maandag 30 juli 2007

Bereikbaar!

Het einde van de Noorse zomervakantie komt langzaamaan in zicht en dat betekent dat er van tijd tot tijd medewerkers van de school opduiken om en in onze tijdelijke woning. Het hele weekend is een eenzame man op een hoogwerker bezig geweest de buitenmuren schoon te spuiten en vanmorgen om een uur of negen kwam iemand ons "appartement" binnenstappen met de vraag of het okee was als hij vandaag wat kasten ging verplaatsen. Hij was in gezelschap van een collega en dat was goed nieuws, want dat bleek de IT-baas te zijn. Na een uurtje creatief rommelen waren we aangesloten op het draadloze internet! We kunnen nu dus dag en nacht mailen en, vooral handig, skypen. Wil je zeker weten dat we er zijn als je belt, stuur dan even vantevoren een mailtje.

zaterdag 28 juli 2007

De eerste week

Zo, onze eerste week in Noorwegen zit er bijna op. Je kunt wel stellen dat het een hectisch weekje was. Het begon met een nogal vertraagde heenreis dankzij twee kapotte vliegtuigen, maar uiteindelijk kwamen we dan maandagavond aan bij ons tijdelijke verblijfadres: de school.
Wonen in een school klink misschien als niet al te aantrekkelijk, maar ik moet zeggen dat het tamelijk riant is. We zitten in een deel van de school dat gebruikt wordt voor onderwijs aan leerlingen met een handicap. Huishoudelijke activiteiten zijn een belangrijk onderdeel van het lesprogramma en daardoor is hier aan apparatuur zo’n beetje alles aanwezig wat je je maar kunt wensen, van staafmixer tot wasdroger. Dat wordt nog afzien straks in ons huurappartement. Ook qua ruimte hebben we niet te klagen. met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat we een zeskamerwoning tot onze beschikking hebben.
De eerste dagen zijn we weinig thuis geweest. Rugzakje op, paspoort mee, en op naar de bank, het bevolkingsregister, het politiebureau etc etc. Net als elke immigrant in welk land dan ook moeten we ons door een hele papierwinkel heenworstelen. Deze papierberg wordt gelukkig een beetje gecompenseerd door de veelal relaxte houding van de medewerkers van de diverse instanties. De commentaren gaan meestal niet veel verder dan: aha, ok, nou prima, dit even invullen, doe rustig aan hoor met die verblijfsvergunning, jullie komen uit een EU-land, dus je mag hier wel even zijn, ja, zo is het okee, nee hoor, paspoort hoeven we hiervoor niet te zien, etc..... Nummertjestrekapparaten heb ik hier nog niet kunnen ontdekken.

Onze eerste grote aanschaf hebben we ook al gedaan: een auto. Omdat het waanzinnig duur is om een auto in te voeren in Noorwegen, hebben we onze auto’s -bijna- verkocht en zijn we direct op jacht gegaan naar een tweedehands exemplaar hier. Door vanuit Nederland al afspraken te maken met verkopers, konden we onze fonkelnieuwe huurauto na twee dagen alweer inleveren op het vliegveld en naar huis tuffen in onze donkerauberginekleurige Honda Civic station uit 98. Tja, wat kleur betreft moet je niet al te kieskeurig zijn.

Nu is het weekend en zijn de meeste “nuttige” instanties gelukkig gesloten, zodat we zonder schuldgevoel een beetje kunnen luieren en de omgeving verder kunnen verkennen. En natuurlijk naar onze internetplek toe kunnen. Op school zijn de mogelijkheden beperkt, maar in het dorp zijn er voldoende alternatieven. Zo kun je bij de bibliotheek draadloos internetten met je eigen laptop. De bieb zelf is weliswaar gesloten, maar je gaat gewoon op een van de picknickbanken voor de deur zitten en het werkt! Mocht het gaan regenen dan kunnen we altijd nog naar het café, waar je volgens het zomerkrantje de beste koffie uit de omgeving kunt drinken.

Laatste nieuws: we zitten nu in bovengenoemd café en de koffie is werkelijk niet te drinken!

dinsdag 24 juli 2007

Bereikbaarheid

Vooralsnog hebben we alleen toegang tot internet (en dus mail) op maandag tot en met vrijdag tussen 9 en 17 uur. Dit komt omdat we hiervoor gebruik maken van het netwerk van de school. Buiten deze tijden staat het alarm op de computerlokalen.

