Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

zondag 24 februari 2013

De strijd met Sombermans

Op je drieëntwintigste begin je als intercedente bij een uitzendbureau en twintig jaar later moet je constateren dat je een aan fanatisme grenzende belangstelling hebt voor alles wat met "de arbeidsmarkt" te maken heeft. Ach ja, iedereen heeft zo zijn eigenaardigheden.

De Noorse arbeidsmarkt doet het goed, vergeleken met de meeste andere Europese landen: hoge arbeidsparticipatie, lage werkloosheid. Vooral dat laatste trekt in tijden van crisis natuurlijk de aandacht. Het aantal arbeidsmigranten (met name vanuit Zuid-Europa) neemt dan ook in rap tempo toe. Maar hoe makkelijk is het eigenlijk voor een buitenlander om werk te vinden in Noorwegen? Ook wij vertrokken optimistisch deze kant op en, inderdaad, het is helemaal goed gekomen. We hadden de taal geleerd, relevante websites uitgeplozen en een plan A, B en C opgesteld en in no time hadden we goed betaald werk in ons eigen vakgebied. Natuurlijk heeft de goede voorbereiding daarbij geholpen, maar ik denk stiekem weleens dat het bijna net zo belangrijk is geweest dat ik sommige dingen niet wist.
Wat ik bijvoorbeeld niet wist: dat het aantal interessante banen - en op aanvaardbare reistijd van onze woonplek - dat per jaar voorbij komt letterlijk op de vingers van één hand te tellen is, dat er - ondanks de lage werkloosheid - hele horden goed opgeleide Noren zijn die zich staan te verdringen om die leuke banen, dat uit onderzoeken keer op keer blijkt dat je als sollicitant met een vreemde naam in de meeste gevallen echt onderaan de stapel belandt. Goed, dat laatste wist ik eigenlijk wel, maar het is tòch vreemd als het plotseling over jezelf gaat. Ik bedoel: 38 jaar zie jezelf als mens, en opeens ben je buitenlander, vreemdeling, iemand met een achterstand.
Als ik met de kennis van nu terugkijk op de afgelopen zes jaar, vind ik het bijna een wonder dat ik twee keer zonder al te veel moeite te doen een baan gevonden heb. Ja, als ik met wat ik nu weet, vandaag voor het eerst naar Noorwegen zou verhuizen, zou ik er minder vertrouwen in hebben dan ik zes jaar geleden had. Terwijl de feiten nu niet anders zijn dan toen. Wat anders is, is dat kennis en ervaring iets hebben weggenomen van die heerlijke, bijna naïeve positiviteit dat je zo goed kunt gebruiken als je je in een nieuw avontuur stort.

Binnenkort wonen we weer in Nederland en ook dan zal er op één of andere manier brood op de plank moeten komen. Het mentale voorbereidingsproces is al in volle gang: waar ben ik goed in, waar heb ik zin in, hoe kan ik daarmee geld verdienen, welke vorm van werken zou het beste uitpakken, mogelijke contacten en samenwerkingsverbanden, opleiding ja of nee? Aan strategie en planning zal het niet liggen in elk geval. Nee, de uitdaging zit hem in dat andere. Wat blijft er over van je aangeboren optimisme en positiviteit wanneer het internet bol staat van berichten als "werkloosheid wéér gestegen", "consumentenvertrouwen op een dieptepunt", "honderden banen weg bij bedrijf X"? Je zou bijna gaan denken dat de makers van antidepressiva aandelen hebben in de media.
Wie ondanks alles nog steeds positief gestemd is, raad ik aan de website hoelangwerkloos.nl te bezoeken. Deze site is opgezet als hulpmiddel bij het berekenen van ontslagvergoedingen bij het "onredelijk opzeggen van een arbeidsovereenkomst", een nobel initiatief dus. Zo'n vergoeding is afhankelijk van de te verwachten schade die de werknemer lijdt en dus van diens kansen op de arbeidsmarkt. Je kunt op de site daarom de verwachte werkloosheidsduur in dagen en de kans op het vinden van ander werk berekenen. Dat moest ik natuurlijk proberen. Resultaat: Verwachte werkloosheidsduur in dagen: 551, kans op uitstroom naar baan: 73 %.... OK, dat moest beter kunnen: ik maakte mezelf 10 jaar jonger en speelde wat met provincies, beroepen en branches. Helaas, het beste scenario ging nog altijd uit van een jaar werkloosheid. Conclusie: wie na z'n gedwongen ontslag nog niet somber was, wordt het vanzelf na een bezoek aan deze fantastische website. Behalve als het je een ruime ontslagvergoeding oplevert misschien...

Gelukkig valt er zelfs in tijden van somberheid nog te kiezen en weten we dat achter de wolken altijd weer de zon schijnt. Tot de dag waarop de wereld vergaat natuurlijk, maar dan maakt het toch niet meer uit.

zondag 27 november 2011

Hoe overleef ik...

een avondje julebord?
traditionele kerstschotel


Oftewel twee manieren om het Noorse "kerstetentje met het werk" door te komen.

