Posts tonen met het label Noorwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noorwegen. Alle posts tonen

zaterdag 4 mei 2013

Kort samengevat

Nog een paar weken en dan wonen we niet meer in Noorwegen. Een mooi moment om terug te kijken op een aantal van mijn eigen aannames over emigreren en het wonen in Noorwegen. In hoeverre klopten die eigenlijk?

1. De taal is de sleutel tot werk en sociale contacten. Ik moet dus goed Noors leren.
Deze staat in elk geval als een huis. De taal leren is de beste investering die je kunt doen als je gaat emigreren. Leg de lat lekker hoog voor jezelf zodat je voortdurend blijft leren ook als je al een aardig niveau bereikt hebt. Het is toch leuk als mensen niet meer van een kilometer afstand kunnen horen dat je een andere moedertaal hebt.
Wanhoop niet als je ondanks al je inspanningen, met succes afgelegde testjes etc. de eerste tijd moeite hebt om de dialectsprekende Noor te verstaan. Dit is heel normaal en het gaat over. Echt waar!
Verstaan is niet hetzelfde als begrijpen. Taal en cultuur houden verband met elkaar. Humor snap je vaak pas als je hetzelfde referentiekader hebt. Dat heb je niet na een week, en ook niet na een jaar. Houd vol, het wordt vanzelf beter. Verlang je naar een keertje lachten tot je pijn in je buik hebt? Boek een weekendje Nederland of kijk een paar afleveringen van Seinfeld.

2. Ik ga zeker werk vinden, maar ik moet wel een goed plan hebben om dat snel voor elkaar te krijgen.
Tja, er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Ik had een plan A en een plan B en ging er vol in en dat heeft gewerkt. Wie zin -en de financiële ruimte- heeft om eerst een tijdje thuis te zijn, kan het ook anders aanpakken: contacten opdoen en viavia aan werk komen. Helemaal zo'n gekke methode niet voor een buitenlander die toch wantrouwen jegens "vreemden" zal moeten overwinnen. Ik ben blij met al die mensen die mij in de loop van de jaren hun vertrouwen hebben gegeven, en die het geen probleem vonden binnen het bedrijf uit te leggen waarom ze niet de voorkeur hadden gegeven aan een "local".
In het algemeen denk ik dat emigranten een te rooskleurig beeld hebben van de arbeidsmarkt in Noorwegen. Ja, er is werk, in sommige branches zelfs veel, maar het komt echt niet naar je toe. Je moet er actief achteraan en ja, de taal is belangrijk.

3. Als we straks in het mooie Noorwegen wonen, hebben we vast veel minder behoefte om op vakantie te gaan.

Helemaal mis! We zijn nooit zo vaak van huis geweest als de laatste jaren. Dat komt natuurlijk een beetje door onze regelmatige trips naar Nederland, maar nog veel meer door de behoefte aan warmte: met kerst even de winter ontvluchten en in de zomer een echt zomergevoel krijgen. Sinds we in Noorwegen wonen zijn we, op een paar dagen skiën na, niet in eigen land op vakantie geweest. Dat geeft toch te denken. Blijkbaar stellen we de Noorse natuur vooral op prijs als het een contrast vormt met iets anders, bijvoorbeeld de Nederlandse drukte.

4.Het leven in Noorwegen is behoorlijk relaxed.

Dat klopt op zich wel. Al die mooie natuur en de ruimte geven bijna automatisch een ontspannen gevoel. De werkweken zijn kort, het tempo is bepaald niet moordend en voor zo ongeveer alles zijn er financiële vangnetten. Dat klinkt prachtig, maar het heeft ook een keerzijde: de Noor mag er dan stoer uitzien als hij aan het houthakken is of een vuurtje stookt op het strand om zijn zelf gevangen vis te grillen, in het werkende leven is de gemiddelde Noor allesbehalve robuust. Presteren is een vies woord, verantwoordelijkheid nemen is eng (bovendien: daar heb je toch een baas voor?). Een zware dag of een klein pijntje? Hup, naar de huisarts maar weer. Die zonder een spier te vertrekken een ziekmelding voor één of twee weken voor je uitschrijft. Tja, en die slapheidscultuur, want dat is hoe ik het zie, die irriteert me meer dan dat ik er ontspannen van word. Ik mis prikkels, eisen, actie, tempo veel meer dan ik verwacht had.

Valt er uit dit alles een conclusie te trekken? Nou, misschien dat je van tevoren veel te weten kunt komen over de ins en outs van emigreren en het land waar je naartoe gaat, maar dat je toch niet altijd weet hoe je het in praktijk gaat ervaren. Ik las ooit ergens de volgende beschrijving: "Noorwegen is een prachtig land om in te wonen, maar een saai land om in te leven". Dat vat het voor mij perfect samen.

maandag 20 augustus 2012

Topdrukte

"Ben je al op Gaustatoppen geweest?" Die vraag was ons meerdere keren gesteld sinds we in Larvik wonen. Gaustatoppen is de op één na hoogste top hier in het zuiden en als je er met helder weer bovenop staat, kun je ongeveer een zesde deel van Noorwegen zien. Dat vroeg dus eigenlijk wel om een bezoek. Maar Zuid-Noorwegen is uitgestrekt en die berg is bepaald niet naast de deur. Voor een Noor mag drie uur rijden (enkele reis) misschien een peuleschil zijn, ik vind het een behoorlijke trip.

Maar goed, we wilden er dus een keer heen. Op een mooie heldere dag waarop we alle tijd hadden. En het moest in de periode juni-augustus gebeuren, want vroeger of later in het jaar kan het daarboven flink koud zijn. Gisteren was het dan eindelijk zo ver. In alle rust reden we van Larvik naar Rjukan. Geen kip op de weg. We waren dan ook aardig verrast toen bleek dat de parkeerplaats bij de start van het pad naar boven tjokvol was. Waar kwamen al die mensen vandaan?

Op het pad zelf werkte een lang, kleurig lint van wandelaars zich in gestaag tempo naar boven. Niet veel later waren we zelf ook onderdeel van het lint, dat behalve uit Noren, voornamelijk uit Nederlanders leek te bestaan. De tocht ging over stenen: ronde, platte, hoekige, nou ja gewoon heel veel stenen. Niet echt een leuk wandelpad, maar het uitzicht maakte veel goed. Elke vijf minuten dook er weer een nieuw, nog verder, vergezicht op. Vanaf de top konden we verder kijken dan we op één dag met de auto zouden kunnen rijden. En we konden er verse wafels kopen (een niet onbelangrijk detail!).

Dat je absoluut naar Gaustatoppen moet als je in Noorwegen bent, zou ik niet willen zeggen, maar mooi is het er zeker. En toen John me 's avonds een foto van een volgepakt Nederlands strand liet zien, vond ik het achteraf met die drukte ook wel meevallen.

woensdag 7 december 2011

Roze plasticje

Gisteren lag het dan eindelijk in de brievenbus: het roze plasticje. Een Noors roze plasticje om precies te zijn. Het oude Nederlandse roze vodje was weliswaar nog tot maart volgend jaar geldig, maar als je als buitenlander iets bij een overheidsinstantie moet regelen, kun je er maar beter op tijd bij zijn. Dat was trouwens niet alleen maar een gedachte die ik had, maar het werd bevestigd door de talrijke verhalen op het forum voor Nedernoren. Een enkele geluksvogel had maar een paar weken hoeven wachten, maar bij anderen had de inwisselprocedure ruim een half jaar geduurd.
Zo'n forum is echt goud waard als je informatie nodig hebt over dergelijke praktische zaken. Je vindt altijd wel iemand die je voor is gegaan. Dankzij het forum wist ik bijvoorbeeld ook dat ik niet zelf pasfoto's mee hoefde te nemen, maar dat je die ter plekke in een hokje moest maken (bij de prijs inbegrepen!)

