zondag 24 oktober 2010

Bergen

Van woensdag tot en met vrijdag was ik op het arbocongres in Bergen. Inderdaad, hetzelfde als twee jaar geleden. De geschiedenis begint zich te herhalen, een teken dat we niet meer zo "nieuw" zijn hier.

De avond voor vertrek pakte ik een klein koffertje met de vaste dingen: hardloopkleding (met regenjack omdat het in Bergen twee van de drie dagen regent, en met handschoentjes omdat het rap kouder begint te worden en de eerste sneeuw van het jaar voorspeld was), jurk voor het "feestdiner", instapkaart, paspoort..... O, wacht even, paspoort is natuurlijk niet nodig op een binnenlandse vlucht. Binnen Noorwegen heb ik genoeg aan mijn bankpas. De bankpas als ID, ik vind het nog steeds een beetje gek, maar tegelijkertijd erg handig. Pasfoto, persoonsnummer, de hele rimram staat er op, en dus kun je ermee het vliegtuig in. Ook bij het afhalen van pakjes e.d. is het erg handig, want een Nederlands rijbewijs telt niet als ID, altijd maar je paspoort meeslepen is ook niet alles, en mijn bankpas heb ik altijd bij me.

Over het congres zal ik niet uitweiden. Dat was goed, net als de vorige keer. Het feestdiner was saai, ook net als de vorige keer. Ik weet niet of het te maken heeft met cultuurverschil of gewoon met mij, maar ik vind het niet feestelijk om aan tafel te zitten met mensen die al aangeschoten zijn tegen de tijd dat het hoofdgerecht op tafel komt. Diezelfde mensen die 's middags nog zo enthousiast waren over de lezingen over alcoholverslaving en "alcohol en werk", leken de inhoud van die lezingen spontaan vergeten.
Het entertainment vond ik ook niet leuk, sorry. De hoempapa die je verwacht bij de zilveren bruiloft van ome Piet en tante Truus (in de jaren zeventig wel te verstaan), daar heb ik gewoon niks mee.
Maar het toetje was erg lekker:-)



Bergen ligt werkelijk schitterend en aangezien woensdagmiddag de zon scheen, besloten we het Fløibanen-treintje naar boven te nemen om van het uitzicht te genieten. Een must voor elke toerist!

Donderdag kwam, zoals voorspeld, de sneeuw. Dat betekende drab op straat, en een fraai laagje poedersuiker op de bergen.
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat het winter was, en nu is het alweer bijna zo ver...

(foto's genomen met mijn telefoon, dus helaas geen topkwaliteit)

zaterdag 9 oktober 2010

Jacht

Een paar maanden geleden stuurde de receptioniste van het bedrijf waar ik werk de volgende mail rond:
"Beste mensen, morgen ga ik de koelkast schoonmaken. Van wie is die elandbout die in het vriesvak ligt?"
De rechtmatige eigenaar meldde zich, duidelijk tevreden over het feit dat hij zo lang na het seizoen nog met een stuk eland naar huis kon.

Inmiddels is hier de jachttijd aangebroken, en dus kunnen er weer volop verse elanden en herten worden aangevoerd.
Ik kijk er allang niet meer van op dat mensen speciaal voor de jacht een paar dagen vrij nemen in de herfst, maar verder blijft het toch een fenomeen waar ik met gemengde gevoelens naar kijk. Twee weken geleden ging een collega op hertenjacht. Vier stuks was het maximum dat haar groepje mocht schieten, want het is allemaal netjes gereguleerd. Je kunt niet zomaar beesten neerknallend door de bossen trekken.
Na het weekend kwam mijn collega tevreden terug op kantoor. Twee herten bedroeg de buit. Ze had wat foto's gemaakt met haar telefoon. "Hier zijn ze net geschoten" en "kijk, hier halen we de ingewanden er uit."
Lekker....

Nu moesten de herten even drogen, vertelde ze, en daarom hingen ze tijdelijk in de garage. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als ik elke ochtend als ik mijn fiets uit de garage haal, getrakteerd zou worden op twee hangende herten. "Maar ze zien er niet meer echt uit als herten hoor", zei mijn collega, "want de vacht is er al af."
O gelukkig, een hele geruststelling!