Variant 1
De vrijdag van het julebord ga je om een uur of 2 's middags weg van het werk. Thuis kleed je je snel om. Ben je man, dan hoef je alleen maar je pak uit de kast te halen, dat ene, ja, dat je altijd draagt op 17 mei en met kerst. Ben je vrouw, dan wurm je je in het minimalistische zwarte jurkje dat je speciaal voor deze gelegenheid hebt aangeschaft. Je stopt een paar dansschoenen in je tas voor later op de avond, maar niet die met de hoogste hakken, want daarop loop je zo beroerd na een wijntje of tien.
Vervolgens ga je naar het huis van een collega die je heeft uitgenodigd voor het "vorspiel". Na een paar uurtjes indrinken, begeef je je samen met de andere vorspielers richting julebord. Dit doe je lopend of gezellig in de maxi-taxi. Voordat jullie aan tafel gaan, heb je nog tijd om wat te b(r)abbelen met je collega's. Wat een leuke mensen allemaal! Reden genoeg om her en der een stevige "klem" (knuffel) uit te delen.

Ah, daar komt het eten al: heerlijk traditioneel Noors kersteten met lekker veel vlees en vette jus, en je mag zoveel opscheppen als je wilt. Yummie! Wijn en bier laten ook niet lang op zich wachten. Helaas is het niet meer zoals vroeger, toen er de hele avond onbeperkt werd bijgeschonken. Vier gratis drankjes op een avond is natuurlijk behelpen, maar gelukkig heb je er aan gedacht een flesje sterk spul in je binnenzak te steken. Kun je af en toe wat bijtanken. Vinden de uitbaters van het etablissement niet zo leuk, maar daar heb je maling aan. Vanavond is het feest, en bij feest hoort drank. Zo is dat!

Vele uren later strompel je je huis binnen. Je weet niet meer precies hoe je daar gekomen bent. Nou ja, zeker geholpen door een iets minder beschonken collega. Je zijgt neer op de bank, eventueel op een bed als dat ver genoeg af staat van dat van je vrouw/man/kinderen en strategisch genoeg is geplaatst om in rap tempo de wc te kunnen bereiken.
Als je maandagochtend op je werk komt, herinner je je niet meer alle details, maar één ding weet je zeker: het was weer een fantastische avond!

Variant 2
De vrijdag van het julebord ga je om een uur of 3 's middags weg van je werk. Je bent zo ongeveer de laatste die vertrekt op de receptioniste na, want die moet er nou eenmaal tot half 4 zitten.
Na een middagdutje en een kop koffie ben je er tamelijk zeker van dat je de avond aan kunt. Je kijkt eens in je kledingkast of er nog iets hangt dat door kan gaan voor een kerstoutfit en kiest een rok/jurk waarvan je meent te weten dat je die nog niet eerder aan hebt gehad bij een vergelijkbare gelegenheid. Eventueel kies je iets wat je al eerder hebt gedragen bij een julebord. Als het maar lang genoeg geleden is, is de kans tenslotte klein dat iemand zich jouw outfit van toen nog herinnert.
Je rijdt zelf naar de feesttent zodat je later op de avond kunt vertrekken wanneer jij daar zin in hebt zonder afhankelijk te zijn van een ander. Nadeeltje is dat je niet kunt drinken, maar gelukkig is het de laatste jaren heel normaal om ook alcoholvrije dranken te serveren tijdens het julebord. Vanavond is het assortiment zelfs zo uitgebreid dat je kunt kiezen tussen mineraalwater en cola. Wat wil een mens nog meer?

Voordat je je eindelijk op je mineraalwater kon storten, waren er nog wel wat hordes te nemen, maar daar heb je je met glans doorheen geslagen. Om te beginnen heb je wat klemmen moeten incasseren van vrolijke collega's. Geen probleem: zo'n Noorse klem is nog altijd een stuk beter dat die kleffe Nederlandse gewoonte van drie zoenen. Je hoeft ook niet bang te zijn dat een klem betekent dat de Noor je opeens als één van zijn vrienden beschouwt. Maandag is hij/zij immers alles allang vergeten.
Na het klemfestijn was het zaak een aanvaardbare tafel te vinden. Gelukkig weet je uit ervaring met wie je de avond redelijk door kunt komen, zodat ook die uitdaging in praktijk een fluitje van een cent was.

Het eten is even doorbijten. Zeg nou zelf: die enorme aluminiumbakken met schapenbouten, varkenskluiven, rode en grijze kool en reusachtige glazige aardappelen doen je niet bepaald het water in de mond lopen. Om te voorkomen dat je net als voorgaande jaren midden in de nacht kotsmisselijk wakker wordt, schep je bescheiden op. Langzaam werk je het machtige voer naar binnen, onderwijl luchtig keuvelend met je collega's over hoe geslaagd het julebord ook dit jaar weer is. Ergens diep van binnen vraag je je nog even af hoe het toch mogelijk is dat minstens de helft van die anders zo normale en eigenlijk best leuke collega's bij het julebord verandert in een stelletje complete dwazen. Na al die jaren weet je echter dat die vraag ook vanavond niet beantwoord gaat worden, dus je besteedt er verder geen aandacht aan.
Tijdens het dessert weet je beslag te leggen op een flink stuk kransekake. Heerlijk! Typisch Noors kan ook lekker zijn.
Voor het feestgedruis echt losbarst, knijp je er stilletjes tussenuit. Niemand die het merkt. Thuis nestel je je met een nespressootje op de bank. Je hebt het weer overleefd!

