met zwaartekracht en berg al slalommend mijn weg naar beneden vind, weet ik het weer. Ik heb veel gesport in mijn leven, en ja, een fraai doelpunt, een geslaagde schouderworp, met een listig dropshot je opponent verrassen, een snoeiharde topspin forehand diagonaal over de tafel, een lob die net voor de baseline over je verbouwereerde tegenstander valt, in een onweerstaanbare eindsprint de concurrentie voorbijsnellen: het is allemaal fantastisch. Maar er is voor mij maar één sport die synoniem is met het ultieme geluksgevoel. De dag dat ik niet meer naar skiën verlang, is die ene dag die we allemaal gaan meemaken. De lift die me dan naar hemel of hel gaat brengen moet nog maar even wachten: eerst moet ik hier beneden de laatste lift halen!

zaterdag 22 maart 2008

Napoli

Paasvakantie, in Noorwegen bestaat het nog. Hier is namelijk niet alleen tweede paasdag een feestdag, maar ook goede vrijdag en witte donderdag. Laat die Noren maar schuiven als het om feestdagen gaat!
Omdat iedereen met zoveel vrije dagen achter elkaar graag naar zijn hytte (tweede huisje) gaat en daar woensdag natuurlijk niet midden in de nacht wil aankomen, zijn veel mensen woensdagmiddag al vrij. Ach, eigenlijk kun je wel stellen dat er op maandag en dinsdag ook niet zo veel gewerkt wordt. En nu ik er aan terugdenk: halverwege vorige week begon het al vrij rustig te worden.

Als ijverig integrerende immigrant wil je natuurlijk niet achterblijven, dus wij ook op paasvakantie. Nu zijn we nog niet zo ver dat we een hytte hebben, we hebben zelfs nog geen goede kennissen met een hytte, maar dat mocht de pret niet drukken. We hadden namelijk twee bestemmingen: Sint-Pancras en Røros.

Op vrijdag 14 maart, de 80e verjaardag van mijn vader, stapten we rond lunchtijd (dat is hier om 11.30 uur) in de auto richting Oslo. Meestal gebruiken we dichterbij gelegen vliegvelden, maar met het oog op de doorreis naar Røros hadden we nu voor Oslo gekozen. Een kleine elf uur later deden we de achterdeur in Sint-Pancras open. Ik was benieuwd of mijn moeder onze komst geheim had weten te houden voor de jarige, maar toen we binnenkwamen zag ik meteen dat hij van niets wist. De verrassing was geslaagd!

Na een paar gezellige en gelukkig niet al te hectische dagen, vertrokken we dinsdag richting Røros. Dat we naar Røros gingen, was niet zozeer omdat John heimwee had naar zijn winterse bergdorp, maar omdat hij, toen hij er een kleine twee jaar geleden vertrok, "tijdelijk" wat spullen bij kennissen had opgeslagen. Wat het precies voor spullen waren (behalve zijn ski's), kon hij zich niet herinneren, maar het was hoe dan ook tijd om de boel eens op te halen. En een paar dagen skiën, daar hadden we natuurlijk ook wel zin in.

Oslo-Røros is nog best een flinke rit, zeker als je bedenkt dat we niet bepaald kilometervreters zijn en op een slechte dag elkaar ongeveer elk halfuur moeten afwisselen achter het stuur omdat we anders in slaap vallen. Maar we hadden een goede dag en reden lekker door.
Aan het begin van de avond moesten we beslissen wat we zouden doen met eten. We besloten ons geluk te beproeven in Koppang. Over Koppang valt niet zoveel te vertellen, behalve dat het in mijn ogen een typisch Noors plaatsje is: aan een rivier, tussen de heuvels, overdag waarschijnlijk idyllisch mooi. Toen wij er aan kwamen, was het er donker en stil. We reden het centrum binnen, waar we zagen dat we de keuze hadden uit twee restaurants: het ene zag er uit als een klassiek Noors restaurant. Zo te zien zater er geen gasten. Het andere had een uithangbord met "Restaurant Pizzeria Napoli", plastic kleedjes op de tafels en eveneens nul klanten. Dat werd nog lastig kiezen...
Omdat snelheid ons belangrijkste criterium was die avond, gingen we voor Napoli. Daar bleken ze niet alleen in pizza's en pasta's te doen, maar ook in Mexicaans, Grieks, Turks en hamburgers. Het eten kwam snel en smaakte zoals verwacht. Wat is dat toch hier? Bijna elk dorp heeft zijn eigen Napoli en vaak is het eten bij die "Napoli's" matig, of zeg maar: slecht. In het eerste het beste Nederlandse studentenhuis krijg je gegarandeerd betere pasta. En betere hamburgers, Mexicaanse hap enzovoort. Waarom kiezen die Napoli's er voor om van alles en nog wat te serveren en alles van belabberde kwaliteit? Hoe overleven ze in die kleine dorpen met nauwelijks klanten? Maar vooral: waarom zijn de uitbaters desondanks altijd goed gehumeurd?
Ja, de Noorse samenleving stelt ons voor vele raadsels. Napoli is er slechts één van.

