Het is zaterdagavond 19.00 uur. Buiten sneeuwt het zachtjes, uit de keuken stijgt de veelbelovende geur van avondeten in wording op. Ik surf een beetje rond op internet en besluit om eens een kijkje te nemen om de website van mijn vakbond.
Als iemand me een paar jaar geleden had gezegd dat ik ooit lid zou worden van een vakbond, had ik hem waarschijnlijk voor gek verklaard. Ja, vakbonden zorgden er voor dat er eens in de zoveel tijd een nieuwe cao kwam en af en toe kwamen ze op tv. Dat was dan meestal in verband met een of andere staking. Leden schenen ze ook te hebben (20-25% van de werkende bevolking), maar die werkten blijkbaar ergens anders dan ik.
Dan Noorwegen: ruim de helft van de werkenden is hier lid van een vakbond, bij de overheid ligt de organisatiegraad zelfs rond de 80%. Niet zo vreemd dus dat ik tijdens mijn eerste werkweek bij de gemeente Risør al benaderd werd om me aan te sluiten bij een van de grootste vakbonden.
Daar moest ik eerst eens goed over nadenken. Het vakbondsgebeuren sprak me totaal niet aan, maar niet lid zijn betekende geen recht op salarisonderhandelingen en dat vond ik ook niet echt geslaagd. In Noorwegen wordt door de bonden niet alleen op centraal maar ook op lokaal niveau onderhandeld. Eerst worden de centrale richtlijnen afgesproken, vervolgens wordt binnen die richtlijnen in het bedrijf zelf onderhandeld over de salarissen voor groepen werknemers en ook individueel. Bij de overheid (en ook bij veel andere bedrijven) kunnen uitsluitend de bondsvertegenwoordigers die lokale onderhandelingen voeren. Je kunt dus als werknemer gewoon niet rechtstreeks met je leidinggevende over je eigen salaris onderhandelen. Dit o.a. om een grote mate van gelijke behandeling te bereiken en om de "zwakken" te beschermen. Heel nobel allemaal, maar ik regel mijn zaakjes toch liever zelf.
Uiteindelijk sloot ik me aan bij de vakbond waar ik de minste weerstand tegen voelde. Hoewel ik op mijn huidige werk prima zonder bond zou kunnen, ben ik nog steeds lid. Net als vele anderen te lui om op te zeggen/over te stappen omdat dat ook gevolgen heeft voor allerlei voordelen zoals korting op verzekeringen etc. Jaja, het idealisme is weer ver te zoeken, ik weet het.
Zolang ik het werk blijf doen dat ik doe, zullen de bonden altijd een belangrijke gesprekspartner voor me blijven, maar dan aan de "andere kant" van de tafel, en dat deel van het bondsgedoe vind ik dan juist wel weer grappig. Ze hebben allemaal hun eigen stokpaardjes en hun achterban is bijna altijd ontevreden (what's new?). Waar ik nu werk, onderhandelen we maar met één bond, dus dat is zo gepiept (vergeleken met de acht/negen die we in de kommune aan tafel kregen).
Met die typisch Noorse hang naar gelijkheid die naar buiten toe zo sterk gepredikt wordt, blijkt het als puntje bij paaltje komt ook wel mee te vallen. Want wat denkt de gemiddelde werknemer die nu eenmaal mens is?: "Gelijkheid is belangrijk, want het zou niet eerlijk zijn als een ander meer verdiende dan ik, maar zelf lever ik natuurlijk net iets beter werk dan de meeste anderen, dus het zou eerlijk zijn als ik wat meer kreeg dan de rest."
Zie daar in de praktijk maar eens wat moois van te maken...
zaterdag 18 december 2010
woensdag 15 december 2010
Handbalkoorts
Het is misschien niet iedereen in Nederland opgevallen, maar op dit moment wordt in Noorwegen en Denemarken het EK handbal voor vrouwen gespeeld. Om precies te zijn is nu Nederland-Noorwegen aan de gang. We staan inmiddels met 10-21 achter. Voor alle duidelijkheid: met "we" bedoel ik Nederland. Jammer, maar niet zo gek. Je zou kunnen zeggen dat Nederland een handbaldwerg is (weliswaar groeiende, maar toch..) en Noorwegen de handbalreus. Deze week wordt er in een gigantische hal in Lillehammer gespeeld, maar de groepswedstrijden van vorige week waren bij ons om de hoek.
Zoals ik eerder al eens schreef, wonen we in het handbal-mekka van Noorwegen. Het was daarom ook niet zo vreemd dat er in Larvik gespeeld werd. Toevallig zat Nederland in de groep die hier speelde, dus kochten we kaartjes voor de eerste wedstrijdavond.
Het liep bepaald geen storm met toeschouwers (Noorwegen speelde meteen al in Lillehammer), maar met een beetje fantasie kon je toch zeggen dat er een oranje vak was op de tribune. ,Oranje pruiken, leeuwenstaarten, mooi hoor... Nou ja, die rode Noorse vikinghorentjes, dat is ook niet alles, zullen we maar zeggen.
Na voor de eerste wedstrijd betaald te hebben, zagen we nummer twee en drie gratis dankzij een actie van de school. Zo kwamen we lekker in de stemming.
Noorwegen leek probleemloos op de halve finale af te stormen, maar leed onverwacht een pijnlijke nederlaag tegen Zweden. Helaas zijn ze nu tegen Nederland weer als vanouds op dreef. Nederland wordt compleet gedold, de Noorse commentator heeft het al over een "trainingswedstrijdje tegen een lilliputter-team". Jaja, zo kan-ie wel weer. We verliezen dik. Snel over naar een ander net dan maar. En hopen dat er niet al te veel collega's gekeken hebben...
