Aanstaande woensdag is mijn laatste werkdag bij de gemeente, en vandaag is dus de laatste vrijdag dat ik daar werk en de laatste keer dat deelneem aan de "fredagskos" (koez). Kos, kose, koselig, hoe vertaal je dat? Knus, gezellig, genieten van, even lekker knussen. Zoiets ja, maar net zoals we in Nederland altijd zeggen dat ons "gezellig" niet te vertalen is, zo is voor mij de Noorse "kos" eigenlijk ook niet te vertalen.
Goed, de vrijdagskoez dus. Waar koezen wij ons dan zoal mee, hier in Risør?
Gezien mijn eerdere blogs waarin het Noorse alcoholbeleid ter sprake kwam, hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen dat de vrijdagskoez niet helemaal te vergelijken is met de Nederlandse vrijdagmiddagborrel. Nu ik er eens over nadenk, komen er overigens maar weinig werkplekken bovendrijven waar we een vrijdagmiddagborrel hadden. Misschien is dit een fenomeen dat vooral in onze gedachten bestaat?
De Noorse vrijdagskoez vindt plaats tijdens de lunch, die voor de gelegenheid meestal meteen maar met een half uur verlengd wordt. Het kan trouwens best zijn dat dat laatste uitsluitend een gemeentelijk fenomeen is...
Het koezen doe je met mensen van je eigen afdeling, en elke week is een andere collega verantwoordelijk voor meenemen van iets lekkers. Wie nu denkt dat dat leidt tot kakelverse eigengemaakte taarten en koekjes, komt bedrogen uit. Verreweg de meesten gaan voor zelfgehaald in plaats van zelfgemaakt. Nou ja, kan ook lekker zijn natuurlijk.
Behalve koek en taart, komt er tijdens de koez ook vaak ijs op tafel. We zijn tenslotte in Noorwegen!
Naast de bak met zelfgehaald supermarkt ijs staan steevast twee zakjes: een zak met gezouten pinda's en een zak met non stops (een soort smartie), die je geacht wordt over je ijs heen te strooien. Wie durft nu nog te beweren dat Noorwegen geen eetcultuur heeft?
Maar of er nu zelfgebakken taart of ijs met smarties op het programma's staan, ik koez gewoon lekker mee. Je intergreert of je integreert niet, hè?
Mijn laatste vrijdagskoez bij de gemeente zit er op. Het was een "ijs mèt" variant. De resten zijn opgeruimd, iedereen zit weer achter zijn bureau. Ik ook.....met een iets te volle buik en een vaag gevoel van weemoed.
vrijdag 25 september 2009
dinsdag 15 september 2009
Verkiezingen
We hebben een nieuwe regering.
Nou ja, nieuw... Veel lijkt er niet te veranderen. Weer vier jaar rood-groen voor de boeg en vier jaar lang Jens op tv.
De afgelopen weken stonden in het teken van politieke debatten over de gebruikelijke onderwerpen: euthanasie, snelle wegen, snelle treinen, olie boren enzovoort. Hier en daar een ruzietje, het liefst tussen twee vrouwen die elkaar vervolgens plichtsgetrouw om de hals vielen. Handjes schudden in het land, o.a. op de school waar John werkt. Jens himself meldde zich in Larvik.
In Risør stonden op zaterdagen de standjes van de verschillende partijen op het plein en waren collega's en andere bekenden vermomd als politicus hebbedingen aan het uitdelen.
Wie vreesde net op de grote dag zelf geveld te zijn door de Mexicaanse griep, kon al eerder stemmen in een apart kamertje op het gemeentehuis. Hoewel het geen storm liep, zag ik toch elke dag wel wat mensen met een stembiljet in hun hand door de gang schuiven.
Aangezien we geen Noors staatsburger zijn, mogen we niet stemmen bij de landelijke verkiezingen. Lekker rustig. Al vulden we natuurlijk wel even de stemwijzer in op internet. Je weet tenslotte maar nooit of we nog eens Noor worden. Voorlopig is dit trouwens niet aan de orde, dat kan pas op z'n vroegst over vijf jaar.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen mogen we overigens wel stemmen. Die zijn over twee jaar.
Gisteren, op de stemdag, zag ik in de supermarkt iets dat mijn aandacht trok. Op de koelkast waar bier in staat, hing een A4-tje waarop stond: "In verband met de verkiezingen vandaag geen bierverkoop."
"Wat is dit nu weer voor iets?", vroeg ik me af. Dus vandaag maar eens aan Mette-Marit gevraagd. "O ja", zei die, "op de dag dat we naar de stembus gaan, wordt er geen alcohol verkocht, want we moeten nuchter zijn, he, als we stemmen."
Heuh??
Mensen kunnen toch net zo goed een voorraadje drank in de koelkast cq kelder hebben staan? Of ben ik nu gek?
Nou ja, hoe dan ook: we hebben een nieuwe regering. Skål!
Nou ja, nieuw... Veel lijkt er niet te veranderen. Weer vier jaar rood-groen voor de boeg en vier jaar lang Jens op tv.
De afgelopen weken stonden in het teken van politieke debatten over de gebruikelijke onderwerpen: euthanasie, snelle wegen, snelle treinen, olie boren enzovoort. Hier en daar een ruzietje, het liefst tussen twee vrouwen die elkaar vervolgens plichtsgetrouw om de hals vielen. Handjes schudden in het land, o.a. op de school waar John werkt. Jens himself meldde zich in Larvik.
In Risør stonden op zaterdagen de standjes van de verschillende partijen op het plein en waren collega's en andere bekenden vermomd als politicus hebbedingen aan het uitdelen.
Wie vreesde net op de grote dag zelf geveld te zijn door de Mexicaanse griep, kon al eerder stemmen in een apart kamertje op het gemeentehuis. Hoewel het geen storm liep, zag ik toch elke dag wel wat mensen met een stembiljet in hun hand door de gang schuiven.
Aangezien we geen Noors staatsburger zijn, mogen we niet stemmen bij de landelijke verkiezingen. Lekker rustig. Al vulden we natuurlijk wel even de stemwijzer in op internet. Je weet tenslotte maar nooit of we nog eens Noor worden. Voorlopig is dit trouwens niet aan de orde, dat kan pas op z'n vroegst over vijf jaar.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen mogen we overigens wel stemmen. Die zijn over twee jaar.