afbeelding van minkakeverden.webs.com

zondag 13 november 2011

Papiertjes

Zoals trouwe twittervolgers weten, heb ik vorige week de afsluitende opdracht van de module strategisch HRM ingeleverd. Als het goed is, ben ik daardoor aan het einde van de maand 15 studiepunten en een Noors papiertje rijker. Nou was dat niet de hoofdreden om aan de opleiding te beginnen. Ik had gewoon zin om wat bij te leren en in dat opzicht is het in elk geval een goede keuze geweest. Toch speelt ergens op de achtergrond dat papiertje wel mee. Noren zijn namelijk ontzettend dol op diploma's, certificaten en andersoortige papieren voorzien van watermerk en/of stempel.
Wie het gevoel heeft dat je in Nederland "tegenwoordig voor alles een papiertje moet hebben" zou ik afraden naar Noorwegen te verhuizen. De papiertjesgekte is hier nog vele malen erger.

Wie mèt een stapel diploma's Noorwegen binnenkomt, kan trouwens ook niet automatisch op zijn lauweren rusten. In sommige gevallen zullen die diploma's gewaardeerd moeten worden bij het nationale diplomawaarderingsinstituut. Nu is dat natuurlijk niet iets specifiek Noors. Ik herinner me nog goed de frustratie van hoogopgeleide immigranten in Nederland die te horen kregen dat -bijvoorbeeld- vier jaar geneeskunde in verweggistan nul waarde had in Nederland. Gewoon als eerstejaars beginnen, luidde het advies, en, o ja, wel eerst nog even toelatingsexamen doen.
Nu zou je als argument kunnen aanvoeren dat het niveau van het onderwijs in West-Europa vele malen hoger is dan het niveau in verweggistan en dat daarom die diploma's niets waard zijn. Zou kunnen natuurlijk, ik moet toegeven dat ik dat zelf ook heb gedacht. Maar sinds ik hier woon, vraag ik me af of het niet vooral het "niet kennen" is dat er voor zorgt dat al die buitenlandse papiertjes naar de prullenbak verwezen worden.

Rond de eeuwwisseling werd er op Europees niveau een afspraak gemaakt over de bama, de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs. Erg handig voor wie daarna is gaan studeren en vervolgens binnen Europa van land wisselt. Wie een diploma heeft dat van voor de bama stamt -en een beroep waarvoor dat diploma absoluut nodig is, of waar het diploma bepalend is voor het salaris-, moet echter voorbereid zijn op een lange procedure rond de uitleg van inhoud van vakken, waarde van studiepunten enzovoort.
Zo kunnen onderwijskeuzes bij verhuizing naar een ander land allerlei gevolgen hebben waar je misschien nooit bij stil hebt gestaan. In Nederland jarenlang lekker gewerkt met je MBO op zak? In Noorwegen bestaat geen MBO, en ze hebben hier geen flauw idee wat ze met zo'n diploma aanmoeten. Ander voorbeeld: Net je HAVO afgerond en zin om gezellig met je ouders naar Noorwegen te verhuizen en daar op een hogeschool te beginnen? Jammer, iets als HAVO kennen ze hier niet en dus mag je fijn terug naar het voortgezet onderwijs voor je alsnog naar het HBO kunt. Allemaal geen ramp natuurlijk, maar wel anders dan je misschien zou verwachten.

Alles draait dus om wat men meent (te weten) dat zo'n buitenlands diploma waard is, en misschien ook wel om de opvatting dat het onderwijs "hier" beter is dan "elders" (waarbij dat "hier" voor de Noren Noorwegen is, voor de Nederlanders Nederland en voor anderen weer een ander land). Of dat werkelijk zo is? Tja, daar kun je natuurlijk eindeloos over discussiëren.

Ik heb door mijn werk wel meer begrip gekregen voor het feit dat Noren ons onderwijssysteem niet zo snel snappen. Het duurde namelijk best een tijd voor ik het Noorse systeem doorgrond had en bijvoorbeeld de opleidingsachtergrond van sollicitanten kon plaatsen. Tja, dat zal andersom dan ook wel zo zijn.
Wat een gedoe eigenlijk, al die verschillende landen. Misschien moeten we maar allemaal wereldburger worden. Handig toch? Voeren we ook meteen de Weuro in...

zaterdag 18 december 2010

Vakbonden

Het is zaterdagavond 19.00 uur. Buiten sneeuwt het zachtjes, uit de keuken stijgt de veelbelovende geur van avondeten in wording op. Ik surf een beetje rond op internet en besluit om eens een kijkje te nemen om de website van mijn vakbond.
Als iemand me een paar jaar geleden had gezegd dat ik ooit lid zou worden van een vakbond, had ik hem waarschijnlijk voor gek verklaard. Ja, vakbonden zorgden er voor dat er eens in de zoveel tijd een nieuwe cao kwam en af en toe kwamen ze op tv. Dat was dan meestal in verband met een of andere staking. Leden schenen ze ook te hebben (20-25% van de werkende bevolking), maar die werkten blijkbaar ergens anders dan ik.