De jacht zal mijn hobby niet worden, maar ik moet toegeven dat ik eland- en hertenvlees wel erg lekker vind. Laatst op mijn verjaardag heb ik nog een heerlijk mals hertenbiefstukje gegeten.
Ik kan mijn handjes dus niet helemaal in onschuld wassen.

maandag 27 september 2010

Winterklaar


Toen we nog in Nederland woonden, zei het begrip "winterklaar" me niet zo veel. Het winterklaar maken van de tuin bestond uit een rondje langs de plantenpotten op het terras en dat was het wel zo'n beetje.
Nu gaan we onze vierde winter in Noorwegen tegemoet en in juli begonnen we al met de voorbereidingen. "Laten we, nu het nog mooi weer is, de garage opruimen. Dan past straks de auto er goed in." Zo gezegd, zo gedaan. Garage opgeruimd, sneeuwschuivers zo gehangen dat we er makkelijk bij kunnen als het nodig is. Dankzij het overhangende dak kunnen we ook na hevige sneeuwval de garagedeur nog open krijgen, dus de schuivers hoeven niet buiten naast de voordeur te staan.

We bedachten dat we niet alleen plaats voor de auto nodig zouden hebben, maar ook voor het haardhout. Dat we trouwens al bijna moesten bestellen. Als je daarmee wacht tot het echt winter is, kun je alleen nog tegen woekerprijzen zakken hout bij het benzinestation kopen. Niet erg als je een paar dagen je vakantiehuisje warm moet stoken, maar een beetje oneconomisch voor de gemiddelde inwoner van Noorwegen. Het was de eerste keer dat we hier in Larvik gingen bestellen, dus nieuw houtmannetje gezocht. Of het goed was dat hij het zaterdagochtend om 9 uur kwam afleveren? Zaterdagochtend om 9 uur werd er een aanhanger met hout leeggestort voor de garage ("Legt u het daar maar neer, bedankt, tot volgend jaar"). Zondagochtend hadden we eindelijk genoeg moed verzameld om de houtblokken naar binnen te verplaatsen. Vermoeiend klusje, maar uiteindelijk lag alles mooi opgestapeld in de garage!

Helemaal winterklaar zijn we nog niet, want de olietank moet nog bijgevuld worden. Olie is tenslotte onze hoofdbrandstof. Is die op, dan hebben we koud water en koude radiatoren. Dat herinner ik me nog goed van afgelopen winter.

Ik denk nog wel eens terug aan onze Hollandse cv met volledig programmeerbare aan- en uittijden....

maandag 30 augustus 2010

De kunst van het omrekenen

In Noorwegen is, zoals bekend, het levensonderhoud niet echt goedkoop. Toen we hierheen verhuisden, besloten we dan ook de prijzen van boodschappen en andere gangbare gebruiksvoorwerpen niet om te rekenen in euro's. Dat levert alleen maar frustratie op en de supermarkt wordt er niet goedkoper door.
Een enkele keer kunnen we het natuurlijk niet laten en rekenen we stiekem toch om. Niet in euro's, maar in guldens! Tja, vooral John vindt dat erg grappig...... "Het is toch niet te geloven, we hebben hier voor 40 gulden zitten lunchen", zegt hij dan opeens.
De andere kant op omrekenen, doen we ook wel eens ("Als ik mijn hardloopschoenen in Nederland koop, bespaar ik 500 kronen"). De kunst is eigenlijk om alleen om te rekenen op de momenten dat je er vrolijk van wordt.

Afgelopen zaterdag waren we bij Ikea. Niet dat we nou dringend om nieuwe spullen verlegen zaten, maar we waren er in de buurt en dat zijn we niet elke dag.
Het eerste dat we daar binnen tegenkwamen, was een enorme bak met keukenhandoekjes à twee kronen per stuk. Twee kronen! Dat is zelfs omgerekend in guldens nog bijna gratis.
Aan het einde van onze voettocht door de winkel hadden we een hele Ikea-tas (zo'n enorme gele) vol met "bijna gratis"-producten. Al met al pinden we natuurlijk toch nog een aanzienlijk bedrag. Maar we waren reuze tevreden. En dat is ook wat waard!