Gisteren, op de stemdag, zag ik in de supermarkt iets dat mijn aandacht trok. Op de koelkast waar bier in staat, hing een A4-tje waarop stond: "In verband met de verkiezingen vandaag geen bierverkoop."
"Wat is dit nu weer voor iets?", vroeg ik me af. Dus vandaag maar eens aan Mette-Marit gevraagd. "O ja", zei die, "op de dag dat we naar de stembus gaan, wordt er geen alcohol verkocht, want we moeten nuchter zijn, he, als we stemmen."
Heuh??
Mensen kunnen toch net zo goed een voorraadje drank in de koelkast cq kelder hebben staan? Of ben ik nu gek?
Nou ja, hoe dan ook: we hebben een nieuwe regering. Skål!
maandag 31 augustus 2009
Dorp
Verhuizen? Nieuwe baan? De collega naast me aan de lunchtafel kijkt me verbaasd aan.
Oh, had je dat nog niet gehoord dan? Vraag ik. Nee, zegt ze, maar ik spreek buiten het werk niet zoveel mensen, ik ben tenslotte niet echt van hier, ook al woon ik hier al 32 jaar.
Risør in een notendop....
Op mijn eerste werkdag bij de gemeente, een kleine twee jaar geleden, ontdekte ik tot mijn stomme verbazing dat veel mensen al wisten met wie ik samenwoonde en welk huis we hadden gekocht. Nu ben ik verbaasd als iemand een nieuwtje nog niet gehoord blijkt te hebben. Zou dit een vorm van over-inburgering zijn?
Ik ben benieuwd of ik het dorpse straks zal missen.
Op mijn werk vind ik het kleinschalige soms lastig. Iedereen is op een of andere manier wel familie van elkaar en de lokale politici hebben vaak direct dan wel indirect persoonlijk of zakelijk belang bij zaken die in de gemeenteraad aan de orde komen. Dit kan tot merkwaardige discussies leiden. Vaak komisch, soms tragisch en in elk geval lang niet altijd professioneel.
Voor ons als nieuwkomers met allebei een baan hier, maakte de kleinschaligheid het makkelijk om in contact te komen met mensen. Voor een oppervlakkig gesprekje staan de meesten wel open. Mensen echt leren kennen is een stuk lastiger. De meesten zijn erg op hun eigen familie gericht en op de dorpsgenoten die ze al vanaf hun babytijd kennen. Ik heb collega's die oorspronkelijk uit andere delen van Noorwegen komen, maar hier naartoe verhuisden omdat ze een Risøriaan aan de haak hadden geslagen (en die verhuist natuurlijk onder geen beding naar een andere plaats!). Zij zeggen dat het wel een jaar of tien duurde voordat ze het gevoel hadden dat ze een deel van de lokale samenleving begonnen te worden.
Ik geloof niet dat mensen van buiten hier bewust buitengesloten worden. Het is meer een onbewust proces omdat je nu eenmaal niet dezelfde wortels en hetzelfde referentiekader hebt als de mensen die hier zijn geboren en getogen.
Op onze aanstaande verhuizing krijgen we grofweg twee soorten reacties: aan de ene kant de mensen die zich er helemaal niets bij voor kunnen stellen. Weggaan uit Risør staat voor hen ongeveer gelijk aan een enkele reis naar Mars. Aan de andere kant zijn er diegenen die het eigenlijk ook wel zouden willen, maar niet doen "want ja, ik heb al mijn familie hier, hè".
Je zou bijna gaan denken dat veel mensen hier wonen tegen wil en dank. Alhoewel....het leven dat velen hier hebben met huis, hytte, boot, zee en zon (ok, dat laatste de afgelopen tijd toevallig niet zo heel veel..) is natuurlijk niet zo heel erg beroerd.
Oh, had je dat nog niet gehoord dan? Vraag ik. Nee, zegt ze, maar ik spreek buiten het werk niet zoveel mensen, ik ben tenslotte niet echt van hier, ook al woon ik hier al 32 jaar.
Risør in een notendop....
Op mijn eerste werkdag bij de gemeente, een kleine twee jaar geleden, ontdekte ik tot mijn stomme verbazing dat veel mensen al wisten met wie ik samenwoonde en welk huis we hadden gekocht. Nu ben ik verbaasd als iemand een nieuwtje nog niet gehoord blijkt te hebben. Zou dit een vorm van over-inburgering zijn?
Ik ben benieuwd of ik het dorpse straks zal missen.
Op mijn werk vind ik het kleinschalige soms lastig. Iedereen is op een of andere manier wel familie van elkaar en de lokale politici hebben vaak direct dan wel indirect persoonlijk of zakelijk belang bij zaken die in de gemeenteraad aan de orde komen. Dit kan tot merkwaardige discussies leiden. Vaak komisch, soms tragisch en in elk geval lang niet altijd professioneel.
Voor ons als nieuwkomers met allebei een baan hier, maakte de kleinschaligheid het makkelijk om in contact te komen met mensen. Voor een oppervlakkig gesprekje staan de meesten wel open. Mensen echt leren kennen is een stuk lastiger. De meesten zijn erg op hun eigen familie gericht en op de dorpsgenoten die ze al vanaf hun babytijd kennen. Ik heb collega's die oorspronkelijk uit andere delen van Noorwegen komen, maar hier naartoe verhuisden omdat ze een Risøriaan aan de haak hadden geslagen (en die verhuist natuurlijk onder geen beding naar een andere plaats!). Zij zeggen dat het wel een jaar of tien duurde voordat ze het gevoel hadden dat ze een deel van de lokale samenleving begonnen te worden.
Ik geloof niet dat mensen van buiten hier bewust buitengesloten worden. Het is meer een onbewust proces omdat je nu eenmaal niet dezelfde wortels en hetzelfde referentiekader hebt als de mensen die hier zijn geboren en getogen.
Op onze aanstaande verhuizing krijgen we grofweg twee soorten reacties: aan de ene kant de mensen die zich er helemaal niets bij voor kunnen stellen. Weggaan uit Risør staat voor hen ongeveer gelijk aan een enkele reis naar Mars. Aan de andere kant zijn er diegenen die het eigenlijk ook wel zouden willen, maar niet doen "want ja, ik heb al mijn familie hier, hè".
