dinsdag 13 juli 2010

Bloggen over het werk

Na bijna drie jaar werken in Noorwegen, is het aantal blogs over werk nog steeds op één hand te tellen. Niet dat ik nooit wat meemaak hier, maar lang niet alle werkzaken lenen zich nu eenmaal voor de blog. Een blog is tenslotte openbaar en je kunt wel denken ”ach, die Noren kunnen toch geen Nederlands lezen”, maar het zit hier vol met Nedernoren die zowel Noors als Nederlands spreken en daarnaast is het met googletrans een fluitje van een cent om een tekst vertaald te krijgen. Beetje krom meestal, maar de essentie haal je er toch wel uit. OK, voor de liefhebber: dit krijg je als je deze tekst via googletrans eerst van het Nederlands naar het Noors vertaalt en die vertaling vervolgens weer laat overzetten naar het Nederlands:

Na bijna drie jaar van het werken in Noorwegen, het aantal blogs blijft om te werken met een handvol. Niet dat ik nooit zal ervaren wat is hier, maar niet alle producten zijn geschikt om te werken alleen op de blog. Een blog is immers openbaar, en je zou kunnen denken "oh, dat de Noren nog steeds geen Nederlands kan lezen”, maar zit hier vol met lagere Oren zowel Noorse en Nederlandse spreek-en ook een Google-controle op een fluitje van een cent de vertaling van de tekst te krijgen. Meestal iets scheef, maar je krijgt de essentie daar toch.

Veel dingen zijn niet zo blogbaar dus, maar Algemene Noorse Rariteiten natuurlijk wel. Dat zijn van die terugkerende fenomenen waar ik me steeds weer over verbaas. Regelingen waarvan ik er met mijn verstand niet bij kan dat iemand die ooit verzonnen heeft en waar ik me, op slechte dagen, behoorlijk aan erger. Dat laatste is natuurlijk zinloos, want sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en “even veranderen” (dwz. aanpassen aan onze eigen, veeeeel betere, maatstaven) is er niet bij. De gemiddelde Noor is al niet eens aan de kroket te krijgen, laat staan dat je zomaar aan zijn wetgeving gaat sleutelen. Even los van dat dat voorlopig helemaal niet kan. Ik heb nog wel even te gaan voordat ik voldoe aan de criteria om me te mogen uitleven in de landelijke politiek hier.

Wat zijn dan die dingen die ik ongeveer dagelijks tegenkom in mijn werk en die me verbazen of irriteren (en soms natuurlijk ook komisch zijn)? Nou bijvoorbeeld de wetgeving rond vakantie en vakantiegeld, (ziekte)verzuimregelingen, de rol van de vakbonden, de manier waarop er over salaris onderhandeld wordt, de jaarlijkse stakingsgolf, die eeuwige hang naar een iedereen-is-gelijk-grijze-muizigheid, de vergadercultuur, en de kenmerken van een zogenaamd geslaagd bedrijfsfeestje.

Als je dit zo leest, zou je bijna gaan denken dat het bepaald niet leuk werken is in Noorwegen. Dat valt wel mee hoor. Er zitten ook genoeg voordelen aan. Maar de illusie dat de cultuurverschillen tussen Noorwegen en Nederland klein zijn, raak je snel kwijt als je hier een tijdje aan de slag bent.

zaterdag 3 juli 2010

In Larvik is het goed wonen - deel 2: kustidylle


Het was de hele week lekker weer hier, maar niet zo warm als in Nederland. Het Nationaal Hitteplan kon dus in de kast blijven...

John heeft al lang en breed zomervakantie. Voor mij duurt het nog anderhalve week, maar om vast in de stemming gekomen, zijn we er deze week bijna elke dag een paar uur op uit gegaan. Lekker genieten van het mooie weer en de lange dagen.

