zondag 20 januari 2008

Ringveien 29 - deel 2: huizen kijken

Nu we onze vraagtekens bij het kopen van de kavel op Spirekleiv hadden gezet, diende zich de vraag aan wat het alternatief was. Een bestaande woning kopen natuurlijk, maar waar? Ondanks dat we een optie op een kavel hadden, hadden we al aardig wat huizen bekeken, deels uit nieuwgierigheid, deels om een beter beeld te krijgen van de markt.

Onze eerste serie bezichtigingen vond al plaats in mei, toen we net wisten dat we naar Risør zouden verhuizen. Een bezichtiging kun je hier op verschillende manieren regelen. Een van de meest gangbare manieren is het open huis. Dit wordt meestal georganiseerd direct nadat het huis op de markt is gekomen. De makelaar is dan aanwezig met folders en leidt de belangstellenden rond. Een open huis is vooral interessant voor woningen die goed in de markt liggen. Het idee is dat er meerdere belangstellenden zijn die tegen elkaar op gaan bieden waardoor het huis voor een goede prijs weggaat. Kun je niet naar het open huis dan kun je via de makelaar een afspraak maken voor een bezichtiging. Meestal word je dan rondgeleid door de bewoner en is de makelaar niet aanwezig. Staat het huis al leeg, dan vertelt de makelaar op welke plek in de schuur of brievenbus de sleutel ligt, zodat je zelf kunt gaan kijken. Je kunt ook op de gok naar een te koop staand huis toegaan en vragen of je even mag kijken. Grote kans dat het geen enkel probleem is.

Van die eerste serie bezichtigingen is me vooral bijgebleven dat we tot de conclusie kwamen dat het een hele kluif zou worden een leuk bestaand huis te vinden. Op de foto zagen de meeste woningen er nog wel aardig uit. Dat moet ik de makelaars nageven: zelfs het grootste krot weten ze nog leuk op de foto te zetten. Eenmaal ter plekke werden we echter geconfronteerd met de harde werkelijkheid. Om te beginnen was daar natuurlijk de authentieke Noorse keuken- en badinrichting. Ik ken niets in Nederland waarmee je die zou kunnen vergelijken. Het zal best bestaan hebben, maar dat moet dan lang voor onze tijd geweest zijn. Verder zijn er veel huizen die je gerust het etiket "project" kunt opplakken. Niet gewoon een project voor de handige doe-het-zelver, maar een project voor de superhandige, alleskunnende en vooral onvermoeibare doe-het-zelver.
Op een dag bekeken we een huis in Risør. We werden rondgeleid door de eigenaar die inmiddels naar Brazilië was verhuisd. De begane grond zag er al niet al te fantastisch uit, maar als je de jaren 70 decoratie wegdacht, was er nog wel iets van te maken. Toen kwamen we in de kelder. Of wat daar voor door moest gaan. Bouwput was misschien een betere benaming. "Ja", verklaarde de eigenaar, "ik was ooit van plan hier een zwembad te bouwen, maar het is niet helemaal afgekomen..."

De bezichtigingen die we vanaf augustus deden, verliepen iets beter. We leerden door de foto's heen kijken en kregen door welke dingen hier van belang zijn voor de prijs van een huis. Uitzicht op zee en een eigen aanlegplaats voor een boot staan boven aan de lijst van prijsverhogende elementen. Binnen een straal van 200 meter van Risør centrum doet het ook goed. Alles wat verder is, heet "buiten de stad" en levert minder op. Ruimte om het huis betekent weinig want er is hier ruimte zat.
Zo kwamen we bij een huis dat tussen Risør en onze camping in lag, op ongeveer een kwartier rijden van het centrum. Op een heuvel, uitzicht op de fjord, goede buitenruimte, in goede staat, grote garage. Er waren ook wat nadelen: kleine slaapkamers met schuine wand, een badkamer die zo was ingericht dat je alleen zittend in het bad kon douchen, een kelderverdieping waarvan de helft nog afgewerkt moest worden. Maar het was, om in makelaarstermen te spreken, een huis met mogelijkheden. We besloten een bod uit te brengen. Een bod doe je hier schriftelijk en als de verkoper ja zegt, is het direct bindend. Je kunt dus niet meer terug. Het was daarom prettig dat we wisten dat we de kavel terug konden geven, als we dat wilden. Om een lang verhaal kort te maken: we kwamen er niet uit met de verkoper. Wij wilden eigenlijk niet meer betalen dan de vraagprijs (anders dan in Nederland zet men hier vaak een vraagprijs in de advertentie die iets lager ligt dan het bedrag dat men uiteindelijk hoopt te vangen). De verkoper wilde 100.000 kronen meer hebben dan de vraagprijs. Geen onoverkomelijk bedrag, maar toch wilden we het niet op tafel leggen. Zou dat betekenen dat dit niet het huis voor ons was?