Je zou bijna gaan denken dat veel mensen hier wonen tegen wil en dank. Alhoewel....het leven dat velen hier hebben met huis, hytte, boot, zee en zon (ok, dat laatste de afgelopen tijd toevallig niet zo heel veel..) is natuurlijk niet zo heel erg beroerd.
zaterdag 22 augustus 2009
Laatste weken op Ringveien 29
Nog vijf weken min een dag en dan krijgen we de sleutel van ons huis in Larvik. Voordat het zover is, moeten we natuurlijk nog het nodige doen en regelen. Omdat John doordeweeks al in Larvik woont, betekent dat veel telefoontjes heen en weer. Nu komt het goed uit dat we via ons "fri familie" abonnement gratis met elkaar kunnen bellen.
We hebben allebei zo onze taken. Terwijl John fietsend heel Larvik verkent en zich 's avonds buigt over de verschillende aanbieders van internet, stroom en tv, bouw ik een warme band op met de hypotheekman en de verzekeringsman.
Is John in gedachten al druk bezig het nieuwe huis in te richten, ik houd me vooral bezig met het opruimen van Ringveien 29 (en niet alleen in gedachten).
We dachten dat we grondig hadden opgeruimd voordat we naar Noorwegen vertrokken, maar getuige de dertig half- of ongeopende dozen op zolder zijn we toch niet selectief genoeg geweest. Tijd om al die dozen uit te mesten is er niet (vinden we), maar het leek ons wel een goed moment om ons weer eens van wat aftandse cq. kapotte dingen te ontdoen. Op naar het afvalperron dus. Onhandig genoeg is dat voornamelijk geopend op de tijden dat de gemiddelde Noor op zijn werk zit, maar gelukkig zijn ze op donderdag tot maar liefst 18.00 uur open. Samen met mijn collega Mette-Marit die ook nog een berghok met troep had, huurde ik een aanhanger. Even de mouwen opstropen en na een uurtje of twee was de klus geklaard.
Deze week konden we ook nog een mijlpaal vieren: de badkamer op de logeerverdieping is af! Al met al een project van ongeveer een jaar en acht maanden, gerekend vanaf het moment dat we voor het eerst met een sanitairboer praatten. We lezen vaak dat het zo moeilijk is om Noorse aannemers in wat voor branche dan ook aan de slag te krijgen en hier was het niet anders. En toen ze eenmaal aan de slag waren, was het nog een eindeloos heen en weer gebel om de werkzaamheden van de loodgieter, de tegelzetter en de elektricien op elkaar af te stemmen. Maar nu is het dan toch af en kunnen we straks de badkamer in de beloofde staat overdragen.
dinsdag 11 augustus 2009
Huizenhandel
Zo, de vakantie zit er op. Eindelijk kunnen we een beetje uitrusten....
Dat het een hectische vakantie werd, was niet zo'n verrassing. Dat krijg je ervan als je wilt verhuizen.
De eerste paar dagen van mijn vakantie was ik in Nederland. Heerlijke rustige dagen waren dat! Terug in Noorwegen was het snel gedaan met de rust. Een half uur nadat het vliegtuig geland was op Torp stonden we alweer een huis te bezichtigen. Best een leuk huis waar we besloten een bod op te doen. "Best leuk", dat klinkt misschien niet zo enthousiast en dat kan wel kloppen: we zijn gewoon een beetje kieskeurig na twee jaar op Ringveien 29. Het huis ging behoorlijk boven de vraagprijs weg en we hebben na ons eerste bod niet meer hoger geboden. Toch niet leuk genoeg.
Diezelfde week kreeg ik op een avond een sms-je van ons onbekende mensen. Ze hadden van een collega van mij gehoord dat we gingen verhuizen en vroegen of we misschien ons huis zonder makelaar wilden verkopen. In afwachting van de voltooiing van de badkamer beneden (een eeuwigdurend project) hadden we nog geen makelaar in de arm genomen, en we voelden wel voor een rechtstreekse verkoop. Scheelt tenslotte heel wat kronen aan makelaarskosten. De volgende dag kwamen ze al kijken en later in de week opnieuw, samen met een aannemer. Ze deden een eerste bod (keurig schriftelijk, zoals dat hier gaat) en na wat telefoontjes over en weer waren we het eens. Anderhalve week later tekenden we het echte koopcontract (vooruit, de formele afhandeling gunden we de makelaar dan weer wel). Ringveien 29 was verkocht! 1 oktober gaat het over naar de nieuwe eigenaars. Dus wie nog langs wil komen: beetje tempo maken....
Intussen waren we aan de slag gegaan om een tijdelijke huurwoning te vinden in Larvik. Uiteindelijk huren we nu iets van een collega van John's nieuwe school. Niet het meest knusse plekje op aarde, maar wel flexibel qua opzegtermijn. En dat is maar goed ook, want vorige week hebben we dan toch "ons" huis in Larvik gevonden. Ook daar was de koop snel rond en vandaag heeft John het koopcontract getekend (hij is al begonnen met werken, en woont doordeweeks in het huurhuis. Vrijdagmiddag neemt hij het contract mee naar Risør zodat ik kan tekenen en het maandag weer terug naar Larvik kan). Later meer over het nieuwe huis op Lågalia 11 in Larvik, nu vast een plaatje:
Dat het een hectische vakantie werd, was niet zo'n verrassing. Dat krijg je ervan als je wilt verhuizen.
De eerste paar dagen van mijn vakantie was ik in Nederland. Heerlijke rustige dagen waren dat! Terug in Noorwegen was het snel gedaan met de rust. Een half uur nadat het vliegtuig geland was op Torp stonden we alweer een huis te bezichtigen. Best een leuk huis waar we besloten een bod op te doen. "Best leuk", dat klinkt misschien niet zo enthousiast en dat kan wel kloppen: we zijn gewoon een beetje kieskeurig na twee jaar op Ringveien 29. Het huis ging behoorlijk boven de vraagprijs weg en we hebben na ons eerste bod niet meer hoger geboden. Toch niet leuk genoeg.
Diezelfde week kreeg ik op een avond een sms-je van ons onbekende mensen. Ze hadden van een collega van mij gehoord dat we gingen verhuizen en vroegen of we misschien ons huis zonder makelaar wilden verkopen. In afwachting van de voltooiing van de badkamer beneden (een eeuwigdurend project) hadden we nog geen makelaar in de arm genomen, en we voelden wel voor een rechtstreekse verkoop. Scheelt tenslotte heel wat kronen aan makelaarskosten. De volgende dag kwamen ze al kijken en later in de week opnieuw, samen met een aannemer. Ze deden een eerste bod (keurig schriftelijk, zoals dat hier gaat) en na wat telefoontjes over en weer waren we het eens. Anderhalve week later tekenden we het echte koopcontract (vooruit, de formele afhandeling gunden we de makelaar dan weer wel). Ringveien 29 was verkocht! 1 oktober gaat het over naar de nieuwe eigenaars. Dus wie nog langs wil komen: beetje tempo maken....