Vorige week zaterdag waren we op Verdens Ende, oftewel het einde van de wereld, het puntje van een lang schiereiland bij Tønsberg. We waren ons fototoestel vergeten, dus voor wie niet in de gelegenheid is om zelf te gaan kijken, blijft het nog even een verrassing hoe het er daar uitziet.
Een dag later ontdekten we een leuk paadje nog geen tien minuten bij ons huis vandaan. Stom toevallig eigenlijk, we waren alleen maar even een wandelingetje in de buurt aan het maken.

We zijn ook naar Ula geweest. Dat is een kwartiertje rijden hiervandaan. We waren daar al eerder geweest. Tijdens onze huizenjacht vorig jaar, hadden we er zelfs korte tijd een huis op het oog. Maar een gehucht met nog geen 200 vaste inwoners vonden we toch wat te klein.
Ula heeft alles wat je van een kustidylle verwacht: een knus haventje, gladgespoelde rotsen en lieflijke zandbaaitjes. En direct daarachter, misschien wat onverwacht, een echt "boerenland" met akkers, korenvelden en bossen.

Ook dichter bij huis zijn er veel mooie kustplekjes. We hebben uitgebreid rondgedoold op smalle paadjes (of iets wat in het begin nog op een pad leek, maar later niet meer zo heel erg), genoten van de prachtige uitzichten en een ijsje gegeten op een bankje naast het café van de zeilclub.

En we waren het er over eens dat het mooi is hier.

dinsdag 8 juni 2010

12 uur lang ballen slaan

We hebben een volgepland weekend achter de rug. Het begon al op vrijdag. Vrijdagavond waren de Bislett Games in Oslo. Sinds we in Noorwegen wonen, hebben we het er al over om daar een keer heen te gaan, maar vanuit Risør vonden we het toch een beetje te veel gedoe. Dit jaar kwam het er dan eindelijk van. We waren ruim op tijd in Oslo en het was prachtig weer, dus streken we eerst op een terrasje neer om wat te eten.

Na een korte wandeling kwamen we bij het stadion. We waren overal op voorbereid en hadden warme kleding en dekentjes bij ons, maar de tribune lag heerlijk in de zon. De dekens konden we zodoende gebruiken als zitkussentjes. Er was veel mooie sport te zien die avond en het is natuurlijk extra leuk om de beste atleten van de wereld eens van dichtbij te zien. Hoe vaak zie je nu Asafa Powell op twee meter afstand zijn veters vastmaken?



De volgende dag konden we 's ochtends niet te lang treuzelen, want om 12 uur werden we op de golfbaan verwacht voor de weekendcursus "de weg naar golf". Twee keer zes uur golfles, ik moet zeggen dat ik het een hele opgave vond. Dat lag niet aan de instructeur, een goedgehumeurde Zweedse ex-profspeler, maar meer aan het feit dat golf eigenlijk best moeilijk is. Eindeloos hebben we allerlei slagen geoefend. Een enkele keer ging het best goed, maar we hebben nog wel even te gaan voor we op het niveau van Tiger zitten (ik in elk geval, John bakte er wat meer van). Tot slot gingen we een rondje spelen op de baan. Je zou denken dat het leuk is om te proberen die bal in de hole te krijgen, maar de ellende is dat er op en langs die baan bomen, struiken en waterpartijen staan en liggen en dat de bal om een of andere onverklaarbare reden steeds als een magneet naar die hindernissen toegetrokken wordt. Tja, het zal wel een kwestie van veel oefenen zijn, maar eerst moet ik bijkomen (een beetje lichamelijk en heel veel geestelijk) van onze eerste kennismaking met de golfsport.

dinsdag 1 juni 2010

In Larvik is het goed wonen - deel 1

Wie in Noorwegen op vakantie is, is geneigd de pittoreske kustplaatsjes te bezoeken. Daar zijn er een heleboel van, en ze zijn zeker een bezoek waard. Een plaats als Larvik echter, rijd je snel voorbij. Voor velen is Larvik niet meer dan een afslag van de E18 onderweg van Oslo naar Kristiansand, of de plaats waar de boot uit Denemarken aankomt.