Vol goede moed meldde ik me dus half oktober bij het lokale kantoor van Statens Vegvesen. Het eerste deel van de procedure ging in elk geval erg rap. Formulier en rijbewijs inleveren, kopie rijbewijs en tijdelijke "toestemming om te rijden" (alleen geldig in Scandinavië) teruggekregen. Terwijl ik een verwoede poging deed al die kopieën in mijn portemonnee te proppen, meldde de aardige mevrouw achter de balie dat het wel even kon duren voordat alles in orde was, want de papieren uit Nederland lieten vaak op zich wachten. "Jaja", dacht ik, "geef de Nederlanders maar weer de schuld." Vreemd hoe je je opeens heel erg Nederlander kunt voelen...

Na een paar weken geduldig wachten, besloot ik dat het moment was aangebroken om eens voorzichtig te gaan zeuren. Eerst maar eens bij de RDW proberen. Ik had er geen al te hooggespannen verwachtingen van, maar tot mijn verbazing kreeg ik snel antwoord: verzoek uit Noorwegen 20/10 ontvangen, antwoord 21/10 opgestuurd. Zo traag ging het dus niet in Nederland. Toch was het inmiddels 18/11 en Statens Vegvesen had nog niets van zich laten horen. Slome Noren!

Ik ging maar weer eens naar het kantoor in Larvik. Daar vonden ze ook wel dat het een beetje lang duurde als de papieren al op 21 oktober waren opgestuurd. Maar misschien had Nederland het naar het verkeerde adres gestuurd? Dat deden ze namelijk wel vaker. Ik moest ze maar een berichtje sturen met het juiste adres en vragen of ze het nog een keer wilden verzenden. Terwijl ik deze mededeling nog stond te verteren en me afvroeg wat ik daar eigenlijk van vond, kwam de baliemevrouw blijkbaar op andere gedachten, want ze begon op haar toetsenbord te rammelen. Na een seconde of tien slaakte ze een vreugdekreetje: formulier gevonden! Het bleek 3 november te zijn aangekomen op het regiokantoor in Arendal, waar het sindsdien had liggen wachten op verdere behandeling. Nu was het nog slechts een kwestie van formulier printen, fotohokje in, pinpas trekken en een nieuw papier met daarop "rijbewijs aangevraagd" in de portemonnee proppen.
Ik twijfelde even of ik zou vragen hoe lang het geduurd zou hebben als ik niet zelf in actie was gekomen, maar besloot om de goede stemming niet te bederven. Binnen drie weken zou mijn nieuwe roze kaartje immers in de brievenbus vallen.

En zo geschiedde...
Behalve in een auto, mag ik volgens mijn rijbewijs ook op een brommer, traktor en sneeuwscooter rijden. Vooral dat laatste komt goed van pas, aangezien de eerste sneeuw net is gevallen.

zondag 27 november 2011

Hoe overleef ik...

een avondje julebord?
traditionele kerstschotel


Oftewel twee manieren om het Noorse "kerstetentje met het werk" door te komen.

Variant 1
De vrijdag van het julebord ga je om een uur of 2 's middags weg van het werk. Thuis kleed je je snel om. Ben je man, dan hoef je alleen maar je pak uit de kast te halen, dat ene, ja, dat je altijd draagt op 17 mei en met kerst. Ben je vrouw, dan wurm je je in het minimalistische zwarte jurkje dat je speciaal voor deze gelegenheid hebt aangeschaft. Je stopt een paar dansschoenen in je tas voor later op de avond, maar niet die met de hoogste hakken, want daarop loop je zo beroerd na een wijntje of tien.
Vervolgens ga je naar het huis van een collega die je heeft uitgenodigd voor het "vorspiel". Na een paar uurtjes indrinken, begeef je je samen met de andere vorspielers richting julebord. Dit doe je lopend of gezellig in de maxi-taxi. Voordat jullie aan tafel gaan, heb je nog tijd om wat te b(r)abbelen met je collega's. Wat een leuke mensen allemaal! Reden genoeg om her en der een stevige "klem" (knuffel) uit te delen.

Ah, daar komt het eten al: heerlijk traditioneel Noors kersteten met lekker veel vlees en vette jus, en je mag zoveel opscheppen als je wilt. Yummie! Wijn en bier laten ook niet lang op zich wachten. Helaas is het niet meer zoals vroeger, toen er de hele avond onbeperkt werd bijgeschonken. Vier gratis drankjes op een avond is natuurlijk behelpen, maar gelukkig heb je er aan gedacht een flesje sterk spul in je binnenzak te steken. Kun je af en toe wat bijtanken. Vinden de uitbaters van het etablissement niet zo leuk, maar daar heb je maling aan. Vanavond is het feest, en bij feest hoort drank. Zo is dat!

Vele uren later strompel je je huis binnen. Je weet niet meer precies hoe je daar gekomen bent. Nou ja, zeker geholpen door een iets minder beschonken collega. Je zijgt neer op de bank, eventueel op een bed als dat ver genoeg af staat van dat van je vrouw/man/kinderen en strategisch genoeg is geplaatst om in rap tempo de wc te kunnen bereiken.
Als je maandagochtend op je werk komt, herinner je je niet meer alle details, maar één ding weet je zeker: het was weer een fantastische avond!

Variant 2
De vrijdag van het julebord ga je om een uur of 3 's middags weg van je werk. Je bent zo ongeveer de laatste die vertrekt op de receptioniste na, want die moet er nou eenmaal tot half 4 zitten.
Na een middagdutje en een kop koffie ben je er tamelijk zeker van dat je de avond aan kunt. Je kijkt eens in je kledingkast of er nog iets hangt dat door kan gaan voor een kerstoutfit en kiest een rok/jurk waarvan je meent te weten dat je die nog niet eerder aan hebt gehad bij een vergelijkbare gelegenheid. Eventueel kies je iets wat je al eerder hebt gedragen bij een julebord. Als het maar lang genoeg geleden is, is de kans tenslotte klein dat iemand zich jouw outfit van toen nog herinnert.
Je rijdt zelf naar de feesttent zodat je later op de avond kunt vertrekken wanneer jij daar zin in hebt zonder afhankelijk te zijn van een ander. Nadeeltje is dat je niet kunt drinken, maar gelukkig is het de laatste jaren heel normaal om ook alcoholvrije dranken te serveren tijdens het julebord. Vanavond is het assortiment zelfs zo uitgebreid dat je kunt kiezen tussen mineraalwater en cola. Wat wil een mens nog meer?

Voordat je je eindelijk op je mineraalwater kon storten, waren er nog wel wat hordes te nemen, maar daar heb je je met glans doorheen geslagen. Om te beginnen heb je wat klemmen moeten incasseren van vrolijke collega's. Geen probleem: zo'n Noorse klem is nog altijd een stuk beter dat die kleffe Nederlandse gewoonte van drie zoenen. Je hoeft ook niet bang te zijn dat een klem betekent dat de Noor je opeens als één van zijn vrienden beschouwt. Maandag is hij/zij immers alles allang vergeten.
Na het klemfestijn was het zaak een aanvaardbare tafel te vinden. Gelukkig weet je uit ervaring met wie je de avond redelijk door kunt komen, zodat ook die uitdaging in praktijk een fluitje van een cent was.