Intussen waren we aan de slag gegaan om een tijdelijke huurwoning te vinden in Larvik. Uiteindelijk huren we nu iets van een collega van John's nieuwe school. Niet het meest knusse plekje op aarde, maar wel flexibel qua opzegtermijn. En dat is maar goed ook, want vorige week hebben we dan toch "ons" huis in Larvik gevonden. Ook daar was de koop snel rond en vandaag heeft John het koopcontract getekend (hij is al begonnen met werken, en woont doordeweeks in het huurhuis. Vrijdagmiddag neemt hij het contract mee naar Risør zodat ik kan tekenen en het maandag weer terug naar Larvik kan). Later meer over het nieuwe huis op Lågalia 11 in Larvik, nu vast een plaatje:
woensdag 15 juli 2009
Veranderingen op komst
Nog een paar dagen en dan wonen we al weer twee jaar in Noorwegen. De afgelopen anderhalf jaar hebben we dagelijks genoten van ons heerlijke huis en ons fantastische uitzicht.
Binnenkort gaan we dit vaarwel zeggen.
Waaaat? Wat bezielt ons om weg te gaan uit dat fijne huis in het idyllische Risør?
Tja, dat zit zo: we hadden het er al vaker over gehad dat we op termijn wel naar een wat grotere plaats zouden willen verhuizen, met meer voorzieningen en een grotere variatie in werkmogelijkheden. Bij ‘op termijn’ dachten we aan over een jaar of twee, drie. Maar ja, hoe gaat zoiets in de praktijk? Je struint eens door een vacaturebank en ineens duikt daar iets interessants op en voor je het weet heb je allebei wat sollicitaties de deur uit geklikt.
Nu is de arbeidsmarkt hier bepaald niet meer zo dat je heel makkelijk aan de slag komt. Op de banen die mij wat leken, solliciteerden zo'n vijftig tot tachtig anderen. De markt voor leraren daarentegen is nog steeds gunstig voor de sollicitant die een eerstegraads bevoegdheid in een van de exacte vakken heeft.
In no time had John dan ook een aanbieding binnen van een grote school in Larvik. Eigenlijk twee aanbiedingen, want behalve als docent kon hij ook beginnen als afdelingsleider exacte vakken. De school zou na de zomer beginnen in een splinternieuw gebouw, en John zou alleen maar les gaan geven aan leerlingen in de vwo-klassen (wat hij inhoudelijk leuker vindt dan beroepsonderwijs), en een grotere groep vakcollega's krijgen. Na lang wikken en wegen (want toch wel een soort schuldgevoel naar de school in Risør, en tja, wilden we hier eigenlijk wel weg?), zei hij ja.
Toen ik nog. Ik belandde in een procedure voor een baan als P&O adviseur bij een reïntegratiebedrijf. Een nieuwe functie waarin veel nog op de rails gezet moet worden. Na een ware slijtageslag (drie ronden met ondermeer een persoonlijkheidstest en een case) was de baan van mij. Ik wilde de baan erg graag hebben, maar na die procedure die in totaal nog geen twee weken had geduurd, had ik toch een dag nodig om bij te komen van het nieuws.
Ons vertrek uit Risør komt nu dus plotseling dichtbij. Direct na de schoolvakantie gaat ons huis in de verkoop. Dat is spannend. We weten dat we een huis op een erg gewilde plek hebben, maar aan de andere kant gaat de huizenverkoop hier vrij traag op het moment. Nou ja, mocht het lang duren, dan hebben we voorlopig nog een weekend-buitenverblijf.
Iets vinden in Larvik of omgeving is ook nog een klus. We hebben al veel huizen bekeken en een paar keer voorzichtig geboden (zonder succes). ‘Het huis’ hebben we nog niet gevonden. We beginnen daarom nu uit te kijken naar een tijdelijke huuroplossing.
We zullen er maar op vertrouwen dat het allemaal goed komt.
Volg de ontwikkelingen op onze blog!
Binnenkort gaan we dit vaarwel zeggen.
Waaaat? Wat bezielt ons om weg te gaan uit dat fijne huis in het idyllische Risør?
Tja, dat zit zo: we hadden het er al vaker over gehad dat we op termijn wel naar een wat grotere plaats zouden willen verhuizen, met meer voorzieningen en een grotere variatie in werkmogelijkheden. Bij ‘op termijn’ dachten we aan over een jaar of twee, drie. Maar ja, hoe gaat zoiets in de praktijk? Je struint eens door een vacaturebank en ineens duikt daar iets interessants op en voor je het weet heb je allebei wat sollicitaties de deur uit geklikt.
Nu is de arbeidsmarkt hier bepaald niet meer zo dat je heel makkelijk aan de slag komt. Op de banen die mij wat leken, solliciteerden zo'n vijftig tot tachtig anderen. De markt voor leraren daarentegen is nog steeds gunstig voor de sollicitant die een eerstegraads bevoegdheid in een van de exacte vakken heeft.
In no time had John dan ook een aanbieding binnen van een grote school in Larvik. Eigenlijk twee aanbiedingen, want behalve als docent kon hij ook beginnen als afdelingsleider exacte vakken. De school zou na de zomer beginnen in een splinternieuw gebouw, en John zou alleen maar les gaan geven aan leerlingen in de vwo-klassen (wat hij inhoudelijk leuker vindt dan beroepsonderwijs), en een grotere groep vakcollega's krijgen. Na lang wikken en wegen (want toch wel een soort schuldgevoel naar de school in Risør, en tja, wilden we hier eigenlijk wel weg?), zei hij ja.
Toen ik nog. Ik belandde in een procedure voor een baan als P&O adviseur bij een reïntegratiebedrijf. Een nieuwe functie waarin veel nog op de rails gezet moet worden. Na een ware slijtageslag (drie ronden met ondermeer een persoonlijkheidstest en een case) was de baan van mij. Ik wilde de baan erg graag hebben, maar na die procedure die in totaal nog geen twee weken had geduurd, had ik toch een dag nodig om bij te komen van het nieuws.