Tot vorig jaar had ik ook niet echt een beeld van Larvik. Behalve dan dat het een industriestad was. Dat klopt tot op zekere hoogte ook. Al is veel industrie inmiddels verdwenen.
Industriesteden zijn vaak een beetje grauw. Voormalige industriesteden hebben daarbij ook nog eens de neiging om triest en verlaten te zijn. Dat alles gold ook voor Larvik. Tot een paar jaar geleden...

Een ambitieuze burgemeester en een vermogende Larvik-familie bleken een goede combinatie om het "Larvik moet mooier"-project van de grond te krijgen. De haven van Colorline werd verplaatst, een deel van het voormalige havengebied werd omgetoverd in recreatiegebied met wandel- en fietspad, beachvolleybalveldjes en de onvermijdelijke ijstent. Er kwam een nieuw theater en een mooi spa-hotel.
Niet alles wat op het verlanglijstje stond, is gerealiseerd, maar Larvik is absoluut mooier geworden. Daarbij is de stad, zoals ik eerder al schreef, een prima uitvalsbasis om de prachtige omgeving te verkennen.

De hoogste tijd dus om het image dat Larvik bij Nederlanders en Nedernoren heeft een beetje op te poetsen. De komende maanden (of misschien duurt het wel langer) gaan we al het moois in beeld brengen.

Vandaag deel 1: Bøkeskogen.

zaterdag 22 mei 2010

Een acceptabele portie 17 mei

Opeens is het zomer hier. Heerlijk natuurlijk, maar eigenlijk een beetje te laat. Vorige week waren mijn ouders hier en toen was de zomer nog in geen velden of wegen te bekennen.

De woensdag voor Hemelvaart vond er een klassieke "vliegtuigruil" plaats: John vloog naar Nederland met het vliegtuig waarmee mijn ouders net op Torp waren aangekomen. Handig toch?
Ze waren hier nog niet geweest sinds onze verhuizing naar Larvik en waren natuurlijk erg benieuwd naar ons huis en de omgeving. Beide vielen goed in de smaak!

Larvik heeft een beetje het imago van een verslonsde industriestad, maar er is de laatste jaren veel aan gedaan om de stad aantrekkelijker te maken en met succes. Ook de omgeving is prachtig. Ik vond het rond Risør altijd erg mooi, maar moet toch zeggen dat ik het hier mooier vind. Om te beginnen hebben we hier ons eigen beukenbos (Bøkeskogen), gelegen tussen de stad en Farris, een groot water omringd door heuvels. Daar hebben we natuurlijk heerlijk gewandeld.
Een andere favoriete bestemming is het gezellige kustplaatsje Stavern en het gebied daaromheen, ongeveer een kwartier hiervandaan. De dag dat we daar naartoe gingen, was het jammer genoeg nogal regenachtig, maar het was toch een mooie tocht.
Ook de andere kant op, tussen Larvik en Sandefjord, zijn vele mooie plekjes, zowel in het binnenland als aan de kust. Bijvoorbeeld richting Ula en Eftang, waar je na een korte boswandeling opeens in een pittoresk baaitje tussen de uitgesleten rotsen staat.
Natuurlijk stond ook Tønsberg op het programma, ons favoriete stadje hier in de buurt. Dat werd koffie met taart bij ons favoriete café, een bezoekje aan de oude slot-toren en lunchen in het zonnetje op een van de altijd levendige terrassen aan de boulevard.