Er verscheen een nieuw huis op internet, in Risør zelf. Bij John op school werd er druk over gesproken. Het huis had een fantastisch uizicht op zee, er woonden nu Nederlanders, ze hadden er aardig wat aan gedaan sinds ze er ruim twee jaar geleden in waren getrokken. Moesten we daar misschien gaan kijken? We bekeken de foto's op internet, maar erg enthousiast werden we er niet van. "Niet interessant", besloot ik, "en bovendien te duur." Daarbij was de bezichtiging wat te vroeg voor mij (ik werkte toen nog in Arendal). John zag ook niet zo veel in het huis, maar aan de andere kant, hij was toch in de buurt op het tijdstip van het open huis. Dus hij besloot - grotendeels uit nieuwsgierigheid - te gaan kijken. Voor die verbijsterend hoge vraagprijs moest toch een reden zijn?

zondag 6 januari 2008

Winter


Een witte kerst zat er niet in, maar woensdagnacht was het dan zo ver: het sneeuwde!
Donderdagochtend lag er een dun laagje en volgens de weerdeskundigen zou het daar niet bij blijven. Zuid-Noorwegen (of liever: het zuiden van Zuid-Noorwegen, want Zuid-Noorwegen begint al op een plek die naar Nederlandse maatstaven behoorlijk noordelijk ligt) bereidde zich voor op zware sneeuwval. Een klein jaar geleden leidde een meter sneeuw in korte tijd hier in de omgeving tot enorme chaos. Er werd dus druk gespeculeerd over hoe het nu zou verlopen. Zouden de sneeuwschuivers hun werk behoorlijk doen, zouden de mensen het advies opvolgen om lekker binnen te blijven? De internetkrant hield zelfs een poll: "Rijden de mensen in Zuid-Noorwegen slechter onder winterse omstandigheden dan de gemiddelde Noor?".

Bij ons in het dorp ligt zo'n 40-50 centimeter sneeuw. De sneeuwschuiver kwam regelmatig door de straat en schoof de sneeuw netjes aan de kant. Na een dag was er zo een behoorlijke sneeuwmuur ontstaan, waarachter onze auto's stonden... Ja, dat wisten we vantevoren, maar echt praktisch is het natuurlijk niet. Wel lekker dat we lopend naar ons werk kunnen! Gisteren en vandaag zijn we heel wat uurtjes zoet geweest met sneeuwschuiven. De vorige bewoners hadden hun schuiver gelukkig voor ons achtergelaten.
Het paadje naar het huis is weer begaanbaar, één van de auto's hebben we uit de sneeuw bevrijd en de postbode kan weer normaal bij de brievenbus komen. De sneeuw storten we in de kloof die ons huis van dat van de buren scheidt. Meteen kennis gemaakt met de buurman die "zijn" sneeuw in dezelfde kloof stort.

Na het harde werken volgde het NK sprint via internet om lekker in de winterse stemming te blijven. Het ziet er leuk uit, die witte wereld, maar de sneeuwbuien mogen van mij wel weer even wegblijven.
Chaos werd het overigens niet, al was de uitslag van de poll niet zo bemoedigend: volgens 60% van de inzenders rijden wij, Sørlendinger, slechter op winterse wegen dan de gemiddelde Noor :-(

zondag 23 december 2007

Ringveien 29 - Deel 1: bouwen of niet bouwen?

Sinds een week wonen we op Ringveien 29 en dat is nieuws. Niet alleen omdat een nieuw huis nu eenmaal altijd nieuws is, maar vooral omdat we helemaal niet op Ringveien 29 zouden gaan wonen. We zouden immers een huis gaan bouwen op Spirekleiv 15. Wat is dit nu toch allemaal? Een verslag -in nog onbekend aantal delen- van onze jacht op een plek om te wonen.