zaterdag 7 augustus 2010

Koffie, waterflesdopjes en een onverwachte ontmoeting

Noorwegen is een prachtig vakantieland. Niet voor niks hebben we twee keer in onze zomervakantie met de auto het land doorkruist. Sinds we in Noorwegen wonen, is het er echter nog niet van gekomen om in "eigen land" op vakantie te gaan. Een paar keer hadden we halfslachtige plannen, maar steeds kwam er iets tussen: veteranenatletiek in Slovenië, verhuizing naar Larvik, ga zo maar door. Dit jaar hadden we al in januari besloten dat we in juli een week naar de EK atletiek in Barcelona zouden gaan. Tel daar een paar dagen Nederland en een paar dagen thuis bij op en de zomervakantie (die van mij althans) is alweer voorbij. Op onze uitstapjes in de omgeving na, werd het dit jaar dus weer geen Noorse vakantie.

Toen ik op mijn werk vertelde dat we naar Barcelona zouden gaan, kwam een collega prompt de volgende dag met het boek "Havets katedral" aanzetten. "Móet je lezen", zei ze. Hetgeen ik natuurlijk meteen deed, want een dag niet gelezen is een dag niet geleefd. Toch? Ik kwam door het boek helemaal in de Catalaanse sferen en met nog een bladzijde of 50 te gaan stapte ik in het vliegtuig. En, tja, zelfs ik, als niet-stadliefhebber, moet zeggen: Barcelona is echt erg leuk! De stad heeft van alles wat: vreselijke toeristenplekken, leuke smalle straatjes met kleine winkeltjes, mooie parken, musea natuurlijk, en niet te vergeten de zee. Een paar stappen naar links of rechts van die afgrijselijke Rambla en je vindt de leukste eetplekjes waar je voor weinig geld lekker kunt happen (vooral als je het vergelijkt met de Noorse prijzen...). Ook heeeel belangrijk: heerlijke koffie, altijd en overal. Dat is nog eens wat anders dan dat slootwater hier in Noorwegen -OK, toegegeven, bij "Bare barista" in Tønsberg kunnen ze wel koffie zetten-.

We hadden een passe-partout voor het atletiekstadion gekocht, waardoor we de hele week konden komen en gaan wanneer we wilden. Aanvankelijk gingen we lopend naar het stadion, maar twee keer per dag drie kwartier heen en drie kwartier terug lopen (bij 25-30 graden) vonden we toch wat veel, dus halverwege de week zijn we overgegaan op de metro.
De veiligheidsagenten bij het stadion hanteerden een even onverbiddelijk als onbegrijpelijk waterflesjesbeleid: alleen kleine flesjes mochten mee naar binnen, en dan zonder dop. We snapten niet echt waar dit goed voor was, maar na wat heen en weer denken, concludeerden we dat het misschien was omdat je met volle flessen zou kunnen gaan gooien, of met de dopjes zelf. Maar ja, er zijn natuurlijk zat andere dingen waar je ook mee kunt gooien. De dopjes-maatregel zette ons en andere stadiongangers aan tot een milde vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid: tien meter voor de ingang dopje van flesje halen, dopje in je zak, flesje mee naar binnen, dopje er weer op. Niets menselijks is ons vreemd, zullen we maar zeggen.

Er was zo veel mooie atletiek te zien dat we meestal zowel 's ochtends als 's avonds in het stadion waren. Ik zal hier niet alles tot in detail beschrijven, maar wil nog wel even kwijt dat ik persoonlijk het allermeeste genoten heb van de tienkamp. Ge-wel-dig! Natuurlijk was er zo nu en dan een dompertje en na een paar avonden komen die prijsuitreikingen tussendoor (met steeds maar weer dat Franse volkslied) ook je neus wel uit, maar dat mocht de pret niet drukken.

Omdat we tussen de atletieksessies door moesten uitrusten en afkoelen bij en in het hotelzwembad, bleef er weinig tijd over voor andere activiteiten. Een bezoekje aan een paar Gaudi-werken kon er nog wel af, o.a zijn we naar Park Güell geweest. Op weg terug van het park naar de metrohalte zie ik opeens een bekende gestalte voor me op de stoep lopen. Nee, dat kan toch niet waar zijn? Stijn? Maar het is wel waar. Dat je nou toch naar Barcelona moet om een collega van tien jaar geleden tegen het lijf te lopen! En zo weinig veranderd in al die jaren (behalve de kinderen dan, die ik me herinnerde als Olvarit happende baby's, hetgeen ze nu toch echt niet meer bleken te zijn). We gingen op weg naar onze metro's en daarmee was de ontmoeting net zo kort als ie onverwacht was, maar we zijn er weer even aan herinnerd dat de wereld soms heel klein is.