En toen was het 17 mei. Voor het eerst vond ik het jammer dat we niet meer in Risør wonen. Daar woonden we zo dicht bij het centrum dat we tussen de optochten door makkelijk even naar huis konden lopen. En het was gezellig om veel bekenden tegen te komen. 17 mei is namelijk eigenlijk een oersaai feest, dus die bekenden heb je nodig om er toch nog een beetje wat van te maken.
Ik moest vantevoren goed nadenken hoe ik mijn ouders een acceptabele portie 17 mei mee kon geven en het geheel verliep aardig volgens planning. De dag begon met het planten van een klein formaat Noorse vlag in het buxusperkje naast de voordeur. Ik heb nog nooit van mijn leven een Nederlandse vlag uitgehangen, maar toch was het op één of andere manier een beetje vreemd een Noorse vlag bij ons huis te zien.
We vertrokken met de auto naar de stad aangezien ik geen zin had om een half uur op mijn nette hooggehakte schoenen rond te strompelen. Nadat we een perfecte parkeerplaats hadden gevonden, waren we precies op tijd om een deel van de kinderoptocht naar het "kinderoptochtverzamelpunt" te zien marcheren. Vervolgens togen we naar Bøkeskogen waar we een goed plekje vonden op een bankje. Al gauw werd het behoorlijk druk daar en na een minuut of 20 kwamen de eerste scholen in de kinderoptocht aan. In een stad als Larvik ben je niet zo 1-2-3 klaar met die optocht en we besloten niet op de laatsten te wachten, maar wandelden naar de stad om aan de koffie en (alweer) taart te gaan. Er waren daar al veel mensen, maar we waren toch de grote drukte net voor. Na de koffie hielden we het voor gezien. 's Middags aten we naar goed Noors gebruik nog een ijsje. We waren erg tevreden met onszelf!

17 mei was in Nederland natuurlijk de dag van alweer een aswolk, maar John had gelukkig de avondvlucht naar huis en die kwam netjes op tijd aan.
Dinsdag vertrokken mijn ouders weer naar Nederland. De week was omgevlogen.

donderdag 13 mei 2010

"Ik ben Emmy van het Noordeinde in Sint Pancras"

Het is bijna 17 mei, de dag waarop de Noren zo mogelijk nog Noorser zijn dan anders.
Een mooi moment dus om weer eens een typisch Noors gebruik van dichtbij te bekijken.

Vorige week vroeg een collega:"Waar in Nederland kom je precies vandaan?" Ze was bepaald niet de eerste die dit vroeg en zal vast ook niet de laatste zijn. Toen ik begon te lachen, keek ze me een beetje verschrikt aan en vroeg of ze misschien een onbehoorlijke vraag had gesteld. "Nee, maar wel een typisch Noorse vraag", grinnikte ik.
Nou ja, daar begreep ze natuurlijk niks van....

Op de vraag waar je vandaan komt, hoor je te antwoorden waar je oorspronkelijk vandaan komt. Voor het gemak zeg ik altijd maar dat ik uit Alkmaar kom, om vervolgens een verhaal over Nederlandse kaas op te hangen. Als ik het helemaal goed zou willen doen, zou ik eigenlijk moeten zeggen dat ik van het Noordeinde in Sint Pancras kom. Maar ja, ga dat maar eens uitleggen aan iemand die echt het verschil niet weet tussen Groningen en Maastricht.

Maar goed, de plek waar je je wortels hebt, is dus erg belangrijk hier. Ik heb al heel wat Noorse sollicitatiebrieven gelezen en bijna allemaal beginnen ze ongeveer zo: "Ik heet Karin, ben 35 jaar, al 11 jaar gelukkig getrouwd met Ole. We hebben twee kinderen: Lise (10) en Martin (8). Na een aantal jaren in Oslo te hebben gewoond, zijn we drie jaar geleden terug verhuisd naar Nanset (een wijk hier in Larvik), waar we beiden ook zijn opgegroeid. Ik ben voorzitter van het feestcomité van de Eikenlaan, en speel blokfluit in het Nanset-muziekkorps.
Blabla, blabla, blabla.

Afhankelijk van mijn humeur en hoe druk ik het heb:
-denk ik "mens, kom eens to the point, stop met leuteren en vertel waarom je die baan wilt en wat je te bieden hebt."
-grinnik ik een beetje in mezelf
-lig ik onder mijn bureau van het lachen.