Dan Noorwegen: ruim de helft van de werkenden is hier lid van een vakbond, bij de overheid ligt de organisatiegraad zelfs rond de 80%. Niet zo vreemd dus dat ik tijdens mijn eerste werkweek bij de gemeente Risør al benaderd werd om me aan te sluiten bij een van de grootste vakbonden.
Daar moest ik eerst eens goed over nadenken. Het vakbondsgebeuren sprak me totaal niet aan, maar niet lid zijn betekende geen recht op salarisonderhandelingen en dat vond ik ook niet echt geslaagd. In Noorwegen wordt door de bonden niet alleen op centraal maar ook op lokaal niveau onderhandeld. Eerst worden de centrale richtlijnen afgesproken, vervolgens wordt binnen die richtlijnen in het bedrijf zelf onderhandeld over de salarissen voor groepen werknemers en ook individueel. Bij de overheid (en ook bij veel andere bedrijven) kunnen uitsluitend de bondsvertegenwoordigers die lokale onderhandelingen voeren. Je kunt dus als werknemer gewoon niet rechtstreeks met je leidinggevende over je eigen salaris onderhandelen. Dit o.a. om een grote mate van gelijke behandeling te bereiken en om de "zwakken" te beschermen. Heel nobel allemaal, maar ik regel mijn zaakjes toch liever zelf.

Uiteindelijk sloot ik me aan bij de vakbond waar ik de minste weerstand tegen voelde. Hoewel ik op mijn huidige werk prima zonder bond zou kunnen, ben ik nog steeds lid. Net als vele anderen te lui om op te zeggen/over te stappen omdat dat ook gevolgen heeft voor allerlei voordelen zoals korting op verzekeringen etc. Jaja, het idealisme is weer ver te zoeken, ik weet het.

Zolang ik het werk blijf doen dat ik doe, zullen de bonden altijd een belangrijke gesprekspartner voor me blijven, maar dan aan de "andere kant" van de tafel, en dat deel van het bondsgedoe vind ik dan juist wel weer grappig. Ze hebben allemaal hun eigen stokpaardjes en hun achterban is bijna altijd ontevreden (what's new?). Waar ik nu werk, onderhandelen we maar met één bond, dus dat is zo gepiept (vergeleken met de acht/negen die we in de kommune aan tafel kregen).

Met die typisch Noorse hang naar gelijkheid die naar buiten toe zo sterk gepredikt wordt, blijkt het als puntje bij paaltje komt ook wel mee te vallen. Want wat denkt de gemiddelde werknemer die nu eenmaal mens is?: "Gelijkheid is belangrijk, want het zou niet eerlijk zijn als een ander meer verdiende dan ik, maar zelf lever ik natuurlijk net iets beter werk dan de meeste anderen, dus het zou eerlijk zijn als ik wat meer kreeg dan de rest."
Zie daar in de praktijk maar eens wat moois van te maken...

dinsdag 30 november 2010

Paardendag


Een maandje of twee geleden was er bij mij op het werk groot nieuws: "Wij kopen Damgården", schreef onze directeur op onze intranettsite. Damgården is een manege in het bos ongeveer een kilometer buiten Larvik.

Wat moet een re-integratiebedrijf met een manege?
De Noorse re-integratiemarkt werkt niet helemaal hetzelfde als de Nederlandse, al is het uiteindelijke doel wel hetzelfde, namelijk mensen weer aan het werk (of naar school) krijgen.
Het is hier heel gebruikelijk -veel meer dan ik in Nederland gewend was- om mensen op een uitprobeerplek of stageplek te laten werken. In de vier kinderdagverblijven (ook al zo'n gangbare combinatie met re-integratie in Noorwegen) die ons bedrijf heeft, zijn heel wat mensen op stagebasis aan de slag (naast een volledige vaste bezetting). Ik moet toegeven dat ik eerst wat vraagtekens bij deze aanpak had, maar zie nu dat het in bepaalde gevallen goed werkt. Voor mensen die na een moeilijke periode weer bijna aan het werk kunnen, is een kinderdagverblijf een goede tussenstap. Kleine kinderen zegt het immers niets dat iemand uit de ww of wao komt. En paarden ook niet. Vandaar....

Behalve voor werkstages, denken we de manege voor nog veel meer te kunnen gebruiken. Mentale training, aanpak van lichtere gedragsproblemen etc.
Voor al die stages en andere activiteiten moet er natuurlijk wel iemand zijn die de boel begeleidt. Daarom gingen we op zoek naar een stalhulp. Dergelijke banen zijn bijna altijd op vrijwillige basis, dus onze advertentie voor een betaalde baan trok veel sollicitanten. Jonge paardenmeisjes, voormalige wedstrijdruiters, mensen die waren opgegroeid op een paardenboerderij, van alles kwam er voorbij.
Na een eerste selectie en een gespreksronde, hadden we nog een paar kandidaten over. Ons belangrijkste doel was er achter komen hoe zij in de praktijk met mensen omgaan en het reilen en zeilen in een stal kunnen uitleggen aan niet-paardenmensen. Mijn collega en ik waren het er snel over eens dat ik heel geschikt was om in deze "case" de rol van onwetende te vervullen.

En zo stond ik vanmiddag drie uur lang met steeds weer een andere sollicitant in de stal. Ik leerde over het belang van hooi voor de spijsvertering en over voer, borstelde vacht en staart met verschillende soorten borstels, en schraapte troep uit de hoeven. Ik weet niet wie er in het begin nerveuzer was, die sollicitant(en) of ik, maar uiteindelijk brachten we het er allemaal goed vanaf!