Het eten is even doorbijten. Zeg nou zelf: die enorme aluminiumbakken met schapenbouten, varkenskluiven, rode en grijze kool en reusachtige glazige aardappelen doen je niet bepaald het water in de mond lopen. Om te voorkomen dat je net als voorgaande jaren midden in de nacht kotsmisselijk wakker wordt, schep je bescheiden op. Langzaam werk je het machtige voer naar binnen, onderwijl luchtig keuvelend met je collega's over hoe geslaagd het julebord ook dit jaar weer is. Ergens diep van binnen vraag je je nog even af hoe het toch mogelijk is dat minstens de helft van die anders zo normale en eigenlijk best leuke collega's bij het julebord verandert in een stelletje complete dwazen. Na al die jaren weet je echter dat die vraag ook vanavond niet beantwoord gaat worden, dus je besteedt er verder geen aandacht aan.
Tijdens het dessert weet je beslag te leggen op een flink stuk kransekake. Heerlijk! Typisch Noors kan ook lekker zijn.
Voor het feestgedruis echt losbarst, knijp je er stilletjes tussenuit. Niemand die het merkt. Thuis nestel je je met een nespressootje op de bank. Je hebt het weer overleefd!

afbeelding van minkakeverden.webs.com

zondag 13 november 2011

Papiertjes

Zoals trouwe twittervolgers weten, heb ik vorige week de afsluitende opdracht van de module strategisch HRM ingeleverd. Als het goed is, ben ik daardoor aan het einde van de maand 15 studiepunten en een Noors papiertje rijker. Nou was dat niet de hoofdreden om aan de opleiding te beginnen. Ik had gewoon zin om wat bij te leren en in dat opzicht is het in elk geval een goede keuze geweest. Toch speelt ergens op de achtergrond dat papiertje wel mee. Noren zijn namelijk ontzettend dol op diploma's, certificaten en andersoortige papieren voorzien van watermerk en/of stempel.
Wie het gevoel heeft dat je in Nederland "tegenwoordig voor alles een papiertje moet hebben" zou ik afraden naar Noorwegen te verhuizen. De papiertjesgekte is hier nog vele malen erger.

Wie mèt een stapel diploma's Noorwegen binnenkomt, kan trouwens ook niet automatisch op zijn lauweren rusten. In sommige gevallen zullen die diploma's gewaardeerd moeten worden bij het nationale diplomawaarderingsinstituut. Nu is dat natuurlijk niet iets specifiek Noors. Ik herinner me nog goed de frustratie van hoogopgeleide immigranten in Nederland die te horen kregen dat -bijvoorbeeld- vier jaar geneeskunde in verweggistan nul waarde had in Nederland. Gewoon als eerstejaars beginnen, luidde het advies, en, o ja, wel eerst nog even toelatingsexamen doen.
Nu zou je als argument kunnen aanvoeren dat het niveau van het onderwijs in West-Europa vele malen hoger is dan het niveau in verweggistan en dat daarom die diploma's niets waard zijn. Zou kunnen natuurlijk, ik moet toegeven dat ik dat zelf ook heb gedacht. Maar sinds ik hier woon, vraag ik me af of het niet vooral het "niet kennen" is dat er voor zorgt dat al die buitenlandse papiertjes naar de prullenbak verwezen worden.

Rond de eeuwwisseling werd er op Europees niveau een afspraak gemaakt over de bama, de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs. Erg handig voor wie daarna is gaan studeren en vervolgens binnen Europa van land wisselt. Wie een diploma heeft dat van voor de bama stamt -en een beroep waarvoor dat diploma absoluut nodig is, of waar het diploma bepalend is voor het salaris-, moet echter voorbereid zijn op een lange procedure rond de uitleg van inhoud van vakken, waarde van studiepunten enzovoort.
Zo kunnen onderwijskeuzes bij verhuizing naar een ander land allerlei gevolgen hebben waar je misschien nooit bij stil hebt gestaan. In Nederland jarenlang lekker gewerkt met je MBO op zak? In Noorwegen bestaat geen MBO, en ze hebben hier geen flauw idee wat ze met zo'n diploma aanmoeten. Ander voorbeeld: Net je HAVO afgerond en zin om gezellig met je ouders naar Noorwegen te verhuizen en daar op een hogeschool te beginnen? Jammer, iets als HAVO kennen ze hier niet en dus mag je fijn terug naar het voortgezet onderwijs voor je alsnog naar het HBO kunt. Allemaal geen ramp natuurlijk, maar wel anders dan je misschien zou verwachten.

Alles draait dus om wat men meent (te weten) dat zo'n buitenlands diploma waard is, en misschien ook wel om de opvatting dat het onderwijs "hier" beter is dan "elders" (waarbij dat "hier" voor de Noren Noorwegen is, voor de Nederlanders Nederland en voor anderen weer een ander land). Of dat werkelijk zo is? Tja, daar kun je natuurlijk eindeloos over discussiëren.

Ik heb door mijn werk wel meer begrip gekregen voor het feit dat Noren ons onderwijssysteem niet zo snel snappen. Het duurde namelijk best een tijd voor ik het Noorse systeem doorgrond had en bijvoorbeeld de opleidingsachtergrond van sollicitanten kon plaatsen. Tja, dat zal andersom dan ook wel zo zijn.
Wat een gedoe eigenlijk, al die verschillende landen. Misschien moeten we maar allemaal wereldburger worden. Handig toch? Voeren we ook meteen de Weuro in...

zaterdag 15 oktober 2011

Groet

We hebben zojuist een record gevestigd, namelijk de langste blogloze periode sinds de start van deze blog! Hoog tijd dus om weer eens wat neer te tikken.

Het is hier natuurlijk ook gewoon weer herfst geworden, en we zijn al niet meer zo ver verwijderd van de winter: verwarming aan, handschoenen aan 's ochtends op de fiets en winterbanden in de aanslag.

De hele week is het al mooi zonnig herfstweer en ook vandaag konden we lekker van het zonnetje genieten. Ik althans, want John moest aantreden bij een stoffige "dugnad" van de atletiekclub. Daarover een andere keer meer.
Hij had echter nog wel tijd om Nelson een manicure te geven (of is het nou pedicure?).

Pebbles deed intussen de zelf-was op haar prinsessenpoefje

Het heerlijke herfstweer was een hele verademing na drie dagen regen in Nederland vorig weekend. Het begon al in het vliegtuig: een half uur voor landing werden we gemaand de riemen vast te doen vanwege verwachte turbulentie. Die viel in de praktijk gelukkig mee, maar toen ik even later in mijn gehuurde citroentje onderweg was van Schiphol naar Sint Pancras hagelde het een paar keer zo hard dat de ruitenwissers op turbostand moesten om nog wat te kunnen zien. Het hele weekend waren er veel buien en harde wind, maar dat mocht de pret niet drukken.