Ach, zo heeft elk land zijn eigenaardigheden en dat gekneuter hier vind ik meestal wel charmant. De kunst is om als import-Noor met dit soort dingen je voordeel te doen. Zo had een Australische kennis van ons moeite met het vinden van werk. Totdat hij in zijn cv de naam van zijn (Noorse - en lokaal "bekende") vrouw noemde. Toen ging het ineens een stuk makkelijker allemaal.

Of het professioneel is?
Ehhh, professio-wattuh?

zondag 25 april 2010

Jarig

Er zijn er twee jarig, hoera, hoera!


Nelson en Pebbles worden 6 vandaag

zondag 18 april 2010

Kan iemand die vulkaan even uitzetten?

Eindelijk heeft heel Europa weer eens iets gemeenschappelijk: de aswolk. En voor de verandering kwam Noorwegen nu eens niet achteraan hobbelen in de ontwikkelingen, want wij hadden 'm zo'n beetje als eerste.

Toen ik woensdagavond las over de vulkaanuitbarsting, had ik -naïeve burger- nog geen flauw idee van de gevolgen. "Dat wolkje waait weel weer over", dacht ik, niet wetend dat die vulkaan nog lang niet uitgespuugd was. Maar het werd al gauw duidelijk dat die as ook bij ons roet in het eten zou gooien. Diana's vliegtuig kwam niet donderdagavond, en ook niet vrijdagmiddag, en niet zaterdagavond. En John loopt vandaag niet de Hilversum City Run, maar gewoon een trainingsrondje op de atletiekbaan in Larvik.

De creativiteit van de luchtvaartmaatschappijen in deze "crisissituatie" valt me een beetje tegen. Iedereen kent toch de tekst "De NS zet bussen in", lijkt me. Waarom worden er niet veel meer vervangende diensten ingezet? Hebben al die piloten die nu thuis zitten ook weer wat te doen.

Is die vulkaanas nou schadelijk voor de gezondheid of niet? De kranten staan vol met elkaar tegensprekende berichten, waardoor ik nog steeds niet weet of het beter is om binnen te blijven als het gaat regenen, en of de katten straks wel uit hun vertrouwde regenvijvertjes kunnen drinken.
Is de lucht schoner zonder vliegtuigen maar met vulkaanas of met vliegtuigen en zonder vulkaanas?
Voor onderzoekers in uiteenlopende vakgebieden zorgt de uitbarsting vast voor de nodige afwisseling. Echt natuurgeweld is toch iets anders dan een nagebootst vulkaantje in een laboratorium ergens negen-hoog in de grote stad.

IJsland mag dan een klein landje ergens midden in de oceaan zijn, het slaagt er toch maar weer in de gemoederen in Europa flink bezig te houden.

zondag 11 april 2010

Bezoek van Jo en zonnig weekend

Pasen ligt achter ons, we zijn begonnen aan de etappe naar de zomervakantie. Het paasweekend was Jolanda over uit Nederland. We hadden er lang op moeten wachten, maar nu was het dan eindelijk zover!
Aanvankelijk was de weersvoorspelling zo slecht dat ik Jo mailde vooral haar regenjas en rubberlaarzen niet te vergeten, maar in de praktijk viel het allemaal erg mee. Twee van de drie dagen hadden we een lekker zonnetje en we zijn er gezellig op uit geweest. Eerste paasdag was er paasmarkt in Stavern. Daar was heel wat volk op de been. Zoals meestal bij de eerste zonnestralen, zaten de terrasjes stampvol. Omdat er een frisse bries stond, zijn wij als echte Hollandsen toch maar binnen gaan zitten.
Dinsdag ging Jo helaas alweer naar huis. De weergoden moesten er blijkbaar ook van huilen, want het regende behoorlijk die dag.

Inmiddels is de zon teruggekeerd. Tijd om eens wat in de tuin te gaan doen. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de straat. Overal wordt ijverig geharkt en geschept. Ook hebben we vandaag ons eerste rondje hier gefietst, "rondje Stavern". John moest natuurlijk zijn in de najaarsuitverkoop gekochte racefiets eens goed testen, dus die was binnen no time uit zicht. Gezellig hoor, dat samen fietsen......
Het is hier overigens goed fietsen. Natuurlijk wel wat heuveltjes, dus het is af en toe flink puffen geblazen.