Onze handbalkoorts is weer even gezakt. Toch was het leuk. En Nederland was bij vlagen best goed. De volgende keer zijn we heel zeker opnieuw fan van Nederland:-)
Zoals ik eerder al eens schreef, wonen we in het handbal-mekka van Noorwegen. Het was daarom ook niet zo vreemd dat er in Larvik gespeeld werd. Toevallig zat Nederland in de groep die hier speelde, dus kochten we kaartjes voor de eerste wedstrijdavond.
Het liep bepaald geen storm met toeschouwers (Noorwegen speelde meteen al in Lillehammer), maar met een beetje fantasie kon je toch zeggen dat er een oranje vak was op de tribune. ,Oranje pruiken, leeuwenstaarten, mooi hoor... Nou ja, die rode Noorse vikinghorentjes, dat is ook niet alles, zullen we maar zeggen.
Na voor de eerste wedstrijd betaald te hebben, zagen we nummer twee en drie gratis dankzij een actie van de school. Zo kwamen we lekker in de stemming.
Noorwegen leek probleemloos op de halve finale af te stormen, maar leed onverwacht een pijnlijke nederlaag tegen Zweden. Helaas zijn ze nu tegen Nederland weer als vanouds op dreef. Nederland wordt compleet gedold, de Noorse commentator heeft het al over een "trainingswedstrijdje tegen een lilliputter-team". Jaja, zo kan-ie wel weer. We verliezen dik. Snel over naar een ander net dan maar. En hopen dat er niet al te veel collega's gekeken hebben...
Onze handbalkoorts is weer even gezakt. Toch was het leuk. En Nederland was bij vlagen best goed. De volgende keer zijn we heel zeker opnieuw fan van Nederland:-)
dinsdag 30 november 2010
Paardendag
Een maandje of twee geleden was er bij mij op het werk groot nieuws: "Wij kopen Damgården", schreef onze directeur op onze intranettsite. Damgården is een manege in het bos ongeveer een kilometer buiten Larvik.
Wat moet een re-integratiebedrijf met een manege?
De Noorse re-integratiemarkt werkt niet helemaal hetzelfde als de Nederlandse, al is het uiteindelijke doel wel hetzelfde, namelijk mensen weer aan het werk (of naar school) krijgen.
Het is hier heel gebruikelijk -veel meer dan ik in Nederland gewend was- om mensen op een uitprobeerplek of stageplek te laten werken. In de vier kinderdagverblijven (ook al zo'n gangbare combinatie met re-integratie in Noorwegen) die ons bedrijf heeft, zijn heel wat mensen op stagebasis aan de slag (naast een volledige vaste bezetting). Ik moet toegeven dat ik eerst wat vraagtekens bij deze aanpak had, maar zie nu dat het in bepaalde gevallen goed werkt. Voor mensen die na een moeilijke periode weer bijna aan het werk kunnen, is een kinderdagverblijf een goede tussenstap. Kleine kinderen zegt het immers niets dat iemand uit de ww of wao komt. En paarden ook niet. Vandaar....
Behalve voor werkstages, denken we de manege voor nog veel meer te kunnen gebruiken. Mentale training, aanpak van lichtere gedragsproblemen etc.
Voor al die stages en andere activiteiten moet er natuurlijk wel iemand zijn die de boel begeleidt. Daarom gingen we op zoek naar een stalhulp. Dergelijke banen zijn bijna altijd op vrijwillige basis, dus onze advertentie voor een betaalde baan trok veel sollicitanten. Jonge paardenmeisjes, voormalige wedstrijdruiters, mensen die waren opgegroeid op een paardenboerderij, van alles kwam er voorbij.
Na een eerste selectie en een gespreksronde, hadden we nog een paar kandidaten over. Ons belangrijkste doel was er achter komen hoe zij in de praktijk met mensen omgaan en het reilen en zeilen in een stal kunnen uitleggen aan niet-paardenmensen. Mijn collega en ik waren het er snel over eens dat ik heel geschikt was om in deze "case" de rol van onwetende te vervullen.
En zo stond ik vanmiddag drie uur lang met steeds weer een andere sollicitant in de stal. Ik leerde over het belang van hooi voor de spijsvertering en over voer, borstelde vacht en staart met verschillende soorten borstels, en schraapte troep uit de hoeven. Ik weet niet wie er in het begin nerveuzer was, die sollicitant(en) of ik, maar uiteindelijk brachten we het er allemaal goed vanaf!
Dit was een van de leukste sollicitatieprocedures ooit om aan mee te werken, ik zal deze middag niet snel vergeten. Het was trouwens wel berekoud. Als het buiten -12 is, wordt het in een stal nu eenmaal ook niet zo erg warm.
Onze sollicitanten moeten nog heel even op de uitslag wachten, en ik zit morgen gewoon weer achter mijn bureau. Ik moet eens hard gaan nadenken over een manier om meer paardendagen in mijn werk te krijgen.
zaterdag 20 november 2010
De geur van mandarijnen
Mandarijnen, de supermarkten liggen er vol mee. Heerlijk, vooral als ze een beetje zurig zijn. En ze moeten strak in hun schil zitten natuurlijk. Het moeten niet van weeïge slappe dingen zijn. Beginnen te pellen en dan de geur opsnuiven, de geur van gure 11 november avonden en van de voorpret voor sinterklaas.
"Oh, mandarijnen", zegt mijn collega, "zo knus, de geur van kerst." "Nee", denk ik bij mezelf, "nee, nee, nee, kerst dat is dennennaalden en gesmolten kaarsvet." Maar we hebben werk te doen en geen tijd om de emoties rond de geur van mandarijnen verder te analyseren. Ik vind het trouwens niet altijd makkelijk om Nederlandse tradities uit te leggen. Wat is Sint Maarten? Een soort Halloween, maar dan anders. Sinterklaas? Net zoiets als de Kerstman, maar ook weer niet helemaal.
Je kunt het natuurlijk wel vertellen, maar het gevoel kun je niet doorgeven. Net zoals een Noor mij zijn 17 mei gevoel niet kan doorgeven.