donderdag 13 maart 2008

De snelweg

In Noorwegen is er gemiddeld beduidend minder wind dan in Nederland. Op ons terras profiteren we hier extra van, omdat ons huis tussen twee rotsen in ligt, waardoor we goed beschut kunnen zitten. Tot ons grote genoegen hebben we dit jaar dan ook al diverse keren lekker buiten op het terras gezeten, terwijl de thermometer niet meer dan een graad of vijf aangaf. Ongelofelijk maar waar. Zolang er weinig wind is en de zon schijnt, is het daar ronduit heerlijk.

Zo ook op een zondag, begin maart. Samen met de katten koesteren we ons in de voorzichtig plagende, maar o zo aangename zonnestralen, onder het genot van een kopje koffie. We verbazen ons er nog eens over dat we met deze temperatuur zonder jas en zonder te verkleumen buiten kunnen zitten. En die rust, heerlijk. Alleen wat vogels die de lente in hun kop hebben, verder niks. Of... Wat hoor ik daar voor irritant geruis op de achtergrond? Een oude ergernis dringt zich razendsnel naar boven, als een woekerend onkruid: verkeerslawaai, die vervloekte snelweg natuurlijk! Zonder na te denken floep ik er geïrriteerd uit: ‘Wat hoor ik daar toch voor vervelende ruis?’ Emmy kijkt me aan met een blik van ‘Waar heb ik deze sukkel toch aan verdiend,’ en zegt meewarig: ‘Da’s de zee, slimmerd’.

Oh ja, da’s waar ook, we wonen tegenwoordig aan zee. En de snelweg is hier toch wel een slordige twintig kilometer vandaan.

De achtergrondruis werd er niet minder door, maar klonk plotseling wel een stuk aangenamer.

zaterdag 16 februari 2008

Achtertuin

Het is zaterdag. John is in Nederland, de katten liggen te slapen, ik ben klaar met het verven van weer een paar muren en het is prachtig weer. Een mooi moment voor een wandeling. Ik heb bedacht dat ik mijn wandeling van vandaag in de achtertuin begin. Onze achtertuin bestaat uit bos en rots en gaat ergens op een onmogelijk te herkennen punt over in gemeentegrond. Door de tuin en verder door het gemeentebos loopt een paadje naar beneden. Daar komt het uit op een wandelpad langs de kust. Mijn pad van vandaag.
De eerste en laatste keer dat we het pad naar beneden namen, was in oktober. We hadden het huis net gekocht en gingen met de toen-nog-eigenaars de tuin door. Ik kon me niet precies meer herinneren hoe de route naar het wandelpad was, dus ik ging een beetje op goed geluk op pad.
Na een meter of 15 stuit ik op een den die dwars over het paadje ligt Zeker geveld door de storm van een paar weken geleden. Ik klauter er overheen en vervolg mijn weg. Nou ja, weg...Door de wirwar van struiken en takken is het pad nauwelijks meer herkenbaar. Uiteindelijk kom ik toch op het echte wandelpad aan. Dat loopt een stuk beter.
Bij een bankje op een rots blijf ik even staan. Het uitzicht is hier prachtig. De middagzon schijnt op de eilandjes voor de kust, de zee kabbelt rustig en de eerste meeuwen krijsen alweer. Op een mooie septemberdag had ik lang op dit bankje zitten lezen, niet wetend dat ik op een steenworp afstand van onze toekomstige achtertuin zat.
Na een tijdje wandelen kom ik bij een afslag. Die heb ik nog niet eerder genomen, maar als het goed is komt dit pad boven bij de weg uit en dan kan ik zo terug naar huis lopen. Het duurt niet zo lang of het duidelijke pad wordt een vaag klein paadje. Eigenlijk doet het me behoorlijk denken aan ons tuinpad. Boven me zie ik een huis en aangezien dit niet ons huis is, kan maar tot één conclusie komen: ik loop in de achtertuin van iemand anders.
Intussen behoorlijk zwetend baan ik me een weg naar boven. Daar word ik begroet door een opgewekte zestiger die in -inderdaad- zijn tuin aan het werk is. "Hee, gezellig dat je langskomt", zegt hij. "Je bent niet de eerste die door onze tuin boven komt", voegt hij er aan toe als ik me wil verontschuldigen. We babbelen nog een beetje sociaal en hij wijst me hoe ik bij de weg kom. Even later stamp ik met mijn bergschoenen over zijn keurige terras en langs zijn garage waarvan, zoals meestal hier, de deur wijd open staat. Daar is de weg. Een kwartiertje later ben ik weer thuis. Volgende keer misschien toch de kaart meenemen!