We zijn klaar voor weer een nieuwe werkweek, en natuurlijk voor het bezoek van Diana die donderdagavond aankomt. Jaja, een Belg in Noorwegen! Dat levert vast wel weer een blogje op.

dinsdag 30 maart 2010

Paasnoten

We hebben paasvakantie.
Voor John is het natuurlijk vertrouwd om de hele week voor Pasen vrij te hebben, voor mij niet zo. Bij mij op het werk zijn we verplicht vrij, een regeling die stamt uit de tijd dat we nog min of meer een productiebedrijf. Eigenlijk vind ik het een regeling uit het stenen tijdperk, maar nu ik eenmaal vrij heb, moet ik zeggen dat ik het ook wel lekker vind. En als we niet gesloten waren geweest, hadden de meeste collega's waarschijnlijk toch vrij genomen, aangezien één op de vier Østlanders met Pasen in zijn berghut bivakkeert.

Wij gebruiken de paasvakantie om een paar kleine klusjes te doen en hier en daar een stukje taart te eten. Afgelopen zaterdag zaten we in een cafeetje in Skien te genieten van een heerlijk kopje koffie terwijl onze tafelburen zich vermaakten met de påskenøtter oftewel de paasnoten. Met Pasen, en trouwens ook met Kerst, worden er in Noorwegen heel wat noten gekraakt. Die noten, dat zijn raadseltjes, quizjes, puzzeltjes etc. De buren hadden zich op de grote kaasquiz gestort. -"Ronde, Nederlandse kaas met rode was eromheen", -"Edammer", -"goed". -"Italiaanse kaas, veel gebruikt in pasta's", -"eh","?". "Is dat niet van die kaas die altijd in zo'n bakje op tafel staat, met een lepeltje er in?". Buurman twee maakt kaasschepbewegingen naar buurman één. "Hoe heet dat ook alweer?", zweet hij. "Begint met een P", komt buurman één te hulp. Het mag niet baten, buurman twee moet passen. Dat komt er nou van als je opgroeit met plakken geel rubber die als kaas verkocht worden.

Behalve op noten, stort Noorwegen zich met Pasen ook massaal op "krim". Dat zijn van die boeken die een jaar of tien geleden in Nederland verkocht werden onder het kopje misdaadroman, maar die sinds een tijdje "literaire thriller" heten. Krim schrijven kunnen ze hier in Scandinavië wel, dus logisch dat dit populaire kost is. Lekker een beetje spanning in je hut bij het haardvuur. Of thuis op de bank natuurlijk. Wie liever tv kijkt dan leest, komt niets tekort, want elke avond wordt er wel wat spannends uitgezonden: Amerikaans, Brits, Deens, Noors, en vooral Zweeds. Onze oosterburen produceren krim aan de lopende band, in alle soorten en maten. Mooi hoor, maar wij hebben de beste schrijver: Jo Nesbø. Lekker puh!

dinsdag 23 maart 2010

Gasten

Vorige week dinsdag was het dan zover: Benjamin en Michan kwamen aan in Larvik. John kon ze tussen de lessen door ophalen van het vliegveld. Handig toch, dat we nu zo dicht bij Torp wonen.
Toen ik thuis kwam uit mijn werk zaten de mannen aan tafel achter hun respectievelijke laptops en ik ging er natuurlijk gezellig bijzitten.

Op de dagen dat wij moesten werken, vermaakten de gasten zich met een tochtje naar Sandefjord, diverse rondjes hardlopen, slapen en knuffelen met de katten.

's Avonds was eten de belangrijkste bezigheid, nou ja, voor drie van ons dan. Benjamin wist ook overdag de weg naar de keukenkastjes goed te vinden. De omloopsnelheid van de zakken met noten bereikte een hoogtepunt. Koken deden onze gasten ook. We hebben heerlijk gesmuld. Weliswaar meestal nogal laat op de avond (gemiddeld 21.00 uur?) maar dat mocht de pret niet drukken.