Inburgering draait om veel meer dan alleen de taal en kennis van feiten...
"Oh, mandarijnen", zegt mijn collega, "zo knus, de geur van kerst." "Nee", denk ik bij mezelf, "nee, nee, nee, kerst dat is dennennaalden en gesmolten kaarsvet." Maar we hebben werk te doen en geen tijd om de emoties rond de geur van mandarijnen verder te analyseren. Ik vind het trouwens niet altijd makkelijk om Nederlandse tradities uit te leggen. Wat is Sint Maarten? Een soort Halloween, maar dan anders. Sinterklaas? Net zoiets als de Kerstman, maar ook weer niet helemaal.
Je kunt het natuurlijk wel vertellen, maar het gevoel kun je niet doorgeven. Net zoals een Noor mij zijn 17 mei gevoel niet kan doorgeven.
Inburgering draait om veel meer dan alleen de taal en kennis van feiten...
zondag 24 oktober 2010
Bergen
Van woensdag tot en met vrijdag was ik op het arbocongres in Bergen. Inderdaad, hetzelfde als twee jaar geleden. De geschiedenis begint zich te herhalen, een teken dat we niet meer zo "nieuw" zijn hier.
De avond voor vertrek pakte ik een klein koffertje met de vaste dingen: hardloopkleding (met regenjack omdat het in Bergen twee van de drie dagen regent, en met handschoentjes omdat het rap kouder begint te worden en de eerste sneeuw van het jaar voorspeld was), jurk voor het "feestdiner", instapkaart, paspoort..... O, wacht even, paspoort is natuurlijk niet nodig op een binnenlandse vlucht. Binnen Noorwegen heb ik genoeg aan mijn bankpas. De bankpas als ID, ik vind het nog steeds een beetje gek, maar tegelijkertijd erg handig. Pasfoto, persoonsnummer, de hele rimram staat er op, en dus kun je ermee het vliegtuig in. Ook bij het afhalen van pakjes e.d. is het erg handig, want een Nederlands rijbewijs telt niet als ID, altijd maar je paspoort meeslepen is ook niet alles, en mijn bankpas heb ik altijd bij me.
Over het congres zal ik niet uitweiden. Dat was goed, net als de vorige keer. Het feestdiner was saai, ook net als de vorige keer. Ik weet niet of het te maken heeft met cultuurverschil of gewoon met mij, maar ik vind het niet feestelijk om aan tafel te zitten met mensen die al aangeschoten zijn tegen de tijd dat het hoofdgerecht op tafel komt. Diezelfde mensen die 's middags nog zo enthousiast waren over de lezingen over alcoholverslaving en "alcohol en werk", leken de inhoud van die lezingen spontaan vergeten.
Het entertainment vond ik ook niet leuk, sorry. De hoempapa die je verwacht bij de zilveren bruiloft van ome Piet en tante Truus (in de jaren zeventig wel te verstaan), daar heb ik gewoon niks mee.
Maar het toetje was erg lekker:-)


Bergen ligt werkelijk schitterend en aangezien woensdagmiddag de zon scheen, besloten we het Fløibanen-treintje naar boven te nemen om van het uitzicht te genieten. Een must voor elke toerist!
Donderdag kwam, zoals voorspeld, de sneeuw. Dat betekende drab op straat, en een fraai laagje poedersuiker op de bergen.
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat het winter was, en nu is het alweer bijna zo ver...

(foto's genomen met mijn telefoon, dus helaas geen topkwaliteit)
De avond voor vertrek pakte ik een klein koffertje met de vaste dingen: hardloopkleding (met regenjack omdat het in Bergen twee van de drie dagen regent, en met handschoentjes omdat het rap kouder begint te worden en de eerste sneeuw van het jaar voorspeld was), jurk voor het "feestdiner", instapkaart, paspoort..... O, wacht even, paspoort is natuurlijk niet nodig op een binnenlandse vlucht. Binnen Noorwegen heb ik genoeg aan mijn bankpas. De bankpas als ID, ik vind het nog steeds een beetje gek, maar tegelijkertijd erg handig. Pasfoto, persoonsnummer, de hele rimram staat er op, en dus kun je ermee het vliegtuig in. Ook bij het afhalen van pakjes e.d. is het erg handig, want een Nederlands rijbewijs telt niet als ID, altijd maar je paspoort meeslepen is ook niet alles, en mijn bankpas heb ik altijd bij me.
Over het congres zal ik niet uitweiden. Dat was goed, net als de vorige keer. Het feestdiner was saai, ook net als de vorige keer. Ik weet niet of het te maken heeft met cultuurverschil of gewoon met mij, maar ik vind het niet feestelijk om aan tafel te zitten met mensen die al aangeschoten zijn tegen de tijd dat het hoofdgerecht op tafel komt. Diezelfde mensen die 's middags nog zo enthousiast waren over de lezingen over alcoholverslaving en "alcohol en werk", leken de inhoud van die lezingen spontaan vergeten.
Het entertainment vond ik ook niet leuk, sorry. De hoempapa die je verwacht bij de zilveren bruiloft van ome Piet en tante Truus (in de jaren zeventig wel te verstaan), daar heb ik gewoon niks mee.
Maar het toetje was erg lekker:-)
Bergen ligt werkelijk schitterend en aangezien woensdagmiddag de zon scheen, besloten we het Fløibanen-treintje naar boven te nemen om van het uitzicht te genieten. Een must voor elke toerist!
Donderdag kwam, zoals voorspeld, de sneeuw. Dat betekende drab op straat, en een fraai laagje poedersuiker op de bergen.
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat het winter was, en nu is het alweer bijna zo ver...
(foto's genomen met mijn telefoon, dus helaas geen topkwaliteit)
zaterdag 9 oktober 2010
Jacht
Een paar maanden geleden stuurde de receptioniste van het bedrijf waar ik werk de volgende mail rond:
"Beste mensen, morgen ga ik de koelkast schoonmaken. Van wie is die elandbout die in het vriesvak ligt?"