Dit was een van de leukste sollicitatieprocedures ooit om aan mee te werken, ik zal deze middag niet snel vergeten. Het was trouwens wel berekoud. Als het buiten -12 is, wordt het in een stal nu eenmaal ook niet zo erg warm.

Onze sollicitanten moeten nog heel even op de uitslag wachten, en ik zit morgen gewoon weer achter mijn bureau. Ik moet eens hard gaan nadenken over een manier om meer paardendagen in mijn werk te krijgen.

maandag 30 augustus 2010

De kunst van het omrekenen

In Noorwegen is, zoals bekend, het levensonderhoud niet echt goedkoop. Toen we hierheen verhuisden, besloten we dan ook de prijzen van boodschappen en andere gangbare gebruiksvoorwerpen niet om te rekenen in euro's. Dat levert alleen maar frustratie op en de supermarkt wordt er niet goedkoper door.
Een enkele keer kunnen we het natuurlijk niet laten en rekenen we stiekem toch om. Niet in euro's, maar in guldens! Tja, vooral John vindt dat erg grappig...... "Het is toch niet te geloven, we hebben hier voor 40 gulden zitten lunchen", zegt hij dan opeens.
De andere kant op omrekenen, doen we ook wel eens ("Als ik mijn hardloopschoenen in Nederland koop, bespaar ik 500 kronen"). De kunst is eigenlijk om alleen om te rekenen op de momenten dat je er vrolijk van wordt.

Afgelopen zaterdag waren we bij Ikea. Niet dat we nou dringend om nieuwe spullen verlegen zaten, maar we waren er in de buurt en dat zijn we niet elke dag.
Het eerste dat we daar binnen tegenkwamen, was een enorme bak met keukenhandoekjes à twee kronen per stuk. Twee kronen! Dat is zelfs omgerekend in guldens nog bijna gratis.
Aan het einde van onze voettocht door de winkel hadden we een hele Ikea-tas (zo'n enorme gele) vol met "bijna gratis"-producten. Al met al pinden we natuurlijk toch nog een aanzienlijk bedrag. Maar we waren reuze tevreden. En dat is ook wat waard!

dinsdag 13 juli 2010

Bloggen over het werk

Na bijna drie jaar werken in Noorwegen, is het aantal blogs over werk nog steeds op één hand te tellen. Niet dat ik nooit wat meemaak hier, maar lang niet alle werkzaken lenen zich nu eenmaal voor de blog. Een blog is tenslotte openbaar en je kunt wel denken ”ach, die Noren kunnen toch geen Nederlands lezen”, maar het zit hier vol met Nedernoren die zowel Noors als Nederlands spreken en daarnaast is het met googletrans een fluitje van een cent om een tekst vertaald te krijgen. Beetje krom meestal, maar de essentie haal je er toch wel uit. OK, voor de liefhebber: dit krijg je als je deze tekst via googletrans eerst van het Nederlands naar het Noors vertaalt en die vertaling vervolgens weer laat overzetten naar het Nederlands:

Na bijna drie jaar van het werken in Noorwegen, het aantal blogs blijft om te werken met een handvol. Niet dat ik nooit zal ervaren wat is hier, maar niet alle producten zijn geschikt om te werken alleen op de blog. Een blog is immers openbaar, en je zou kunnen denken "oh, dat de Noren nog steeds geen Nederlands kan lezen”, maar zit hier vol met lagere Oren zowel Noorse en Nederlandse spreek-en ook een Google-controle op een fluitje van een cent de vertaling van de tekst te krijgen. Meestal iets scheef, maar je krijgt de essentie daar toch.

Veel dingen zijn niet zo blogbaar dus, maar Algemene Noorse Rariteiten natuurlijk wel. Dat zijn van die terugkerende fenomenen waar ik me steeds weer over verbaas. Regelingen waarvan ik er met mijn verstand niet bij kan dat iemand die ooit verzonnen heeft en waar ik me, op slechte dagen, behoorlijk aan erger. Dat laatste is natuurlijk zinloos, want sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en “even veranderen” (dwz. aanpassen aan onze eigen, veeeeel betere, maatstaven) is er niet bij. De gemiddelde Noor is al niet eens aan de kroket te krijgen, laat staan dat je zomaar aan zijn wetgeving gaat sleutelen. Even los van dat dat voorlopig helemaal niet kan. Ik heb nog wel even te gaan voordat ik voldoe aan de criteria om me te mogen uitleven in de landelijke politiek hier.

Wat zijn dan die dingen die ik ongeveer dagelijks tegenkom in mijn werk en die me verbazen of irriteren (en soms natuurlijk ook komisch zijn)? Nou bijvoorbeeld de wetgeving rond vakantie en vakantiegeld, (ziekte)verzuimregelingen, de rol van de vakbonden, de manier waarop er over salaris onderhandeld wordt, de jaarlijkse stakingsgolf, die eeuwige hang naar een iedereen-is-gelijk-grijze-muizigheid, de vergadercultuur, en de kenmerken van een zogenaamd geslaagd bedrijfsfeestje.