Ons vertrek uit Risør komt nu dus plotseling dichtbij. Direct na de schoolvakantie gaat ons huis in de verkoop. Dat is spannend. We weten dat we een huis op een erg gewilde plek hebben, maar aan de andere kant gaat de huizenverkoop hier vrij traag op het moment. Nou ja, mocht het lang duren, dan hebben we voorlopig nog een weekend-buitenverblijf.
Iets vinden in Larvik of omgeving is ook nog een klus. We hebben al veel huizen bekeken en een paar keer voorzichtig geboden (zonder succes). ‘Het huis’ hebben we nog niet gevonden. We beginnen daarom nu uit te kijken naar een tijdelijke huuroplossing.
We zullen er maar op vertrouwen dat het allemaal goed komt.
Volg de ontwikkelingen op onze blog!
woensdag 8 juli 2009
Bolletje
Noren zijn gek op ijs. Daar hebben we eerder al eens iets over geschreven. Voorverpakte ijsjes worden het hele jaar door verorberd en in de zomermaanden gaan ook de soft- en schepijsjes in rap tempo over de toonbank.
Als ijsliefhebber had ik natuurlijk binnen de kortste keren alle verkooppunten in Risør uitgeprobeerd. Jammergenoeg was de conclusie van die testronde dat het weinig uitmaakt waar je je ijsje koopt. Bijna alle winkels betrekken hun ijs van dezelfde leverancier(s). Handgemaakt ijs waar bij wijze van spreken de aardbeien nog uitpuilen is hier in de omgeving niet te koop. Toen we ons vorige zomer in Italië te goed hadden kunnen doen aan ambachtelijk Italiaans ijs, vond ik het Noorse ijs dan ook niet meer zo geweldig.
Maar ach, alles went, dus dit jaar begon ik gewoon weer aan een nieuwe ijsronde.
De smaak van het Noorse ijs mag dan niet helemaal perfect zijn, over de grootte van de ijsjes hebben we niet te klagen. De eerste keer dat ik de prijs van een ijsje zag, schrok ik me rot. 25 Kronen voor een bolletje, dat vond ik nogal wat. Ik had daarbij natuurlijk het Nederlandse ijsbolletje (met de nadruk op "tje") in mijn hoofd. Dat soort minimaatjes zijn hier niet aan de orde. Een bol is een bol, een grote bol, eigenlijk zelfs meerdere grote bollen tegelijk. Gisteren bijvoorbeeld kocht ik een ijsje bij de Chinees. IJs en Chinees, dat klinkt tegenstrijdig, maar toevallig heeft de Chinees hier een ijstent naast zijn restaurant. Ik vroeg om een bol hazelnootijs. De jongen aan de andere kant van de toonbank begon verwoed met de ijsschep in de bak te graven. Nadat hij de ruim bemeten ijshoorn had volgestampt, vroeg hij "1 bolletje, toch?". Ik antwoordde bevestigend waarop hij nogmaals een uithaal deed met de ijsschep en bovenop de al volle ijshoorn een nieuwe bol plantte.
Het is eigenlijk niet zo vreemd dat een ijsje in Noorwegen een ijs (zonder "je) heet.
Als ijsliefhebber had ik natuurlijk binnen de kortste keren alle verkooppunten in Risør uitgeprobeerd. Jammergenoeg was de conclusie van die testronde dat het weinig uitmaakt waar je je ijsje koopt. Bijna alle winkels betrekken hun ijs van dezelfde leverancier(s). Handgemaakt ijs waar bij wijze van spreken de aardbeien nog uitpuilen is hier in de omgeving niet te koop. Toen we ons vorige zomer in Italië te goed hadden kunnen doen aan ambachtelijk Italiaans ijs, vond ik het Noorse ijs dan ook niet meer zo geweldig.
Maar ach, alles went, dus dit jaar begon ik gewoon weer aan een nieuwe ijsronde.
De smaak van het Noorse ijs mag dan niet helemaal perfect zijn, over de grootte van de ijsjes hebben we niet te klagen. De eerste keer dat ik de prijs van een ijsje zag, schrok ik me rot. 25 Kronen voor een bolletje, dat vond ik nogal wat. Ik had daarbij natuurlijk het Nederlandse ijsbolletje (met de nadruk op "tje") in mijn hoofd. Dat soort minimaatjes zijn hier niet aan de orde. Een bol is een bol, een grote bol, eigenlijk zelfs meerdere grote bollen tegelijk. Gisteren bijvoorbeeld kocht ik een ijsje bij de Chinees. IJs en Chinees, dat klinkt tegenstrijdig, maar toevallig heeft de Chinees hier een ijstent naast zijn restaurant. Ik vroeg om een bol hazelnootijs. De jongen aan de andere kant van de toonbank begon verwoed met de ijsschep in de bak te graven. Nadat hij de ruim bemeten ijshoorn had volgestampt, vroeg hij "1 bolletje, toch?". Ik antwoordde bevestigend waarop hij nogmaals een uithaal deed met de ijsschep en bovenop de al volle ijshoorn een nieuwe bol plantte.
Het is eigenlijk niet zo vreemd dat een ijsje in Noorwegen een ijs (zonder "je) heet.
vrijdag 19 juni 2009
Alstublieft-Dankuwel
Een tijdje geleden schreef ik over een baby die de eerste weken na zijn geboorte naamloos door het leven ging. Intussen weten we dat hij Theodor heet, maar het gebeuren rond namen liet me niet zomaar los.
Wat hier al snel opvalt, is dat veel mensen dezelfde naam hebben. Dit geldt voor zowel voornamen als achternamen als voor combinaties daarvan. Je kunt in een maand tijd rustig meerdere overlijdensadvertenties tegenkomen met namen van mensen die je kent, zonder dat de overledene in de verste verte ook maar iets met jouw kennissen te maken had. Op een of andere manier vind ik dat iets lugubers hebben.
Dan is er het verschijnsel van de dubbele namen (voornamen en achternamen). Gebruiken we in Nederland een tweede voornaam vaak alleen voor de leuk of om de grootouders tevreden te stellen, hier wordt deze actief gebruikt. Wij staan dan ook met onze volledige voornamen geregistreerd bij alle enigszins formele instanties en krijgen consequent post (bijvoorbeeld rekeningen voor elektriciteit enzo) met onze hele naam van A tot Z erop.
Kinderen gebruiken vaak de achternaam van zowel vader als moeder. Iemand die Ole Alexander Jensen Halvorsen heet (ik noem maar een dwarsstraat), heeft dus Ole Alexander als voornaam (waarschijnlijk heette opa 1 Ole en opa 2 Alexander), een moeder die Jensen heet, en een vader die Halvorsen heet.