De rechtmatige eigenaar meldde zich, duidelijk tevreden over het feit dat hij zo lang na het seizoen nog met een stuk eland naar huis kon.
Inmiddels is hier de jachttijd aangebroken, en dus kunnen er weer volop verse elanden en herten worden aangevoerd.
Ik kijk er allang niet meer van op dat mensen speciaal voor de jacht een paar dagen vrij nemen in de herfst, maar verder blijft het toch een fenomeen waar ik met gemengde gevoelens naar kijk. Twee weken geleden ging een collega op hertenjacht. Vier stuks was het maximum dat haar groepje mocht schieten, want het is allemaal netjes gereguleerd. Je kunt niet zomaar beesten neerknallend door de bossen trekken.
Na het weekend kwam mijn collega tevreden terug op kantoor. Twee herten bedroeg de buit. Ze had wat foto's gemaakt met haar telefoon. "Hier zijn ze net geschoten" en "kijk, hier halen we de ingewanden er uit."
Lekker....
Nu moesten de herten even drogen, vertelde ze, en daarom hingen ze tijdelijk in de garage. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als ik elke ochtend als ik mijn fiets uit de garage haal, getrakteerd zou worden op twee hangende herten. "Maar ze zien er niet meer echt uit als herten hoor", zei mijn collega, "want de vacht is er al af."
O gelukkig, een hele geruststelling!
De jacht zal mijn hobby niet worden, maar ik moet toegeven dat ik eland- en hertenvlees wel erg lekker vind. Laatst op mijn verjaardag heb ik nog een heerlijk mals hertenbiefstukje gegeten.
Ik kan mijn handjes dus niet helemaal in onschuld wassen.
"Beste mensen, morgen ga ik de koelkast schoonmaken. Van wie is die elandbout die in het vriesvak ligt?"
De rechtmatige eigenaar meldde zich, duidelijk tevreden over het feit dat hij zo lang na het seizoen nog met een stuk eland naar huis kon.
Inmiddels is hier de jachttijd aangebroken, en dus kunnen er weer volop verse elanden en herten worden aangevoerd.
Ik kijk er allang niet meer van op dat mensen speciaal voor de jacht een paar dagen vrij nemen in de herfst, maar verder blijft het toch een fenomeen waar ik met gemengde gevoelens naar kijk. Twee weken geleden ging een collega op hertenjacht. Vier stuks was het maximum dat haar groepje mocht schieten, want het is allemaal netjes gereguleerd. Je kunt niet zomaar beesten neerknallend door de bossen trekken.
Na het weekend kwam mijn collega tevreden terug op kantoor. Twee herten bedroeg de buit. Ze had wat foto's gemaakt met haar telefoon. "Hier zijn ze net geschoten" en "kijk, hier halen we de ingewanden er uit."
Lekker....
Nu moesten de herten even drogen, vertelde ze, en daarom hingen ze tijdelijk in de garage. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als ik elke ochtend als ik mijn fiets uit de garage haal, getrakteerd zou worden op twee hangende herten. "Maar ze zien er niet meer echt uit als herten hoor", zei mijn collega, "want de vacht is er al af."
O gelukkig, een hele geruststelling!
De jacht zal mijn hobby niet worden, maar ik moet toegeven dat ik eland- en hertenvlees wel erg lekker vind. Laatst op mijn verjaardag heb ik nog een heerlijk mals hertenbiefstukje gegeten.
Ik kan mijn handjes dus niet helemaal in onschuld wassen.
maandag 27 september 2010
Winterklaar
Toen we nog in Nederland woonden, zei het begrip "winterklaar" me niet zo veel. Het winterklaar maken van de tuin bestond uit een rondje langs de plantenpotten op het terras en dat was het wel zo'n beetje.
Nu gaan we onze vierde winter in Noorwegen tegemoet en in juli begonnen we al met de voorbereidingen. "Laten we, nu het nog mooi weer is, de garage opruimen. Dan past straks de auto er goed in." Zo gezegd, zo gedaan. Garage opgeruimd, sneeuwschuivers zo gehangen dat we er makkelijk bij kunnen als het nodig is. Dankzij het overhangende dak kunnen we ook na hevige sneeuwval de garagedeur nog open krijgen, dus de schuivers hoeven niet buiten naast de voordeur te staan.
We bedachten dat we niet alleen plaats voor de auto nodig zouden hebben, maar ook voor het haardhout. Dat we trouwens al bijna moesten bestellen. Als je daarmee wacht tot het echt winter is, kun je alleen nog tegen woekerprijzen zakken hout bij het benzinestation kopen. Niet erg als je een paar dagen je vakantiehuisje warm moet stoken, maar een beetje oneconomisch voor de gemiddelde inwoner van Noorwegen. Het was de eerste keer dat we hier in Larvik gingen bestellen, dus nieuw houtmannetje gezocht.
Helemaal winterklaar zijn we nog niet, want de olietank moet nog bijgevuld worden. Olie is tenslotte onze hoofdbrandstof. Is die op, dan hebben we koud water en koude radiatoren. Dat herinner ik me nog goed van afgelopen winter.
Ik denk nog wel eens terug aan onze Hollandse cv met volledig programmeerbare aan- en uittijden....
maandag 30 augustus 2010
De kunst van het omrekenen
In Noorwegen is, zoals bekend, het levensonderhoud niet echt goedkoop. Toen we hierheen verhuisden, besloten we dan ook de prijzen van boodschappen en andere gangbare gebruiksvoorwerpen niet om te rekenen in euro's. Dat levert alleen maar frustratie op en de supermarkt wordt er niet goedkoper door.
Een enkele keer kunnen we het natuurlijk niet laten en rekenen we stiekem toch om. Niet in euro's, maar in guldens! Tja, vooral John vindt dat erg grappig...... "Het is toch niet te geloven, we hebben hier voor 40 gulden zitten lunchen", zegt hij dan opeens.