Zondagavond wonen we de allerlaatste onderdelen op de EK bij en rijden vervolgens naar Girona waar we een paar uurtjes half slapend doorbrengen in een hotel naast het vliegveld. Vroeg uit de veren om een plekje te veroveren in de RyanAir rij en zodoende een goede zitplaats te bemachtigen (gelukt: zowel heen als terug een plek bij de nooduitgang met een zee aan beenruimte!). Stipt op tijd landen we op Torp waar we worden opgehaald door Sandra en Mirjam die de hele vakantie op huis en katten hebben gepast. Om het goede gevoel nog even vast te houden zetten we direct koers richting Tønsberg voor een lekker kopje koffie bij "Bare barista".

dinsdag 13 juli 2010

Bloggen over het werk

Na bijna drie jaar werken in Noorwegen, is het aantal blogs over werk nog steeds op één hand te tellen. Niet dat ik nooit wat meemaak hier, maar lang niet alle werkzaken lenen zich nu eenmaal voor de blog. Een blog is tenslotte openbaar en je kunt wel denken ”ach, die Noren kunnen toch geen Nederlands lezen”, maar het zit hier vol met Nedernoren die zowel Noors als Nederlands spreken en daarnaast is het met googletrans een fluitje van een cent om een tekst vertaald te krijgen. Beetje krom meestal, maar de essentie haal je er toch wel uit. OK, voor de liefhebber: dit krijg je als je deze tekst via googletrans eerst van het Nederlands naar het Noors vertaalt en die vertaling vervolgens weer laat overzetten naar het Nederlands:

Na bijna drie jaar van het werken in Noorwegen, het aantal blogs blijft om te werken met een handvol. Niet dat ik nooit zal ervaren wat is hier, maar niet alle producten zijn geschikt om te werken alleen op de blog. Een blog is immers openbaar, en je zou kunnen denken "oh, dat de Noren nog steeds geen Nederlands kan lezen”, maar zit hier vol met lagere Oren zowel Noorse en Nederlandse spreek-en ook een Google-controle op een fluitje van een cent de vertaling van de tekst te krijgen. Meestal iets scheef, maar je krijgt de essentie daar toch.

Veel dingen zijn niet zo blogbaar dus, maar Algemene Noorse Rariteiten natuurlijk wel. Dat zijn van die terugkerende fenomenen waar ik me steeds weer over verbaas. Regelingen waarvan ik er met mijn verstand niet bij kan dat iemand die ooit verzonnen heeft en waar ik me, op slechte dagen, behoorlijk aan erger. Dat laatste is natuurlijk zinloos, want sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en “even veranderen” (dwz. aanpassen aan onze eigen, veeeeel betere, maatstaven) is er niet bij. De gemiddelde Noor is al niet eens aan de kroket te krijgen, laat staan dat je zomaar aan zijn wetgeving gaat sleutelen. Even los van dat dat voorlopig helemaal niet kan. Ik heb nog wel even te gaan voordat ik voldoe aan de criteria om me te mogen uitleven in de landelijke politiek hier.

Wat zijn dan die dingen die ik ongeveer dagelijks tegenkom in mijn werk en die me verbazen of irriteren (en soms natuurlijk ook komisch zijn)? Nou bijvoorbeeld de wetgeving rond vakantie en vakantiegeld, (ziekte)verzuimregelingen, de rol van de vakbonden, de manier waarop er over salaris onderhandeld wordt, de jaarlijkse stakingsgolf, die eeuwige hang naar een iedereen-is-gelijk-grijze-muizigheid, de vergadercultuur, en de kenmerken van een zogenaamd geslaagd bedrijfsfeestje.

Als je dit zo leest, zou je bijna gaan denken dat het bepaald niet leuk werken is in Noorwegen. Dat valt wel mee hoor. Er zitten ook genoeg voordelen aan. Maar de illusie dat de cultuurverschillen tussen Noorwegen en Nederland klein zijn, raak je snel kwijt als je hier een tijdje aan de slag bent.

zaterdag 3 juli 2010

In Larvik is het goed wonen - deel 2: kustidylle


Het was de hele week lekker weer hier, maar niet zo warm als in Nederland. Het Nationaal Hitteplan kon dus in de kast blijven...