Onze Noorse mobiele nummers zijn:
John: 0047 9541 3725
Emmy: 0047 95154647

zaterdag 21 juli 2007

Onderweg

We zijn onderweg! Gisteren rond een uur of kwart voor negen 's ochtends klonk het bekende gepiep van een achteruit rijdende vrachtwagen. De verhuizers. Ik had verwacht dat onze spullen in razend tempo onder ons vandaag zouden worden gehaald, maar dat bleek niet zo te zijn. Pas tegen tweeën was het huis helemaal leeg, werden de douanepapieren ondertekend en vertrokken de mannen richting opslag. Een laatste rondje door het huis met de (geleende) stofzuiger en wat valt er dan nog te doen? Natuurlijk afscheid nemen van Bollo en Wammes die in vrede rusten in de tuin van Tolhuisstraat 7, al rekenen we er op dat ze vanuit de kattenhemel een mooi uitzicht hebben op Noorwegen. En dan: koffers in de auto laden, sleutels afgeven bij de makelaar en op naar ons logeeradres.
Na twee weken van pakken, sjouwen, planken van de muur schroeven en eindeloze ritjes naar het afvalperron, was het een verademing om vanochtend wakker te worden en niets anders te hoeven doen dan een wandelingetje maken naar de bakker om de hoek om vers brood te halen. Een ontspannen begin van onze reis.
Wij gaan een weekendje bijkomen. Binnenkort meer nieuws, en dan echt vanuit Noorwegen!

zaterdag 30 juni 2007

Overlevingspakket


Deze laatste weken voor de verhuizing staan in het teken van afscheid nemen. Mijn eerste “afscheid” vond al plaats begin juni. Ik had afgesproken met twee vriendinnen. We zouden gaan koffiedrinken/lunchen bij de Kemphaan en ik stond dan ook een beetje verbaasd te kijken toen ze met een gigantische picknickmand kwamen aanzetten. Maar goed, het was lekker weer en bij de Kemphaan is het prachtig groen, dus zo’n vreemd idee was het nou ook weer niet, een picknick. Wel gek dat ik beslist niet in de buurt van de mand mocht komen.
Toen we eenmaal op het terras van de Kemphaan aan de koffie zaten, werd duidelijk dat de mand geen picknickmand was, maar een overlevingsmand. Er zat een verzameling Onmisbare Producten in, zoals hagelslag, drop, cacao en lekkere chocolade. Het zag er naar uit dat we de eerste weken in Noorwegen probleemloos zouden doorkomen.
Inmiddels zijn we 1 maand en meerdere overlevingsmanden verder. Mijn collega’s hebben niet alleen aan de inwendige mens gedacht, maar waren zo attent er voor te zorgen dat ik in Risør goed herkenbaar over straat kan; met Unox muts, oranje t-shirt, delftsblauw sjaaltje en op handbeschilderde klompen! Toen ik op vrijdagavond met die mand thuiskwam, wierp John een wat ongelovige, ja misschien zelfs meewarige, blik in mijn richting. Twee dagen later waren de rollen omgedraaid. John kwam thuis uit school en bezweek bijna onder het gewicht van een tot de nok toe gevulde AH-tas plus nog een apart pakket. Ik heb nog niet tot in detail gezien wat er in zit, maar de stroopwafels, spekkies, drop en (jawel) klompen zijn in elk geval al gesignaleerd. Slecht nieuws voor de Noorse supermarkten: tot ver in 2008 zullen we geen koek en snoep hoeven te kopen.
Over een week zijn we klaar met werken (weer een afscheid) en kunnen we ons full time op het inpakken van de dozen storten. Dan zal duidelijk worden of de verhuizer bij het inschatten van het aantal dozen rekening heeft gehouden met het verschijnsel overlevingspakket.