Als je dit zo leest, zou je bijna gaan denken dat het bepaald niet leuk werken is in Noorwegen. Dat valt wel mee hoor. Er zitten ook genoeg voordelen aan. Maar de illusie dat de cultuurverschillen tussen Noorwegen en Nederland klein zijn, raak je snel kwijt als je hier een tijdje aan de slag bent.

donderdag 13 mei 2010

"Ik ben Emmy van het Noordeinde in Sint Pancras"

Het is bijna 17 mei, de dag waarop de Noren zo mogelijk nog Noorser zijn dan anders.
Een mooi moment dus om weer eens een typisch Noors gebruik van dichtbij te bekijken.

Vorige week vroeg een collega:"Waar in Nederland kom je precies vandaan?" Ze was bepaald niet de eerste die dit vroeg en zal vast ook niet de laatste zijn. Toen ik begon te lachen, keek ze me een beetje verschrikt aan en vroeg of ze misschien een onbehoorlijke vraag had gesteld. "Nee, maar wel een typisch Noorse vraag", grinnikte ik.
Nou ja, daar begreep ze natuurlijk niks van....

Op de vraag waar je vandaan komt, hoor je te antwoorden waar je oorspronkelijk vandaan komt. Voor het gemak zeg ik altijd maar dat ik uit Alkmaar kom, om vervolgens een verhaal over Nederlandse kaas op te hangen. Als ik het helemaal goed zou willen doen, zou ik eigenlijk moeten zeggen dat ik van het Noordeinde in Sint Pancras kom. Maar ja, ga dat maar eens uitleggen aan iemand die echt het verschil niet weet tussen Groningen en Maastricht.

Maar goed, de plek waar je je wortels hebt, is dus erg belangrijk hier. Ik heb al heel wat Noorse sollicitatiebrieven gelezen en bijna allemaal beginnen ze ongeveer zo: "Ik heet Karin, ben 35 jaar, al 11 jaar gelukkig getrouwd met Ole. We hebben twee kinderen: Lise (10) en Martin (8). Na een aantal jaren in Oslo te hebben gewoond, zijn we drie jaar geleden terug verhuisd naar Nanset (een wijk hier in Larvik), waar we beiden ook zijn opgegroeid. Ik ben voorzitter van het feestcomité van de Eikenlaan, en speel blokfluit in het Nanset-muziekkorps.
Blabla, blabla, blabla.

Afhankelijk van mijn humeur en hoe druk ik het heb:
-denk ik "mens, kom eens to the point, stop met leuteren en vertel waarom je die baan wilt en wat je te bieden hebt."
-grinnik ik een beetje in mezelf
-lig ik onder mijn bureau van het lachen.

Ach, zo heeft elk land zijn eigenaardigheden en dat gekneuter hier vind ik meestal wel charmant. De kunst is om als import-Noor met dit soort dingen je voordeel te doen. Zo had een Australische kennis van ons moeite met het vinden van werk. Totdat hij in zijn cv de naam van zijn (Noorse - en lokaal "bekende") vrouw noemde. Toen ging het ineens een stuk makkelijker allemaal.

Of het professioneel is?
Ehhh, professio-wattuh?

maandag 14 december 2009

Vleesschotel in boshut

Zaterdagochtend werd ik wakker en het eerste wat ik dacht was: "Oef, dat hebben we ook weer gehad."

Bij de gemeente Risør hadden we een uiterst beperkt budget voor sociale activiteiten en dit jaar was de hele pot was besteed aan een zomerfeest (waar ik niet bij kon zijn, maar dat was niet zo heel erg aangezien het op de bewuste avond goot van de lucht waardoor het geen bruisend buitenfeest werd maar een slappe avond in een triest hotel met een enigszins depressieve aftandse zanger die voortijdig het toneel verliet).
Met een lege feestkas is het slecht feesten en dus was besloten dat er dit jaar geen kerstetentje zou komen. Ach, wat jammer nou......

Maar ja, toen kwam de verhuizing.
Op 5 oktober begon ik in mijn nieuwe baan. Op 8 oktober kwam er een mailtje: "Goedemorgen Emmy, op 11 december is het jaarlijkse julebord. We hopen dat je komt. Groetjes, de feestcommissie."
Tja, wat nu?
Eén van de hoofdpunten in mijn functieomschrijving is aandacht voor het werkklimaat, zowel het fysieke (voorkomen van muisarmen enzo) als het sociale. Mooie verhalen houden en dan vervolgens niet op komen dagen op het julebord, dat vind ik eigenlijk niet kunnen. Ik voel me moreel verplicht om er heen te gaan. En eerlijk gezegd was ik ook wel een klein beetje nieuwsgierig, want het zou geen standaard kerstetentje in een restaurant zijn, maar een koud buffet in een "hut" in het bos.

Ik begon tijdig met de voorbereidingen. Zoals ik vorig jaar al schreef, is kleding erg belangrijk tijdens het kerstgebeuren. Om stress te voorkomen, toog ik naar een winkel waar ze kleding verkochten die ik leuk vond. Ik sprak de woorden "julebord in boshut" en voilà, een uurtje later stond ik buiten met een volledige julebordgarderobe (ok, nog iets meer ook....). Tjonge, wat kan het leven soms toch eenvoudig zijn.