John heeft al lang en breed zomervakantie. Voor mij duurt het nog anderhalve week, maar om vast in de stemming gekomen, zijn we er deze week bijna elke dag een paar uur op uit gegaan. Lekker genieten van het mooie weer en de lange dagen.

Vorige week zaterdag waren we op Verdens Ende, oftewel het einde van de wereld, het puntje van een lang schiereiland bij Tønsberg. We waren ons fototoestel vergeten, dus voor wie niet in de gelegenheid is om zelf te gaan kijken, blijft het nog even een verrassing hoe het er daar uitziet.
Een dag later ontdekten we een leuk paadje nog geen tien minuten bij ons huis vandaan. Stom toevallig eigenlijk, we waren alleen maar even een wandelingetje in de buurt aan het maken.

We zijn ook naar Ula geweest. Dat is een kwartiertje rijden hiervandaan. We waren daar al eerder geweest. Tijdens onze huizenjacht vorig jaar, hadden we er zelfs korte tijd een huis op het oog. Maar een gehucht met nog geen 200 vaste inwoners vonden we toch wat te klein.
Ula heeft alles wat je van een kustidylle verwacht: een knus haventje, gladgespoelde rotsen en lieflijke zandbaaitjes. En direct daarachter, misschien wat onverwacht, een echt "boerenland" met akkers, korenvelden en bossen.

Ook dichter bij huis zijn er veel mooie kustplekjes. We hebben uitgebreid rondgedoold op smalle paadjes (of iets wat in het begin nog op een pad leek, maar later niet meer zo heel erg), genoten van de prachtige uitzichten en een ijsje gegeten op een bankje naast het café van de zeilclub.

En we waren het er over eens dat het mooi is hier.

dinsdag 8 juni 2010

12 uur lang ballen slaan

We hebben een volgepland weekend achter de rug. Het begon al op vrijdag. Vrijdagavond waren de Bislett Games in Oslo. Sinds we in Noorwegen wonen, hebben we het er al over om daar een keer heen te gaan, maar vanuit Risør vonden we het toch een beetje te veel gedoe. Dit jaar kwam het er dan eindelijk van. We waren ruim op tijd in Oslo en het was prachtig weer, dus streken we eerst op een terrasje neer om wat te eten.

Na een korte wandeling kwamen we bij het stadion. We waren overal op voorbereid en hadden warme kleding en dekentjes bij ons, maar de tribune lag heerlijk in de zon. De dekens konden we zodoende gebruiken als zitkussentjes. Er was veel mooie sport te zien die avond en het is natuurlijk extra leuk om de beste atleten van de wereld eens van dichtbij te zien. Hoe vaak zie je nu Asafa Powell op twee meter afstand zijn veters vastmaken?



De volgende dag konden we 's ochtends niet te lang treuzelen, want om 12 uur werden we op de golfbaan verwacht voor de weekendcursus "de weg naar golf". Twee keer zes uur golfles, ik moet zeggen dat ik het een hele opgave vond. Dat lag niet aan de instructeur, een goedgehumeurde Zweedse ex-profspeler, maar meer aan het feit dat golf eigenlijk best moeilijk is. Eindeloos hebben we allerlei slagen geoefend. Een enkele keer ging het best goed, maar we hebben nog wel even te gaan voor we op het niveau van Tiger zitten (ik in elk geval, John bakte er wat meer van). Tot slot gingen we een rondje spelen op de baan. Je zou denken dat het leuk is om te proberen die bal in de hole te krijgen, maar de ellende is dat er op en langs die baan bomen, struiken en waterpartijen staan en liggen en dat de bal om een of andere onverklaarbare reden steeds als een magneet naar die hindernissen toegetrokken wordt. Tja, het zal wel een kwestie van veel oefenen zijn, maar eerst moet ik bijkomen (een beetje lichamelijk en heel veel geestelijk) van onze eerste kennismaking met de golfsport.

dinsdag 1 juni 2010

In Larvik is het goed wonen - deel 1

Wie in Noorwegen op vakantie is, is geneigd de pittoreske kustplaatsjes te bezoeken. Daar zijn er een heleboel van, en ze zijn zeker een bezoek waard. Een plaats als Larvik echter, rijd je snel voorbij. Voor velen is Larvik niet meer dan een afslag van de E18 onderweg van Oslo naar Kristiansand, of de plaats waar de boot uit Denemarken aankomt.