De andere kant op omrekenen, doen we ook wel eens ("Als ik mijn hardloopschoenen in Nederland koop, bespaar ik 500 kronen"). De kunst is eigenlijk om alleen om te rekenen op de momenten dat je er vrolijk van wordt.
Afgelopen zaterdag waren we bij Ikea. Niet dat we nou dringend om nieuwe spullen verlegen zaten, maar we waren er in de buurt en dat zijn we niet elke dag.
Het eerste dat we daar binnen tegenkwamen, was een enorme bak met keukenhandoekjes à twee kronen per stuk. Twee kronen! Dat is zelfs omgerekend in guldens nog bijna gratis.
Aan het einde van onze voettocht door de winkel hadden we een hele Ikea-tas (zo'n enorme gele) vol met "bijna gratis"-producten. Al met al pinden we natuurlijk toch nog een aanzienlijk bedrag. Maar we waren reuze tevreden. En dat is ook wat waard!
Een enkele keer kunnen we het natuurlijk niet laten en rekenen we stiekem toch om. Niet in euro's, maar in guldens! Tja, vooral John vindt dat erg grappig...... "Het is toch niet te geloven, we hebben hier voor 40 gulden zitten lunchen", zegt hij dan opeens.
De andere kant op omrekenen, doen we ook wel eens ("Als ik mijn hardloopschoenen in Nederland koop, bespaar ik 500 kronen"). De kunst is eigenlijk om alleen om te rekenen op de momenten dat je er vrolijk van wordt.
Afgelopen zaterdag waren we bij Ikea. Niet dat we nou dringend om nieuwe spullen verlegen zaten, maar we waren er in de buurt en dat zijn we niet elke dag.
Het eerste dat we daar binnen tegenkwamen, was een enorme bak met keukenhandoekjes à twee kronen per stuk. Twee kronen! Dat is zelfs omgerekend in guldens nog bijna gratis.
Aan het einde van onze voettocht door de winkel hadden we een hele Ikea-tas (zo'n enorme gele) vol met "bijna gratis"-producten. Al met al pinden we natuurlijk toch nog een aanzienlijk bedrag. Maar we waren reuze tevreden. En dat is ook wat waard!
zaterdag 7 augustus 2010
Koffie, waterflesdopjes en een onverwachte ontmoeting
Noorwegen is een prachtig vakantieland. Niet voor niks hebben we twee keer in onze zomervakantie met de auto het land doorkruist. Sinds we in Noorwegen wonen, is het er echter nog niet van gekomen om in "eigen land" op vakantie te gaan. Een paar keer hadden we halfslachtige plannen, maar steeds kwam er iets tussen: veteranenatletiek in Slovenië, verhuizing naar Larvik, ga zo maar door. Dit jaar hadden we al in januari besloten dat we in juli een week naar de EK atletiek in Barcelona zouden gaan. Tel daar een paar dagen Nederland en een paar dagen thuis bij op en de zomervakantie (die van mij althans) is alweer voorbij. Op onze uitstapjes in de omgeving na, werd het dit jaar dus weer geen Noorse vakantie.
Toen ik op mijn werk vertelde dat we naar Barcelona zouden gaan, kwam een collega prompt de volgende dag met het boek "Havets katedral" aanzetten. "Móet je lezen", zei ze. Hetgeen ik natuurlijk meteen deed, want een dag niet gelezen is een dag niet geleefd. Toch? Ik kwam door het boek helemaal in de Catalaanse sferen en met nog een bladzijde of 50 te gaan stapte ik in het vliegtuig. En, tja, zelfs ik, als niet-stadliefhebber, moet zeggen: Barcelona is echt erg leuk! De stad heeft van alles wat: vreselijke toeristenplekken, leuke smalle straatjes met kleine winkeltjes, mooie parken, musea natuurlijk, en niet te vergeten de zee. Een paar stappen naar links of rechts van die afgrijselijke Rambla en je vindt de leukste eetplekjes waar je voor weinig geld lekker kunt happen (vooral als je het vergelijkt met de Noorse prijzen...). Ook heeeel belangrijk: heerlijke koffie, altijd en overal. Dat is nog eens wat anders dan dat slootwater hier in Noorwegen -OK, toegegeven, bij "Bare barista" in Tønsberg kunnen ze wel koffie zetten-.
We hadden een passe-partout voor het atletiekstadion gekocht, waardoor we de hele week konden komen en gaan wanneer we wilden. Aanvankelijk gingen we lopend naar het stadion, maar twee keer per dag drie kwartier heen en drie kwartier terug lopen (bij 25-30 graden) vonden we toch wat veel, dus halverwege de week zijn we overgegaan op de metro.
De veiligheidsagenten bij het stadion hanteerden een even onverbiddelijk als onbegrijpelijk waterflesjesbeleid: alleen kleine flesjes mochten mee naar binnen, en dan zonder dop. We snapten niet echt waar dit goed voor was, maar na wat heen en weer denken, concludeerden we dat het misschien was omdat je met volle flessen zou kunnen gaan gooien, of met de dopjes zelf. Maar ja, er zijn natuurlijk zat andere dingen waar je ook mee kunt gooien. De dopjes-maatregel zette ons en andere stadiongangers aan tot een milde vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid: tien meter voor de ingang dopje van flesje halen, dopje in je zak, flesje mee naar binnen, dopje er weer op. Niets menselijks is ons vreemd, zullen we maar zeggen.
Er was zo veel mooie atletiek te zien dat we meestal zowel 's ochtends als 's avonds in het stadion waren. Ik zal hier niet alles tot in detail beschrijven, maar wil nog wel even kwijt dat ik persoonlijk het allermeeste genoten heb van de tienkamp. Ge-wel-dig! Natuurlijk was er zo nu en dan een dompertje en na een paar avonden komen die prijsuitreikingen tussendoor (met steeds maar weer dat Franse volkslied) ook je neus wel uit, maar dat mocht de pret niet drukken.