Zoals eerder op de blog te lezen was, hadden we na ons bezoek aan Risør in mei een kavel gereserveerd op Spirekleiv, een kavelgebiedje vlak bij de camping waar we een tijdelijk onderkomen hadden geregeld. Op grond van gesprekken met verschillende bewoners van Spirekleiv, met mensen van de gemeente (ja, diezelfde mensen met wie ik nu een paar keer per week in de kantine mijn boterhammen eet), en met bouwers, dachten we dat we een redelijke indruk hadden van de mogelijkheden en de kosten.
Toen de eerste drukte met het regelen van bankrekeningen en verblijfsvergunningen achter de rug was, stortten we ons dan ook vol overgave op het project “huis bouwen”. Het was het begin van een ontelbaar aantal gesprekken en mailwisselingen met Agnar, Anders en Jan, en dan noem ik nog niet eens de bouwers die na een eerste kennismaking weer afvielen. We bekeken tekeningen, aangepaste tekeningen en materialen. De bouwmannen kwamen stuk voor stuk naar de kavel waar de één fronsend iets mompelde in de trant van “best wel steil” en de ander uitriep “schitterende plek”. Op een zonnige weekenddag huurden we zelfs een motorbootje van onze vrienden van de camping om vanaf de fjord een foto van de kavel te nemen, waarop het toekomstige huis ingetekend zou kunnen worden. Wel zo handig voor het insturen van de bouwaanvraag naar de gemeente. Die zou dan makkelijk kunnen beoordelen of het door ons gekozen huistype goed in de omgeving paste.
We hadden het er druk mee... en we gingen twijfelen. Het werd al snel duidelijk dat het een behoorlijk prijzig project zou worden. Vraag 1 was dan ook “kunnen we dat betalen?” (want we hadden nog maar één vast inkomen), en vraag 2 “willen we dat betalen?”. We gingen eerst maar eens praten met onze eigen bank. Die zag geen probleem. De lening kon er komen. Dat ik op dat moment nog geen vaste baan had, was geen belemmering. Ze kenden ons immers, dat zat wel goed. Dat was dus positief, maar we waren nog steeds in twijfel. Moesten we het “goedkoop” houden en een huis bouwen dat eigenlijk niet helemaal was zoals we wilden? Dat was niet het idee dat we hadden toen we de kavel reserveerden. Moesten we bouwen wat we graag wilden en de hoge kosten voor lief nemen? Was het dan eigenlijk wel een verstandige investering? Dat vroeg om nader onderzoek. Via het kadaster vonden we uit wat niet zo lang geleden verkochte huizen op Spirekleiv hadden opgebracht. Daar werden we niet vrolijk van. De bouw van ons huis zou veel meer kosten en het huis zou bij een eventuele verkoop dus ook veel meer moeten opbrengen dan de buurhuizen. Dat was geen gunstig scenario.
Tijd voor een telefoontje naar de gemeente: “Zeg eh, wat als we die kavel nou toch niet willen?” (de termijn waarbinnen we de gemeente moesten betalen, was nog niet verstreken).
“Nou”, luidde het antwoord, “als je het allemaal niet rond kunt krijgen, dan stuur je gewoon een brief dat je ervan afziet, en dan halen we de reservering van jullie naam af”. Zonder kosten, want we zijn hier natuurlijk niet in Nederland...
Ha, dat gaf lucht. We hadden al een paar keer wat huizen bezichtigd om een indruk te krijgen van wat er te koop was, en nu konden we er ook voor kiezen om een bestaand huis te kopen. Mogelijkheden genoeg dus, maar om nou te zeggen dat de situatie er eenvoudiger op werd...

zaterdag 17 november 2007

Noors voor Nederlanders

Welkom bij de cursus Noors voor Nederlanders. Een nieuwe taal leren valt niet mee. We beginnen daarom met woorden die u al kent. Het volgende rijtje woorden kunt u zonder problemen gebruiken in Noorwegen. Kijk er even rustig naar:
ark
bil
bom
bord
gul
kast
lek
mat
middag
rommelig
stift
straks
storting

Makkelijk, toch? Maar pas op: het is niet altijd wat u denkt dat het is. Hieronder hetzelfde rijtje nog een keer, maar dan met de Nederlandse betekenis erachter:
ark - blad papier
bil - auto
bom - slagboom
bord - tafel
gul - geel
kast - worp
lek - spel
mat - eten (voedsel)
middag - avondeten
rommelig - ruim
stift - nietje
straks - nu meteen
storting - parlement

In sommige gevallen wordt het Noorse woord anders uitgesproken dan hetzelfde woord in het Nederlands. Omdat dit een schriftelijke cursus is, gaan we hier niet op de uitspraak in. Voor de cursus spreekvaardigheid bent van harte welkom in ons trainingscentrum in Risør.

Graag tot ziens!

zondag 11 november 2007

De baan of de buurvrouw?

“Wat ben jij nou aan het doen?”, vraagt John als hij me met een verbeten gezicht achter de computer ziet zitten. “Ik solliciteer bij de gemeente Risør”, mompel ik. Ik werkte nog niet zo lang bij Sevan Marine en was eigenlijk niet van plan om met andere sollicitaties aan de slag te gaan, totdat mijn oog viel op de advertentie van de gemeente. Een baan als personeelsadviseur is in een kleine stad als Risør niet zo makkelijk te vinden. Hier moest ik gewoon op solliciteren.

Net als in Nederland staan in Noorwegen de kranten bol van het dreigende personeelstekort in bepaalde sectoren. Je zou dan ook verwachten dat er voor sollicitanten zo weinig mogelijk drempels worden opgeworpen. Helaas.... Niet alleen komt er vaak geen of heel trage respons van bedrijven, om je sollicitatie ingestuurd te krijgen moet je al heel wat hindernissen nemen. De grootste hindernis heet Het Elektronische Sollicitatieformulier. Niks leuke brief en mooi vormgegeven cv, nee, je moet een aantal voorgeprogrammeerde velden invullen die natuurlijk zijn bedacht door iemand die de Noorse situatie als uitgangspunt heeft genomen. Vooral voor het onderdeel opleiding is dat lastig. Het onderwijssysteem is hier zo anders dan in Nederland dat je nooit precies kunt weergeven wat je gedaan hebt. De opeennagrootste hindernis wordt overigens niet gevormd door de formulieren, maar door het feit dat we hier op de camping een matige internetverbinding hebben. Zaken als internetbankieren en gegevens downloaden stellen daardoor je geduld danig op de proef. En dus ook het insturen van voorgeprogrammeerde sollicitatieformulieren. Maar goed, na een uurtje ploeteren verscheen de automatische ontvangstbevestiging op mijn scherm: ik had gesolliciteerd!