Tot vorig jaar had ik ook niet echt een beeld van Larvik. Behalve dan dat het een industriestad was. Dat klopt tot op zekere hoogte ook. Al is veel industrie inmiddels verdwenen.
Industriesteden zijn vaak een beetje grauw. Voormalige industriesteden hebben daarbij ook nog eens de neiging om triest en verlaten te zijn. Dat alles gold ook voor Larvik. Tot een paar jaar geleden...

Een ambitieuze burgemeester en een vermogende Larvik-familie bleken een goede combinatie om het "Larvik moet mooier"-project van de grond te krijgen. De haven van Colorline werd verplaatst, een deel van het voormalige havengebied werd omgetoverd in recreatiegebied met wandel- en fietspad, beachvolleybalveldjes en de onvermijdelijke ijstent. Er kwam een nieuw theater en een mooi spa-hotel.
Niet alles wat op het verlanglijstje stond, is gerealiseerd, maar Larvik is absoluut mooier geworden. Daarbij is de stad, zoals ik eerder al schreef, een prima uitvalsbasis om de prachtige omgeving te verkennen.

De hoogste tijd dus om het image dat Larvik bij Nederlanders en Nedernoren heeft een beetje op te poetsen. De komende maanden (of misschien duurt het wel langer) gaan we al het moois in beeld brengen.

Vandaag deel 1: Bøkeskogen.

zaterdag 22 mei 2010

Een acceptabele portie 17 mei

Opeens is het zomer hier. Heerlijk natuurlijk, maar eigenlijk een beetje te laat. Vorige week waren mijn ouders hier en toen was de zomer nog in geen velden of wegen te bekennen.

De woensdag voor Hemelvaart vond er een klassieke "vliegtuigruil" plaats: John vloog naar Nederland met het vliegtuig waarmee mijn ouders net op Torp waren aangekomen. Handig toch?
Ze waren hier nog niet geweest sinds onze verhuizing naar Larvik en waren natuurlijk erg benieuwd naar ons huis en de omgeving. Beide vielen goed in de smaak!

Larvik heeft een beetje het imago van een verslonsde industriestad, maar er is de laatste jaren veel aan gedaan om de stad aantrekkelijker te maken en met succes. Ook de omgeving is prachtig. Ik vond het rond Risør altijd erg mooi, maar moet toch zeggen dat ik het hier mooier vind. Om te beginnen hebben we hier ons eigen beukenbos (Bøkeskogen), gelegen tussen de stad en Farris, een groot water omringd door heuvels. Daar hebben we natuurlijk heerlijk gewandeld.
Een andere favoriete bestemming is het gezellige kustplaatsje Stavern en het gebied daaromheen, ongeveer een kwartier hiervandaan. De dag dat we daar naartoe gingen, was het jammer genoeg nogal regenachtig, maar het was toch een mooie tocht.
Ook de andere kant op, tussen Larvik en Sandefjord, zijn vele mooie plekjes, zowel in het binnenland als aan de kust. Bijvoorbeeld richting Ula en Eftang, waar je na een korte boswandeling opeens in een pittoresk baaitje tussen de uitgesleten rotsen staat.
Natuurlijk stond ook Tønsberg op het programma, ons favoriete stadje hier in de buurt. Dat werd koffie met taart bij ons favoriete café, een bezoekje aan de oude slot-toren en lunchen in het zonnetje op een van de altijd levendige terrassen aan de boulevard.