Omdat we tussen de atletieksessies door moesten uitrusten en afkoelen bij en in het hotelzwembad, bleef er weinig tijd over voor andere activiteiten. Een bezoekje aan een paar Gaudi-werken kon er nog wel af, o.a zijn we naar Park Güell geweest. Op weg terug van het park naar de metrohalte zie ik opeens een bekende gestalte voor me op de stoep lopen. Nee, dat kan toch niet waar zijn? Stijn? Maar het is wel waar. Dat je nou toch naar Barcelona moet om een collega van tien jaar geleden tegen het lijf te lopen! En zo weinig veranderd in al die jaren (behalve de kinderen dan, die ik me herinnerde als Olvarit happende baby's, hetgeen ze nu toch echt niet meer bleken te zijn). We gingen op weg naar onze metro's en daarmee was de ontmoeting net zo kort als ie onverwacht was, maar we zijn er weer even aan herinnerd dat de wereld soms heel klein is.
Zondagavond wonen we de allerlaatste onderdelen op de EK bij en rijden vervolgens naar Girona waar we een paar uurtjes half slapend doorbrengen in een hotel naast het vliegveld. Vroeg uit de veren om een plekje te veroveren in de RyanAir rij en zodoende een goede zitplaats te bemachtigen (gelukt: zowel heen als terug een plek bij de nooduitgang met een zee aan beenruimte!). Stipt op tijd landen we op Torp waar we worden opgehaald door Sandra en Mirjam die de hele vakantie op huis en katten hebben gepast. Om het goede gevoel nog even vast te houden zetten we direct koers richting Tønsberg voor een lekker kopje koffie bij "Bare barista".
Toen ik op mijn werk vertelde dat we naar Barcelona zouden gaan, kwam een collega prompt de volgende dag met het boek "Havets katedral" aanzetten. "Móet je lezen", zei ze. Hetgeen ik natuurlijk meteen deed, want een dag niet gelezen is een dag niet geleefd. Toch? Ik kwam door het boek helemaal in de Catalaanse sferen en met nog een bladzijde of 50 te gaan stapte ik in het vliegtuig. En, tja, zelfs ik, als niet-stadliefhebber, moet zeggen: Barcelona is echt erg leuk! De stad heeft van alles wat: vreselijke toeristenplekken, leuke smalle straatjes met kleine winkeltjes, mooie parken, musea natuurlijk, en niet te vergeten de zee. Een paar stappen naar links of rechts van die afgrijselijke Rambla en je vindt de leukste eetplekjes waar je voor weinig geld lekker kunt happen (vooral als je het vergelijkt met de Noorse prijzen...). Ook heeeel belangrijk: heerlijke koffie, altijd en overal. Dat is nog eens wat anders dan dat slootwater hier in Noorwegen -OK, toegegeven, bij "Bare barista" in Tønsberg kunnen ze wel koffie zetten-.
We hadden een passe-partout voor het atletiekstadion gekocht, waardoor we de hele week konden komen en gaan wanneer we wilden. Aanvankelijk gingen we lopend naar het stadion, maar twee keer per dag drie kwartier heen en drie kwartier terug lopen (bij 25-30 graden) vonden we toch wat veel, dus halverwege de week zijn we overgegaan op de metro.
De veiligheidsagenten bij het stadion hanteerden een even onverbiddelijk als onbegrijpelijk waterflesjesbeleid: alleen kleine flesjes mochten mee naar binnen, en dan zonder dop. We snapten niet echt waar dit goed voor was, maar na wat heen en weer denken, concludeerden we dat het misschien was omdat je met volle flessen zou kunnen gaan gooien, of met de dopjes zelf. Maar ja, er zijn natuurlijk zat andere dingen waar je ook mee kunt gooien. De dopjes-maatregel zette ons en andere stadiongangers aan tot een milde vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid: tien meter voor de ingang dopje van flesje halen, dopje in je zak, flesje mee naar binnen, dopje er weer op. Niets menselijks is ons vreemd, zullen we maar zeggen.
Er was zo veel mooie atletiek te zien dat we meestal zowel 's ochtends als 's avonds in het stadion waren. Ik zal hier niet alles tot in detail beschrijven, maar wil nog wel even kwijt dat ik persoonlijk het allermeeste genoten heb van de tienkamp. Ge-wel-dig! Natuurlijk was er zo nu en dan een dompertje en na een paar avonden komen die prijsuitreikingen tussendoor (met steeds maar weer dat Franse volkslied) ook je neus wel uit, maar dat mocht de pret niet drukken.
Omdat we tussen de atletieksessies door moesten uitrusten en afkoelen bij en in het hotelzwembad, bleef er weinig tijd over voor andere activiteiten. Een bezoekje aan een paar Gaudi-werken kon er nog wel af, o.a zijn we naar Park Güell geweest. Op weg terug van het park naar de metrohalte zie ik opeens een bekende gestalte voor me op de stoep lopen. Nee, dat kan toch niet waar zijn? Stijn? Maar het is wel waar. Dat je nou toch naar Barcelona moet om een collega van tien jaar geleden tegen het lijf te lopen! En zo weinig veranderd in al die jaren (behalve de kinderen dan, die ik me herinnerde als Olvarit happende baby's, hetgeen ze nu toch echt niet meer bleken te zijn). We gingen op weg naar onze metro's en daarmee was de ontmoeting net zo kort als ie onverwacht was, maar we zijn er weer even aan herinnerd dat de wereld soms heel klein is.