Vrijdag even winkelen met mijn moeder en zo ongeveer de eerste die we tegenkomen is "juf" Yvonne. Wie beweert nou nog dat toeval niet bestaat?
's Middags lekker bijgekletst met Sylvia. Dat was lang geleden (en, Syl: volgende keer in Noorwegen, hoor!).
Zaterdag installeerden we ons met het voltallige gezin van Graft (met z'n drieën dus) in de citroen om ons over de Afsluitdijk naar Drenthe te laten blazen (jaja, eerst naar Friesland natuurlijk). De dag doorgebracht met oom Wim en tante Emmy, hun logeerkat, een legertje katten-op-bezoek en natuurlijk de onverwoestbare papegaai Koko (of is het Coco, jeetje, laat ik dat nou niet weten)

Zondagochtend lekker hardgelopen bij het Geestmerambacht, bij de locals bekend als "het meer". Er was al heel wat volk op de been, hetgeen een extra inspanning met zich meebracht: groeten. Tja, dat ben ik in Noorwegen niet meer gewend. De meeste hardlopers (trouwens ook de langzaamlopers) blijven hier nors voor zich uit staren als je ze tegenkomt. Saai hoor. Maar ik als gemotiveerde immigrant doe er natuurlijk alles aan om in contact te komen met de autochtone Noor (die ze hier "etnisk norsk" noemen, een uitdrukking die me altijd een beetje koude rillingen bezorgt), en blijf onverstoorbaar groeten. Soms, heel soms, groet er opeens iemand terug. En daar word ik dan zo blij van, dat ik me voel alsof ik de hoofdprijs in de loterij heb gewonnen!

maandag 9 mei 2011

Hut

Maandagochtend, 06.31. De trein is bijna in Sandefjord. Nog twee uurtjes rijden naar Oslo. Ik heb net ingelogd op het internet van de NSB; op de route Larvik-Oslo ben je in de meeste treinen van alle gemakken voorzien. Tijdens mijn vorige reis vond ik overigens uit dat er tussen Drammen en Oslo door de vele tunnels niet meer echt goed te internetten valt. Meteen aan de slag dus maar.

Het wordt een weekje met weinig thuis zijn: vandaag en morgen studie in Oslo en woensdag en donderdag op Jomfruland met een van de afdelingen van het werk. John is achtergebleven met de katten en met honderden mieren die de keuken in bezit hebben genomen...

Afgelopen week was ik ook al een nachtje weg, samen met drie collega's: Anja, Anniken en Heidi. Al die uitjes zijn in het kader van teamontwikkeling, jaja, er wordt heel wat af ontwikkeld. En tussen door moeten we nog gewoon werken ook! Onze ontwikkeldag was op dinsdag en Anja had ons uitgenodigd om maandag na het werk naar haar hytte te gaan, de vakantiehut die eigenlijk niet van haar is, maar van haar hele familie zoals meestal het geval is. We reden dus naar Valle, ongeveer drie kwartier hier vandaan, richting Kragerø.
Hut is eigenlijk geen goede benaming voor de moderne vakantiehuizen die de meeste Noren tegenwoordig hebben, het zijn echt geen blokhutjes van vier bij drie. Wel is het altijd afwachten welke voorzieningen er zijn. Stroom hebben de meesten, maar water is geen vanzelfsprekendheid. Hier hadden we alleen koud stromend water in een buitenkraan, en een zogenaamde snurredass. Geen flauw idee hoe deze variant in het Nederlands heet, maar ik noem het maar de boomschorsplee.
Veel oude hutten hebben nog een utedo, een buitenplee, zo'n zetel met een gat er in, in een houten hokje een paar meter van de hut. De snurredass is een modernere variant voor huthoudens zonder stromend water, een soort zelfcomposterend systeem. Het ruikt dan ook volop naar "compost". Degenen die in het gelukkige bezit zijn van stromend water, installeren meestal een gewone wc. Soms na enig aarzelen, want waar blijft de charme van het hytteleven met al die moderne voorzieningen?

Ondanks de compostlucht hebben we het erg leuk gehad in Valle. Misschien verlang ik wel terug naar de hut als ik vanavond op mijn kamertje in een doorsnee-hotel in Oslo zit.

donderdag 21 april 2011

Skiën bij +10

Paasvakantie! Lekker een weekje vrij. De eerste helft van de week is er volop zon geweest en voor de komende dagen is de weersvoorspelling ook niet verkeerd. Je hoort ons dus niet klagen.

De late "Paas" en het mooie weer stelden de Noren echter wel voor een probleempje. Voor hen is Pasen synoniem met hut, sneeuw en kvikklunsj (een mislukte variant op de kitkat) en -als de kinderen naar bed zijn- vooral ook met veel drank. Nu zijn de meeste van die ingrediënten niet seizoensgebonden, maar net datgene wat voor het juiste paasgevoel moet zorgen, sneeuw, is dat natuurlijk wel. Waar ligt er nog sneeuw?

Die vraag stelden wij onszelf ook toen we opeens bedachten dat het toch wel leuk zou zijn om nog één keertje te gaan skiën. De dichtstbijzijnde piste was al een tijdje dicht. Kongsberg, iets verderop, was nog wel open, maar daarover hadden Michan en Paulien ruim een week geleden al gerapporteerd dat het niet veel soeps meer was. Tenslotte kwamen we uit bij Trysil. Wel een stukje rijden, maar we hadden de tijd. Snel een kattenverzorger geregeld, overnachting geboekt en dinsdagochtend vroeg zetten we koers richting Trysil.
Er waren nog genoeg pistes open daar, al was de sneeuw niet meer geweldig. Het was zwaar skiën en daarom namen we veel pauze. Lekker in het zonnetje...

We overnachtten in een hotel in een dorpje een kwartier buiten Trysil. Nou ja, dorpje... Vijf huizen en een kerk, veel meer was het niet. Wie heeft de moed om daar een hotel te runnen? Juist, Nederlanders. Het eerste waar ik aan denk als ik zo'n typisch Noors hotel binnenstap is "te groot, te oud, onderhoud, stookkosten, hoe kun je hier in vredesnaam iets rendabels van maken". Ik kan niet anders dan respect hebben voor mensen die zich in zo'n avontuur storten.

Intussen zijn we weer thuis. Lekker nog een paar dagen een beetje klussen en rommelen, misschien nog een uitstapje in de buurt. We zien het wel.
Hieronder nog wat foto's van Verdens ende, iets voorbij Tønsberg. Daar schreef ik vorig jaar al een keer over, maar toen hadden we geen foto's gemaakt. Twee weken geleden waren we er weer, dus toen konden we dat even goed maken.


zondag 27 maart 2011

Na de winter...

Het is lang geleden sinds de vorige blog verscheen, maar we zijn er nog gewoon hoor:-)
Wat hebben we dan zoal gedaan de afgelopen weken? Veel geglibberd om te beginnen. We hadden weer een hoop sneeuw deze winter, maar niet zo veel sneeuwdagen, dus het aantal keren dat we moesten ruimen viel erg mee. In de loop van februari kwam de temperatuur, met behulp van een lekker zonnetje, af en toe al boven nul. Daardoor smolt de sneeuw, maar 's nachts bevroor de boel natuurlijk weer. Op sommige dagen kon je zonder hulpmiddelen lopend nauwelijks vooruit komen.