Drie weken later stap ik op een vrijdagochtend het gemeentehuis binnen. Jawel, ik ben uitgenodigd voor een gesprek. Eerlijk gezegd heb ik er niet zo heel veel verwachtingen van, maar tot mijn verrassing wordt het een leuk gesprek met het hoofd personeelszaken, het hoofd ondersteunende diensten en een vertrouwenspersoon/bondsman. Als ik anderhalf uur later weer buiten sta, weet ik dat ik deze baan graag wil. Maar er komen nog vier andere kandidaten en ik tuf gewoon weer naar Arendal om de rest van de dag bij Sevan Marine door te brengen.

Nog een week later sta ik opeens voor een dilemma: ik mag kiezen tussen twee aanbiedingen! Sevan Marine wil me graag overnemen van Adecco en de gemeente Risør heeft mij uitgekozen uit het vijftal dat op gesprek is geweest. De baan bij Sevan afslaan is net zoiets als een staatslot met het winnende nummer in de sloot gooien, op financieel gebied dan. De keerzijde van de arbeidsvoorwaardenmedaille is een matig leuke baan en redelijk wat reistijd. De baan in Risør betekent minder geld, maar waarschijnlijk leuker werk en kortere reistijd (straks zelfs lopend naar het werk). Bij die baan speelt echter ook nog iets anders mee: de buurvrouw. De toekomstige buurvrouw wel te verstaan, tevens echtgenote van een collega van John. Op de dag dat de gemeente mij belt om me de baan aan te bieden, wordt John aangesproken door zijn collega. “Zeg, hoe gaat het eigenlijk met het werk van je vriendin?”, vraagt die. Niet zo’n gekke vraag, er wordt regelmatig belangstellend geïnformeerd naar ons wel een wee. John vertelt van de twee aanbiedingen. “Maar ik denk dat ze voor Risør gaat kiezen”, zegt hij erbij. “Ja ehhh, dat is eigenlijk ook een reden dat ik het vraag”, zegt de collega, “mijn vrouw heeft ook op die baan bij de gemeente gesolliciteerd en zij is in de procedure op de tweede plaats geëindigd.” Oeps...

Voor wie zich afvraagt hoe hij kon weten dat ik “eerste” was geworden in de sollicitatieprocedure: in Noorwegen zijn sollicitaties bij de overheid openbaar. Dat betekent dat je als sollicitant altijd informatie mag opvragen over je concurrenten. Zo kun je na afloop ook de ranglijst zien van de mensen die op gesprek zijn geweest, in mijn geval dus hoe de indeling van plek 1 t/m 5 was. Zegt nummer 1 nee, dan komt nummer 2 aan de beurt enzovoort.

In dit geval zei de nummer 1 ja. Vanaf morgen ben ik ambtenaar.
Sorry buuf!

dinsdag 6 november 2007

De Kapper, de Tafel en de Boer

Het Noors is geen al te moeilijke taal voor Nederlanders. Voor de beginnende leerling Noors zijn er echter toch tal van valkuilen. Om te beginnen kent Noorwegen twee officiële talen, die alle kinderen op school moeten leren. Je hebt ‘rijkstaal’ (bokmål – letterlijk ‘boekentaal’) en ‘nieuw Noors’ (nynorsk), welke behoorlijk van elkaar verschillen. Het Samisch, dat ook officieel erkend is, wordt alleen door de Samische minderheid in het hoge noorden gesproken en reken ik voor het gemak niet eens mee. Maar het Grote Struikelblok ligt ergens anders: de talloze dialecten. Als ik beweer dat er geen Noor is die ‘Algemeen Beschaafd Noors’ spreekt, overdrijf ik eigenlijk nauwelijks. In mijn ‘eerste Noorse periode’ in Røros ben ik door de plaatselijke bevolking dan ook vaak voor onoplosbare taalraadsels gesteld.