zondag 20 januari 2008

Ringveien 29 - deel 2: huizen kijken

Nu we onze vraagtekens bij het kopen van de kavel op Spirekleiv hadden gezet, diende zich de vraag aan wat het alternatief was. Een bestaande woning kopen natuurlijk, maar waar? Ondanks dat we een optie op een kavel hadden, hadden we al aardig wat huizen bekeken, deels uit nieuwgierigheid, deels om een beter beeld te krijgen van de markt.

Onze eerste serie bezichtigingen vond al plaats in mei, toen we net wisten dat we naar Risør zouden verhuizen. Een bezichtiging kun je hier op verschillende manieren regelen. Een van de meest gangbare manieren is het open huis. Dit wordt meestal georganiseerd direct nadat het huis op de markt is gekomen. De makelaar is dan aanwezig met folders en leidt de belangstellenden rond. Een open huis is vooral interessant voor woningen die goed in de markt liggen. Het idee is dat er meerdere belangstellenden zijn die tegen elkaar op gaan bieden waardoor het huis voor een goede prijs weggaat. Kun je niet naar het open huis dan kun je via de makelaar een afspraak maken voor een bezichtiging. Meestal word je dan rondgeleid door de bewoner en is de makelaar niet aanwezig. Staat het huis al leeg, dan vertelt de makelaar op welke plek in de schuur of brievenbus de sleutel ligt, zodat je zelf kunt gaan kijken. Je kunt ook op de gok naar een te koop staand huis toegaan en vragen of je even mag kijken. Grote kans dat het geen enkel probleem is.

Van die eerste serie bezichtigingen is me vooral bijgebleven dat we tot de conclusie kwamen dat het een hele kluif zou worden een leuk bestaand huis te vinden. Op de foto zagen de meeste woningen er nog wel aardig uit. Dat moet ik de makelaars nageven: zelfs het grootste krot weten ze nog leuk op de foto te zetten. Eenmaal ter plekke werden we echter geconfronteerd met de harde werkelijkheid. Om te beginnen was daar natuurlijk de authentieke Noorse keuken- en badinrichting. Ik ken niets in Nederland waarmee je die zou kunnen vergelijken. Het zal best bestaan hebben, maar dat moet dan lang voor onze tijd geweest zijn. Verder zijn er veel huizen die je gerust het etiket "project" kunt opplakken. Niet gewoon een project voor de handige doe-het-zelver, maar een project voor de superhandige, alleskunnende en vooral onvermoeibare doe-het-zelver.
Op een dag bekeken we een huis in Risør. We werden rondgeleid door de eigenaar die inmiddels naar Brazilië was verhuisd. De begane grond zag er al niet al te fantastisch uit, maar als je de jaren 70 decoratie wegdacht, was er nog wel iets van te maken. Toen kwamen we in de kelder. Of wat daar voor door moest gaan. Bouwput was misschien een betere benaming. "Ja", verklaarde de eigenaar, "ik was ooit van plan hier een zwembad te bouwen, maar het is niet helemaal afgekomen..."