De gezonde maaltijden en frisse fruitshake-toetjes moesten natuurlijk een beetje gecompenseerd worden. Daar hadden de broertjes Romkes wel een oplossing voor: slagroom!

Als je in de winter op vakantie gaat in Noorwegen, moet je ook een bezoek aan de skipiste brengen, toch? Michan had tenslotte niet voor niks zijn snowboard meegesleept. Dus togen John, Michan en ik zondag naar Svarstad. Zij met hun snowboard, ik met mijn ski's. Benjamin hield thuis de katten gezelschap.
Ik mocht getuige zijn van een paar fraaie snowboard-capriolen. De filmpjes daarvan plak ik hier niet in, maar laat ik het zo zeggen: Sotsji 2014 lijkt niet echt een haalbare zaak...
Dan maar een foto'tje van John en Michan in stilstand.

Intussen zijn de mannen weer in Nederland. Het is wel een beetje stil in huis. Al zal die stilte niet zo lang duren, want de logeerkamer is al aardig volgeboekt de komende maanden.

maandag 15 maart 2010

De zon, de verrekijker en de bank

De afgelopen weken heb ik een paar keer gedacht: "Zal ik weer eens een blogje schrijven?" Maar waarover dan? Zelfs in Noorwegen gebeurt er niet elke week iets spannends en dat het eindelijk lente aan het worden is, is nou ook niet echt wereldnieuws. Wel fijn hoor, daar niet van. De vogeltjes fluiten en de fiets is weer van stal gehaald.

Op zonnige dagen wordt het zo warm in huis dat de verwarming nauwelijks nog aan hoeft. Tegelijkertijd wordt pijnlijk duidelijk dat de ramen nodig eens gelapt moeten worden.
Meteen maar gedaan. We waren toch in een opruimerige bui, omdat morgen ons eerste bezoek van 2010 op de stoep staat. Benjamin en Michan komen Larvik onveilig maken. Gezellig, het is al weer even geleden dat we logees hadden.

In een aanval van kluslust besloot John de drie nog ontbrekende plafondlampen in de benedenkamers te monteren. Om lampen te vinden, moest ik eerst een vijftiental dozen doorspitten, maar het resultaat mocht er zijn: een uitgebreid assortiment aan lampen en als bonus de verrekijker die we sinds Almere niet meer gezien hadden. Geen boot op de Larviksfjord zal nog veilig zijn voor onze spiedende blik.

Ook hebben we weer eens de jacht op een nieuwe bank geopend. Eens in de zoveel tijd zeggen we tegen elkaar dat we de Ikea-bank eens moeten vervangen door een exemplaar dat wèl lekker zit, maar veel verder dan dat zijn we nog niet gekomen. Intussen wordt de Ikea volop beslapen door de katten, die het duidelijk een prima ding vinden.

Dankzij de centrale ligging van Larvik (vergeleken met Risør) hoeven we nu niet meer een hele dag uit te trekken voor het bezichtigen van één bank die als het een beetje tegenzit ook nog eens niet in de winkel te bewonderen is, meestal van vanwege gebrek aan belangstelling voor het model in kwestie want "ja, de mensen willen toch het liefst Noors, hè, gewoon iets wat vertrouwd is."
Afgelopen zaterdag lukte het zelfs om op één en dezelfde dag te skiën en meubels te kijken zonder dat we daarvoor in het donker van huis moesten cq thuis kwamen.
De aanschaf van een bank lijkt nog ver weg, al hebben we nu wel een paar leuke modellen gezien (Deens en jawel....Noors). Helaas hebben we ons favoriete model nog niet in de winkel aangetroffen en om nou een bank te kopen zonder er ooit op gezeten te hebben, tja. Voorlopig hoeven de katten hun slaapplaats nog niet te missen, denk ik.