vrijdag 15 juni 2007

Over Risør

Ik moet altijd even nadenken wat ik zal antwoorden op de vraag “waar in Noorwegen gaan jullie nou eigenlijk wonen?”. Hoe gedetailleerd moet het antwoord zijn om de vragensteller een idee te geven van de ligging van onze toekomstige woonplaats? Nu biedt internet natuurlijk uitkomst; een kaartje zegt vaak meer dan een beschrijving. Maar omdat we naar een prachtige plek gaan, kan ik het toch niet laten er hier wat meer over te vertellen.
We gaan wonen in de gemeente Risør (spreek uit als riseur, met de klemtoon op de eerste lettergreep), aan de zuidoost kust van Noorwegen. De naam komt van het woord risøya oftewel rijsteiland. De gemeente heeft een kleine 7000 inwoners waarvan ongeveer de helft in het dorp zelf woont. De rest woont in kleine dorpjes in de buurt die bij de gemeente horen. Een van deze kleine dorpjes, Sandnes, is onze toekomstige woonplaats. In Sandnes wonen het grootste deel van het jaar zo’n 400 mensen en in de zomer een heleboel meer. Wie de plaatsnaam Sandnes intypt op een internetkaart loopt overigens de kans terecht te komen bij een ander, groter Sandnes. Het komt in Noorwegen vaker dan in Nederland voor dat plaatsen/plaatsjes dezelfde naam hebben.

Risør is een pittoresk kuststadje met traditionele witte houten huizen. Het ligt aan een mooie fjordenkust met door het water afgesleten rotsen, groene heuvels en lieflijke binnenwatertjes. Dit deel van Noorwegen heeft relatief veel zonuren en niet zo heel veel neerslag en is ‘s zomers een zeer populaire vakantiebestemming, vooral onder Noren. Het stadje kent twee grote zomerevenementen waar het erg trots op is: het kamermuziekfestival en het bootfestival. Tijdens deze festivals (en trouwens ook tijdens de rest van de zomervakantie) zit Risør stampvol. Het is moeilijk om in die periode een overnachtingsplek te veroveren, laat staan een betaalbare overnachtingsplek. Al is er in noodgevallen natuurlijk altijd de oplossing van het wildkamperen dat in Noorwegen gewoon is toegestaan. Heel wat Noren hebben een vakantiehuis (variërend van een basaal hutje tot riante villa’s) aan “onze” kust. Om te voorkomen dat Risør een stadje wordt dat in de zomer afgeladen en in de winter uitgestorven is, geldt op veel plekken in de gemeente een zogenaamde woonplicht. Je bent daar verplicht een groot deel van het jaar in je huis te wonen en mag dit niet alleen voor recreatie/vakantie gebruiken.
In de winter kun je in de nabije omgeving van Risør (waaronder het bos achter Sandnes) langlaufen en op ongeveer 1,5 uur rijden ligt een skigebied. Dat is weliswaar niet al te groot, maar het is in Noorwegen heel normaal om in het weekend een hele of een halve dag te gaan skiën en dan weer naar huis te gaan. Dat kan natuurlijk ook makkelijk als je zo dicht bij huis kunt skiën.

In de nabije toekomst zullen we ongetwijfeld zelf foto’s maken van Risør en omgeving, maar wie vast een voorproefje wil, kan kijken op http://houses-europe.com/risorby/bilderisor.html


Veel plezier!