Zondagavond wonen we de allerlaatste onderdelen op de EK bij en rijden vervolgens naar Girona waar we een paar uurtjes half slapend doorbrengen in een hotel naast het vliegveld. Vroeg uit de veren om een plekje te veroveren in de RyanAir rij en zodoende een goede zitplaats te bemachtigen (gelukt: zowel heen als terug een plek bij de nooduitgang met een zee aan beenruimte!). Stipt op tijd landen we op Torp waar we worden opgehaald door Sandra en Mirjam die de hele vakantie op huis en katten hebben gepast. Om het goede gevoel nog even vast te houden zetten we direct koers richting Tønsberg voor een lekker kopje koffie bij "Bare barista".
dinsdag 13 juli 2010
Bloggen over het werk
Na bijna drie jaar werken in Noorwegen, is het aantal blogs over werk nog steeds op één hand te tellen. Niet dat ik nooit wat meemaak hier, maar lang niet alle werkzaken lenen zich nu eenmaal voor de blog. Een blog is tenslotte openbaar en je kunt wel denken ”ach, die Noren kunnen toch geen Nederlands lezen”, maar het zit hier vol met Nedernoren die zowel Noors als Nederlands spreken en daarnaast is het met googletrans een fluitje van een cent om een tekst vertaald te krijgen. Beetje krom meestal, maar de essentie haal je er toch wel uit. OK, voor de liefhebber: dit krijg je als je deze tekst via googletrans eerst van het Nederlands naar het Noors vertaalt en die vertaling vervolgens weer laat overzetten naar het Nederlands:
Na bijna drie jaar van het werken in Noorwegen, het aantal blogs blijft om te werken met een handvol. Niet dat ik nooit zal ervaren wat is hier, maar niet alle producten zijn geschikt om te werken alleen op de blog. Een blog is immers openbaar, en je zou kunnen denken "oh, dat de Noren nog steeds geen Nederlands kan lezen”, maar zit hier vol met lagere Oren zowel Noorse en Nederlandse spreek-en ook een Google-controle op een fluitje van een cent de vertaling van de tekst te krijgen. Meestal iets scheef, maar je krijgt de essentie daar toch.
Veel dingen zijn niet zo blogbaar dus, maar Algemene Noorse Rariteiten natuurlijk wel. Dat zijn van die terugkerende fenomenen waar ik me steeds weer over verbaas. Regelingen waarvan ik er met mijn verstand niet bij kan dat iemand die ooit verzonnen heeft en waar ik me, op slechte dagen, behoorlijk aan erger. Dat laatste is natuurlijk zinloos, want sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en “even veranderen” (dwz. aanpassen aan onze eigen, veeeeel betere, maatstaven) is er niet bij. De gemiddelde Noor is al niet eens aan de kroket te krijgen, laat staan dat je zomaar aan zijn wetgeving gaat sleutelen. Even los van dat dat voorlopig helemaal niet kan. Ik heb nog wel even te gaan voordat ik voldoe aan de criteria om me te mogen uitleven in de landelijke politiek hier.
Wat zijn dan die dingen die ik ongeveer dagelijks tegenkom in mijn werk en die me verbazen of irriteren (en soms natuurlijk ook komisch zijn)? Nou bijvoorbeeld de wetgeving rond vakantie en vakantiegeld, (ziekte)verzuimregelingen, de rol van de vakbonden, de manier waarop er over salaris onderhandeld wordt, de jaarlijkse stakingsgolf, die eeuwige hang naar een iedereen-is-gelijk-grijze-muizigheid, de vergadercultuur, en de kenmerken van een zogenaamd geslaagd bedrijfsfeestje.
Als je dit zo leest, zou je bijna gaan denken dat het bepaald niet leuk werken is in Noorwegen. Dat valt wel mee hoor. Er zitten ook genoeg voordelen aan. Maar de illusie dat de cultuurverschillen tussen Noorwegen en Nederland klein zijn, raak je snel kwijt als je hier een tijdje aan de slag bent.
Na bijna drie jaar van het werken in Noorwegen, het aantal blogs blijft om te werken met een handvol. Niet dat ik nooit zal ervaren wat is hier, maar niet alle producten zijn geschikt om te werken alleen op de blog. Een blog is immers openbaar, en je zou kunnen denken "oh, dat de Noren nog steeds geen Nederlands kan lezen”, maar zit hier vol met lagere Oren zowel Noorse en Nederlandse spreek-en ook een Google-controle op een fluitje van een cent de vertaling van de tekst te krijgen. Meestal iets scheef, maar je krijgt de essentie daar toch.
Veel dingen zijn niet zo blogbaar dus, maar Algemene Noorse Rariteiten natuurlijk wel. Dat zijn van die terugkerende fenomenen waar ik me steeds weer over verbaas. Regelingen waarvan ik er met mijn verstand niet bij kan dat iemand die ooit verzonnen heeft en waar ik me, op slechte dagen, behoorlijk aan erger. Dat laatste is natuurlijk zinloos, want sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en “even veranderen” (dwz. aanpassen aan onze eigen, veeeeel betere, maatstaven) is er niet bij. De gemiddelde Noor is al niet eens aan de kroket te krijgen, laat staan dat je zomaar aan zijn wetgeving gaat sleutelen. Even los van dat dat voorlopig helemaal niet kan. Ik heb nog wel even te gaan voordat ik voldoe aan de criteria om me te mogen uitleven in de landelijke politiek hier.
Wat zijn dan die dingen die ik ongeveer dagelijks tegenkom in mijn werk en die me verbazen of irriteren (en soms natuurlijk ook komisch zijn)? Nou bijvoorbeeld de wetgeving rond vakantie en vakantiegeld, (ziekte)verzuimregelingen, de rol van de vakbonden, de manier waarop er over salaris onderhandeld wordt, de jaarlijkse stakingsgolf, die eeuwige hang naar een iedereen-is-gelijk-grijze-muizigheid, de vergadercultuur, en de kenmerken van een zogenaamd geslaagd bedrijfsfeestje.