Niet zo verbazingwekkend dat veel brievenbussen van boven tot onder vol staan met namen van gezinsleden. Dat is overigens echt nodig, want de post wordt hier op naam bezorgd, niet op postcode + huisnummer. Staat je naam niet op je brievenbus, dan krijg je na enige tijd een briefje van de postbode met het verzoek je naam op de bus te kalken.
Wie het zat is om met de naam van opa en een doorsnee achternaam door het leven te gaan, heeft het in Noorwegen makkelijk. Een aantal jaar geleden is er een wet gekomen die het mogelijk maakt van naam te wisselen zonder dat je daar een goede reden voor hoeft te hebben. Zo'n beetje alle achternamen zijn toegestaan, mits niet kwetsend of aanstootgevend. Je komt werkelijk de vreemdste dingen tegen. Wat te denken van een colaliefhebber die als eerste van twee achternamen voor "kolaautomat" heeft gekozen. Of ene Janis Joplin Pedersen die in onze buurgemeente Gjerstad woont. Ook zijn er diverse mensen die de achternaam Alstublieft-Dankuwel (in het Noors dan) gekozen hebben.
Heeft iemand misschien een leuke suggestie voor ons?
Wat hier al snel opvalt, is dat veel mensen dezelfde naam hebben. Dit geldt voor zowel voornamen als achternamen als voor combinaties daarvan. Je kunt in een maand tijd rustig meerdere overlijdensadvertenties tegenkomen met namen van mensen die je kent, zonder dat de overledene in de verste verte ook maar iets met jouw kennissen te maken had. Op een of andere manier vind ik dat iets lugubers hebben.
Dan is er het verschijnsel van de dubbele namen (voornamen en achternamen). Gebruiken we in Nederland een tweede voornaam vaak alleen voor de leuk of om de grootouders tevreden te stellen, hier wordt deze actief gebruikt. Wij staan dan ook met onze volledige voornamen geregistreerd bij alle enigszins formele instanties en krijgen consequent post (bijvoorbeeld rekeningen voor elektriciteit enzo) met onze hele naam van A tot Z erop.
Kinderen gebruiken vaak de achternaam van zowel vader als moeder. Iemand die Ole Alexander Jensen Halvorsen heet (ik noem maar een dwarsstraat), heeft dus Ole Alexander als voornaam (waarschijnlijk heette opa 1 Ole en opa 2 Alexander), een moeder die Jensen heet, en een vader die Halvorsen heet.
Niet zo verbazingwekkend dat veel brievenbussen van boven tot onder vol staan met namen van gezinsleden. Dat is overigens echt nodig, want de post wordt hier op naam bezorgd, niet op postcode + huisnummer. Staat je naam niet op je brievenbus, dan krijg je na enige tijd een briefje van de postbode met het verzoek je naam op de bus te kalken.
Wie het zat is om met de naam van opa en een doorsnee achternaam door het leven te gaan, heeft het in Noorwegen makkelijk. Een aantal jaar geleden is er een wet gekomen die het mogelijk maakt van naam te wisselen zonder dat je daar een goede reden voor hoeft te hebben. Zo'n beetje alle achternamen zijn toegestaan, mits niet kwetsend of aanstootgevend. Je komt werkelijk de vreemdste dingen tegen. Wat te denken van een colaliefhebber die als eerste van twee achternamen voor "kolaautomat" heeft gekozen. Of ene Janis Joplin Pedersen die in onze buurgemeente Gjerstad woont. Ook zijn er diverse mensen die de achternaam Alstublieft-Dankuwel (in het Noors dan) gekozen hebben.
Heeft iemand misschien een leuke suggestie voor ons?
zondag 24 mei 2009
Help, de Russen komen!

Midden in de nacht is het raak: een bataljon wild geworden Russen stormt onze voortuin in. Ze zijn door het dolle heen. Ik heb geen keus: in mijn ondergoed meld ik me bij de voordeur, voor ze de boel compleet afbreken.
Wat is dit? Een nachtelijke razzia? Een verslag van een invasie in een obscuur staatje nabij Rusland? Nee, niets van dat alles, we zitten nog steeds in het rustige Noorwegen (alhoewel dat inderdaad een buurland van Rusland is, maar dat terzijde). Mei is in Noorwegen 'russentijd'. En dan heb ik het niet over inwoners van Rusland, maar over eindexamenkandidaten van de middelbare school, die in Noorwegen de bijnaam russen hebben. In mei voeren de russen een waar schrikbewind, menen sommigen. Vrijwel elke dag weet de krant wel een meer of minder geslaagde russenstunt voor het voetlicht te brengen.
Russenbusje
Voor de argeloze bezoeker van Noorwegen valt allereerst de klederdracht van de russen op. Het merendeel hult zich tijdens de russentijd in een vuurrode katoenen broek, voorzien van allerlei provocerende of leuk bedoelde teksten. Ze verplaatsen zich bij voorkeur in een 'russenbusje', een klein personenbusje dat een opvallende overeenkomst met de broeken vertoont, want steevast vuurrood en met veel tekst. Over de vraag wie er in een bepaald russenbusje rondtoeren, hoef je je nooit druk te maken: de namen van de eigenaars staan gegarandeerd met grote letters op de bus gekalkt.
Rituelen
De russentijd kent vele rituelen, sommige legaal, andere illegaal. Onder de illegale valt bijvoorbeeld de kidnapping: een willekeurig kind wordt van de straat geplukt, in een russenbusje gepleurd, en na een onvrijwillig tripje in de omgeving weer buiten de auto gezet. De reis naar huis mag het slachtoffer uiteraard te voet volbrengen, en dan kan best eens een uurtje (of twee) duren. Een andere vaste gewoonte is om leerlingen uit lagere klassen flink te pakken te nemen met een batterij uit de kluiten gewassen waterpistolen. Doorweekte leerlingen op het schoolplein zijn de gewoonste zaak van de wereld in deze periode.
Vriendelijker getinte rituelen zijn bijvoorbeeld het vaste bezoekje aan alle lagere scholen, waar de russen meestal spelletjes en andere aardige activiteiten voor de leerlingen organiseren. Onder lagere schoolleerlingen zijn de russen trouwens behoorlijk populair, ondanks een kidnapping hier en daar. Veel kinderen sparen russenkaartjes: ludieke visitekaartjes die elke rus bij zich draagt. Tijdens de russentijd zie je dan ook vaak kinderen die russen op straat aanklampen in de hoop een nog ontbrekend russenkaartje te scoren.