Nu is de sneeuw in rap tempo aan het verdwijnen en terugkijkend kunnen we vaststellen dat we weer eens te weinig gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheden die de Noorse winter biedt. We hebben natuurlijk geskied en we hebben een paar keer geschaatst. De langlaufski's staan nog onaangeroerd in het berghok. Zo'n gedoe met schuren en waxen dat we bij mooi weer altijd maar weer voor de "gewone" ski's kiezen. Dat wat voor ons de gewone ski's zijn dan, want als je hier verteld dat je bent wezen skiën denkt iedereen het eerste aan langlaufen. Nee, wat wintersport betreft zijn we nog lang niet vernoorst.

Op het werk gaat alles zijn gangetje. Niet dat het saai is, want er zijn altijd wel veranderingen gaande. Als re-integratiebedrijf werken we in opdracht van NAV en dus is het elk jaar weer spannend wat het budget voor het jaar erna is. Dat was bepaald geen feest voor 2011, maar we zijn er vooralsnog gelukkig zonder gedwongen ontslagen vanaf gekomen. Een paar mensen die nog niet zo lang in dienst waren, zijn zelf vertrokken. Helaas waren dat mensen die we graag hadden gehouden, maar in Noorwegen staat het "last in first out" principe nog steeds als een huis, dus het is begrijpelijk dat sommigen hard op zoek gingen naar ander werk.

Vorige maand ben ik begonnen aan een module HR van 15 studiepunten. Hier zijn ze stapeldol op studiepunten, certificaten enzovoort. Daar moest ik in het begin erg aan wennen, maar nu weet ik al niet meer beter.... 15 studiepunten staat gelijk aan een kwart studiejaar als het omrekent naar voltijd. Het zijn 5 bijeenkomsten van twee dagen, in Oslo. En daar komen dan dus ook mensen van gekke kleine eilandjes voor de noordelijke westkust op af. Ben ik blij dat met twee uurtjes treinen op de plaats van bestemming ben! Na elke bijeenkomst moet er een opdracht ingeleverd worden. Het serieuzere schrijfwerk dus. In november wordt het geheel afgesloten met een thuisexamen. Dat is ook weer een schrijfopdracht, alleen heb je er dan minder tijd voor.

Nou, ik ga zo maar eens een beetje buiten werken. Een nadeel van de smeltende sneeuw is dat we opeens de tuin en het terras weer zien, en daar werd ik niet vrolijk van. Tjongejonge wat een puinhoop. Aan de slag dan maar!

zondag 6 februari 2011

Wafelpret

Tuurlijk, er valt heel wat af te dingen op de Noorse keuken, maar met één ding moeten we echt heel blij zijn: de wafel. De Noorse wafel dus, zo'n luchtige, knapperige, goudbruine met vijf, eventueel vier, harten. Daarop een lekkere laag aardbeienjam. Alternatieven zijn er ook, bijvoorbeeld suiker of brunost, maar jam is toch het lekkerst. En het allerlekkerst is het met slagroom bovenop de jam.

Wafels vind je in bijna alle bedrijfs- en sportkantines, op braderieën en daar waar wat wat verkocht moet worden voor het goede doel. Lekker zijn ze helaas lang niet altijd. Het aantal wittige, taaie, slappe en vooral koude wafels dat we de afgelopen jaren weggeslikt hebben is allang niet meer op twee handen te tellen. Beste Noorse kantine-mensen: Ik snap ook wel dat het handig is om een hele stapel wafels te bakken en die dan op een soort van warm-houd-bordje te leggen tegen de tijd dat het volk komt lunchen, maar een wafel hoort WARM te zijn. Zo!

Gisteren gingen we skiën in Svarstad, niet zo ver hier vandaan. Het was een paar graden onder nul, lekker zonnig en de sneeuw was nog goed. Een perfecte ski-dag dus. Om het geheel extra feestelijk te maken, besloten we een wafel te gaan happen in de cafetaria op de skipiste. Tot onze ontzetting bleken ze daar echter geen wafels te verkopen. Nou ja, zeg! Een ski-cafetaria zonder wafels, dat is net zoiets als een McDonald's zonder hamburgers...

Omdat we nu eenmaal in wafel-stemming waren, besloten we om dan maar thuis wafels te maken. Liever gezegd, dat John thuis wafels zou gaan maken. Hij heeft de afgelopen jaren heel wat af-geëxperimenteerd met wafelbeslag, meestal met succes. Deze keer aten we een volkoren-variant. "Komt niet op de eerste plaats", oordeelden we, "maar toch erg lekker." Met jam en slagroom natuurlijk...

zondag 16 januari 2011

Bloemetje


Toen we vrijdagmiddag boodschappen gingen doen, werden we bij de ingang van de winkel verwelkomd door een zee van vrolijke rode tulpen. Aanbieding, kr 15,- per bos! 15 kronen, dat is echt een koopje hier in Noorwegen, zelfs als de "bos" in kwestie maar uit 7 tulpen bestaat.

Het aantal keren dat we sinds we hier wonen bloemen op tafel hebben gehad, is op één hand te tellen en die bloemen waren of gekregen of geplukt. Ik krijg nog steeds een hartverzakking van de prijs van bloemen hier en vooral van wat je dan voor die prijs krijgt. Dan waren we in Nederland toch maar verwend..
De term boeket heeft een heel andere inhoud gekregen. Jubilarissen bij de gemeente Risør kregen een "boeket" bestaande uit vijf armzalige bloemen en een tak groen. En daar telde je dan al gauw 300 kronen voor neer.

Dus nu staan de zeven tulpen ons toe te lachen op tafel (ja, we hadden natuurlijk wel meteen een paar bosjes kunnen kopen, maar dat bedacht ik me achteraf pas).
Ik vrees dat we hierna weer een paar maanden moeten wachten op bloeiende bloemen: Als de sneeuw straks weg is, hoop ik dat de in de herfst geplante krokussen en narcissen omhoog schieten.

zaterdag 1 januari 2011

Terugblik

1 januari: Gelukkig nieuwjaar allemaal!

Terugkijken hoor je eigenlijk op 31 december te doen, maar dat kwam deze keer niet zo goed uit. Gisteren had ik het nog te druk met bijkomen van de terugreis van Hurghada naar Larvik. Dat ging niet zo soepel allemaal. Op het vliegveld van Hurghada was het extra chaotisch omdat het computersysteem van slag was door het onweer van de dag ervoor of, zoals de man van de informatiebalie vriendelijk uitlegde: "Bad weather, bad system, yes? You welcome".
Lange tijd was het onduidelijk wanneer het vliegtuig zou gaan, maar plotseling konden we boarden, en toen weer niet, en toen weer wel. Afijn, twee uur te laat vertrokken we dan eindelijk. Toen we een uur of twee onderweg waren kregen we het bericht dat we door de vertraging niet in één ruk naar Oslo konden vliegen want dan zou het personeel het maximum aantal toegestane werkuren overschrijden. Dat werd dus een tussenlanding in Kopenhagen. Daar zaten we natuurlijk net op te wachten...
Om half drie 's nachts waren we thuis. Nou, en daar moest ik dus van bijkomen gisteren.

Terugkijkend op ons eerste volle jaar in Larvik constateren we dat we tevreden zijn.
Risør was idyllischer en voldeed op het eerste gezicht veel meer dan Larvik aan wat we in ons hoofd hadden als we dachten aan wonen in Noorwegen. Maar in de dagelijkse werkelijkheid bleek een idyllische woonplek niet genoeg. We hebben blijkbaar toch behoefte aan een aantal "stadse" dingen op niet al te lange afstand en doen allebei het liefst werk dat meer geeft dan alleen geld op de bankrekening. Dat is natuurlijk voor ieder mens anders en ik kan begrijpen dat sommige emigranten het helemaal fantastisch vinden om in the middle of nowhere te wonen, maar voor ons zou het niet werken.