De bezichtigingen die we vanaf augustus deden, verliepen iets beter. We leerden door de foto's heen kijken en kregen door welke dingen hier van belang zijn voor de prijs van een huis. Uitzicht op zee en een eigen aanlegplaats voor een boot staan boven aan de lijst van prijsverhogende elementen. Binnen een straal van 200 meter van Risør centrum doet het ook goed. Alles wat verder is, heet "buiten de stad" en levert minder op. Ruimte om het huis betekent weinig want er is hier ruimte zat.
Zo kwamen we bij een huis dat tussen Risør en onze camping in lag, op ongeveer een kwartier rijden van het centrum. Op een heuvel, uitzicht op de fjord, goede buitenruimte, in goede staat, grote garage. Er waren ook wat nadelen: kleine slaapkamers met schuine wand, een badkamer die zo was ingericht dat je alleen zittend in het bad kon douchen, een kelderverdieping waarvan de helft nog afgewerkt moest worden. Maar het was, om in makelaarstermen te spreken, een huis met mogelijkheden. We besloten een bod uit te brengen. Een bod doe je hier schriftelijk en als de verkoper ja zegt, is het direct bindend. Je kunt dus niet meer terug. Het was daarom prettig dat we wisten dat we de kavel terug konden geven, als we dat wilden. Om een lang verhaal kort te maken: we kwamen er niet uit met de verkoper. Wij wilden eigenlijk niet meer betalen dan de vraagprijs (anders dan in Nederland zet men hier vaak een vraagprijs in de advertentie die iets lager ligt dan het bedrag dat men uiteindelijk hoopt te vangen). De verkoper wilde 100.000 kronen meer hebben dan de vraagprijs. Geen onoverkomelijk bedrag, maar toch wilden we het niet op tafel leggen. Zou dat betekenen dat dit niet het huis voor ons was?

Er verscheen een nieuw huis op internet, in Risør zelf. Bij John op school werd er druk over gesproken. Het huis had een fantastisch uizicht op zee, er woonden nu Nederlanders, ze hadden er aardig wat aan gedaan sinds ze er ruim twee jaar geleden in waren getrokken. Moesten we daar misschien gaan kijken? We bekeken de foto's op internet, maar erg enthousiast werden we er niet van. "Niet interessant", besloot ik, "en bovendien te duur." Daarbij was de bezichtiging wat te vroeg voor mij (ik werkte toen nog in Arendal). John zag ook niet zo veel in het huis, maar aan de andere kant, hij was toch in de buurt op het tijdstip van het open huis. Dus hij besloot - grotendeels uit nieuwsgierigheid - te gaan kijken. Voor die verbijsterend hoge vraagprijs moest toch een reden zijn?

zondag 6 januari 2008

Winter


Een witte kerst zat er niet in, maar woensdagnacht was het dan zo ver: het sneeuwde!
Donderdagochtend lag er een dun laagje en volgens de weerdeskundigen zou het daar niet bij blijven. Zuid-Noorwegen (of liever: het zuiden van Zuid-Noorwegen, want Zuid-Noorwegen begint al op een plek die naar Nederlandse maatstaven behoorlijk noordelijk ligt) bereidde zich voor op zware sneeuwval. Een klein jaar geleden leidde een meter sneeuw in korte tijd hier in de omgeving tot enorme chaos. Er werd dus druk gespeculeerd over hoe het nu zou verlopen. Zouden de sneeuwschuivers hun werk behoorlijk doen, zouden de mensen het advies opvolgen om lekker binnen te blijven? De internetkrant hield zelfs een poll: "Rijden de mensen in Zuid-Noorwegen slechter onder winterse omstandigheden dan de gemiddelde Noor?".

Bij ons in het dorp ligt zo'n 40-50 centimeter sneeuw. De sneeuwschuiver kwam regelmatig door de straat en schoof de sneeuw netjes aan de kant. Na een dag was er zo een behoorlijke sneeuwmuur ontstaan, waarachter onze auto's stonden... Ja, dat wisten we vantevoren, maar echt praktisch is het natuurlijk niet. Wel lekker dat we lopend naar ons werk kunnen! Gisteren en vandaag zijn we heel wat uurtjes zoet geweest met sneeuwschuiven. De vorige bewoners hadden hun schuiver gelukkig voor ons achtergelaten.
Het paadje naar het huis is weer begaanbaar, één van de auto's hebben we uit de sneeuw bevrijd en de postbode kan weer normaal bij de brievenbus komen. De sneeuw storten we in de kloof die ons huis van dat van de buren scheidt. Meteen kennis gemaakt met de buurman die "zijn" sneeuw in dezelfde kloof stort.