En toen was het 17 mei. Voor het eerst vond ik het jammer dat we niet meer in Risør wonen. Daar woonden we zo dicht bij het centrum dat we tussen de optochten door makkelijk even naar huis konden lopen. En het was gezellig om veel bekenden tegen te komen. 17 mei is namelijk eigenlijk een oersaai feest, dus die bekenden heb je nodig om er toch nog een beetje wat van te maken.
Ik moest vantevoren goed nadenken hoe ik mijn ouders een acceptabele portie 17 mei mee kon geven en het geheel verliep aardig volgens planning. De dag begon met het planten van een klein formaat Noorse vlag in het buxusperkje naast de voordeur. Ik heb nog nooit van mijn leven een Nederlandse vlag uitgehangen, maar toch was het op één of andere manier een beetje vreemd een Noorse vlag bij ons huis te zien.
We vertrokken met de auto naar de stad aangezien ik geen zin had om een half uur op mijn nette hooggehakte schoenen rond te strompelen. Nadat we een perfecte parkeerplaats hadden gevonden, waren we precies op tijd om een deel van de kinderoptocht naar het "kinderoptochtverzamelpunt" te zien marcheren. Vervolgens togen we naar Bøkeskogen waar we een goed plekje vonden op een bankje. Al gauw werd het behoorlijk druk daar en na een minuut of 20 kwamen de eerste scholen in de kinderoptocht aan. In een stad als Larvik ben je niet zo 1-2-3 klaar met die optocht en we besloten niet op de laatsten te wachten, maar wandelden naar de stad om aan de koffie en (alweer) taart te gaan. Er waren daar al veel mensen, maar we waren toch de grote drukte net voor. Na de koffie hielden we het voor gezien. 's Middags aten we naar goed Noors gebruik nog een ijsje. We waren erg tevreden met onszelf!

17 mei was in Nederland natuurlijk de dag van alweer een aswolk, maar John had gelukkig de avondvlucht naar huis en die kwam netjes op tijd aan.
Dinsdag vertrokken mijn ouders weer naar Nederland. De week was omgevlogen.

donderdag 13 mei 2010

"Ik ben Emmy van het Noordeinde in Sint Pancras"

Het is bijna 17 mei, de dag waarop de Noren zo mogelijk nog Noorser zijn dan anders.
Een mooi moment dus om weer eens een typisch Noors gebruik van dichtbij te bekijken.

Vorige week vroeg een collega:"Waar in Nederland kom je precies vandaan?" Ze was bepaald niet de eerste die dit vroeg en zal vast ook niet de laatste zijn. Toen ik begon te lachen, keek ze me een beetje verschrikt aan en vroeg of ze misschien een onbehoorlijke vraag had gesteld. "Nee, maar wel een typisch Noorse vraag", grinnikte ik.
Nou ja, daar begreep ze natuurlijk niks van....

Op de vraag waar je vandaan komt, hoor je te antwoorden waar je oorspronkelijk vandaan komt. Voor het gemak zeg ik altijd maar dat ik uit Alkmaar kom, om vervolgens een verhaal over Nederlandse kaas op te hangen. Als ik het helemaal goed zou willen doen, zou ik eigenlijk moeten zeggen dat ik van het Noordeinde in Sint Pancras kom. Maar ja, ga dat maar eens uitleggen aan iemand die echt het verschil niet weet tussen Groningen en Maastricht.

Maar goed, de plek waar je je wortels hebt, is dus erg belangrijk hier. Ik heb al heel wat Noorse sollicitatiebrieven gelezen en bijna allemaal beginnen ze ongeveer zo: "Ik heet Karin, ben 35 jaar, al 11 jaar gelukkig getrouwd met Ole. We hebben twee kinderen: Lise (10) en Martin (8). Na een aantal jaren in Oslo te hebben gewoond, zijn we drie jaar geleden terug verhuisd naar Nanset (een wijk hier in Larvik), waar we beiden ook zijn opgegroeid. Ik ben voorzitter van het feestcomité van de Eikenlaan, en speel blokfluit in het Nanset-muziekkorps.
Blabla, blabla, blabla.

Afhankelijk van mijn humeur en hoe druk ik het heb:
-denk ik "mens, kom eens to the point, stop met leuteren en vertel waarom je die baan wilt en wat je te bieden hebt."
-grinnik ik een beetje in mezelf
-lig ik onder mijn bureau van het lachen.

Ach, zo heeft elk land zijn eigenaardigheden en dat gekneuter hier vind ik meestal wel charmant. De kunst is om als import-Noor met dit soort dingen je voordeel te doen. Zo had een Australische kennis van ons moeite met het vinden van werk. Totdat hij in zijn cv de naam van zijn (Noorse - en lokaal "bekende") vrouw noemde. Toen ging het ineens een stuk makkelijker allemaal.

Of het professioneel is?
Ehhh, professio-wattuh?

zondag 25 april 2010

Jarig

Er zijn er twee jarig, hoera, hoera!


Nelson en Pebbles worden 6 vandaag