De Noren zijn vrijwel allemaal trots op hun eigen aftakking van het ABN. Zo ook mijn kapper. Na mij gecomplimenteerd te hebben met mijn Noors, merkt hij op dat ik het vast moeilijk heb met al die dialecten. “Ik kom bijvoorbeeld uit een streek die Austre Moland heet,” vertelt hij, “en daar hebben we ook een heel eigen dialect. Zo zeggen wij bijvoorbeeld ‘veke’ in plaats van ‘uke’.”
Nu spreek je ‘veke’ ongeveer uit als ‘weehke’, dus de relatie met het Nederlandse ‘week’ is al snel gelegd. Bovendien kende ik dit dialectwoord al, omdat het behoorlijk vaak gebruikt wordt. “Oh, maar dat is bijna Nederlands,” zeg ik dan ook, “wij zeggen ‘week’.” De kapper bromt wat, maar laat zich niet uit het veld slaan. “In plaats van ‘nå’ (spreek uit als ‘noh’) zeggen wij ‘nu’,” gaat hij onverstoorbaar verder. In de spiegel zie ik hem glimlachen. ‘Daar heeft hij niet van terug,’ lijkt hij te denken. Als ik geamuseerd vertel dat ‘nu’ een gewoon Nederlands woord is, zie ik direct dat dit niet de gewenste reactie is. Zijn gezicht verstrakt iets, de schaar schiet uit en hij knipt een flinke hak in mijn haar. Oei. Ik schrik ervan.

Een stilte van enkele minuten volgt. Door de spanning die plotseling in de lucht hangt weet ik even geen nieuw gespreksonderwerp te bedenken. Gelukkig doorbreekt de kapper het stilzwijgen met zijn laatste troef. “In plaats van ‘bord’ (spreek uit als ‘boer’) zeggen wij ‘taffel’.”

Triomfantelijk kijkt hij me via de spiegel aan. Ik kan een schaterlach bijna niet onderdrukken, maar weet me in te houden. De beste man is de enige betaalbare kapper in het dorp, dus ik zal me er van tijd tot tijd toch moeten melden. Er ontsnapt nog wel een vreemd geluid uit mijn mond, maar uiteindelijk weet ik met een redelijk serieus gezicht uit te brengen: “Taffel, tjonge jonge, dat is inderdaad iets heel anders dan ‘bord’. Ik ben blij dat niet iedereen dat dialect van jullie spreekt.”

vrijdag 2 november 2007

Gele poppetjes

Donderdagmiddag kwart over vijf. Ik bedenk me opeens dat ik vergeten ben eieren te kopen. Gelukkig hebben we voor dergelijke ”noodgevallen” een oplossing in de vorm van de Joker. Joker is een keten van kleine lokale supermarkten die nog een laatste vertwijfelde poging doen om in leven te blijven. Of ze het redden, is maar de vraag. We helpen er zelf ook niet echt aan mee. Elke keer als in de Joker sta met mijn mandje waarin alleen een pak eieren of een paar gele kiwi’s liggen (vreemd genoeg verkopen ze die bij geen enkele andere supermarkt bij ons in de buurt), voel ik me een klein beetje schuldig. Maar niet schuldig genoeg blijkbaar, aangezien ik de volgende dag gewoon weer met mijn kar in de veel grotere Rema sta.
Goed, op naar de Joker dus, een lekker namiddagwandelingetje. Schoenen aan, jas aan, reflectiehesje aan. Vermomd als knalgeel michelinvrouwtje wandel ik even later de deur uit. Het reflectiehesje is niet nieuw, in Nederland kwam het ook wel eens uit de kast. Bij het hardlopen wel te verstaan. Het zou niet bij me opkomen in een reflectiehesje bij AH boodschappen te gaan doen. Maar hier wel, want hier is het ’s avonds donker. En met donker bedoel ik echt donker. Straatverlichting is er niet op Sandnes. Zolang je niet de weg op hoeft, heeft dat vooral positieve kanten: prachtige sterrenhemels, mooie zonsondergangen, geen lantaarnpalen voor je raam. Moet je wel de -smalle- weg op, dan wil je maar liever zichtbaar zijn. In een reflectiehesje over straat gaan is dan ook heel normaal. Wandelaars, fietsers, ruiters, jong, oud, groot, klein: als de avond valt, vullen de Noorse wegen zich met gele poppetjes...

zaterdag 20 oktober 2007

De Tijdmachine

Tijdmachines bestaan niet. Goedgelovige science fiction-adepten hebben nog steeds de hoop dat ze ooit uitgevonden worden, maar de 'bedenker' van de tijdmachine, H.G. Wells, is hier echt iets te optimistisch geweest. Maar als ze nu wel bestonden, wat dan? Om te beginnen hadden ze vast onderhoud nodig gehad, net als auto's. Het volgende tafereel had zich bijvoorbeeld af kunnen spelen in een Nederlandse onderhoudswerkplaats voor tijdmachines, in het jaar 2025.

- "Michiel, die tijdmachine van Romkes en Van Graft moet vandaag APK-gekeurd worden, regel jij dat even?"
- "Ik ben er een half uurtje geleden al aan begonnen. Eigenlijk is-ie al zo'n beetje klaar, ik moet 'm alleen nog even testen."
- "Oh, da's mooi. Paul komt straks terug uit 2170, dan kun je 'm direct even teleporteren om te zien of de boel werkt."
- "Hij is er al joh! Volgens mij staat-ie net wat pijtjes te gooien op de wereldkaart en de tijdlijn, dus ik reken erop dat hij zo klaar is."