woensdag 6 juni 2007

Schroefjes en dingetjes

Vorige week woensdag zijn de verhuisdozen bezorgd. Het leek me handig dat die vroeg zouden komen zodat we alle tijd hebben om de boel in te pakken. Maar nu ze er zijn, merk ik dat ik nog helemaal geen zin heb om het huis al vol te zetten met half ingepakte dozen. Dus blijven ze netjes op hun stapel in de hoek van de hal liggen. Om toch vast een stap in de goede richting te zetten, ben ik begonnen met het opruimen van de kasten. Mijn eigen kledingkast leek me een goed beginpunt. Niet al te veel werk, want regelmatig bijgehouden. Dat dat bijhouden voornamelijk eenrichtingverkeer was geweest, namelijk dingen erbij leggen, was me nooit zo opgevallen. Maar goed, aan de slag! Genadeloos ging ik te werk. Geen derde kans meer voor kleren die zich in de tweedekansronde niet hadden waargemaakt, en de stapel shirtjes van het type “handig als ik nog eens een muurtje moet verven” drastisch beperken. Bij dat soort klusjes trek je tenslotte niet elk uur een schoon shirt aan. Zo, dat ging goed! Meteen door naar mijn werkkamer. Diploma’s op een rijtje leggen en beslissen welke vertaald moeten worden, belastingaangiftes uit de prehistorie weggooien, foto’s een beetje sorteren en de extreem wazige exemplaren niet terugstoppen in het mapje. Ik stuit op een ansichtkaart, met potlood beschreven. Geen afzender, geen adressering. Blijkbaar heeft-ie in een enveloppe gezeten. Het landschap op de voorkant zegt me niets, de tekst op de achterkant ook niet. Van wie zou ik die ooit gekregen hebben, en waarom? In de papierbak ermee. De brieven en kaarten die leuke of dierbare herinneringen oproepen bewaar ik wel. Die 100 verhuisdozen moeten toch vol, nietwaar?
De kasten beneden brengen weer andere verrassingen. De tekeningen van ons vorige huis bijvoorbeeld. Ik kijk hoopvol naar John. Tevergeefs. “Bewaren”, knikt hij enthousiast. De elektrische tandenborstel die ik hem in 16 jaar tijd nooit heb zien gebruiken, mag zowaar wel op de “weg”stapel. Nou, dat is tenminste iets.
De planken van het overjarige tv-meubel begonnen lang geleden al door te buigen. Om mij onduidelijke redenen heeft het meubel de vorige verhuisronde overleefd. “Deze gaat niet meer mee, hè?” Wat mij betreft meer een stelling dan een vraag, maar ik heb buiten de rechtmatige eigenaar gerekend. Die het ding 20 jaar geleden gekocht heeft, toen hij op zichzelf ging wonen......”Prima meubel”, stelt hij vast. Ik maak in gedachten een aantekening dat ik het kreng in ons volgende huis in elk geval moet proberen te laten degraderen van de woonkamer naar de berging.
In een la vind ik vier telefoonstekkers en een oneindige voorraad telefoonkabeltjes. Zouden we over tien jaar nog weten hoe een vaste telefoon er uitzag? Verloopstekkers, adapters waarvan het onduidelijk is bij welk apparaat ze ooit hebben gehoord, tennisballen en zo’n kubus die iedereen had toen ik in de tweede van de middelbare school zat. En tot slot: zakjes, eindeloze hoeveelheden plastic zakjes met schroefjes, moertjes, spijkertjes, plugjes enzovoort. Verwonderd kijk ik om me heen. Alles in huis wat met schroefjes en spijkertjes bij elkaar gehouden moet worden, lijkt goed vast te zitten. Nergens staan kastonderdelen te wachten op het moment dat ze in elkaar gezet worden. Dus ehh, waar zijn al déze dingen dan voor?.....
Met een lichte aarzeling berg ik de zakjes weer op in de la. Je weet maar nooit hoe ze nog eens van pas komen.

zaterdag 26 mei 2007

Noors leren

Tijdens een van onze eerste vakanties in Noorwegen, gingen we in een fanatieke bui op zoek naar een boek om Noors te leren. Onze keuze viel op “Ny i Norge”, oftewel “Nieuw in Noorwegen”, speciaal geschreven voor de volwassen immigrant, voor ons dus. Een complete set van leerboek, oefenboek, cd en woordenlijst bij elkaar scharrelen bleek nog een hele klus. Daar moesten meerdere boekhandels aan te pas komen.
De zelfstudie vlotte aardig en we bedachten dat we tijdens de eerstvolgende wintervakantie onze boodschappen wel in het Noors konden doen. Dat kon zeker! Noren stellen het erg op prijs als je de moeite neemt hun taal te leren en ons wat onzekere gestamel werd dan ook met groot enthousiasme ontvangen. “Spreken = verstaan” dachten onze Noorse gesprekpartners en ze babbelden dus vrolijk terug. Jammer genoeg hielden ze er geen rekening mee dat wij via onze cd-tjes alleen Algemeen Beschaafd Noors hadden geleerd en daarom geen touw konden vastknopen aan het zoveelste duistere dialect.
Het Noors kent twee officiële varianten. Bokmål is de variant die je als buitenlander standaard leert en die vooral in het midden en oosten van het land gesproken wordt. De andere variant, nynorsk, spreek men vooral in het westen. Althans, dat is wat je als beginner denkt. De praktijk is echter veel weerbarstiger dan je als nieuwkomer vermoedt. Door het landschap waarin bergen en water natuurlijke barrières vormen en door het beperkte wegennet, hebben dialecten kunnen groeien en standhouden. Zo zijn er veel subtaaltjes ontstaan. Daar komt bij dat vrij veel Noren nogal binnensmonds praten waardoor zinnen soms niet meer lijken te zijn dan een reeks aaneengesloten klanken die nog het meeste weghebben van gegrom. Een leuke uitdaging!
Nu we een stuk verder zijn, gaat het natuurlijk allemaal makkelijker, maar een telefoongesprek met iemand uit het westen of wat voor geïsoleerde regio dan ook kan nog steeds een ware beproeving zijn. In die situaties is het zaak om door het herkennen van wat kernwoorden de hoofdlijn van het gesprek te pakken te krijgen en op de juiste momenten ja of nee te roepen. Leve de e-mail!