Mijn nieuwe baan was wennen. HRM is hier in veel branches nog lang niet zo gewoon en ontwikkeld als in Nederland en ik heb vaak moeten uitleggen wat ik nou eigenlijk deed. Het is niet altijd leuk om het gevoel te hebben dat je keer op keer je aanwezigheid moet verdedigen. Maar de laatste maanden beginnen de stukjes steeds beter op hun plek te vallen.

John heeft het naar zijn zin op de splinternieuwe school vijf minuten lopen hier vandaan. Waar in elk lokaal een beamer en een smartboard (of iets vergelijkbaars) hangen, alle docenten en alle leerlingen een laptop hebben en een groot deel van de communicatie in de digitale leeromgeving plaatsvindt. Zo achtergebleven als Noorwegen op sommige gebieden is, zo "bij" zijn ze als het gaat om ict in het onderwijs. Naast wiskunde geeft hij dit jaar voor het eerst ook natuurkunde. Dat was even slikken in het begin, je moet toch helemaal vertrouwd raken met de lesmethode enzo, maar ja, het is hier nu eenmaal gewoon dat een docent meerdere vakken geeft (of dat goed is, is een tweede, maar dat lijkt me meer iets voor een blog van John).

Over het vele moois hier in de omgeving heb ik al vaker geschreven, maar om dit vooral niet te vergeten voeg ik nog even een plaatje bij. Vandaag zijn we in de stralende zon 2011 ingewandeld.

zaterdag 18 december 2010

Vakbonden

Het is zaterdagavond 19.00 uur. Buiten sneeuwt het zachtjes, uit de keuken stijgt de veelbelovende geur van avondeten in wording op. Ik surf een beetje rond op internet en besluit om eens een kijkje te nemen om de website van mijn vakbond.
Als iemand me een paar jaar geleden had gezegd dat ik ooit lid zou worden van een vakbond, had ik hem waarschijnlijk voor gek verklaard. Ja, vakbonden zorgden er voor dat er eens in de zoveel tijd een nieuwe cao kwam en af en toe kwamen ze op tv. Dat was dan meestal in verband met een of andere staking. Leden schenen ze ook te hebben (20-25% van de werkende bevolking), maar die werkten blijkbaar ergens anders dan ik.

Dan Noorwegen: ruim de helft van de werkenden is hier lid van een vakbond, bij de overheid ligt de organisatiegraad zelfs rond de 80%. Niet zo vreemd dus dat ik tijdens mijn eerste werkweek bij de gemeente Risør al benaderd werd om me aan te sluiten bij een van de grootste vakbonden.
Daar moest ik eerst eens goed over nadenken. Het vakbondsgebeuren sprak me totaal niet aan, maar niet lid zijn betekende geen recht op salarisonderhandelingen en dat vond ik ook niet echt geslaagd. In Noorwegen wordt door de bonden niet alleen op centraal maar ook op lokaal niveau onderhandeld. Eerst worden de centrale richtlijnen afgesproken, vervolgens wordt binnen die richtlijnen in het bedrijf zelf onderhandeld over de salarissen voor groepen werknemers en ook individueel. Bij de overheid (en ook bij veel andere bedrijven) kunnen uitsluitend de bondsvertegenwoordigers die lokale onderhandelingen voeren. Je kunt dus als werknemer gewoon niet rechtstreeks met je leidinggevende over je eigen salaris onderhandelen. Dit o.a. om een grote mate van gelijke behandeling te bereiken en om de "zwakken" te beschermen. Heel nobel allemaal, maar ik regel mijn zaakjes toch liever zelf.

Uiteindelijk sloot ik me aan bij de vakbond waar ik de minste weerstand tegen voelde. Hoewel ik op mijn huidige werk prima zonder bond zou kunnen, ben ik nog steeds lid. Net als vele anderen te lui om op te zeggen/over te stappen omdat dat ook gevolgen heeft voor allerlei voordelen zoals korting op verzekeringen etc. Jaja, het idealisme is weer ver te zoeken, ik weet het.

Zolang ik het werk blijf doen dat ik doe, zullen de bonden altijd een belangrijke gesprekspartner voor me blijven, maar dan aan de "andere kant" van de tafel, en dat deel van het bondsgedoe vind ik dan juist wel weer grappig. Ze hebben allemaal hun eigen stokpaardjes en hun achterban is bijna altijd ontevreden (what's new?). Waar ik nu werk, onderhandelen we maar met één bond, dus dat is zo gepiept (vergeleken met de acht/negen die we in de kommune aan tafel kregen).

Met die typisch Noorse hang naar gelijkheid die naar buiten toe zo sterk gepredikt wordt, blijkt het als puntje bij paaltje komt ook wel mee te vallen. Want wat denkt de gemiddelde werknemer die nu eenmaal mens is?: "Gelijkheid is belangrijk, want het zou niet eerlijk zijn als een ander meer verdiende dan ik, maar zelf lever ik natuurlijk net iets beter werk dan de meeste anderen, dus het zou eerlijk zijn als ik wat meer kreeg dan de rest."
Zie daar in de praktijk maar eens wat moois van te maken...

zaterdag 9 oktober 2010

Jacht

Een paar maanden geleden stuurde de receptioniste van het bedrijf waar ik werk de volgende mail rond:
"Beste mensen, morgen ga ik de koelkast schoonmaken. Van wie is die elandbout die in het vriesvak ligt?"
De rechtmatige eigenaar meldde zich, duidelijk tevreden over het feit dat hij zo lang na het seizoen nog met een stuk eland naar huis kon.

Inmiddels is hier de jachttijd aangebroken, en dus kunnen er weer volop verse elanden en herten worden aangevoerd.
Ik kijk er allang niet meer van op dat mensen speciaal voor de jacht een paar dagen vrij nemen in de herfst, maar verder blijft het toch een fenomeen waar ik met gemengde gevoelens naar kijk. Twee weken geleden ging een collega op hertenjacht. Vier stuks was het maximum dat haar groepje mocht schieten, want het is allemaal netjes gereguleerd. Je kunt niet zomaar beesten neerknallend door de bossen trekken.
Na het weekend kwam mijn collega tevreden terug op kantoor. Twee herten bedroeg de buit. Ze had wat foto's gemaakt met haar telefoon. "Hier zijn ze net geschoten" en "kijk, hier halen we de ingewanden er uit."
Lekker....

Nu moesten de herten even drogen, vertelde ze, en daarom hingen ze tijdelijk in de garage. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als ik elke ochtend als ik mijn fiets uit de garage haal, getrakteerd zou worden op twee hangende herten. "Maar ze zien er niet meer echt uit als herten hoor", zei mijn collega, "want de vacht is er al af."
O gelukkig, een hele geruststelling!