Even later loopt Paul inderdaad de werkplaats in. "Hee kerel," groet Michiel joviaal, "waar gaat de reis naartoe?"
- "Het wordt Risør in Noorwegen, in 2007. Hoop dat het niet al te koud is daar. Vanochtend was ik in Canada, en in oktober 2170 is het daar behoorlijk fris. Met dat broeikaseffect is het nooit meer wat geworden, kan ik je vertellen."
- "Hmm. Hopelijk heb je nu meer mazzel. Nou, ga zitten, want ik moet vanmiddag nog drie andere keuringen afronden."
Paul stapt de tijdmachine in en neemt samen met Michiel de veiligheidsroutines door. Een minuut of vijf later zijn ze zover. Paul heeft inmiddels jaartal en coördinaten ingesteld en even later beweegt hij zich door tijd en ruimte. Net als Michiel koffie wil gaan drinken, gaat zijn tijdmobiel. Hee, dat is snel, denkt hij, ze hebben zeker eindelijk extra personeel aangenomen bij de datumcheck-centrale.

- "Met Michiel."
- "Ja Paul hier. Je hebt zitten slapen hoor. Het tijdrelais moet vuil zijn, want dit is echt 2007 niet. Ik sta hier in een huiskamer in dat Risør, en mijn betovergrootmoeder had niet eens zulke ouderwetse zooi in huis staan. Dit zijn meubels uit 1950 of 1960 of zo, allemaal ouwe troep. Heb net ook al een ander huis bekeken; precies hetzelfde daar."
- "Okee, kom maar, dan kijk ik er wel naar. Wel een beetje maf, want dat relais heb ik vorig jaar nog vervangen."
- "Zal best, maar ik zit fout hier."

- "Hè, hoe kan dat nou," mompelt Michiel enigszins geïrriteerd tegen zichzelf, "dat relais moet toch in orde zijn". Hij maakt de inbox vrij, geeft Paul het bekende signaal, en even later staat de tijdmachine weer op z'n plek. Als Paul uitstapt ziet hij het chagrijnige gezicht van Michiel. "Ja hallo, ik kan er ook niks aan doen, het klopte echt niet," zegt hij verdedigend.
- "Je hebt toch wel een datumcheck gedaan?, vraagt Michiel.
- "Nee joh, onzin, dan was ik weer tien minuten verder geweest. Je weet toch hoe streng ze tegenwoordig met dat protocol zijn. Ik zat zeker weten in 1960 of zo. In 2007 was ik vijftien; ik weet nog precies hoe een huiskamer er toen uitzag."
- "Je hebt geen datumcheck gedaan? Ik ga echt dat tijdrelais niet schoonmaken voor ik zeker weet dat er iets mis is! Weet je wel hoe lang dat duurt? Ik moet eerst de hele fotonenverstrooier demonteren voor ik erbij kan! Je gaat maar lekker terug om de datum te checken, ik ben gekke henkie niet. Ik vond het al zo raar dat je zo snel belde, maar ik had kunnen weten dat je je er weer met een jantje-van-leiden vanaf probeerde te maken." Michiel trekt zijn handschoenen uit en en smijt ze nijdig op tafel. Een papieren koffiebekertje rolt op de grond.
- "Zelf weten," zegt Paul, die nu ook uit zijn humeur begint te raken. "Schieten we lekker wat mee op. Voor ik terug ben zijn we weer een kwartier verder. Allemaal vergeefse moeite."
- "Stap nou maar in, want voor discussies heb ik al helemaal geen tijd. Gewoon melden, beschrijving geven, datumcheck doen. Netjes volgens het boekje. Als we een beetje tempo maken hoeven we de veiligheidsroutines niet opnieuw door te lopen."

Paul wacht het einde van de zin niet af, stapt de tijdmachine weer in en trekt de deur met een klap dicht. Even later is hij voor de tweede keer op weg naar Risør.

Na een paar minuten zoemt de tijdmobiel van Michiel opnieuw.
- "Yo."
- "Ja, met mij weer. Ik snap er geen ruk van. Sta hier in een school, en het lijkt inderdaad wel 2007. De tijdchecker geeft aan dat ik in hetzelfde jaartal zit als net. Echt maf. Ziet er trouwens wel een beetje erg modern uit voor 2007. Overal draadloos internet, beamer in elk lokaal, ik zag net een elektronisch schoolbord, dat soort werk. Lijkt me meer 2015 of zo."
- "Leuk dat je zo fijn aan het raden bent, maar we zitten hier niet bij de tijdquiz. Doe die datumcheck nou maar, want ik wil die machine gaan afmelden."