Naarmate de feestavond dichterbij kwam, kreeg ik steeds meer zin om me net zo hard af te melden als ik me had aangemeld. Matig eten, flauwe toespraken, dronken collega's, tja, ik weet niet, ik word er gewoon niet vrolijk van.
Maar op 11 december, om 18 uur, bevond ik me natuurlijk toch gewoon in de bus die ons naar de hut zou brengen.

De feestcommissie had hard gewerkt om er wat van te maken: knus gedekte tafels, een kerstboom, een brandende open haard. Eerlijk is eerlijk, het zag er leuk uit.
Hoewel de traditionele ribbe en pinnekjøtt me dit jaar bespaard bleven, was het eten weer niet om over naar huis te schrijven: spekemat, ook zoiets typisch Noors. Spekemat laat zich nog het beste vertalen als "vleesschotel". In de praktijk betekent het schalen met worst en vleeswaren, schalen met salades - liefst aardappelsalade in een vettige saus -, en brood. De feestcommissie had nog wel een gezonde twist aan het geheel gegeven door ook schalen met voorgesneden fruit op tafel te zetten. En er was natuurlijk taart en chocolade. Dat laatste in grote hoeveelheden ingeslagen in Zweden, samen met het bier en de vleeswaren. We wonen hier tenslotte vlak bij de boot naar Strömstad, dus een harrytur is een fluitje van een cent.

De avond zelf dan? Mwah, goed te doen, al is het voor mij toch meer overleven dan beleven. De persoonsverandering die sommige collega's ondergaan, is over het algemeen geen verandering "ten goede", maar die beelden zet ik in een hoekje ver weg in mijn geheugen. Helemaal wissen van de harde schijf, dat lukt nog niet. Misschien over een paar jaar. Noren zijn er in elk geval heel goed in, dat weet ik zeker. Op maandagochtend is er geen kip die nog met een woord rept over het julebord van vrijdagavond, behalve dan de mensen die er niet bij waren en die vragen hoe het was. De rest lijkt het volledig te zijn vergeten. Misschien maar beter ook...

vrijdag 25 september 2009

Vrijdagskoez

Aanstaande woensdag is mijn laatste werkdag bij de gemeente, en vandaag is dus de laatste vrijdag dat ik daar werk en de laatste keer dat deelneem aan de "fredagskos" (koez). Kos, kose, koselig, hoe vertaal je dat? Knus, gezellig, genieten van, even lekker knussen. Zoiets ja, maar net zoals we in Nederland altijd zeggen dat ons "gezellig" niet te vertalen is, zo is voor mij de Noorse "kos" eigenlijk ook niet te vertalen.

Goed, de vrijdagskoez dus. Waar koezen wij ons dan zoal mee, hier in Risør?
Gezien mijn eerdere blogs waarin het Noorse alcoholbeleid ter sprake kwam, hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen dat de vrijdagskoez niet helemaal te vergelijken is met de Nederlandse vrijdagmiddagborrel. Nu ik er eens over nadenk, komen er overigens maar weinig werkplekken bovendrijven waar we een vrijdagmiddagborrel hadden. Misschien is dit een fenomeen dat vooral in onze gedachten bestaat?

De Noorse vrijdagskoez vindt plaats tijdens de lunch, die voor de gelegenheid meestal meteen maar met een half uur verlengd wordt. Het kan trouwens best zijn dat dat laatste uitsluitend een gemeentelijk fenomeen is...
Het koezen doe je met mensen van je eigen afdeling, en elke week is een andere collega verantwoordelijk voor meenemen van iets lekkers. Wie nu denkt dat dat leidt tot kakelverse eigengemaakte taarten en koekjes, komt bedrogen uit. Verreweg de meesten gaan voor zelfgehaald in plaats van zelfgemaakt. Nou ja, kan ook lekker zijn natuurlijk.

Behalve koek en taart, komt er tijdens de koez ook vaak ijs op tafel. We zijn tenslotte in Noorwegen!
Naast de bak met zelfgehaald supermarkt ijs staan steevast twee zakjes: een zak met gezouten pinda's en een zak met non stops (een soort smartie), die je geacht wordt over je ijs heen te strooien. Wie durft nu nog te beweren dat Noorwegen geen eetcultuur heeft?
Maar of er nu zelfgebakken taart of ijs met smarties op het programma's staan, ik koez gewoon lekker mee. Je intergreert of je integreert niet, hè?

Mijn laatste vrijdagskoez bij de gemeente zit er op. Het was een "ijs mèt" variant. De resten zijn opgeruimd, iedereen zit weer achter zijn bureau. Ik ook.....met een iets te volle buik en een vaag gevoel van weemoed.

dinsdag 23 september 2008

Een gewone werkdag

Het werk als P&O adviseur bij de gemeente Risør lijkt op veel punten op het werk van een P&O adviseur bij een willekeurig ander bedrijf, of dat nou Nederlands of Noors is. Op een paar punten is het heel anders. Daar zou ik met gemak een paar blogjes aan kunnen wijden. En dat doe ik misschien nog wel eens, maar niet vandaag. Vandaag gaat het over een doorsnee-dag op mijn werk. Gewoon, voor wie het leuk vindt om te lezen hoe zo’n dag er uit ziet.