maandag 21 mei 2007

Hoe het begon

“Hoe zijn jullie eigenlijk op Noorwegen gekomen?”, vroeg iemand laatst. Waarop wij elkaar een beetje schaapachtig aanstaarden. Maar na enig graafwerk in het geheugen, wisten we het weer. Het ging zo:
een jaar of wat geleden verruilde John het zelfstandig ondernemerschap voor een baan als docent; hij werd wiskundeleraar. Fijn: veel vakanties. Niet fijn: altijd vakantie in het hoogseizoen = duur + druk. Skiën eind maart, wanneer de zon al lekker schijnt, de dagen langer worden en de rijen voor de skilift te overzien zijn, zat er niet meer in. Jammer, maar ook een mooie gelegenheid om een oud idee van stal te halen. We hadden het er al vaak over gehad om eens naar Scandinavië te gaan en in februari 2004 gingen we dan echt. Het eerste voordeel van in het winterhoogseizoen naar Noorwegen gaan is dat je niet zo merkt dat het een duur land is. In “de krokus” gaan skiën in Frankrijk (tot dan ons favoriete skiland) is namelijk ook niet bepaald goedkoop. Weleens iets gedronken op de piste? Nou ja, ik bedoel maar... Dus lieten we zorgeloos de kronen rollen en genoten.
Wie houdt van ontspannen skiën, is in Noorwegen aan het goede adres. Wachttijden zijn er niet of nauwelijks. Dit geldt zowel voor de liften als voor het liftpasloket en de skihuurbalie. De sneeuwcondities zijn heerlijk stabiel, met dank aan de temperatuur. Wie ooit in de situatie is geweest dat-ie ‘s ochtends stond te glibberen op een ijzige helling en ‘s middags zwetend door de papsneeuw aan het klunen was, snapt wat ik bedoel.
Tot zover lijkt dit vooral op een stukje wervende tekst uit een wintersportgids, dus terug naar de oorspronkelijke vraag. We hadden het al vaker over “emigreren” gehad. Emigreren vind ik eigenlijk een nogal beladen woord. Je gaat gewoon ergens anders op de aardbol wonen, maar omdat er landsgrenzen in het spel zijn, is het opeens een hele grote stap. Is het zo logisch om altijd in hetzelfde land te wonen? is het niet minstens zo logisch om in je leven op een paar verschillende plekken, waar dan ook op aarde, te wonen? We wilden allebei een plek met veel ruimte, mooie natuur, het liefst een beetje “oer”, een werkmentaliteit waar we ons in herkennen, een ontspannen leefsfeer, water en bergen, een prettig klimaat. In hoeverre Noorwegen al deze dingen ook echt biedt, lees je later. In elk geval waren we het er toen, ruim 3 jaar geleden, over eens dat Noorwegen in de categorie “serieuze mogelijkheden” viel.
En zo begon het....

vrijdag 18 mei 2007

Een weblog!

Over ruim twee maanden gaan we dan toch echt verhuizen. Naar Noorwegen.
Hier kun je lezen wat we daar meemaken, en wat er aan voorafging.......