Een andere russenactiviteit die wel gewaardeerd wordt is de verkleedweek. In deze week komen de russen elke dag verkleed op school, steeds met een ander thema voor de verkleedpartij. De eerste dag heeft elk jaar hetzelfde thema: hoeren en pooiers. Eerlijk is eerlijk: hierbij worden vaak zeer geslaagde karikaturen neergezet, en de parade van de verklede russen door de lerarenkamer wordt dagelijks met applaus begroet.
Knopen
In de schoolbanken zijn het vooral de 'russenknopen' die opvallen. Dit zijn opdrachten die de russen tijdens de lessen moeten uitvoeren. Dit kunnen werkelijk de vreemdste dingen zijn: tijdens de gehele les onder de tafel zitten, elke vijf minuten massaal opstaan en 'proost' roepen, je kunt het zo gek niet verzinnen. Waar deze knopen precies goed voor zijn heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar hoe meer knopen, hoe meer respect je als rus verwerft, zoveel is wel duidelijk.
17 mei
De nacht van 17 mei (de Noorse nationale feestdag) markeert het einde van de russentijd. Jammer genoeg voor hun leraren is het dan tijd voor een ander vast ritueel: elke docent van een eindexamenklas wordt dan midden in de nacht uit zijn bed gehaald. Dat gaat als volgt. Er komt een colonne van russenbusjes de straat in rijden, uiteraard met veel gebral, luide muziek, sirenes, enzovoort. De colonne houdt halt voor het huis van de docent. De russen stappen lallend uit, bellen aan, stampen massaal op de grond, bonken op ramen, enzovoort. Verschijnt de leraar niet snel genoeg in de deuropening dan wordt werkelijk alles uit de kast gehaald om het doel te bereiken.
Dit jaar was ik voor het eerst de klos. Half vier ’s nachts ging de bel, en stond er een joelende menigte in onze tuin. Gelukkig was ik door collega's voorbereid op deze actie. ‘Niet doen alsof je er niet bent,’ hadden ze me verzekerd, ‘want dan breekt de hel pas echt los’. Dus ik meldde me rap bij de voordeur, alwaar ik juichend begroet werd door een kudde enthousiaste en niet zo heel nuchtere russen, onder het toeziend oog van onze eveneens gewekte buren. Na een vriendelijk gesprekje van enkele minuten vertrok de meute weer, op weg naar het volgende slachtoffer.
De rest van de nacht sliep ik extra lekker, in de wetenschap dat ik weer voor een jaar verlost ben van deze fratsen.
zondag 17 mei 2009
Dubbel feest

Onze tweede 17 mei-viering in Noorwegen. Dit jaar is het dubbel feest. We vieren niet alleen dat het land jarig is, maar we vieren ook de overwinning tijdens het songfestival gisteravond. Om met dat laatste te beginnen: de laatste weken/maanden was het Alexander Rybak voor en Alexander Rybak na hier. Hij had de voorrondes nog niet gewonnen of hij werd in de media al gebombardeerd tot favoriet voor de eindoverwinning. Je kon de radio niet aanzetten of Alex kwam wel voorbij met zijn viool. Ter illustratie: de enige plek waar ik naar de radio luister, is in de auto en daar zit ik gemiddeld een kwartier per week in. Toch heb ik voor mijn gevoel dat songfestivallied al talloze keren gehoord.
Nu hebben “we” dus gewonnen en mag Noorwegen volgend jaar het songfestival organiseren. De kosten zijn voorlopig beraamd op 130 miljoen kronen, een bedrag waarmee de Noorse overheid ook fijn een boel andere dingen zou kunnen doen. De liefhebbers van politieke discussies hoeven zich het komende jaar in elk geval niet te vervelen.
Dan de verjaardag van het land. De afgelopen dagen was het heerlijk zonnig weer hier en er werd in eerste instantie dan ook een schitterende 17 mei voorspeld, maar uiteindelijk sloegen de weergoden toch traditiegetrouw toe met bewolking en een kille wind. Konden we weer met z’n allen kleumend over straat. Op 17 mei draag je of je bunad (klederdracht) of iets anders feestelijks en dan trek je dus geen windjack aan. Dat is absoluut “not done”.
Na mijn uitgebreide onderzoek tijdens de vorige 17 mei-viering, vond ik dat ik vandaag kon volstaan met ‘s ochtends een bezoek aan de kinderoptocht en ‘s middags samen met John een bezoek aan de russenparade. De russen, dat zijn in dit geval geen mensen uit Rusland, maar laatstejaars scholieren van de Videregående. Over het russengebeuren valt een hoop te vertellen, maar dat moet ik aan John overlaten.
Tja, 17 mei, wat moet je ervan zeggen? Het is net als de Noorse kerstviering: veel tradities, weinig mensen die het echt leuk vinden, maar iedereen komt elk jaar weer trouw opdraven. Aan het eind van de dag wurmen de vrouwen zich met een zucht van verlichting uit hun iets te krap geworden bunad, die ze over het algemeen al hebben sinds hun vijftiende. Meisjes krijgen vaak een bunad voor hun konfirmasjon, een soort van kerkelijke inwijding (dit is niet helemaal goed uitgelegd, maar ik heb geen idee met welk Nederlands gebeuren de konfirmasjon te vergelijken is). Er bestaat hier overigens ook een niet-kerkelijke variant van de konfirmasjon, zodat iedereen gezellig mee kan doen.
De mannen hangen hun zondagse pak weer in de kast. Daar zal het hangen tot aan kerst. Als er tenminste niet onverhoopt een bruiloft of doopplechtigheid tussendoor komt.
dinsdag 5 mei 2009
Harrytur
Vorige week dinsdag en woensdag was ik in Strömstad, aan de Zweedse westkust.
Strömstad = harrytur. Ik heb al eens kort verteld wat een harrytur is, maar om het geheugen op te frissen, hier nog een keer een beschrijving: “harrytur is een -ietwat negatief geladen- uitdrukking voor een reisje naar een buurland, vooral Zweden, om goedkoop eten, alcohol en tabak te kopen.” De uitdrukking harrytur werd populair nadat een minister het shoppen in Zweden “harry” had genoemd. “Harry” wordt al sinds begin vorige eeuw gebruikt om aan te geven dat iets of iemand ordinair, plat, smakeloos is.