Maandagochtend. Na ongeveer een kwartiertje wandelen, klik ik tegen achten met mijn toegangspasje de deur van het gemeentehuis open. Het pasje is een aantal jaar geleden ingevoerd om te voorkomen dat brutale Risørburgers te pas en te onpas in de gemeentelijke (meestal bouw-)archieven komen graaien. Eenmaal op mijn kamer verwissel ik mijn gympen voor een paar nette schoenen en start mijn pc op. Ik heb een kamer alleen, zoals bijna iedereen hier. De kamer is niet gigantisch, maar toch wel zo groot dat ik hem in Nederland zeker met iemand had moeten delen om niet het maximale (tevens minimale) aantal vierkante meters per persoon te overschrijden.
Vervolgens richting de keuken die we delen met de collega’s van ”technisch”. Zij beginnen vaak vroeg, dus met een beetje geluk is de koffie al klaar. Met een beetje pech is-ie net op, dat kan ook. Voordeel is dan wel dat ik zelf koffie kan zetten. Weet ik in elk geval zeker dat het geen bak slootwater wordt.

Vorige week was erg hectisch, maar vandaag staan er geen afspraken op het programma. Mette-Marit, mijn collega, baas en kantoorbuurvrouw, is twee dagen weg. Het zou weleens een eenzaam dagje kunnen worden.
Ik begin met het wegwerken van wat losse eindjes van een paar sollicitatieprocedures: mensen bellen, brieven en mails schrijven, van zaken die klaar zijn de elektonische dossiers afsluiten. Het elektronische post- en dossiersysteem is echt een uitkomst. Als er nog wat op papier binnenkomt, wordt dat gescand en elektronisch naar de juiste persoon gestuurd. Geen stapels papier meer, en niet meer van die ergerlijke “bakjes” die ik toch al nooit gebruikte.
Het systeem is ook handig in verband met de verplichte “openbaarheid” van de verschillende gemeentelijke zaken. Via de website van Risør kommune kan iedereen alle inkomende en uitgaande post zien en desgewenst een kopie van het dokument opvragen. Gelukkig mogen we bepaalde persoonlijke informatie wel afschermen. Niet de hele wereld hoeft tenslotte te weten dat een langdurig zieke wordt uitgenodigd voor een re-integratiegesprek.
Re-integratie is het volgende onderwerp, Eens per maand hebben we een dag waarop we gesprekken voeren met mensen die langere (meestal) of kortere (soms) tijd ziek zijn. Dat is een heel circus. Behalve de persoon in kwestie, diens leidinggevende en ik, is er ook altijd iemand van de arbodienst aanwezig en iemand van NAV. NAV is een soort UWV en CWI in één, en betaalt o.a. ziekengeld uit. De reputatie van NAV is trouwens ook vergelijkbaar met die van UWV en CWI.
Ik brei de agenda voor de volgende gesprekkendag rond. Dat wordt overwerken. Gelijk maar even een mailtje naar de dames van NAV en de arbodienst. Dan weten die ook vast dat het eten die dag niet om vijf uur op tafel kan staan.

Met al dat geknutsel en gepuzzel vliegt de tijd voorbij en om 10 over 11 zak ik af naar de kantine: lunch. De tijd dat ik me moest inspannen om de gesprekken aan tafel te kunnen volgen, ligt gelukkig achter me. Het enige wat nog wel eens lastig kan zijn, is als het gesprek gaat over mensen uit het dorp (die iedereen kent, behalve ik). Vandaag gaat het over boeken die ik gelezen heb en een tv-serie die ik gevolgd heb, dus ik kan lekker meebomen.

Een halfuurtje later zit ik weer achter mijn bureau. Het is de hoogste tijd om eens aan de slag te gaan met de twee speerpunten uit het personeelsbeleid die (in goed overleg) op mijn bord terecht gekomen zijn: werving en selectie, en terugdringen ziekteverzuim. Ik loop even bij Else binnen om te overleggen hoe ik het beste input vanuit de organisatie kan krijgen voor deze punten. Else is de baas van Mette-Marit, in Nederland zou zij waarschijnlijk unit manager genoemd worden, hier heet ze eenheidsleider. Ze is ook de rechterhand van onze rådmann (de gemeentesecretaris) en dat komt mooi uit, want als je hier niet genoeg vrouwen in het management hebt, moet je in het strafbankje.

We worden het er over eens dat ik de punten inbreng in de volgende managementvergadering en ik regel vervolgens dat ik daar op de agenda beland. Mooi, nu weet ik dat ik over twee weken een deadline heb. Het gebeurt wel vaker dat ik, al dan niet samen met Mette-Marit, iets mag vertellen in het managementteam en ik bereid die bezoekjes altijd extra goed voor. Het is toch leuk als het er in -bijna- vloeiend Noors uitkomt, nietwaar? Gelukkig ken ik alle leidinggevenden en ook vele anderen intussen goed, inclusief al hun rare dialecten, waardoor ik niet meer zo nerveus ben voor dit soort optredens.

Een groot deel van de middag gaat heen met het verzamelen van statische personeelsgegevens. Daar hebben we jammer genoeg een nogal krakkemikkig programma voor.
Om drie uur houd ik het voor gezien. In het zonnetje wacht ik op John die even later van de berg af komt wandelen en samen lopen we naar huis. Deze week kan dat nog. Op 1 oktober gaat bij de gemeente de wintertijd weer in, die zware zes maanden waarin ik tot vier uur moet werken.