Tot zover ons verslag uit de werkplaats. De Noorwegenkenners onder u snappen al wat hier aan de hand was. Afhankelijk van de precieze plek waar je je in Noorwegen bevindt, kun je je in een willekeurig jaartal wanen in de periode 1950 - 2015. Jammer dat Michiel en Paul niet van deze Noorse eigenaardigheid op de hoogte waren, dat had onze helden zeker wat tijd bespaard. Maar wel fijn om alvast te weten dat onze tijdmachine over een slordige achttien jaar nog steeds naar behoren functioneert.

donderdag 11 oktober 2007

Bouwles

Toen we voor het eerst een offerte van een huizenbouwer bekeken, viel het ons op dat de genoemde prijs exclusief het leggen van een fundering was. Dat vonden wij op z'n zachtst gezegd een beetje vreemd. Wat is nu een huis zonder fundering? Het bleek inderdaad niet de bedoeling om zonder fundering te bouwen, alleen gaan de bouwers er bij de offerte vanuit dat de koper zelf de fundering legt. Dat vonden wij niet een beetje vreemd, dat vonden wij heel erg vreemd! Maar goed, je woont in een ander land en daar gelden andere gewoontes. Tot voor kort mocht de zelfbouwende Noor geheel op zijn eigen manier te werk gaan, maar daar is nu paal en perk aan gesteld. Wil je je eigen fundering bouwen, dan moet je daarvoor een certificaat halen. Om dit certificaat te halen moet je op cursus. Nu zien we onszelf niet direct een fundering + kelder enzovoort aanleggen, maar een garagevloertje, dat is misschien wel haalbaar. Dus wij op zoek naar cursusinformatie. Dat was simpel. De fabrikant van de bouwstenen biedt de cursus regelmatig aan op diverse plaatsen in het land en geheel gratis. En zo belandden we afgelopen dinsdagavond in een hotel in Arendal temidden van andere potentiële zelfbouwers. Een vrolijke docent wijdde ons in in de geheimen van het muren bouwen en vloeren leggen. Als bonus kregen we ook nog het aanleggen van kachelpijpen erbij. Zonder behoorlijke kachel kom je in Noorwegen tenslotte niet ver. Binnen 3 uur was het gepiept, we weten er nu alles van. Nou ja, alles? Het kan zijn dat we de handleiding er nog eens bij moeten pakken, maar die hebben we natuurlijk niet voor niets meegekregen. En de instructiefilmpjes op internet zijn vast ook heel handig. O, en we moeten nog examen doen, tenminste, als we door de gemeente erkend willen worden als zelfbouwer (je mag het certificaat alleen voor jezelf gebruiken, je kunt dus niet opeens een muurbedrijfje starten). Het examen bestaat uit 30 vragen waarvan je er 20 goed moet hebben. De vragenlijst kun je op internet invullen terwijl je het cursusmateriaal op schoot hebt. Je moet aan de curusavond hebben deelgenomen, dat dan weer wel...

vrijdag 5 oktober 2007

Donker

"Noorwegen, oooooh donker en koud!" Dat is wel ongeveer de standaard reactie die je krijgt als je vertelt dat je naar Noorwegen gaat verhuizen. Het valt niet te ontkennen: we wonen een stuk noordelijker dan Almere. Toch is het verschil in licht en temperatuur tussen Risør en Almere een stuk kleiner dan het verschil tussen Risør en Noord-Noorwegen om maar eens iets te noemen. Ongeveer 3 maanden per jaar hebben we hier korter daglicht dan in Nederland, maar de andere maanden is het juist langer licht! (OK, niet zo heel veel langer, maar toch....).
In veel kantoren hier hangen gordijnen voor de ramen, ook nog in de meest "vrolijke" motieven. "Waarom toch al die gordijnen", vroeg ik me af. Maar nu weet ik het: ze zijn tegen de zon! John is op herfstvakantie in Nederland en meldt elke dag bewolking en regen, terwijl we hier tegen een strakblauwe lucht met felle zon aankijken. Jahaaa, heel donker, Noorwegen.

Misschien piepen we straks anders. Dan zal ik het ook eerlijk melden ;-)

vrijdag 21 september 2007

Bambi

Het is herfst. De zon schijnt nog steeds regelmatig en het zonlicht op de roodbruin kleurende bomen leidt tot prachtige beelden. In de auto naar mijn werk en terug vergaap ik me om de haverklap aan wéér een mooi uitzicht. Jammergenoeg zijn de wegen zodanig smal dat je niet al te uitgebreid naar de omgeving kunt kijken. Sinds een paar dagen ben ik me bovendien bewust van een ander gevaar: de hertachtigen in alle soorten en maten.
Het was woensdag en de stoel van mijn collega die altijd vroeg begint, bleef leeg. "Komt Margreta vandaag niet?", vroeg ik aan de receptioniste. "Eh jawel, die komt wat later, ze heeft een hert aangereden", was het antwoord. Inderdaad kwam Margreta en paar uur later binnenstappen. Nog steeds ontdaan van de aanrijding. Het hert had het niet overleefd en de auto had behoorlijke schade opgelopen.
Dit verhaal maakte onmiddellijk allerlei andere hertenverhalen los, zowel op mijn werk als bij John op school. Nu schijnt de tijd van het jaar te zijn om een bambi te ontmoeten en de kans dat die ontmoeting op de rijweg plaatsvindt, is behoorlijk groot. De keerzijde van het mooie najaar... En een hert is één ding, een eland is iets anders. 300 kilo beest op de motorkap is iets waar ik liever niet aan denk. Oppassen dus!