De jacht zal mijn hobby niet worden, maar ik moet toegeven dat ik eland- en hertenvlees wel erg lekker vind. Laatst op mijn verjaardag heb ik nog een heerlijk mals hertenbiefstukje gegeten.
Ik kan mijn handjes dus niet helemaal in onschuld wassen.

maandag 27 september 2010

Winterklaar


Toen we nog in Nederland woonden, zei het begrip "winterklaar" me niet zo veel. Het winterklaar maken van de tuin bestond uit een rondje langs de plantenpotten op het terras en dat was het wel zo'n beetje.
Nu gaan we onze vierde winter in Noorwegen tegemoet en in juli begonnen we al met de voorbereidingen. "Laten we, nu het nog mooi weer is, de garage opruimen. Dan past straks de auto er goed in." Zo gezegd, zo gedaan. Garage opgeruimd, sneeuwschuivers zo gehangen dat we er makkelijk bij kunnen als het nodig is. Dankzij het overhangende dak kunnen we ook na hevige sneeuwval de garagedeur nog open krijgen, dus de schuivers hoeven niet buiten naast de voordeur te staan.

We bedachten dat we niet alleen plaats voor de auto nodig zouden hebben, maar ook voor het haardhout. Dat we trouwens al bijna moesten bestellen. Als je daarmee wacht tot het echt winter is, kun je alleen nog tegen woekerprijzen zakken hout bij het benzinestation kopen. Niet erg als je een paar dagen je vakantiehuisje warm moet stoken, maar een beetje oneconomisch voor de gemiddelde inwoner van Noorwegen. Het was de eerste keer dat we hier in Larvik gingen bestellen, dus nieuw houtmannetje gezocht. Of het goed was dat hij het zaterdagochtend om 9 uur kwam afleveren? Zaterdagochtend om 9 uur werd er een aanhanger met hout leeggestort voor de garage ("Legt u het daar maar neer, bedankt, tot volgend jaar"). Zondagochtend hadden we eindelijk genoeg moed verzameld om de houtblokken naar binnen te verplaatsen. Vermoeiend klusje, maar uiteindelijk lag alles mooi opgestapeld in de garage!

Helemaal winterklaar zijn we nog niet, want de olietank moet nog bijgevuld worden. Olie is tenslotte onze hoofdbrandstof. Is die op, dan hebben we koud water en koude radiatoren. Dat herinner ik me nog goed van afgelopen winter.

Ik denk nog wel eens terug aan onze Hollandse cv met volledig programmeerbare aan- en uittijden....

maandag 30 augustus 2010

De kunst van het omrekenen

In Noorwegen is, zoals bekend, het levensonderhoud niet echt goedkoop. Toen we hierheen verhuisden, besloten we dan ook de prijzen van boodschappen en andere gangbare gebruiksvoorwerpen niet om te rekenen in euro's. Dat levert alleen maar frustratie op en de supermarkt wordt er niet goedkoper door.
Een enkele keer kunnen we het natuurlijk niet laten en rekenen we stiekem toch om. Niet in euro's, maar in guldens! Tja, vooral John vindt dat erg grappig...... "Het is toch niet te geloven, we hebben hier voor 40 gulden zitten lunchen", zegt hij dan opeens.
De andere kant op omrekenen, doen we ook wel eens ("Als ik mijn hardloopschoenen in Nederland koop, bespaar ik 500 kronen"). De kunst is eigenlijk om alleen om te rekenen op de momenten dat je er vrolijk van wordt.

Afgelopen zaterdag waren we bij Ikea. Niet dat we nou dringend om nieuwe spullen verlegen zaten, maar we waren er in de buurt en dat zijn we niet elke dag.
Het eerste dat we daar binnen tegenkwamen, was een enorme bak met keukenhandoekjes à twee kronen per stuk. Twee kronen! Dat is zelfs omgerekend in guldens nog bijna gratis.
Aan het einde van onze voettocht door de winkel hadden we een hele Ikea-tas (zo'n enorme gele) vol met "bijna gratis"-producten. Al met al pinden we natuurlijk toch nog een aanzienlijk bedrag. Maar we waren reuze tevreden. En dat is ook wat waard!

dinsdag 13 juli 2010

Bloggen over het werk

Na bijna drie jaar werken in Noorwegen, is het aantal blogs over werk nog steeds op één hand te tellen. Niet dat ik nooit wat meemaak hier, maar lang niet alle werkzaken lenen zich nu eenmaal voor de blog. Een blog is tenslotte openbaar en je kunt wel denken ”ach, die Noren kunnen toch geen Nederlands lezen”, maar het zit hier vol met Nedernoren die zowel Noors als Nederlands spreken en daarnaast is het met googletrans een fluitje van een cent om een tekst vertaald te krijgen. Beetje krom meestal, maar de essentie haal je er toch wel uit. OK, voor de liefhebber: dit krijg je als je deze tekst via googletrans eerst van het Nederlands naar het Noors vertaalt en die vertaling vervolgens weer laat overzetten naar het Nederlands:

Na bijna drie jaar van het werken in Noorwegen, het aantal blogs blijft om te werken met een handvol. Niet dat ik nooit zal ervaren wat is hier, maar niet alle producten zijn geschikt om te werken alleen op de blog. Een blog is immers openbaar, en je zou kunnen denken "oh, dat de Noren nog steeds geen Nederlands kan lezen”, maar zit hier vol met lagere Oren zowel Noorse en Nederlandse spreek-en ook een Google-controle op een fluitje van een cent de vertaling van de tekst te krijgen. Meestal iets scheef, maar je krijgt de essentie daar toch.

Veel dingen zijn niet zo blogbaar dus, maar Algemene Noorse Rariteiten natuurlijk wel. Dat zijn van die terugkerende fenomenen waar ik me steeds weer over verbaas. Regelingen waarvan ik er met mijn verstand niet bij kan dat iemand die ooit verzonnen heeft en waar ik me, op slechte dagen, behoorlijk aan erger. Dat laatste is natuurlijk zinloos, want sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en “even veranderen” (dwz. aanpassen aan onze eigen, veeeeel betere, maatstaven) is er niet bij. De gemiddelde Noor is al niet eens aan de kroket te krijgen, laat staan dat je zomaar aan zijn wetgeving gaat sleutelen. Even los van dat dat voorlopig helemaal niet kan. Ik heb nog wel even te gaan voordat ik voldoe aan de criteria om me te mogen uitleven in de landelijke politiek hier.

Wat zijn dan die dingen die ik ongeveer dagelijks tegenkom in mijn werk en die me verbazen of irriteren (en soms natuurlijk ook komisch zijn)? Nou bijvoorbeeld de wetgeving rond vakantie en vakantiegeld, (ziekte)verzuimregelingen, de rol van de vakbonden, de manier waarop er over salaris onderhandeld wordt, de jaarlijkse stakingsgolf, die eeuwige hang naar een iedereen-is-gelijk-grijze-muizigheid, de vergadercultuur, en de kenmerken van een zogenaamd geslaagd bedrijfsfeestje.

Als je dit zo leest, zou je bijna gaan denken dat het bepaald niet leuk werken is in Noorwegen. Dat valt wel mee hoor. Er zitten ook genoeg voordelen aan. Maar de illusie dat de cultuurverschillen tussen Noorwegen en Nederland klein zijn, raak je snel kwijt als je hier een tijdje aan de slag bent.

zaterdag 3 juli 2010

In Larvik is het goed wonen - deel 2: kustidylle


Het was de hele week lekker weer hier, maar niet zo warm als in Nederland. Het Nationaal Hitteplan kon dus in de kast blijven...

John heeft al lang en breed zomervakantie. Voor mij duurt het nog anderhalve week, maar om vast in de stemming gekomen, zijn we er deze week bijna elke dag een paar uur op uit gegaan. Lekker genieten van het mooie weer en de lange dagen.