Na het harde werken volgde het NK sprint via internet om lekker in de winterse stemming te blijven. Het ziet er leuk uit, die witte wereld, maar de sneeuwbuien mogen van mij wel weer even wegblijven.
Chaos werd het overigens niet, al was de uitslag van de poll niet zo bemoedigend: volgens 60% van de inzenders rijden wij, Sørlendinger, slechter op winterse wegen dan de gemiddelde Noor :-(

zondag 23 december 2007

Ringveien 29 - Deel 1: bouwen of niet bouwen?

Sinds een week wonen we op Ringveien 29 en dat is nieuws. Niet alleen omdat een nieuw huis nu eenmaal altijd nieuws is, maar vooral omdat we helemaal niet op Ringveien 29 zouden gaan wonen. We zouden immers een huis gaan bouwen op Spirekleiv 15. Wat is dit nu toch allemaal? Een verslag -in nog onbekend aantal delen- van onze jacht op een plek om te wonen.

Zoals eerder op de blog te lezen was, hadden we na ons bezoek aan Risør in mei een kavel gereserveerd op Spirekleiv, een kavelgebiedje vlak bij de camping waar we een tijdelijk onderkomen hadden geregeld. Op grond van gesprekken met verschillende bewoners van Spirekleiv, met mensen van de gemeente (ja, diezelfde mensen met wie ik nu een paar keer per week in de kantine mijn boterhammen eet), en met bouwers, dachten we dat we een redelijke indruk hadden van de mogelijkheden en de kosten.
Toen de eerste drukte met het regelen van bankrekeningen en verblijfsvergunningen achter de rug was, stortten we ons dan ook vol overgave op het project “huis bouwen”. Het was het begin van een ontelbaar aantal gesprekken en mailwisselingen met Agnar, Anders en Jan, en dan noem ik nog niet eens de bouwers die na een eerste kennismaking weer afvielen. We bekeken tekeningen, aangepaste tekeningen en materialen. De bouwmannen kwamen stuk voor stuk naar de kavel waar de één fronsend iets mompelde in de trant van “best wel steil” en de ander uitriep “schitterende plek”. Op een zonnige weekenddag huurden we zelfs een motorbootje van onze vrienden van de camping om vanaf de fjord een foto van de kavel te nemen, waarop het toekomstige huis ingetekend zou kunnen worden. Wel zo handig voor het insturen van de bouwaanvraag naar de gemeente. Die zou dan makkelijk kunnen beoordelen of het door ons gekozen huistype goed in de omgeving paste.
We hadden het er druk mee... en we gingen twijfelen. Het werd al snel duidelijk dat het een behoorlijk prijzig project zou worden. Vraag 1 was dan ook “kunnen we dat betalen?” (want we hadden nog maar één vast inkomen), en vraag 2 “willen we dat betalen?”. We gingen eerst maar eens praten met onze eigen bank. Die zag geen probleem. De lening kon er komen. Dat ik op dat moment nog geen vaste baan had, was geen belemmering. Ze kenden ons immers, dat zat wel goed. Dat was dus positief, maar we waren nog steeds in twijfel. Moesten we het “goedkoop” houden en een huis bouwen dat eigenlijk niet helemaal was zoals we wilden? Dat was niet het idee dat we hadden toen we de kavel reserveerden. Moesten we bouwen wat we graag wilden en de hoge kosten voor lief nemen? Was het dan eigenlijk wel een verstandige investering? Dat vroeg om nader onderzoek. Via het kadaster vonden we uit wat niet zo lang geleden verkochte huizen op Spirekleiv hadden opgebracht. Daar werden we niet vrolijk van. De bouw van ons huis zou veel meer kosten en het huis zou bij een eventuele verkoop dus ook veel meer moeten opbrengen dan de buurhuizen. Dat was geen gunstig scenario.
Tijd voor een telefoontje naar de gemeente: “Zeg eh, wat als we die kavel nou toch niet willen?” (de termijn waarbinnen we de gemeente moesten betalen, was nog niet verstreken).
“Nou”, luidde het antwoord, “als je het allemaal niet rond kunt krijgen, dan stuur je gewoon een brief dat je ervan afziet, en dan halen we de reservering van jullie naam af”. Zonder kosten, want we zijn hier natuurlijk niet in Nederland...
Ha, dat gaf lucht. We hadden al een paar keer wat huizen bezichtigd om een indruk te krijgen van wat er te koop was, en nu konden we er ook voor kiezen om een bestaand huis te kopen. Mogelijkheden genoeg dus, maar om nou te zeggen dat de situatie er eenvoudiger op werd...