Als je dit zo leest, zou je bijna gaan denken dat het bepaald niet leuk werken is in Noorwegen. Dat valt wel mee hoor. Er zitten ook genoeg voordelen aan. Maar de illusie dat de cultuurverschillen tussen Noorwegen en Nederland klein zijn, raak je snel kwijt als je hier een tijdje aan de slag bent.
zaterdag 3 juli 2010
In Larvik is het goed wonen - deel 2: kustidylle
Het was de hele week lekker weer hier, maar niet zo warm als in Nederland. Het Nationaal Hitteplan kon dus in de kast blijven...
John heeft al lang en breed zomervakantie. Voor mij duurt het nog anderhalve week, maar om vast in de stemming gekomen, zijn we er deze week bijna elke dag een paar uur op uit gegaan. Lekker genieten van het mooie weer en de lange dagen.
Vorige week zaterdag waren we op Verdens Ende, oftewel het einde van de wereld, het puntje van een lang schiereiland bij Tønsberg. We waren ons fototoestel vergeten, dus voor wie niet in de gelegenheid is om zelf te gaan kijken, blijft het nog even een verrassing hoe het er daar uitziet.
Een dag later ontdekten we een leuk paadje nog geen tien minuten bij ons huis vandaan. Stom toevallig eigenlijk, we waren alleen maar even een wandelingetje in de buurt aan het maken.
We zijn ook naar Ula geweest. Dat is een kwartiertje rijden hiervandaan. We waren daar al eerder geweest. Tijdens onze huizenjacht vorig jaar, hadden we er zelfs korte tijd een huis op het oog. Maar een gehucht met nog geen 200 vaste inwoners vonden we toch wat te klein.
Ula heeft alles wat je van een kustidylle verwacht: een knus haventje, gladgespoelde rotsen en lieflijke zandbaaitjes. En direct daarachter, misschien wat onverwacht, een echt "boerenland" met akkers, korenvelden en bossen.
Ook dichter bij huis zijn er veel mooie kustplekjes. We hebben uitgebreid rondgedoold op smalle paadjes (of iets wat in het begin nog op een pad leek, maar later niet meer zo heel erg), genoten van de prachtige uitzichten en een ijsje gegeten op een bankje naast het café van de zeilclub.
En we waren het er over eens dat het mooi is hier.
dinsdag 8 juni 2010
12 uur lang ballen slaan
We hebben een volgepland weekend achter de rug. Het begon al op vrijdag. Vrijdagavond waren de Bislett Games in Oslo. Sinds we in Noorwegen wonen, hebben we het er al over om daar een keer heen te gaan, maar vanuit Risør vonden we het toch een beetje te veel gedoe. Dit jaar kwam het er dan eindelijk van. We waren ruim op tijd in Oslo en het was prachtig weer, dus streken we eerst op een terrasje neer om wat te eten.

Na een korte wandeling kwamen we bij het stadion. We waren overal op voorbereid en hadden warme kleding en dekentjes bij ons, maar de tribune lag heerlijk in de zon. De dekens konden we zodoende gebruiken als zitkussentjes. Er was veel mooie sport te zien die avond en het is natuurlijk extra leuk om de beste atleten van de wereld eens van dichtbij te zien. Hoe vaak zie je nu Asafa Powell op twee meter afstand zijn veters vastmaken?


De volgende dag konden we 's ochtends niet te lang treuzelen, want om 12 uur werden we op de golfbaan verwacht voor de weekendcursus "de weg naar golf". Twee keer zes uur golfles, ik moet zeggen dat ik het een hele opgave vond. Dat lag niet aan de instructeur, een goedgehumeurde Zweedse ex-profspeler, maar meer aan het feit dat golf eigenlijk best moeilijk is. Eindeloos hebben we allerlei slagen geoefend. Een enkele keer ging het best goed, maar we hebben nog wel even te gaan voor we op het niveau van Tiger zitten (ik in elk geval, John bakte er wat meer van). Tot slot gingen we een rondje spelen op de baan. Je zou denken dat het leuk is om te proberen die bal in de hole te krijgen, maar de ellende is dat er op en langs die baan bomen, struiken en waterpartijen staan en liggen en dat de bal om een of andere onverklaarbare reden steeds als een magneet naar die hindernissen toegetrokken wordt. Tja, het zal wel een kwestie van veel oefenen zijn, maar eerst moet ik bijkomen (een beetje lichamelijk en heel veel geestelijk) van onze eerste kennismaking met de golfsport.
Na een korte wandeling kwamen we bij het stadion. We waren overal op voorbereid en hadden warme kleding en dekentjes bij ons, maar de tribune lag heerlijk in de zon. De dekens konden we zodoende gebruiken als zitkussentjes. Er was veel mooie sport te zien die avond en het is natuurlijk extra leuk om de beste atleten van de wereld eens van dichtbij te zien. Hoe vaak zie je nu Asafa Powell op twee meter afstand zijn veters vastmaken?
De volgende dag konden we 's ochtends niet te lang treuzelen, want om 12 uur werden we op de golfbaan verwacht voor de weekendcursus "de weg naar golf". Twee keer zes uur golfles, ik moet zeggen dat ik het een hele opgave vond. Dat lag niet aan de instructeur, een goedgehumeurde Zweedse ex-profspeler, maar meer aan het feit dat golf eigenlijk best moeilijk is. Eindeloos hebben we allerlei slagen geoefend. Een enkele keer ging het best goed, maar we hebben nog wel even te gaan voor we op het niveau van Tiger zitten (ik in elk geval, John bakte er wat meer van). Tot slot gingen we een rondje spelen op de baan. Je zou denken dat het leuk is om te proberen die bal in de hole te krijgen, maar de ellende is dat er op en langs die baan bomen, struiken en waterpartijen staan en liggen en dat de bal om een of andere onverklaarbare reden steeds als een magneet naar die hindernissen toegetrokken wordt. Tja, het zal wel een kwestie van veel oefenen zijn, maar eerst moet ik bijkomen (een beetje lichamelijk en heel veel geestelijk) van onze eerste kennismaking met de golfsport.
Abonneren op:
Posts (Atom)