Vorige week zaterdag waren we op Verdens Ende, oftewel het einde van de wereld, het puntje van een lang schiereiland bij Tønsberg. We waren ons fototoestel vergeten, dus voor wie niet in de gelegenheid is om zelf te gaan kijken, blijft het nog even een verrassing hoe het er daar uitziet.
Een dag later ontdekten we een leuk paadje nog geen tien minuten bij ons huis vandaan. Stom toevallig eigenlijk, we waren alleen maar even een wandelingetje in de buurt aan het maken.

We zijn ook naar Ula geweest. Dat is een kwartiertje rijden hiervandaan. We waren daar al eerder geweest. Tijdens onze huizenjacht vorig jaar, hadden we er zelfs korte tijd een huis op het oog. Maar een gehucht met nog geen 200 vaste inwoners vonden we toch wat te klein.
Ula heeft alles wat je van een kustidylle verwacht: een knus haventje, gladgespoelde rotsen en lieflijke zandbaaitjes. En direct daarachter, misschien wat onverwacht, een echt "boerenland" met akkers, korenvelden en bossen.

Ook dichter bij huis zijn er veel mooie kustplekjes. We hebben uitgebreid rondgedoold op smalle paadjes (of iets wat in het begin nog op een pad leek, maar later niet meer zo heel erg), genoten van de prachtige uitzichten en een ijsje gegeten op een bankje naast het café van de zeilclub.

En we waren het er over eens dat het mooi is hier.

dinsdag 1 juni 2010

In Larvik is het goed wonen - deel 1

Wie in Noorwegen op vakantie is, is geneigd de pittoreske kustplaatsjes te bezoeken. Daar zijn er een heleboel van, en ze zijn zeker een bezoek waard. Een plaats als Larvik echter, rijd je snel voorbij. Voor velen is Larvik niet meer dan een afslag van de E18 onderweg van Oslo naar Kristiansand, of de plaats waar de boot uit Denemarken aankomt.

Tot vorig jaar had ik ook niet echt een beeld van Larvik. Behalve dan dat het een industriestad was. Dat klopt tot op zekere hoogte ook. Al is veel industrie inmiddels verdwenen.
Industriesteden zijn vaak een beetje grauw. Voormalige industriesteden hebben daarbij ook nog eens de neiging om triest en verlaten te zijn. Dat alles gold ook voor Larvik. Tot een paar jaar geleden...

Een ambitieuze burgemeester en een vermogende Larvik-familie bleken een goede combinatie om het "Larvik moet mooier"-project van de grond te krijgen. De haven van Colorline werd verplaatst, een deel van het voormalige havengebied werd omgetoverd in recreatiegebied met wandel- en fietspad, beachvolleybalveldjes en de onvermijdelijke ijstent. Er kwam een nieuw theater en een mooi spa-hotel.
Niet alles wat op het verlanglijstje stond, is gerealiseerd, maar Larvik is absoluut mooier geworden. Daarbij is de stad, zoals ik eerder al schreef, een prima uitvalsbasis om de prachtige omgeving te verkennen.

De hoogste tijd dus om het image dat Larvik bij Nederlanders en Nedernoren heeft een beetje op te poetsen. De komende maanden (of misschien duurt het wel langer) gaan we al het moois in beeld brengen.

Vandaag deel 1: Bøkeskogen.

zaterdag 22 mei 2010

Een acceptabele portie 17 mei

Opeens is het zomer hier. Heerlijk natuurlijk, maar eigenlijk een beetje te laat. Vorige week waren mijn ouders hier en toen was de zomer nog in geen velden of wegen te bekennen.

De woensdag voor Hemelvaart vond er een klassieke "vliegtuigruil" plaats: John vloog naar Nederland met het vliegtuig waarmee mijn ouders net op Torp waren aangekomen. Handig toch?
Ze waren hier nog niet geweest sinds onze verhuizing naar Larvik en waren natuurlijk erg benieuwd naar ons huis en de omgeving. Beide vielen goed in de smaak!

Larvik heeft een beetje het imago van een verslonsde industriestad, maar er is de laatste jaren veel aan gedaan om de stad aantrekkelijker te maken en met succes. Ook de omgeving is prachtig. Ik vond het rond Risør altijd erg mooi, maar moet toch zeggen dat ik het hier mooier vind. Om te beginnen hebben we hier ons eigen beukenbos (Bøkeskogen), gelegen tussen de stad en Farris, een groot water omringd door heuvels. Daar hebben we natuurlijk heerlijk gewandeld.
Een andere favoriete bestemming is het gezellige kustplaatsje Stavern en het gebied daaromheen, ongeveer een kwartier hiervandaan. De dag dat we daar naartoe gingen, was het jammer genoeg nogal regenachtig, maar het was toch een mooie tocht.
Ook de andere kant op, tussen Larvik en Sandefjord, zijn vele mooie plekjes, zowel in het binnenland als aan de kust. Bijvoorbeeld richting Ula en Eftang, waar je na een korte boswandeling opeens in een pittoresk baaitje tussen de uitgesleten rotsen staat.
Natuurlijk stond ook Tønsberg op het programma, ons favoriete stadje hier in de buurt. Dat werd koffie met taart bij ons favoriete café, een bezoekje aan de oude slot-toren en lunchen in het zonnetje op een van de altijd levendige terrassen aan de boulevard.

En toen was het 17 mei. Voor het eerst vond ik het jammer dat we niet meer in Risør wonen. Daar woonden we zo dicht bij het centrum dat we tussen de optochten door makkelijk even naar huis konden lopen. En het was gezellig om veel bekenden tegen te komen. 17 mei is namelijk eigenlijk een oersaai feest, dus die bekenden heb je nodig om er toch nog een beetje wat van te maken.
Ik moest vantevoren goed nadenken hoe ik mijn ouders een acceptabele portie 17 mei mee kon geven en het geheel verliep aardig volgens planning. De dag begon met het planten van een klein formaat Noorse vlag in het buxusperkje naast de voordeur. Ik heb nog nooit van mijn leven een Nederlandse vlag uitgehangen, maar toch was het op één of andere manier een beetje vreemd een Noorse vlag bij ons huis te zien.
We vertrokken met de auto naar de stad aangezien ik geen zin had om een half uur op mijn nette hooggehakte schoenen rond te strompelen. Nadat we een perfecte parkeerplaats hadden gevonden, waren we precies op tijd om een deel van de kinderoptocht naar het "kinderoptochtverzamelpunt" te zien marcheren. Vervolgens togen we naar Bøkeskogen waar we een goed plekje vonden op een bankje. Al gauw werd het behoorlijk druk daar en na een minuut of 20 kwamen de eerste scholen in de kinderoptocht aan. In een stad als Larvik ben je niet zo 1-2-3 klaar met die optocht en we besloten niet op de laatsten te wachten, maar wandelden naar de stad om aan de koffie en (alweer) taart te gaan. Er waren daar al veel mensen, maar we waren toch de grote drukte net voor. Na de koffie hielden we het voor gezien. 's Middags aten we naar goed Noors gebruik nog een ijsje. We waren erg tevreden met onszelf!

17 mei was in Nederland natuurlijk de dag van alweer een aswolk, maar John had gelukkig de avondvlucht naar huis en die kwam netjes op tijd aan.
Dinsdag vertrokken mijn ouders weer naar Nederland. De week was omgevlogen.