Wat bracht mij op twee doodgewone werkdagen in Strömstad? Ik was daar om een workshop te geven. Een paar weken eerder was mijn collega Turid bij me langs geweest. Zij is hoofd van de schoonmaakafdeling en zou nu voor het eerst in het lange bestaan van die afdeling “op seminar” gaan. Of ik een idee had voor een leuke workshop, eens een keer wat anders dan het geijkte “hoe houd ik de stofzuiger ergonomisch verantwoord vast?”.
“Iets met communicatie ofzo”, stelde ik voor. Dat leek haar wel wat. Ik had nog genoeg materiaal liggen vanuit Nederland en sloeg aan het voorbereiden. Spannend, voor het eerst een workshop geven in het Noors, en dan ook nog voor een groep van 25 vrouwen waarvan ik er maar een stuk of drie kende (we hebben bij de gemeente zoveel verschillende afdelingen met ongeveer evenveel gebouwen/werkplekken dat ik eigenlijk alleen de mensen kende die op het gemeentehuis schoonmaken).
Om zeven uur ‘s ochtends stap ik in de bus. Even opletten, want het is hier niet gebruikelijk naast elkaar te zitten, collega’s of niet. Niet echt handig als je mensen moet leren kennen, maar ok, geduld...
De hele eerste dag zijn we, op het avondeten na, vrij om te doen wat we willen. Voor sommigen is dat winkelen, voor anderen een terrasje pakken, en voor weer anderen is dat met de in de tax free gekochte flessen drank op de hotelkamer zitten. O ja, en er was ook nog iemand die een rondje ging hardlopen... Tja, het was lekker weer en redelijk vlak daar, dus die kans liet ik me niet ontnemen. Toen ik na de training een ijsje ging kopen, trof ik bij het naburige worstenloket een paar dames aan die onmiddellijk een schuldbewust gezicht trokken. Maar we hebben vervolgens evengoed met z’n allen in het zonnetje zitten smikkelen.
De avond verloopt rustig en voor de meesten in redelijke staat van nuchterheid. Het was duidelijk een goede tactische zet van Turid om de workshop op de ochtend van de tweede dag te zetten.
Om 9 uur stipt zitten alle dames kaarsrecht en verwachtingsvol in de cursuszaal. Dit type workshop is iets heel anders dan ze gewend zijn en ik ben benieuwd wat ze ervan vinden. Het loopt gelukkig goed. Ze doen enthousiast mee en zeggen dat ze het leuk en leerzaam vinden. Als we in kleine groepjes uiteen gaan en ook later, na een pauze om te kunnen uitchecken uit het hotel, zijn ze steeds exact op de afgesproken tijd terug. Zo braaf, dat was ik in Nederland niet gewend.
Na afloop krijg ik als dank een.......professionele stofmop.
Op de boot terug sla ik een paar porties voordelige eendenborst in. Ik kan natuurlijk niet met lege handen terugkomen van een harrytur!
donderdag 30 april 2009
Cultuurnacht

Elke zichzelf respecterende gemeente heeft natuurlijk een visie, een motto, en een pakkende slagzin waarmee ze zich aan het publiek presenteert. Zo ook Risør. Of eigenlijk is het zo dat we er meerdere hebben, en dat ik de draad een beetje kwijt begin te raken. Even op de website van de gemeente kijken dan maar. “Risør, het witte stadje aan het Skagerak”. Klopt, dat zijn we. Die beschrijving heeft bij mijn weten ook niet ter discussie gestaan.
Ook het oude motto “Risør: kunst, cultuur en houtbouw” is nog steeds op de site te vinden. In de jaren 70 trok een groep kunstenaars het zedige Risør binnen en zette het biblebelt-plaatsje volledig op z’n kop. Toen de ergste stofwolken waren opgetrokken, besloot iemand kennelijk dat het zo gek nog niet was, een beetje kunst en cultuur. Ook leuk voor de toeristen. Houtbouw was er al, en zo ontstond het nieuwe gemeentelijke motto.
Kunst, kultur, trehus, zoals het in het Noors heet, als nieuwkomer vond ik het wel ok: makkelijk, en het klopt nog met de werkelijkheid ook. Maar vorig jaar was er iemand, ik heb zo’n vermoeden dat het een politicus was, die vond dat er een nieuw motto moest komen. Horend bij een nieuwe visie, een visie die Risør-city moest doen groeien. Na lang debatteren was-ie er dan, het nieuwe motto: “Risør, voor gastvrijheid, ontwikkeling en diversiteit”. Ik zal het maar bekennen, ik moest het opzoeken voordat ik het kon opschrijven. Gastvrijheid, dat wist ik nog. Diversiteit, dat kwam een tijdje geleden bovendrijven toen er niet zo heel positief gereageerd werd op de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum. Hoezo diversiteit...
Maar het totale motto had ik niet op mijn netvlies. Ik weet het niet met dat motto. Het bekt niet lekker, ik heb er geen beeld bij. Het is misschien niet voor niks dat het niet op de website van de gemeente is terug te vinden.
In de praktijk cultuurt Risør gewoon lekker door. De zomer staat weer voor de deur en daarmee de diverse festivals die ons stadje rijk ik. Afgelopen vrijdag werd het festivalseizoen geopend met de cultuurnacht. Dat is eigenlijk meer een cultuuravond (als je weet dat avondopenstelling hier betekent dat de winkels tot 18 uur open zijn, dan kun je het begrip cultuurnacht wat meer in perspectief zien).
In elke kroeg en ook op andere plekken was van alles te doen: optredens van lokale muzikanten, voorlezende schrijvers, mogelijkheden tot debat. Op het plein stonden kraampjes waar eten uit verschillende landen werd verkocht: Irak, Thailand, Tsjetsjenië, Somalië. Oeps......toch diversiteit!
Zoals gebruikelijk stortten we ons eerst vol overgave op het eten. Vervolgens belandden we na wat omzwervingen in een café waar een leerling van John (tevens dochter van collega’s van mij) haar zelf geschreven teksten voorlas. Dat was eigenlijk het enige optreden waar we echt naartoe wilden. Het werd dan ook geen lange cultuurnacht. Nadat een plaatselijke zangeres haar liedjes ten gehore had gebracht, togen we huiswaarts. Koffie drinken. Douwe Egberts, lekker Nederlands.
Abonneren op:
Posts (Atom)