zondag 16 september 2007

Een immigrant op banenjacht

Met Johns baan bij de Risør Videregående Skole hadden we een mooie start in Noorwegen: een salaris om van te leven en alles wat je nodig hebt om de verblijfspapieren in orde te maken. Maar de vraag die door mijn hoofd speelde was wat ìk zou kunnen doen in Noorwegen. Mijn (inmiddels ex-)collega’s voorspelden het al: “Jij kunt vast niet lang achter de geraniums zitten.” Inderdaad sprak het idee van thuis zitten, elke ochtend “God morgen Norge” kijken, een tochtje naar de supermarkt maken, de katten knuffelen en dan maar weer een stukje lezen, me niet aan, althans niet voor langere tijd.
In Nederland was ik als re-integratiecoach al aardig vertrouwd geraakt met de hobbels die je als immigrant tegen kunt komen bij het zoeken naar een baan. Met een buitenlandse naam, onbekende opleidingen, onbekende werkgevers en een mogelijke taalbarrière kom je meestal niet bovenaan te liggen in de stapel sollicitanten. Omdat ik niet zo snel zag hoe ik “Emmy van Graft” op een legale manier kon omtoveren in Noorsere naamvariant, besloot ik maar te beginnen met datgene dat ik wèl kon beïnvloeden: de taal. Dus leerde ik zo goed mogelijk Noors, voor zover dat kan zolang je nog niet in het land woont, oefende een sollicitatie met juf Yvonne en liet de belangrijkste diploma’s vertalen. Een maand of twee voor vertrek begon ik de Noorse vacaturesites af te speuren en een lijstje te maken van mogelijk interessante contacten. Ik kwam er al snel achter dat solliciteren vanuit Nederland weinig zin had. Ze geloven eigenlijk niet dat je echt komt, ze weten niet wat ze met zo’n figuur uit het buitenland aanmoeten. Toch kwam er een serieuze reactie van een bureau uit Oslo dat wilde uitbreiden richting het zuiden. Dus toog ik drie dagen na aankomst in Noorwegen naar Oslo: 3 uur enkele reis. Na een leuk en zeer veelbelovend lijkend eerste gesprek, werd ik een week later uitgenodigd om met de eigenaar van het bureau te komen praten. Hij had wel wat bedenkingen, ik was namelijk niet Noors (verrassing!). Ik kreeg ook mijn bedenkingen toen hij een samenwerkingsconstructie voorlegde waarbij ik het eerste halfjaar onbetaald zou moeten werken. Iets zei me dat dit een onevenredig grote investering van mijn kant zou zijn. Jammer dus van twee lange reizen naar Oslo, maar dit werd het niet.
Hoe nu verder? Ik besloot er vol in te gaan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want alles gaat hier tergend langzaam. Bij de gemiddelde sollicitatie mag je blij zijn als je binnen 3 maanden een reactie krijgt, als je al iets hoort. Wel redelijk succesvol was het idee om alle (het zijn er niet zo veel) uitzend- en werving- en selectiebureaus in de regio te benaderen voor een oriënterend gesprek. Leuke gesprekken en ook nuttig. Zo kreeg ik de tip om altijd persoonlijk bij bedrijven langs te gaan, want “anders geloven ze nooit dat je zo goed Noors spreekt”. Ook vroeg iemand me of ik geen Noorse referenties had (ik had netjes twee Nederlandse vermeld op mijn cv, wetend dat Noren gek zijn op referenties). Waarschijnlijk was mijn blik bij deze vraag veelzeggend....Nou ja, iedereen had wel “ideetjes”, maar iets concreets kwam er niet uit. Intussen twijfelde ik wat ik moest doen: doorzoeken naar een baan in mijn eigen richting of voor een ander baantje gaan, waarschijnlijk makkelijker te krijgen, maar met het risico dat de overstap naar een “leukere” baan alleen maar moeilijker zou worden. Gelukkig werd ik uit mijn twijfel verlost door Adecco. De personeelsmanager van een snelgroeiend bedrijf in olieplatformen had hulp nodig om de boel te structureren. Sinds een paar dagen werk ik bij Sevan Marine in Arendal. Voorlopig is het voor een paar maanden, hoe het daarna gaat, weet ik nog niet. Omdat mijn “bazin” meteen een twee dagen op reis moest, gaf ze me een stapel dingen om door te nemen. Ik vond onder andere een bundeltje sollicitaties van....juni. 't Zou me niets verbazen als die mensen nooit iets gehoord hebben!